Broedt stikstofminister Van Essen (D66) op een nieuwe oorlogsverklaring aan de boeren?
Artikel beluisteren
Onlangs zag ik de indrukwekkende documentaire Natuur houdt zich niet aan natuurbeleid. Documentairemaker Robert Ellenkamp bezocht vijf representatieve natuurgebieden in Nederland en sprak daar met de terreinbeheerders aan de hand van drie vragen:
1. Hoe heeft de natuur zich de afgelopen dertig jaar ontwikkeld?
2. Is alles gelukt?
3. En zo nee, hoe komt dat?
Het blijkt dat in het algemeen de natuur erop is vooruitgegaan, maar dat de doelen niet worden gehaald. De logische vervolgvraag ‘zijn die doelen dan wel goed of haalbaar?’ werd helaas niet gesteld, maar zou in het maatschappelijke debat natuurlijk wel aan de orde moeten komen.
Als onderzoeksjournalist was het Ellenkamp opgevallen dat informatie over gunstige ontwikkelingen in de natuur vaak verstopt blijft in officiële rapporten. In een interview met het Reformatorisch Dagblad zei Ellenkamp: ‘Het lijkt wel of het slecht móét gaan met de natuur’. De verklaring daarvoor is simpel: als het goed gaat met de natuur, gaan de subsidiekranen dicht en rinkelen de kassa’s van de natuurorganisaties niet meer.
Koploper natuurbeleid
In een aansluitend gesprek verklaarde Henk Rampen, gepensioneerd regiohoofd van Natuurmonumenten, dat het Nederlandse natuurbeleid het allerduurste is van heel Europa. Kost een natuurproject 10 miljoen euro, dan is dat is prima. Kost het 30 miljoen euro? Ook goed.
Nederland wil koploper zijn, ook als het gaat om natuurbeleid. Bij een heer van stand zoals Olivier B. Bommel (‘geld speelt geld geen rol’) kan dat natuurlijk, maar voor onze overheid geldt toch dat uitgaven voor een natuurdoel altijd ten koste gaan van andere noodzakelijke taken, zoals zorg, onderwijs en veiligheid.
Desondanks heeft het kabinet-Jetten in het regeerakkoord afgesproken om 20 miljard euro extra voor de natuur uit te geven ‘om de stikstofcrisis op te lossen’. Om dat voornemen uit te werken, broedt landbouwminister Jaimi van Essen (D66) nu samen met zijn ambtenaren op een plan dat op 26 juni moet worden gepresenteerd.
Wat is van dat plan te verwachten?
De voortekenen daarvoor zijn niet gunstig. Twee bereidwillige landbouworganisaties, te weten de LTO en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) werden op kabinetsniveau ontvangen. Meer kritische landbouworganisaties werden ostentatief genegeerd. Uit de bedrijfsbezoeken die de minister geregeld brengt en waarvan op sociale media verslag wordt gedaan, blijkt zijn voorkeur voor de alternatieve en biologische landbouw, hoewel die sector met een aandeel van ongeveer 5 procent slechts een nichemarkt is.
Onhaalbare deadlines
Het is goed om hier nog even in herinnering te brengen hoe onder het derde kabinet-Rutte (2017-2022) de wet stikstofreductie en natuurverbetering tot stand kwam. Na de vernietigende uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) uit 2019 overtoepten partijen elkaar in gestrengheid.
Via een akkoord op het laatste moment met SP, SGP en 50Plus werd de wet uiteindelijk met ruime meerderheid – inclusief de steun van de toenmalige regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – aangenomen, waardoor harde percentages en deadlines als resultaatverplichtingen in de wet kwamen. In 2025 moest 40 procent van de stikstofgevoelige natuur beneden de Kritische Depositie Waarden (KDW) zijn gebracht, in 2030 moet dat percentage stijgen naar 50 procent en in 2035 moet het 74 procent zijn.
PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren stemden tegen omdat ze de wet niet ver genoeg vonden gaan; PVV en FvD deden hetzelfde omdat de wet te radicaal zou zijn (BBB was nog niet in de Kamer vertegenwoordigd). Wie er gelijk had, laat ik graag aan de lezer, maar feit is dat Greenpeace vorig jaar makkelijk kon scoren in het proces tegen de Staat: omdat de eerste deadline al onhaalbaar bleek.
Onder het vierde kabinet-Rutte werd op 10 juni 2022 het beruchte stikstofkaartje van toenmalig VVD-minister Christianne van der Wal gepubliceerd. Het toonde per gebied de indicatieve percentages waarmee de stikstofuitstoot omlaag moest om de natuurdoelen te halen, overigens geheel in lijn met het toenmalige programmapunt van D66 om de veestapel in Nederland te halveren. Na intensieve protesten en een adviesrapport van Johan Remkes werd de kaart in oktober 2022 officieel van tafel geveegd.
Tijdens het kabinet-Schoof (2024-2026) kwam er onder het ministerschap van Femke Wiersma (BBB) wat meer rust over deze kwestie, maar haar termijn was te kort om de rekenkundige ondergrens voor stikstofberekeningen (RKO), nu 0,005 mol per hectare per jaar – het welbekende vogelpoepje van Arnout Jaspers – op tenminste 1 mol te brengen en de KDW uit de wet te halen. De (alleen in Nederland bestaande) stikstofcrisis zou dan tot het verleden hebben behoord. In Duitsland en Denemarken, toch ook EU-lidstaten, is de RKO respectievelijk 21 en 35 mol.
