Wolven, bevers, ganzen en dassen krijgen in Nederland alle ruimte. De rekening was vorig jaar 92 miljoen euro
Artikel beluisteren
Nederlanders houden van dieren. Wolven, bevers, ganzen en dassen: ze mogen hier vrijelijk hun gang gaan. Helaas hangt daar een heel duur prijskaartje aan.
Er bestaat een hardnekkige mythe dat Nederlanders een nuchter volk zijn. We zijn praktisch, recht door zee en lossen – soms met een beetje polderen – problemen op voordat ze problemen worden. Dat vertellen we elkaar tenminste graag.
Maar als die nuchtere Nederlander ooit heeft bestaan, dan is-ie al decennialang verdwenen. Zeker waar het ons natuurbeleid en -beheer betreft is daadkracht ver te zoeken. De gemiddelde groene ambtenaar of ecoloog is vooral goed in het schrijven van impactanalyses en natuurdoelen, maar daar beheer je geen populaties mee. In totaal werd er in 2025 door provincies 92.167.920 euro aan schadevergoedingen uitgekeerd. Dat is dus bijna 100 miljoen euro – omdat wij niet bij machte zijn soorten als gans, bever, das en wolf in het gareel te houden.
Geen vlammende protest
De gemiddelde Nederlander lijkt dat niet eens een punt van discussie te vinden. De jaarlijkse cijfers en rapporten van BIJ12, de organisatie die namens de twaalf provincies de schade afhandelt, roepen in elk geval zelden vlammend protest op. Een krantenstukje hier, een nieuwsberichtje daar en we gaan weer vrolijk verder met waar we mee bezig waren. Ruim 92 miljoen euro is kennelijk de prijs is die we bereid zijn te betalen voor onze buitenproportionele dierenliefde.
Of is het de afkoopsom voor ons geweten? Wij zijn immers ook de grootste vernietiger van natuur en leefgebieden van wilde dieren.
De ironie is dat Nederland waarschijnlijk het meest beheerde stukje natuur van Europa bezit. Waterstanden, stikstof, recreatie, begrazing, maaibeheer, rasters, ecoducten, populatietellingen, faunabeheerplannen—vrijwel alles wordt gereguleerd. Maar preventief ingrijpen en beheren om problemen te voorkomen lijkt godsonmogelijk geworden door alle wet- en regelgeving, het gedram van actiegroepen en het prevaleren van economische belangen.
Kijk naar de komst van insecten als de Aziatische hoornaar of de tijgermug. Experts waarschuwen al jaren dat importeurs van autobanden, waarin tijgermuggen vaak verscholen zitten, zich niet aan de regels houden. Maar serieus ingrijpen bleef uit. Nu is de verwachting dat de tijgermug, die dengue (knokkelkoorts), zikakoorts en chikungunya kan overbrengen, zich voor 2030 in ons land gevestigd heeft. En het is niet meer te stoppen.
Ferme stappen
Wat de exoten betreft probeert D66-minister Jaimi van Essen nu een paar ferme stappen te maken. Hij wil dat 21 soorten die staan vermeld op de invasieve exotenlijst (onder meer de Nijlgans en Grijze Eekhoorn) vanaf volgende jaar met minder administratieve rompslomp beheerd kunnen gaan worden. Nu vallen een aantal van die soorten al onder provinciaal beheer, dus zoveel verandert er in de praktijk niet.
En dan nog: als Van Essen de andere partijen in de Tweede Kamer al meekrijgt, kun je er donder op zeggen dat de dierenclubs klaarstaan om meteen naar de rechter te stappen, zoals ze dat nu ook al doen om provinciale ontheffingen aan te vechten. Met een simpele pennenstreek wegens gebrek aan onderbouwing zijn we dan niet alleen terug bij af, maar mogen we waarschijnlijk nog minder dan nu het geval is.
Paradox
Met de inheemse soorten gaat het al niet veel beter. Of eigenlijk gaat het té goed met ze. De bever, in de jaren tachtig uitgezet om de soort in ons land te herintroduceren, veroorzaakt inmiddels voor zo’n 4,5 miljoen euro aan graafschade bij de 21 waterschappen.
Het is een ironische paradox. Dezelfde overheid die tientallen jaren werkte aan de terugkeer van de bever, moet nu miljoenen investeren om de gevolgen van dat succes weer beheersbaar te maken. Het beestje ondergraaft namelijk dijken en knaagt menig boom terug tot een nagenoeg perfecte potloodpunt. Kortom, de bever is een probleem geworden.
