De wensnatuur in Nederland moet aan veel te veel eisen voldoen – en zal dus altijd zakken voor haar eindexamen

WW Jaspers 4 juli 2026
Laura Bromet (PRO) en Lidewij de Vos (FvD) tijdens het Tweede Kamerdebat over de stikstofplannen van D66-minister Jaimi van Essen. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Een nieuw kabinet, een nieuw plan, het is weer stikstof Groundhog Day in de Tweede Kamer. In veel opzichten zou een update van De Stikstoffuik nu, na drie jaar, niet méér om het lijf hoeven hebben dan de naam van de toenmalige minister Christianne van der Wal vervangen door die van Jaimi van Essen.

Een van de onvermijdelijk terugkerende discussiepunten is ‘de staat van de Nederlandse natuur’. Toen hadden we voor D66 aartsdemagoog Tjeerd de Groot in de Kamer die voortdurend riep: ‘de natuur staat op omvallen’ en ‘de natuur kan geen dag meer wachten’. Stukje perspectief: onlangs vertelde de recent gepensioneerde stikstofprofessor Wim de Vries in een hoorzitting van de Tweede Kamer dat als je alleen de stikstofdepositie reduceert, het in de desbetreffende Natura2000-gebieden vijftig tot honderd jaar kan duren eer je daar effect van ziet. De Vries zei ook dat stikstofreductie slechts ondersteunend werkt bij allerlei ander, veel dringender beheer dat maatwerk per Natura2000-gebied vergt.

Deze Tjeerd de Groot is een tijdje geparkeerd geweest in een vage sinecure als senior fellow bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden, maar is nu weer helemaal terug als directeur van de Waddenvereniging, met speciale focus op ‘natuurherstel van de Waddenzee’.

Spraakverwarring

In de Tweede Kamer ontstond vorige week hardnekkige spraakverwarring over die ‘staat van instandhouding’ van de Natura2000-gebieden. Lidewij de Vos, fractievoorzitter van Forum voor Democratie, stelde dat 80 procent van deze gebieden volgens gegevens die het ministerie zelf naar Brussel stuurde, in goede of uitstekende staat verkeert. De minister reageerde vol ongeloof, en stelde daar tegenover dat het met 80 procent van de natuur in Nederland juist slecht gaat. Na een partijtje welles-nietes beloofde de minister ‘binnen twee weken’ met een onderbouwing van zijn cijfers te komen.

Je zou denken dat De Vos en Van Essen niet allebei gelijk kunnen hebben, maar dan heeft u een heel simplistisch beeld van de ecologische rekenkunde. In hoofdstuk 3 van De Stikstoffuik kom ik ook op die 80 procent uit, op basis van de verplichte, zesjaarlijkse beoordeling van de ‘staat van instandhouding’ door de terreinbeheerders. 80 procent van het areaal kreeg toen het oordeel ‘positief’ of ‘stabiel’.

Wat nog meer afbreuk doet aan de status van stikstof als plaag voor de natuur: in een deel van de Natura2000-gebieden die het oordeel ‘negatief’ kregen, wordt de KDW niet overschreden (daar daalt dus niet te veel stikstof neer) en omgekeerd kreeg een deel van het gebied waarin de KDW wel overschreden werd, het oordeel positief of stabiel.

Uiteindelijk kom ik uit op naar schatting slechts 300 vierkante kilometer natuur die het oordeel ‘negatief’ kreeg en waar de KDW overschreden wordt. Dat is 4,4 procent van het totale areaal aan beschermd natuurgebied. Dat is de ware omvang van de ‘verstikkende deken’ die volgens de huisecologen van het ministerie van LVVN over Nederland ligt.

Maar waarom heeft de minister dan mogelijk ook gelijk? Omdat bovenstaande gaat over het areaal, dus over de oppervlakte. Voor ecologen is dat veel te simpel, die tellen de staat van instandhouding van habitats.

