Deze crisis pleit juist voor minder Haags zorgcentralisme

Minister (en CDA-lijsttrekker) Hugo de Jonge: ‘Deze crisis is een groot pleidooi voor minder markt en meer centrale regie.’

Een groep huisartsen schreef vorige week een open brief aan de leden van de Eerste en Tweede Kamer waarin ze pleitten voor meer overheidsbemoeienis met de zorg. Volgens de initiatiefnemers,  de huisartsen Toosje Valkenburg, Bart Meijman en Peter de Groof, heeft de coronacrisis aangetoond dat de overheid in staat is om ‘met verregaande maatregelen de gezondheid van de burgers te beschermen.’

Deze huisartsen keren zich al langere tijd onder het motto ‘Het roer moet om’ tegen de vermeende marktwerking en de bureaucratie in de zorg. Hun opvattingen vertonen opvallende overeenkomsten met de standpunten van de SP. In hun laatste manifest voegen ze daar nu aan toe dat niet zinnige zorg teruggedrongen moet worden. Dat laatste kan niemand het mee oneens zijn: alles wat niet zinnig is, moet altijd teruggedrongen worden.

Minister Hugo de Jonge wil ook minder markt

De actiegroep ‘Her roer moet om’ vindt in minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid een medestander. Tenminste daar lijkt het op het eerste gezicht op. In een interview in het Algemeen Dagblad zei hij dat wat hem betreft er minder geconcurreerd moet worden in de zorg en dat de overheid meer mogelijkheden moet krijgen om in te grijpen: ‘De centrale overheid moet soms een dwingende en sturende rol hebben’. ‘Deze crisis is een groot pleidooi voor minder markt, meer samenwerking en meer centrale regie.’ De Jonge wil het ongebreideld marktdenken terugdringen.

Toch is de eensgezindheid onder de tegenstanders van marktwerking niet zo groot als het lijkt. Minister de Jonge wil bijvoorbeeld de mogelijkheid om de vergoeding voor ongecontracteerde zorg te verlagen. Ongecontracteerde zorgaanbieders, zoals de zelfstandige wijkverpleegkundige, psycholoog of de fysiotherapeut die geen contract heeft met de zorgverzekeraar, zijn veel duurder dan de gecontracteerde zorgaanbieders. Dit komt omdat zij veel meer uren zorg in rekening brengen dan gecontracteerde aanbieders.

Minister de Jonge wil aan de wildgroei van deze, in zijn ogen, ‘zorgcowboys’ een einde maken. Veel andere tegenstanders van marktwerking, zoals die van ‘het roer moet om’, zien dit echter als aantasting van de vrije artsenkeuze en vinden dat hierdoor de macht van de zorgverzekeraars nog groter wordt.

Journalistieke afkeer van de markt

De roep om meer overheidsbemoeienis met het leven van burgers is niet nieuw. Zo schreef de journalist Marcel ten Hooven vorig jaar in het weekblad De Groene Amsterdammer dat ‘Het neoliberalisme wil de staat terugtrekken uit de zorg voor mensen, met als een van de argumenten dat ze zo van bemoeizucht worden verlost’.

Het einde van het neoliberalisme is ook al vaak aangekondigd. In Trouw beschreef Lex Oomkes zijn afkeer van het neoliberalisme: “Sinds de val van het tweede kabinet Kok in 2002 wordt met het jaar duidelijker dat de grenzen van wat het neoliberalisme vermag naderen.” Hoopvol voegt hij er aan toe: “Nu verschuift het accent naar wat de overheid moet doen”.

Nu dat hebben we in de afgelopen maanden gezien. Een nationale ramp zoals de coronacrisis is bij uitstek het moment waarop de overheid moet laten zien wat het waard is.

Corona toont nou juist: meer overheid is ongewenst

De coronacrisis laat juist zien waarom grotere overheidsbemoeienis ongewenst is. De overheid heeft bij de aanpak van de crisis een paar steekjes laten vallen. Het draaide tijdens de crisis wel erg vaak om de ziekenhuizen, waardoor vooral de verpleeghuizen waar de meest kwetsbare mensen verblijven in de kou stonden.

Alle testen en beschermingsmiddelen werden naar de ziekenhuizen gedirigeerd. Het kabinet realiseerde zich niet dat zich ondertussen in sommige verpleeghuizen een stille ramp aan het voltrekken was. Alles was er op gericht om overbelasting van de ziekenhuizen te voorkomen.

Het sluiten van de scholen door de overheid was ook niet nodig geweest. Het kabinet was daar zelf op tegen, maar ging onder druk van de onderwijsvakbonden en de Federatie Medisch Specialisten overstag. De economische schade van het sluiten van de scholen is groot. Veel ouders van kinderen werden gedwongen om thuis te blijven of konden niet werken omdat de kinderen om aandacht vroegen, of moesten opeens zorg, onderwijs en werk combineren.

Deze inschattingsfouten en verkeerde besluiten zijn geen verwijten aan het kabinet. Het kabinet moest tijdens de crisis moeilijke besluiten nemen. De fouten die tijdens de coronacrisis zijn gemaakt bevestigen echter wel de tekortkomingen van overheidsbemoeienis en centrale sturing.

