Erdogan is de favoriete vijand van onze politici (en dat is wederzijds)

Rutte op bezoek bij Erdogan, 6 november 2012 (foto: ANP Evert-Jan Daniëls)

Er was een tijd dat Tayyip Erdogan de populairste Turkse politicus ooit was, in West-Europa. Hij wilde Turkije democratisch en Europees maken, zei hij na zijn eerste verkiezingsoverwinning in 2002 – met ‘Europese waarden’ en al. Zijn partij was zoiets als christendemocratisch, zei hij. Maar ook de liberalen in West-Europa vochten om zijn lidmaatschap. Niemand wilde zien dat hij een wolf in schaapskleren was.

Het optreden van Erdogan als gast bij de Europese top in Brussel van december 2004 had een teken aan de wand moeten zijn. Daar werd afgesproken dat een jaar later de toetredingsonderhandelingen van Turkije met de Europese Unie zouden beginnen. Maar zelfs die ervaring was meteen al teleurstellend.

Een Luxemburgse minister noemde het een ‘tapijthandel’, zoals Erdogan al dreigend en intimiderend tekeer was gegaan in Brussel. Toen Erdogan terugkeerde in Ankara liet hij zich op de luchthaven toejuichen door partijgenoten. Niet omdat hij de toegang tot ‘Europa’ had binnengehaald, maar omdat hij die Europeanen een toontje lager had laten zingen.

‘Heel Europa wordt islamitisch’

Het teken aan de wand was er al veel eerder. Erdogan is een leerling van Necmettin Erbakan, de oprichter van Milli Görüs, de Turkse vleugel van de van origine Egyptische Moslimbroederschap, één van de twee dominante orthodoxe stromingen van de soennitische islam (en antisemitisch bovendien). Erbakan en Erdogan mengden radicaal nationalisme door hun radicale islam en hunkerden naar de terugkeer van het grote Ottomaanse Rijk, waarin Turkije de geestelijke en politieke leiding heeft over een wereldrijk. Een eeuw geleden ging de vorige versie van dat Rijk ten onder.

Tayyip Erdogan is met verve bezig de doelen van Erbakan – inmiddels overleden – tot uitvoering te brengen. Die doelen van Erbakan bestonden niet alleen uit het herstel van het Ottomaanse Rijk, maar ook uit het afmaken van waar de sultans in voorgaande eeuwen niet in waren geslaagd: Europa islamitisch maken. ‘De Europeanen zijn ziek. Wij hebben het medicijn om hen beter te maken (…) Geheel Europa wordt islamitisch. Wij zullen Rome veroveren.’ Aldus Erbakan in 1989 tegen zijn aanhang, op bezoek in Arnhem.

Is Erdogan wel een Europeaan?

Erbakan slaagde er in de jaren negentig zowaar in om premier van Turkije te worden, maar werd al na korte tijd onder druk van het leger afgezet. Zijn volgeling Tayyip Erdogan werd afgezet als burgemeester van Istanboel en verdween enkele maanden in de gevangenis. In die dagen leerde hij zich gematigd voor te doen om de macht te kunnen grijpen.

In 2002 won Erdogan de verkiezingen en in 2004 kreeg hij zijn toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie. Die kwamen vooral van pas omdat de EU eiste dat het Turkse leger de politieke voorrechten opgaf. Dat was precies wat Erdogan ook wilde. Zo geschiedde. Maar is Tayyip Erdogan daarmee ook een Europeaan geworden?

Europa bedreigen

Wie een beetje luisterde naar Erdogans teksten aan de vooravond van zijn cruciale besprekingen in Brussel in december 2004 had het kunnen weten. Niet tegemoetkomen aan Turkse wensen, zo stelde Erdogan toen al, zou niet alleen beledigend zijn voor Turkije en de rest van de islamitische wereld. De beledigde moslims in Europa zouden dat ook laten blijken door niet te integreren in hun nieuwe landen. Of erger. ‘De houding van mijn mensen jegens het westen zal veranderen, net als in de rest van de moslimwereld’.

Daar bleef het niet bij. Erdogan zei tegen de Europese leiders dat zij ‘een hoge prijs’ zouden betalen in de vorm van ‘voortgaand en toenemend geweld van islamitische extremisten als de Europese Unie Turkije afwijst en bevestigt een christelijke club te zijn.’