Een habitat is een type natuur dat in Nederland beschermwaardig geacht wordt, zoals ‘vochtige duinvalleien’ of ‘beuken-eikenbossen met hulst’. Voor elke habitat zijn een aantal typerende planten- en diersoorten voorgeschreven die in zo’n gebied moeten voorkomen, anders krijgt het geen gunstige beoordeling. Ook komt vrijwel elke habitat in meerdere Natura2000-gebieden voor. Als in slechts één van die Natura2000-gebieden een paar van die soorten ontbreken, kan dat hele habitat al het oordeel ‘ongunstig’ krijgen. Dat het in al die andere Natura2000-gebieden prima gaat met die soorten, telt dus niet mee. Het is alsof een klas scholieren eindexamen doet, en als ook maar één van die kinderen twee onvoldoendes haalt en zakt, dan is de hele klas gezakt.

Zo krijg je voor mekaar – volgens minister Van der Wal destijds – dat maar 12 procent van de habitats in een goede staat van instandhouding verkeert.

Bestuurlijke incest

De manier waarop provincies en grote terreinbeheerders (Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten) hun eigen vlees keuren komt neer op bestuurlijke incest. Ze hebben er alle belang bij om doemverhalen over hun eigen natuurgebieden te verspreiden, want dan pas gaan de landelijke subsidiekranen open.

Dat is overduidelijk als je kijkt hoe de provinciale Natuurdoelanalyses (NDA’s) tot stand komen, op grond waarvan provincies geld kunnen claimen uit het Stikstoffonds, dat in Van der Wals tijd 24,3 miljard euro groot was, en nu 20 miljard.

Zelfs de Ecologische Autoriteit (een club vol geestverwanten van Jetten c.s.) vindt die NDA’s kwalitatief onder de maat, maar toch gelden die als maatstaf voor hoe de natuur ervoor staat. Meest flagrante boekhoudtruc: als een bepaald gegeven over een gebied ontbreekt, krijgt dat gegeven automatisch code rood. Bijvoorbeeld: als nergens in de Biesbosch de verzuring van de bodem door stikstof gemeten is, krijgt de bodem in de hele Biesbosch het oordeel ‘ernstig verzuurd door stikstof’. Dit is schering en inslag in al die NDA’s.

Wie echte data tegenover deze ambtelijke luchtfietserij plaatst, wordt verdacht gemaakt en doodgezwegen door de ‘officiële’ ecologen en hun willige actievoerders. Dat overkwam onder andere Henri Prins, die na zijn pensionering als ecoloog aan de Wageningse universiteit het verspreidingsgebied van alle 521 typerende habitatsoorten in kaart bracht, en puur op grond van die data concludeerde dat het met 88 procent van deze soorten goed of prima gaat.

Alweer veel te simpel, volgens de stikstofecologen: die beoordelen typerende soorten per habitat en concluderen dan dat het met slechts 26 procent van deze soorten goed genoeg gaat.

Waddenzee op omvallen?

Hoe staat het ervoor met het op één na grootste – en internationaal verreweg belangrijkste – Natura2000-gebied, de Waddenzee? Die is niet stikstofgevoelig, de ‘verstikkende deken’ wordt daar tweemaal daags weggespoeld door de getijden vanuit de Noordzee, dus daar zal het dan toch wel meevallen?

Onder de bezielende leiding van Tjeerd de Groot produceerde de Waddenvereniging onlangs een rapport dat nog creatiever is dan die NDA’s, dus u raadt het al: de Waddenzee verkeert in een zeer zorgelijke toestand. Staatsbosbeheer is de geesten rijp aan het maken om alle visserij en recreatie uit de Waddenzee te verbannen, want de Waddenzee staat op omvallen. Dat zijn nu nog mijn woorden, maar hou die Tjeerd de Groot in de gaten.

Waar het op neerkomt: de wensnatuur in Nederland moet in zoveel vakken tegelijk goede cijfers halen, dat ze altijd zal zakken voor haar eindexamen.

Arnout Jaspers is wetenschapsjournalist, columnist van Wynia’s Week en schrijver van onder meer de bestseller De Stikstoffuik. Zijn boek is overal te koop, zoals HIER

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!