De overheid is te gevoelig voor lobbydruk

De overheid is gevoelig voor de druk van de belangengroepen die het hardst roepen (zoals de ziekenhuizen en de onderwijsbonden tijdens de coronacrisis of de KLM bij de steunverklaring aan bedrijven) met als gevolg dat partijen die een minder krachtige lobby hebben (zoals de verpleeghuizen, ouders, vervoersbedrijven en de horeca) het nakijken hebben. De overheid beschikt ook nooit over alle informatie die nodig is om afgewogen beslissingen te nemen. Zo wist het kabinet lange tijd niet wat zich in de verpleeghuizen afspeelde.

Om deze twee redenen, lobbygroepen en onvolledige informatie, is het verstandig om de overheidsbemoeienis tot het minimaal noodzakelijke te beperken. De tegenstanders van het neoliberalisme zijn de pleitbezorgers voor een grotere invloed van lobbygroepen.

Het kabinet wil liever geen snel onderzoek

Het is niet voor niets dat het kabinet zich aanvankelijk verzette tegen een motie van Lodewijk Asscher en Lilian Marijnissen om nu al de aanpak van de coronacrisis te evalueren. Het kabinet had liever gewacht tot de evaluatie van de Onderzoeksraad voor Veiligheid er was. Die nemen altijd ruim de tijd voor hun onderzoek. Dat komt de coalitiepartijen beter uit want dan kunnen ze tijdens de verkiezingscampagne nog gloriëren met de aanpak van de crisis. Nu moeten ze maar afwachten wat er uit de snelle evaluatie komt en hoe dit de verkiezingscampagne beïnvloedt.

Het is voor het kabinet te hopen dat in de evaluatie rekening houdt met de rol van belangengroepen op de corona-aanpak en het feit dat besluiten werden genomen op basis van onvolledige informatie en het niet, zoals tegenwoordig gebruikelijk, een dure zoektocht naar schuldigen en zondebokken en naar kolen en geiten wordt.

De kosten van de zorg zullen tijdens de verkiezingscampagne waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. Al voor de coronacrisis berekende het Centraal Planbureau dat de stijgende zorgpremies de komende jaren alle groei van het besteedbaar inkomen van huishoudens zal opeten. Door de coronacrisis is dat alleen maar erger geworden.

Ziekenhuizen hebben de afgelopen maanden extra kosten moeten maken voor corona patiënten. Zorgverzekeraars hebben ziekenhuizen gecompenseerd voor de gemiste omzet doordat de reguliere zorg tijdens de crisis stil lag. Nu de reguliere zorg weer op gang komt maken ziekenhuizen extra kosten omdat door de “social distancing” minder patiënten behandeld kunnen worden en er bijvoorbeeld extra schoongemaakt moet worden. De komende tijd worden ook enkele honderden extra IC bedden ingericht voor het geval het aantal corona patiënten weer toeneemt. Dit zijn kostbare bedden: een nacht in een IC bed kost ongeveer €2500. Door dit alles zullen de ziekenhuiskosten flink toenemen. Een verhoging van de zorgverzekeringspremie is daardoor waarschijnlijk.

Wie gaat de rekening betalen?

GroenLinks liet vorige week weten met een spoedwet te komen om de stijging van de zorgpremie te voorkomen. Hiermee moet volgens GroenLinks worden voorkomen dat de rekening voor de extra medische kosten door de coronacrisis bij ‘gewone mensen’ terecht komt. GroenLinks leider Jesse Klaver vindt dat de “bedrijven die de afgelopen maanden winst hebben gemaakt” deze rekening moeten betalen.

Door de coronacrisis zullen er niet heel veel bedrijven zijn die de afgelopen maanden nog winst hebben gemaakt, dus wie volgens Jesse Klaver die rekening precies moet gaan betalen is niet zo duidelijk. Het goede nieuws voor Klaver is dat de stijging van de zorgverzekeringspremie al grotendeels door bedrijven wordt betaald.

Nog beter nieuws is dat de ‘gewone mensen’ de rekening niet hoeven te betalen. Dat komt niet door de crisis, maar dat was altijd al zo. De helft van de premies voor de zorgverzekeringswet worden betaald uit de inkomensafhankelijke bijdrage die werkgevers betalen.

De betalers: werkgevers en de midden- en hogere inkomens

Bedrijven zullen dus flink meebetalen aan de extra medische kosten door de coronacrisis. Als we aannemen dat de gewone mensen waar Klaver het over heeft de mensen met de lage inkomens zijn, dan kan Klaver ook gerust zijn. De lagere inkomens worden via de zorgtoeslag grotendeels gecompenseerd voor de stijging van de zorgpremies.

Wie betalen dan de rekening voor de extra zorgkosten door de Coronacrisis? Vooral de midden- en hogere inkomens. Zij ontvangen geen zorgtoeslag dus moeten de hogere nominale premie zelf betalen en via de belastingen betalen zij mee aan de zorgtoeslag om de lagere inkomens te compenseren. Ook zonder spoedwet krijgt Jesse Klaver dus al bijna helemaal zijn zin.

Lobbygroepen, onvolledige informatie, nutteloze spoedwetjes, snelle evaluaties, manifesten zoals ‘het roer moet om’ maken een ding duidelijk, afstand nemen en reflecteren is niet alleen verstandig voor het indammen van het Coronavirus maar ook om de roep om meer overheidsbemoeienis tegen te gaan.