Terug bij af
Inmiddels zijn we weer terug bij af. D66 heeft weliswaar het standpunt over de halvering van de veestapel verlaten, maar onofficieel duidt alles in die partij op dezelfde tendens – de denkwijze is niet veranderd. Het wetsontwerp van Wiersma, dat volgens het advies van de Raad van State beter zou moeten worden gemotiveerd (misschien biedt ook de documentaire van Ellenkamp daartoe een aanknopingspunt?), ligt nu waarschijnlijk in een diepe la op het ministerie te verstoffen.
Een lichtpuntje bij dit alles is een nieuw verschenen rapport Van verwarring naar verbinding, geschreven door een groep experts uit onder andere Wageningen (niet de minsten), die altijd hebben gewezen op de gevaren van stikstof voor de natuur. Zelfs stikstofprofessor Jan Willem Erisman, die er zelf niet aan heeft meegeschreven, zei het voor 95 procent met het rapport eens te zijn.
Van verwarring naar verbinding heeft als kernboodschap dat natuurherstel na een reductie van emissie pas op lange termijn ontstaat. Bij een technische briefing voor de Tweede Kamer verklaarde een van de schrijvers, bodemkundige Wim de Vries, dat het wel honderd jaar kan duren voordat de stikstoferfenis van de vorige eeuw uit de bodem is verdwenen.
Dat werpt natuurlijk een heel ander licht op de wet stikstofreductie en natuurverbetering en de daarin met deadlines opgenomen resultaatverplichtingen van de Staat. Het rapport beveelt aan om te komen tot een integrale stikstofaanpak die werkt met doelsturing op bedrijfsniveau in plaats van de huidige modelmatige berekeningen van stikstofdepositie op natuurgebieden.
Het rapport adviseert een combinatie van maatregelen:
- Lokaal beleid: creëer emissiearme zones van maximaal 500 meter rond de meest stikstofgevoelige natuurgebieden.
- Gebiedsgericht beleid: in regio’s met hoge emissiedichtheid (Gelderse Vallei en de Peel) extensivering, uitkoop, ruilverkaveling of landinrichting, technische innovaties in stallen, enzovoorts. Beoogde emissiereductie 50 tot 65 procent ten opzichte van 2019.
- Generiek emissiebeleid: emissiereductie 25 tot 30 procent ten opzichte van 2019.
Essentieel bij dit alles is dat weer vergunningen worden afgegeven. Dan zijn ook weer investeringen in onder meer innovaties mogelijk. Uiteraard hoort bij dit alles dat de RKO naar 1 mol gaat en dat de KDW uit de wet verdwijnt.
Ik heb begrepen dat de meeste boeren met deze oplossingsrichting (die bovendien heel wat minder dan 20 miljard euro zal kosten) kunnen leven. Tweede Kamerlid Pieter Grinwis (ChristenUnie) reageerde meteen positief en concludeerde: ‘Strik er omheen en invoeren’. De panacee van Progressief Nederland en de Partij voor de Dieren – eerst moet de natuur zijn hersteld en dan kunnen weer vergunningen worden afgegeven – zal daarentegen zonder enige twijfel leiden tot ‘operatie geslaagd, patiënt (de boer) overleden’.
Hernieuwde oorlogsverklaring
Afgewacht moet worden welke koers minister Van Essen gaat varen. Uit het geruchtencircuit maak ik op dat hij een soort tussenweg wil kiezen. In Het Financieele Dagblad stond: ‘Kabinet zet in op minder vee, 1-kilometerzones rond Natura2000-gebieden en strengere grondgebondenheid’. Dat zijn natuurlijk nog maar speculaties, maar 1-kilometerzones rond Natura2000-gebieden betekenen wel dat bijna 250.000 hectare landbouwgrond in Nederland voor de voedselvoorziening verloren gaat. Dat is een hernieuwde oorlogsverklaring aan de boeren.
Iets vergelijkbaars zien we bij het visserijbeleid. Nadat enkele jaren geleden al delen van de Noordzee om ‘ecologische redenen’ waren afgesloten voor de visserij, vindt er nu in nauwe samenwerking tussen onder andere Rijkswaterstaat, het ministerie van LVVN, de provincies Noord-Holland, Friesland, Groningen en natuurorganisaties onderzoek plaats naar de ecologische toestand van de Waddenzee en de mogelijkheden om deze ook deels of geheel voor de visserij af te sluiten.
In dit verband wijs ik op Tjeerd de Groot. Als Tweede Kamerlid van D66 speelde hij een grote rol speelde bij de totstandkoming van de wet stikstofreductie en natuurverbetering; nu is hij voorzitter van de Waddenvereniging. Hij is bij uitstek iemand die de weg kent in Den Haag, waar het ‘ons kent ons’-gehalte niet moet worden onderschat.
Nieuwe naam
Maar gelukkig is ook daar een lichtpuntje.
De marine-ecoloog en emeritus hoogleraar Jaap van de Meer (waarom zijn het altijd gepensioneerden die met een verhelderende visie komen?) schreef recent voor de Tweede Kamer een position paper met een korte en simpele boodschap: er is ‘geen enkele reden om delen van de Noord- of Waddenzee af te sluiten voor de visserij’. Intussen worden in Kampen met overheidssubsidie vissersboten gesloopt.
Af en toe bekruipt mij de vraag of het departement niet een andere naam verdient: ministerie tegen Landbouw en Visserij. Al dat alarmisme, ook van officiële zijde, wat steekt daar toch achter? Moet iedereen ambtenaar worden? Moeten we allemaal mee-eten uit de staatsruif?
Maar hoe wordt die staatsruif dan gevuld?
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















