Defensie als grote boosdoener: de natuurbranden op militaire oefenterreinen zijn vooral een politiek vuurtje

WW Vrijsen 5 mei 2026 DEF
Er waren in 2025 in totaal 846 natuurbranden, waarvan 124 op een militair oefenterrein. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

In anderhalve week braken op militaire oefenterreinen vijf grote natuurbranden uit. Dat kon geen toeval zijn. Toen commandant der strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim – publicitair gezien minder handig – ook nog eens liet weten dat militaire oefeningen nu eenmaal ‘hard nodig’ waren en dat het leger ook tijdens een droogteperiode er niet zomaar mee kon stoppen, was de verontwaardiging groot. Maar de cijfers wijzen niet uit dat Defensie de grote boosdoener is.

CDA-burgemeester Raymond Vlecken van Weert eiste op hoge poten overleg met de defensietop. ‘We praten over mens en dier,’ zei de burgemeester. Het defensieterrein in zijn gemeente stond in brand, terwijl het wordt doorkruist door toeristische wandelpaden. Daar had Defensie rekening mee te houden.

De burgemeester kreeg vrijwel onmiddellijk een telefoontje van CDA-staatssecretaris Derk Boswijk van Defensie die ook op televisie (WNL) verklaarde dat Defensie het oefenprotocol zal aanpassen. Want zo werkt Nederland: van aangespoelde walvissen tot lekkende treinwagons en van bosbranden tot van huis weggelopen tieners, alle onheil wordt gevangen in een protocol. Er is zelfs een veiligheidsprotocol dat van kracht wordt als op een provinciale weg een hond wordt aangereden. In een risicosamenleving hebben overheidsdienaren vastigheid nodig, zodat ze eventuele kritiek terzijde kunnen schuiven. Want ‘er is gehandeld volgens het protocol’.

Door het uitblijven van regen was de natuur eind april kurkdroog. Een harde oostenwind maakte het brandgevaar extra groot. Het protocol van Defensie voorziet dan in het verbod op het gebruik van explosieven, fakkels en andere pyrotechnische middelen. Maar toch ging het mis. Onvoorzichtigheid van militairen? Misschien, de Koninklijke Marechaussee doet onderzoek, maar de kans is groot dat het weinig oplevert. Een hete uitlaat van een pantserwagen kan in dit soort omstandigheden een verdroogde graspol vlam doen vatten en voor je het weet, staat de heide in de fik. Zoek dan maar eens uit wie dat op zijn geweten heeft.

‘Gebrek aan discipline’

Op dinsdag 21 april brak op het militaire oefenterrein Ederheide brand uit. Op woensdag 29 april gebeurde dat op Artillerie Schietkamp ’t Harde (Veluwe) en op een oefenterrein bij Assen. Op donderdag 30 april ontstond brand tijdens een oefening op de Oirschotse Heide (bij Eindhoven) en diezelfde dag ook op de Weerterheide op de grens van Brabant en Limburg. Vooral de branden in ’t Harde en Weert – Budel waren onheilspellend.

Die eerste brand zorgde voor een rookontwikkeling die zelfs in Engeland te zien moet zijn geweest. De brand in de Weerterbergen leidde ertoe dat het naburige asielcentrum in Budel moest worden geëvacueerd. Ook het vliegveldje ‘Kempen Airport’ in Budel werd gesloten. Er deden onmiddellijk verhalen de ronde over een dreigende explosie van de kerosinetanks, maar dat was nogal alarmistisch. Ook de asielzoekers konden na goed anderhalf uur weer terug naar hun tijdelijke behuizing.

Er waren diezelfde anderhalve week nog tientallen andere natuurbranden, maar media-technisch waren die niet meer van belang want Defensie had er niks mee te maken. De brandweer was druk bezig het vuur te blussen, maar journalisten waren minstens zo druk met het opstoken van de verontwaardiging. Omroep Brabant en de NOS onthulden dat Kempen Airport al maanden tevoren Defensie had gewaarschuwd voor de gevolgen van ‘extreme oefeningen’ met ‘explosieven, handgranaten en vuurpijlen’. Het vliegveld constateerde ‘een gebrek aan discipline’ als oorzaak van de brand.

Dat laatste moet nog blijken. De cijfers van vorig jaar laten iets anders zien. Er waren in 2025 in totaal 846 natuurbranden, waarvan 124 op een militair oefenterrein. Dat is ongeveer één op de zeven.

Dit betekent overigens niet dat die 124 branden door toedoen van militairen zijn ontstaan en zelfs niet dat ze tijdens een militaire oefening zijn ontstaan. Bij de vijf branden op militaire oefenterreinen in de voorbije weken was dat wel het geval: er waren ter plaatse militairen aan het oefenen. Maar dan nog is het mogelijk dat een toevallige voorbijganger een peuk weggooide of dat er iets anders gebeurde waardoor de natuur vlam vatte.

Doorgang

Elke brandweerman of -vrouw zal bevestigen dat branden op militaire oefenterreinen veel makkelijker zijn te blussen dan branden in andere natuurgebieden. Eenvoudig omdat er doorgang is voor zwaar materieel. Bij de brand in ’t Harde was daarom alles erop gericht te zorgen dat het vuur niet zou overslaan naar de bossen en heide buiten het schietkamp. Als dat was gebeurd, was de ellende veel groter geweest, want daar kom je er met je brandweerwagens niet zomaar doorheen. Voor dat escalatierisico was in de media echter bijzonder weinig aandacht, want het spoorde niet met het beeld van Defensie als de grote boosdoener.

