De energietransitie faalt volledig, maar onze politici gaan er stug mee door. Waarom willen ze niet leren van dingen die niet werken?
Artikel beluisteren
Het is weer zover. Welgemeende onderbouwde kritiek op de energietransitie wordt in een Pavlov-reflex afgeserveerd met grove taal. ‘Jullie blabla wordt met het grootste gemak weerlegd op basis van feiten’, klonk het via sociale media na mijn recente presentatie bij stichting Clintel. Welke feiten dan precies? Geen antwoord. Het illustreert in een notendop de onmacht van de energietransitie en het publieke debat daarover. Aanhangers kunnen kritiek inhoudelijk steeds minder goed weerleggen, en wijken daardoor uit naar ongenuanceerde polarisatie en schoolpleinvocabulaire.
Die aanhangers van het huidige klimaat- en energiebeleid vergeten vaak dat zij in wezen aan dezelfde kant staan als de criticasters ervan. We willen allemaal een gezonde, duurzame en schone samenleving. We willen allemaal betaalbare eerste levensbehoeftes voor iedereen, zoals voedsel, drinkwater, verwarming en energie. We willen allemaal een vitale biodiverse natuur zonder vervuiling, en een leefbaar klimaat voor mens, dier en plant overal op aarde. We verschillen alleen in de aanpak van dat streven, en in het bijzonder de aanpak van de huidige energietransitie.
Geen voor- of tegenstanders
Die energietransitie kent geen voor- of tegenstanders, alleen aanhangers en criticasters. Ik ben niet tegen een energietransitie, ik bekritiseer de huidige omdat ik zie dat die faalt. Dat kan iedereen zien aan de hand van internationale publieke informatie. Ik wil niet dat een energietransitie faalt, daarom kom ik met onderbouwde alternatieven die wel kunnen werken. Dat is als het bekritiseren van een goede vriend, van wie je graag wilt dat hij of zij succesvol wordt. Welgemeende onderbouwde kritiek verhoogt de kans op succes, kritiekloze conformatie aan het politiek correcte narratief doet dat niet.
Kritiek op de huidige aanpak is beslist geen afwijzing van de loffelijke doelen van een gezond milieu en een leefbaar klimaat. Het heeft al helemaal niks te maken met links of rechts. Velen die de criticasters van het klimaat- en energiebeleid proberen te verketteren, lijken kritiek op de aanpak te verwarren met kritiek op het doel, alsof de huidige energietransitie de enige manier zou zijn om te minderen met fossiele brandstoffen en CO2-uitstoot. Niets is minder waar. Sterker nog, sinds het Kyoto Protocol van 1997 en het Parijse Klimaatakkoord van 2015 zijn de fossiele brandstofconsumptie en CO2-uitstoot in de wereld vrijwel naadloos doorgegroeid alsof er helemaal geen protocol en akkoord bestaan.
De jaarlijkse CO2-groei in de hele wereld is al dertig jaar tien maal zo groot als de CO2-reductie in Europa. Dat komt mede doordat een deel van de CO2-reductie binnen de grenzen van het kleine Europa wordt gerealiseerd met het verplaatsen van zware industrie naar andere werelddelen. Het komt ook doordat de nieuwe grondstoffen en materialen voor de huidige energietransitie met name uit die andere werelddelen komen. De lithiumbatterijen, neodymiummagneten, koperkabels en zonnepanelen die in ons puissant rijke werelddeeltje CO2-besparen veroorzaken in minder welvarende werelddelen veel extra CO2-uitstoot en milieuvervuiling.
Die olifant in de kamer schijnen miljoenen mensen niet te willen zien. Waarom blijven we in de politiek, wetenschap, journalistiek en samenleving massaal achter iets aan marcheren waarvan al een hele menselijke generatie blijkt dat het niet werkt? Ik ben daar als fenomenologische natuurwetenschapper zeer kritisch op. De basis van natuurwetenschap is dat elke aanpak experimenteel moet kunnen worden bevestigd of weerlegd. Een aanpak die in de praktijk niet kan worden bevestigd, moet worden verworpen. Een aanpak die in de praktijk kan worden weerlegd, moet zeker worden verworpen.
