De stikstof-obsessie was al gekkigheid. Maar helemaal nu er echt crisis is.

JASPERS020322-stikstof
Natuur op de Nederlands-Belgische grens: de Kalmthoutse heide

Het nieuwe Duitse kabinet reserveert nu 100 miljard euro voor de versterking van de defensie. Het nieuwe kabinet Rutte-IV reserveerde 25 miljard voor het aanpakken van wat de ‘stikstofcrisis’ wordt genoemd.

Zo gerekend trekt Nederland verhoudingsgewijs meer geld uit voor een illusoire strijd tegen bramen en brandnetels dan Duitsland – dat vijf keer meer inwoners heeft – voor de verdediging tegen een echte, buitenlandse agressor. Arnout Jaspers over de peperdure onzin van Nederland Stikstofland, die ook nog eens de eigen voedselproductie bedreigt.

In Noord-Duitsland is de stikstofuitstoot net zo hoog als in Nederland, maar daar is helemaal geen crisis. In Vlaanderen is het een beetje crisis: 60 landbouwbedrijven zullen worden uitgekocht. In Wallonië en de rest van Europa boert men gewoon door. Waar komt die Nederlandse obsessie voor stikstof vandaan en waarom heeft het kabinet daar tientallen miljarden voor over?

In een vorig artikel over de wat de ‘stikstofcrisis’ wordt genoemd wierp ik als hypothetisch voorbeeld op, dat één hondendrol per hectare per jaar al de norm voor stikstofdepositie in ‘overbelaste’ Natura2000-gebieden overschrijdt. Deze overbelasting door honden is geen hypothese meer: Belgische onderzoekers hebben voor natuurgebieden rond Gent berekend dat honden daar 11 kilo stikstof per hectare per jaar achterlaten.

‘We waren verast door die enorme hoeveelheden nutriënten,’ aldus de eerste auteur van deze studie, Pieter de Frenne, in het biologenclubblad Bionieuws. Het is maar wat je ‘enorm’ noemt: dit komt neer op iets meer dan 1 gram stikstof – zeg maar: 1 vogelpoepje – per vierkante meter per jaar.

Ecologen vinden desgevraagd dat u ofwel met uw hond helemaal die natuurgebieden niet meer in mag, of ze moeten aangelijnd blijven, en u moet, net als in de Vinex-wijk, de drollen oprapen en in een plastic zakje mee terug nemen. Het wachten is nog op de ecoloog die eist dat honden in natuurgebieden een luier om moeten, want ook urine bevat veel stikstof.

Nu ook in Vlaanderen

Met dit onderzoek zijn we in Vlaanderen beland, waar het verloop van de stikstofperikelen een treffende gelijkenis vertoont met Gidsland Nederland. De Nederlandse stikstofcrisis was het gevolg van de Raad van State die in 2019 het Programma Aanpak Stikstof (PAS) torpedeerde, in een proces aangespannen door serieprocedeerder Johan Vollenbroek.

In Vlaanderen spanden Natuurpunt en de Limburgse Milieukoepel in februari 2021 een proces aan en was het de Raad voor Vergunningsbetwistingen die hetzelfde deed met de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS). De Vlamingen liepen dus twee jaar achter, maar zijn veel sneller met een definitief plan gekomen: hun Krokusakkoord van 23 februari dit jaar voorziet in het gedwongen sluiten van de zestig meest uitstotende bedrijven, plus een aanbod voor vrijwillige sluiting aan nog 116 bedrijven. Bovendien moet het aantal varkens in Vlaanderen in 2030 met 30% verminderd zijn. Totale prijskaartje: 3,6 miljard euro.

Nederland gaat veel verder

Ook dit zijn forse ingrepen, waar gemor tegen klinkt van Vlaamse landbouworganisaties, maar onvergelijkbaar met de voorgenomen kaalslag in de Nederlandse veeteelt. Hier domineert de legalistische aanpak.

Door de uitspraak van de Raad van State zijn talloze boeren met hun bedrijf in een juridisch niemandsland beland. Vollenbroek probeert zijn juridische zegetocht nu voort te zetten door lokale overheden te dwingen om daar naar de letter van de wet op te gaan handhaven.

In Vlaanderen is er voor gekozen om slechts een klein aantal bedrijven te sluiten die nabijgelegen Natura2000-gebieden het meest belasten met stikstof. Ook in Nederland zou dat al een stuk schelen, maar niks daarvan: elke minieme, potentiële overschrijding van de norm zorgt al voor het ongeldig worden of niet verlenen van de vergunning. Gevolg: duizenden Nederlandse boeren hangt nog steeds gedwongen staking van hun bedrijf boven het hoofd.     

In Wallonië: niets aan de hand

Hoewel de Vlaamse aanpak pragmatischer is, geldt ook daar in wezen het primaat van de Kritische Depositie Waardes (KDW’s): voor elk soort ecosysteem is een exacte grens vastgelegd hoeveel stikstof (en andere nutriënten, zoals fosfor) daar per hectare per jaar mag neerdalen. Is die grens al bereikt of  overschreden (al wordt dat vaker met een model berekend dan gemeten), dan mag er niet één hondendrol per jaar meer bij.

Charmant is ook, dat het Krokusakkoord biologische veehouders vrijstelt van stikstofreducerende maatregelen zoals emissiearme stallen of luchtwassers, die wel verplicht zijn voor reguliere veehouders. Logisch toch? Immers, biologische koeien moeten naar buiten kunnen, dus moet de stal openingen bevatten, aldus belangenvereniging BioForum. 

