Hoe vijf Brabantse veehouders de prijs betalen voor malafide natuurbeleid

WW Schepel 27 augustus 2026 BEELD

Artikel beluisteren

In een interview met het Eindhovens Dagblad vergeleek MOB-voorman Johan Vollenbroek de intrekking van de natuurvergunning van vijf veehouders in Noord-Brabant met de intrekking van een rijbewijs – om te benadrukken dat zo’n vergunning geen onaantastbaar recht is.

Die vergelijking gaat natuurlijk mank: een rijbewijs kan worden ingetrokken als de houder ervan zich heeft misdragen of een ander gebrek vertoont, terwijl de vijf veehouders niets te verwijten valt en zij volledig binnen hun geldende vergunning handelen.

Daarom is het voorgenomen besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zo ongekend. Er wordt vaak in ander verband over de rechtsstaat gesproken, maar juist hier zou dat op zijn plaats zijn.

Laffe coalitiepartijen

Het is dan ook vreemd én laf van de coalitiepartijen D66, VVD, PRO, SP en Lokaal Brabant dat zij in de Statenvergadering van 14 augustus de gelederen gesloten hielden en alle moties van de oppositie wegstemden. Met name de VVD valt hier flink wat te verwijten. De enige motie die die partij steunde, was mede door haar ingediend (en werd aangenomen) om eerst nog eens met de veehouders te gaan praten. Alsof daar de oplossing zou liggen.

Het is volstrekt duidelijk dat niet alleen in de landelijke politiek, maar ook in de provincie Noord-Brabant D66 momenteel de scepter zwaait.

Het enige Statenlid dat op 14 augustus echt de vinger op de zere plek legde was Hetty Egger-van Oppen (CU/SGP), in het dagelijks leven advocaat. Zij hekelde onder meer de wijze waarop Gedeputeerde Staten verweer had gevoerd in de door Vollenbroek aangespannen rechtbankprocedure. Een eerstejaars advocaat weet dat als je in zo’n procedure de stellingen van de tegenpartij erkent, de rechter niet anders kan dan die stellingen voor waar aan te nemen.

Geen principieel verweerstikstofdepositie

Hier wreekt zich dat het rechtbankproces gevoerd was tussen een activistische milieugroep (MOB) en het door D66 gedomineerde provinciebestuur, die het in feite eens waren dat stikstof dé bepalende factor is voor de natuurkwaliteit van Natura2000-gebieden. De betreffende veehouders werden alleen maar als derde-belanghebbenden gehoord, terwijl het over hun bestaan en levenswerk ging.

De landsadvocaat was kennelijk niet geïnstrueerd om alles op alles te zetten om de eisen van MOB onderuit te halen. Hier had toch echt veel beter en principiëler verweer kunnen worden gevoerd.

De vijf veehouderijbedrijven worden ‘piekbelasters’ voor stikstof genoemd en liggen in de buurt van de Natura2000-gebieden Deurnese Peel en Mariapeel, Groote Peel en Kampina.

Het Peelgebied is een grotendeels afgegraven en ontgonnen hoogveengebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg en is landelijk bekend geworden door de streekromanschrijver Toon Kortooms, die het zware leven, de armoede en unieke cultuur van de turfstekers treffend heeft beschreven. Meer dan 95 procent van de turf uit de Peel is in vroeger eeuwen in kachels en ovens verdwenen. Dat verleden maak je niet zomaar ongedaan, welke verwoede pogingen Staatsbosbeer nu ook doet.

Volgens de gebiedsanalyse uit 2017 was in het Natura2000-gebied Deurnese Peel en Mariapeel op een totale oppervlakte van 2734 hectare 0,02 hectare (200 vierkante meter) actief hoogveen aangetroffen. Bij monitoring in 2021 bleek zelfs die 200 vierkante meter actief hoogveen te zijn verdwenen. In Natura2000-gebied Groote Peel (totale oppervlakte 1347 hectare) werd helemaal geen actief hoogveen gevonden. Maar dat was geen reden om de bakens te verzetten.

Geen urgent probleem

In beide gebieden is nog wel het habitattype H7120 aanwezig: aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is. Vanzelfsprekend moeten de juiste omstandigheden geschapen worden om dat proces op gang te krijgen.

In een evaluatierapport uit 2014 dat gaat over herstelmaatregelen in onder meer hoogveengebieden, staat dat uit vele laboratorium- en veldexperimenten is gebleken dat ‘bij de huidige stikstofniveaus hoogveenontwikkeling mogelijk is’. Inmiddels zijn sinds 2014 de stikstofniveaus fors gedaald, in het bijzonder in de Peel. Hoe kan het dan toch een urgent probleem zijn?

De schoen wringt echter op een heel ander punt. Hoogveen is volledig afhankelijk van een stabiele waterstand en van mineraalarm regenwater. Er zijn in de Peel honderden miljoenen uitgegeven aan hydrologische maatregelen, waarbij compartimenten en kades zijn aangelegd om het regenwater vast te houden. Maar het blijkt niet te werken. De Peel is namelijk lek.