De bestrijding komt echter pas nu mondjesmaat op gang. In Gelderland werden in de winter van 2022/2023 vijf bevers gedood. In Noord-Brabant moesten in 2024 uiteindelijk vier bevers afgemaakt worden nadat ze schade bleven veroorzaken. In Limburg werden in 2024 180 bevers gedood. Het is typerend voor de Nederlandse situatie: pas als het te laat is, gaan we wat doen. En dan zijn we ook nog verbaast dat we de boel nauwelijks meer onder controle krijgen. Bever of das, het is steeds weer hetzelfde verhaal.
En dan is er natuurlijk ook die ander beschermde diersoort: de wolf. In 2025 werden in ons land 139 wolven geïdentificeerd. Het merendeel van de groei (70 procent) komt voor rekening van welpen in bestaande wolvenroedels. Er is inmiddels zo lang gewacht, getreuzeld en gedebatteerd dat de situatie steeds nijpender begint te worden en het probleem steeds groter.
‘Het is wachten tot het echt misgaat, dan gaat er misschien iets gebeuren’, schreven Wouter Roorda en ik in ons boek Nederwolf. Inmiddels zijn we honderden dode schapen en paarden verder, zijn kinderen aangevallen, zijn hondjes meegesleurd, een wandelaarster gebeten en is ‘probleemwolf’ Bram doodgeschoten.
De situatie is inmiddels zo penibel dat VVD-staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw) recent eigenhandig een wolvenwet invoerde. Met deze Maatregel van Bestuur passeerde hij de Tweede Kamer die pas in september zou vergaderen over dit hoofdpijndossier. Langer wachten op een maatregel was volgens Erkens niet verantwoord. Hij wilde actie en wel nog tijdens het welpenseizoen. Provincies mogen nu preventief een vergunning klaarleggen om een mogelijke probleemwolf af te schieten.
Zoete broodjes
Maar dit lijkt stoerder dan het is. Erkens verkoopt zoete broodjes, want in feite gaat hij veel minder ver dan zijn voorganger staatssecretaris Jean Rummenie (BBB). Erkens wil zijn ambtenaren te vriend houden. Hij wil wel iets doen aan het wolvenprobleem, maar met mate. Hij wil probleemwolven vlotter kunnen aanpakken, maar weet niet goed te definiëren wat nou een probleemwolf is. Een wolf bijt wel eens een dier of vertoont wel eens ongewenst gedrag. Pas in laatste instantie, zeg maar bij recidive, wordt bij Erkens een vervelende wolf een probleemwolf.
Ook Erkens kiest er dus voor om alle wolvenknuffelaars tevreden te houden met een veel te soft aanvalsplan. Uit openbaar gemaakte Woo-stukken blijkt dat Rummenie een veel hardere aanpak wilde. Hij wilde een simpele procedure waarbij provincies sneller vergunningen konden krijgen en minder tussenstappen nodig waren om een agressieve wolf aan te pakken.
Erkens is terughoudender omdat bij een te ruimhartige vergunningverlening en te weinig controlemomenten weleens een vergisafschot zou kunnen plaatsvinden. Dan ligt de verkeerde wolf in het gras en stapt heel wolfminnend Nederland naar de rechter. Mede om die reden, en om in de aanloop naar het afschot de procedures goed te registeren, moet er in het plan van Erkens een ‘onafhankelijke’ wolvendeskundige meekijken.
Als Erkens echt het verschil wil maken moet hij een quotum stellen en gaan beheren. Net zoals ze nu in Duitsland doen. Erkens gaf onlangs in het tv-programma Goedenavond Nederland toe dat de Duitse aanpak voor hem een voorbeeld is, maar zijn plannen komen daar vooralsnog niet in de buurt.
Terug bij af
Deze plannen verkruimelen als je er even over doordenkt. Reken maar dat actiegroepen naar de rechter zullen stappen zodra er een ‘probleemwolf’ is gedood. De rechter zal hen dan vermoedelijk in het gelijk stellen, want is die ontheffing wel voldoende gemotiveerd? En hoe verhoudt zich dit tot Europees recht? Dan zijn we weer helemaal terug bij af en hebben we hetzelfde gedonder als nu al het geval is met bijvoorbeeld de ontheffing voor afschot van reeën vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid.
Erkens’ plannen zijn niet meer dan symboolpolitiek. Ze wekken de indruk van daadkracht, maar veranderen in de praktijk nauwelijks iets. De politiek speelt voor boswachter, terwijl de rechter uiteindelijk bepaalt wat er in het bos gebeurt.
En de wolf? Die trekt zich van Haagse spierballentaal net zo weinig aan als van provinciegrenzen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