Omdat Vlaanderen en Wallonië één land vormen, zou je misschien verwachten dat het daar ongeveer hetzelfde geregeld is. Nee dus: in Wallonië wordt voor de vergunningsverlening van geval tot geval in de praktijk bekeken of een landbouwbedrijf schade berokkent aan nabijgelegen natuurgebieden. Uit Wallonië komen geen berichten over uitkoopregelingen of gedwongen bedrijfssluitingen.   

Als Vlaanderen en Nederland al kiezen voor stringente regeldrift, zou je op grond van het veronderstelde nationale karakter verwachten dat in Duitsland de stikstof’crisis’ helemaal tot het kookpunt komt. Echter: niets is minder waar. Onze oosterburen zijn verrassend lankmoedig over overschrijdingen van de Kritische Depositie Waardes in hun natuurgebieden.

Tot het vonnis van de Raad van State in 2019 gold in Nederland, dat als een bedrijf volgens het rekenmodel Aerius minder dan 14 gram stikstof per hectare per jaar liet neerslaan in nabijgelegen Natura2000-gebieden, de zogeheten grenswaarde, er geen milieuvergunning nodig was. Na dat vonnis werd de grenswaarde 0,7 gram per hectare per jaar, een onmeetbaar kleine hoeveelheid.

In Duitsland: geen onteigeningen

In Duitsland heeft een bedrijf pas een vergunning nodig als die berekende depositie 100 gram stikstof per hectare per jaar is. Dus is in Duitsland, hoewel ook daar een sterke eco-lobby bestaat, geen sprake van veehouders onteigenen en de eigen landbouw onthoofden.

Kan het nog ruimer? Jazeker. In Denemarken, toch ook bepaald geen bananenrepubliek en qua ‘duurzame’ energie de lieveling van groenlinkse dromers, is de grenswaarde 700 gram als er geen andere stikstof uitstotende bedrijven in de buurt zijn, en 200 gram in een cluster van zulke bedrijven.

Landbouworganisatie LTO bepleit dan ook om de extremistische grenswaarde van 0,7 gram los te laten en terug te gaan naar de grenswaarde van voor 2019, dus 14 gram. Nee, zeggen Nederlandse ecologen in koor, alleen hier is het water de natuur dermate tot de lippen gestegen, dat er geen gram stikstofdepositie meer bij kan.

Nederland wordt dan steevast opgevoerd als de grote viezerik van Europa, met per hectare de hoogste stikstofuitstoot van alle landen. Nog los van het feit dat die uitstoot de afgelopen dertig jaar al meer dan gehalveerd is door alle innovaties in de landbouw, is dat geen eerlijke vergelijking, zoals onderstaand kaartje van de ammoniakuitstoot in Europa laat zien.

Bron: Pineti3

De uitstoot per hectare is hier zo hoog, omdat Nederland vrijwel geen echt natuurgebied met een lage uitstoot heeft die het nationale gemiddelde omlaag brengt. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben dat wel. Het noorden van Duitsland is bijvoorbeeld een gebied groter dan Nederland met eveneens een zeer hoge uitstoot per hectare, en hetzelfde geldt voor het noorden van Italië.

Als Noord-Duitsland en Noord-Italië afzonderlijke landen waren, zouden die Nederland in de Europese ranglijst van viezerikken naar de kroon steken. Dat op zich kan dus geen argument zijn om in Nederland veel strengere stikstofnormen te hanteren dan in onze buurlanden.

Zal het Nederlandse stikstoffonds de komende jaren werkelijk gevuld raken met 25 miljard euro belastinggeld, om onze eigen landbouw goeddeels te liquideren? Waarschijnlijk niet.

Voorspellen is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk, als het over de groenlinkse droomwereld gaat. Zodra namelijk de harde realiteit door die bubbel heen prikt, komen de meeste politici – beter laat dan nooit – tot bezinning.

Nu Kiev gebombardeerd wordt, zien we dat gebeuren met energie en defensie: linkse partijen pleiten in de Tweede Kamer voor verhoging van het defensiebudget, een historisch unicum, en eindelijk realiseert men zich hoe funest het is om afhankelijk te zijn van Russisch gas. Onder een acute dreiging kunnen we die scheuren in Groningse huizen weer in perspectief zien, en komt het opnieuw wijd opendraaien van de gaskraan in Slochteren in beeld. In Duitsland is zelfs het terugdraaien van de Atomausstieg bespreekbaar geworden.

Misschien zal de economische fall-out van de oorlog in de Oekraïne al zo ernstig zijn, dat het over de balk smijten van 25 miljard euro om overgevoelige plantjes en vlindertjes voor Nederland te behouden definitief van tafel gaat.

Misschien is er nog een andere crisis voor nodig om politici het realiteitsbesef bij te brengen, dat eigen voedselproductie, net als een geloofwaardige defensie en een betrouwbare energievoorziening, een eerste levensbehoefte is, die je als maatschappij geen speelbal moet laten worden van serieprocedeerders en een fundamentalistische eco-lobby.

Wetenschapsjournalist Arnout Jaspers bericht enkele keren per maand voor Wynia’s Week over mythes, misverstanden en opzettelijke onwaarheden. Steunt u deze onafhankelijke journalistiek? Uw bijdragen zijn van harte welkom op de bankrekening van Wynia’s Week NL94 INGB 0006 3945 08 of HIER. Hartelijk dank!