De energietransitie van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen blijkt in de praktijk al een generatie lang niet te werken. Die aanpak moet daarom worden verworpen, en plaats maken voor een andere aanpak en andere praktische maatregelen die mogelijk wel werken. De belangrijkste daarvan is in elk geval aantoonbaar effectief, namelijk grootschalige energiebesparing. Dat kunnen we zien aan de vrijwel naadloze mondiale groei van fossiele brandstoffen en CO2-uitstoot in de afgelopen dertig jaar.

Die groei vertoonde welgeteld twee dips. In 2009 was er een kredietcrisis, en in 2020 een coronacrisis. In die twee jaren werd de mensheid gedwongen om minder energie en grondstoffen te verbruiken, en dat leidde onmiddellijk tot aanmerkelijk minder CO2-uitstoot. Al het andere dat we sinds Kyoto en Parijs hebben geprobeerd, heeft geen enkel merkbaar effect gehad. Dat is de harde realiteit, dat is de olifant in de kamer van de energietransitie.
De beste weg kiezen
Het is zaak dat António Guterres, Ursula von der Leyen en Rob Jetten deze enorme olifant niet langer negeren. Het is zaak dat zij de VN, EU en Nederland naar een weg leiden die niet doodloopt, maar ons daadwerkelijk in de richting van het doel brengt. Dat doel van een duurzame wereld willen we allemaal, dat is niet het punt. Het punt is dat we de beste weg moeten kiezen, en dat is overduidelijk niet de huidige doodlopende weg. Het is van het allergrootste belang dat Nederland, Europa en de VN afremmen en omkeren, en tijdig afslaan naar een weg die ons wél bij het beoogde doel kan brengen. Een energietransitie is veel te belangrijk om te worden bepaald door idealen, reputaties en politieke belangen.
De tropische hitte in de afgelopen junimaand was overal in het nieuws, en werd vreemd genoeg aangevoerd als ondersteuning van het klimaatbeleid. Die hitte zou evengoed als een ontkrachting ervan kunnen gelden. Ik kijk als fenomenologische natuurwetenschapper vooral naar de praktijk, zoals ik dat tijdens mijn studie scheikunde heb geleerd. Die weerbarstige praktijk is dat het klimaatbeleid al decennia lang niet leidt tot minder hitte in Nederland, minder CO2-uitstoot in de wereld en minder CO2 in de atmosfeer.
De energietransitie is een experiment, niet op Nederlandse of Europese schaal maar op wereldschaal. Het is de eerste keer dat de mensheid dit probeert. Dat experiment kan zoals elk experiment wel of niet het verwachte resultaat opleveren. Dat doet het al sinds de vorige eeuw niet. Niemand kan op grond van de feiten beweren dat dat wel zo is. Dan weet ik als natuurwetenschapper dat ik een ander experiment moet starten op basis van een andere veronderstelling. De aanpak om het fossiele brandstofverbruik te vervangen door hernieuwbaar genoemde energiebronnen faalt immers structureel en langdurig.
Gezond verstand
Dat hoeft geen mislukking te zijn, zolang we maar leren van de dingen die niet werken. Het wordt pas een mislukking als we klakkeloos doorgaan op de ingeslagen weg, terwijl we kunnen zien dat die doodloopt. Dat zou onverantwoordelijk stuurmanschap zijn van politieke leiders, prominente ondernemers, deskundige wetenschappers en invloedrijke media. Onze kinderen en kleinkinderen zullen dat veroordelen zoals wij bepaalde daden van onze voorouders veroordelen. Zo’n toekomstige veroordeling hangt onze leiders boven het hoofd als ze zich risicomijdend aan het politiek correcte narratief blijven conformeren, in plaats van met lef kritisch te zijn op dat narratief.
We moeten ons fossiele brandstofverbruik niet langer proberen te vervangen door steeds meer zonnepanelen, windmolens en biomassa. We moeten minderen met fossiele brandstoffen door te minderen met energieverbruik. Dat is de maatschappelijke, politieke, technologische, economische en journalistieke uitdaging. Iedereen kan daar met gezond verstand aan bijdragen, en al doende ook geld besparen.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