Ook de burgemeester van Weert wakkerde dat politieke vuurtje aan. Het pikante daarvan is dat het asielzoekerscentrum Budel (op het grondgebied van de Brabantse gemeente Cranendonck) een voormalige legerplaats is. Het militaire terrein werd tijdelijk beschikbaar gesteld aan het COA (Centrale Opvang Asielzoekers), dat de met de gemeente afgesproken termijnen telkens weer wist op te rekken. Wat de lokale politieke partijen niet lukte, kreeg Defensie in december 2025 wel voor elkaar: het besluit doordrukken dat het asielcentrum verdwijnt. In 2028 wordt de legerplaats weer legerplaats.

Wat betekent dit voor het brandgevaar in dit bosrijke gebied? Moet de burgemeester van Weert het ergste vrezen?

Kloeke maatregelen

Zo’n zestig jaar geleden was er ter plaatse een enorme bosbrand. Om herhaling te voorkomen, werden kloeke maatregelen genomen. Zo werden er brede brandgangen aangelegd en werden extra brede zandwegen door de bossen aangelegd. Minstens twee keer per jaar werden de bermen van deze dreven omgeploegd en werd alle vegetatie verwijderd. Vlakbij de legerplaats werd een enorme metalen toren gebouwd voor de brandwacht die met een verrekijker de omgeving in de gaten hield tijdens elke droogteperiode. Gedurende de rest van het jaar was diezelfde toren voor iedereen het teken dat met brandgevaar niet te spotten valt. Ik durf dit zo te stellen, omdat ik in deze omgeving opgroeide.

De bossen waren destijds productiebossen. De dennenstammen werden gebruikt in de Limburgse en Belgisch-Limburgse mijnen om gangen en schachten te stutten. Dennenhout is daarvoor zeer geschikt, want het begint eerst volop te kraken voordat het bezwijkt. Dus wisten de mijnwerkers wanneer ze moesten maken dat ze wegkwamen.

In dergelijke productiebossen werden alle dode bomen meteen verwijderd. Dood hout belemmert de groei van gezonde bomen en zorgt tijdens een droogteperiode voor extra brandgevaar. Maar een dergelijke discipline in het bosbeheer is niet meer van deze tijd. Het huidige bosbeheer streeft naar natuurlijke bossen. Veel kreupelhout. Dode takken en dode boomstammen moeten blijven liggen, want daarin nestelen zich allerlei insecten en die zijn het begin van de voedselketen. Voorheen was dit uit den boze, want de kevers en torretjes zouden op den duur ook de gezonde bomen aantasten, maar nu wordt erop gerekend dat de vogelstand zo zal floreren dat er een natuurlijk evenwicht ontstaat.

De laatste jaren ontaardt het bosbeheer op tal van plaatsen in Brabant zelfs in het grootschalig kappen van bomen. Amerikaanse eiken staan er soms al een eeuw, maar zijn tot exoten verklaard en worden genadeloos gekapt. Ook inheemse bomen worden gekapt om de routes van mountainbikers te blokkeren. Tot ontsteltenis van wandelaars worden – bij voorbeeld in een bosgebied nabij Boxtel – zelfs voetpaden gebarricadeerd. Vanwege de ecologisch verantwoorde natuur worden talloze bomen gerooid en dwars over de paden gelegd. De motorzaag als symbool van uw ecologische heilstaat. Om diezelfde reden worden in de bossen ook droge takken bij elkaar geschoven in de hoop dat vogeltjes zich er beter kunnen nestelen.

Het zijn maatregelen die volledig achter een bureau worden bedacht met geen andere drijfveer dan fanatieke regeldrift. Met liefde voor de natuur heeft het weinig te maken. En als het een tijdje niet regent, veranderen al deze blokkades van kurkdroog hout in een soort omgekeerde brandgangen. Cijfers hierover zijn er niet, maar iedereen die het ziet zal beseffen dat dergelijke dorre barricades een eventueel vuur in razend tempo van het ene bosperceel naar het andere geleiden. Er is zelfs geen zandweggetje of wandelpad meer om het vuur te vertragen. Dankjewel, ecologen!

Klimaatverandering

Als het misgaat, biedt de klimaatverandering een voor de hand liggende verklaring, zoals D66-klimaatminister Stientje van Veldhoven in Buitenhof betoogde. Verdroging of vernatting, het komt allemaal doordat we de CO2 uitstoot niet genoeg verlagen. Dus Nederland moet er qua duurdere energie nog een schepje bovenop doen. Aan een verlaging van de belastingen op benzine valt al helemaal niet te denken. En voor het overige rekent de overheid op de protocollen van Defensie.

Defensie?

Jawel, bij grote natuurbranden komen de Cougard- en Chinookhelikopters van de luchtmacht in actie. Onder elk toestel hangt een ‘Bambi Bucket’, een waterzak van 2.500, respectievelijk 7.600 liter. Met aan de onderkant een vernevelaar, zodat je er een flink oppervlak mee kunt blussen. De genie kan in allerijl waterputten slaan en beschikt ook over bulldozers die brandgangen aanleggen. Vierduizend manschappen worden gereedgehouden om met zogenoemde ‘vuurzwepen’ op brandende heidestruiken te slaan teneinde de vlammen te doven.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!