Bij extreme regenval is er wel tijdelijk sprake van een (zeer) hoge waterstand, maar na enige droogte (zoals deze zomer en in 2018, 2019 en 2022) lekt het grondwater ondanks de kades weg naar het omliggende lagergelegen gebied. Deze grote wisselingen in de waterstand maken hoogveenherstel onmogelijk, los van de vraag of je dat zou moeten willen, mede gegeven de klimaatverandering en de aanwezigheid van miljoenen hectares hoogveengebied in de rest van Europa.

In Scandinavië en de rest van Noord-Europa ligt ongeveer 20 miljoen hectare veengebied, waarvan een aanzienlijk deel uit hoogveen bestaat. De Peel was vanouds een van de zuidelijkste hoogveengebieden. Is hoogveenherstel daar überhaupt mogelijk bij een temperatuurstijging van gemiddeld 1,5 graden? Hoeveel honderden miljoenen gaan wij als belastingbetalers nog meer uitgeven aan een microscopisch klein areaal hoogveen zonder kans op succes?

Voor landbouwminister Jaimi van Essen (D66) is dat voorlopig geen vraag. In juni zegde hij de provincies Noord-Brabant en Limburg nog 300 miljoen euro toe voor verdere herstelmaatregelen in de Peel.

‘Alle beetjes helpen’

Recent maakte de stichting Aan Tafel een mooie natuurdocumentaire over de Peel, waarin de landschapsecoloog Henk Rampen een heldere analyse gaf. De oorzaak van het uitblijven van hoogveenherstel is de extreme verdroging en de te lage grondwaterstand. Stikstof speelt nauwelijks een rol. Waarom iets na blijven streven dat onmogelijk is? Andere natuur is ook heel waardevol.

Ook in Natura 2000-gebied Kampina vormt verdroging een belangrijk knelpunt, naast de aanvoer van voedingsstoffen door ganzen naar de vennen. Beheermaatregelen in het gebied zouden dus op zijn plaats zijn. Maar nee, onder het provinciale motto ‘alle beetjes helpen’ krijgt de (mogelijke) stikstofdepositie van buiten het gebied de hoofdrol toegemeten.

Uit dit alles wordt duidelijk dat sluiting van de vijf veehouderijbedrijven geen aantoonbaar positief effect op de natuur zal hebben en dat dit dus een disproportionele maatregel is. Bij mijn weten zijn al deze punten niet door de provincie ingebracht bij de rechtbank. Hoe verbazingwekkend is het dan dat Vollenbroek zijn zin krijgt?

Om het wat breder te trekken: in de medische wetenschap wordt algemeen aanvaard dat alleen een juiste diagnose tot een goede behandeling van een ziekte kan leiden. De arts luistert naar de klachten van een patiënt, doet lichamelijk onderzoek en indien nodig aanvullend diagnostisch onderzoek en bepaalt dan de behandelmethode.

Voor de natuur, die volgens een wijdverbreide mening ‘op omvallen’ staat, zou hetzelfde schema moeten worden toegepast. Het beleid moet niet gebaseerd zijn op computermodellen, maar op natuurmonitoring (het feitelijk van jaar op jaar volgen van de ontwikkelingen) en waar nodig aanvullend bodemonderzoek. En daarop dan een behandelmethode baseren. De vorige staatssecretaris voor natuur Jean Rummenie (BBB) had daar oog voor. Helaas was zijn termijn te kort.

Uitgebreid bodemonderzoek

We zitten nu opgescheept met een bewindspersoon die verder borduurt op het stramien van voormalig stikstofminister Christianne van der Wal (Rutte IV) en die – om in medische termen te blijven – nog steeds aderlating toepast, het probate ‘geneesmiddel’ tegen alle kwalen uit vroeger eeuwen. Zie het plan van Van Essen voor uniforme bufferzones van 500 tot 1000 meter rond Natura2000-gebieden.

Inmiddels is er zoveel meer bekend over alle factoren die van invloed zijn op de staat van de natuur. Stikstof is daar één van, maar in de meeste gevallen zeker niet de belangrijkste.

Stichting Agrifacts heeft in een groot aantal natuurgebieden uitgebreid bodemonderzoek laten doen. De resultaten daarvan worden binnenkort bekend. Het had op de weg van het ministerie gelegen om zelf zulke onderzoeken te initiëren, maar hopelijk neemt de minister kennis van de resultaten van dit particuliere initiatief.

De Stikstoffuik 2.0

Ook lijkt mij het lezen van De stikstoffuik 2.0 van Arnout Jaspers en het onbetwiste rapport van de Wageningse (stikstof)wetenschappers Van verwarring naar verbinding verplichte kost voor Van Essen.

Komt hij niet tot inkeer, dan is het wachten op betere tijden en (na verkiezingen) nieuwe bewindspersonen die wél na een goede diagnose tot een adequaat natuurbeleid kunnen komen – zonder rigoureuze kaalslag van de boerenstand.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!