Erdogan bleef nadien smalend spreken over ‘een christelijke club’ als hij het over de EU had. En toen Frankrijk in 2005 avond aan avond geteisterd werd door rellen en autobranden legde Erdogan een verband met het pas ingevoerde hoofddoekenverbod op Franse scholen. Hij noemde het dragen van een hoofddoek een ‘mensenrecht’.

‘Macron moet zich laten nakijken’

Toen de Franse president Emmanuel Macron in oktober 2020 in reactie op de onthoofding van een leraar door een Tsjetsjeense terrorist maatregelen tegen islamitische organisaties en imams aankondigde verklaarde Erdogan hem voor gek. Macron moest zich laten nakijken, aldus de Turkse president. Waarop Frankrijk de ambassadeur terugtrok uit Ankara. Waarop Erdogan opriep Franse producten te boycotten.

Premier Mark Rutte meldde achter de Franse president te staan. En nadat Geert Wilders een spotprent van Erdogan had gepubliceerd met de toevoeging ‘terrorist’ en Erdogan Wilders voor ‘fascist’ had uitgemaakt en ook nog eens – in Ankara – een strafklacht tegen Wilders indiende liet Rutte in een verklaring – waarbij zich rechtstreeks tot de Turkse president richtte – weten het optreden van Erdogan ‘onacceptabel’ te vinden.

They love to hate

Dat Erdogan Macron provoceert is helder, dat Wilders Erdogan provoceert eveneens. Het heeft er alle schijn van dat Erdogan die provocatie ook weer dankbaar aangrijpt. Macron richt zich met zijn tegen islamitische organisaties gerichte maatregelen niet tegen Erdogan, maar die grijpt de gelegenheid wel aan voor uitdagende, profilerende uitlatingen die hem niet alleen binnenlands van pas komen, maar ook passen in zijn ambitie van internationaal politiek en geestelijk leider.

Zo is Tayyip Erdogan in West-Europa van een onder naïeve politici geïdealiseerde Turkse leider een serie-vijand geworden, soms zelfs een vijand they love to hate, omdat hun kiezers de Turkse president haten. Zelfs de doorgaans zeer terughoudende Duitse bondskanselier Angela Merkel liet zich aan de vooravond van de Bondsdagverkiezingen van 2017 verleiden om in te gaan op de aanhoudende provocaties van Erdogan die ook in Duitsland campagne wilde voeren voor het referendum dat hem zo’n beetje de absolute macht – die van de sultan – zou moeten geven.

Macron op missie

Dat ruzie met Erdogan je als West-Europees politicus van pas kan komen wordt ook Macron aangewreven. Feit is, dat Macron al enkele maanden – en dus al voor de onthoofding van Samuel Paty en zeker voor de daaropvolgende moordaanslag in Nice – zijn bekomst had van de multiculturele samenleving als die parallelle, anti-Franse samenlevingen produceert. Kleis Jager schreef daar als eerder over.

Dat de weinig populaire president Macron zo ook de concurrentie van het Front National wind uit de zeilen neemt spreekt voor zich. En met Erdogan had Macron toch al weinig warme banden. De twee presidenten stond ook al pal tegenover elkaar in de Libische burgeroorlog en in het openlijke conflict tussen Griekenland en Turkije over het Middellandse Zee-gas.

Balkenende draaide

En wat te denken van Erdogan en de Nederlandse politici? Premier Jan Peter Balkenende was in 2002 nog tegen de Turkse toetreding tot de Europese Unie, maar draaide 180 graden toen hij zich in 2004 als EU-voorzitter de opdracht gaf om een toetredingsdeal met Turkije rond te maken.

In 2008 stuurde Balkenende CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel naar Ankara om de betrekkingen glad te strijken aan de vooravond van de publicatie van Geert Wilders film ‘Fitna’. Erdogan kon er niet over uit, en praatte twintig minuten geërgerd waarom zoiets niet verboden kon worden – iets dat Balkenende overigens inderdaad heeft overwogen.

Het geval-Yunus

In het tijdperk-Rutte waren er ook voortdurend controverses tussen Nederland en de Turkse president. In 2013 ging Erdogan zelfs naar het Europese Hof om Nederland aan te klagen omdat het Turks-Nederlandse jongetje was ondergebracht bij een lesbisch stel dat als pleegouders optrad. Een bezoek van Erdogan aan Nederland werd er volledig door overschaduwd.

Vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) noemde de Turkse bemoeienis ‘volstrekt ongepast’, maar Erdogan zag en ziet kinderen als Yunus – gegeven hun Turkse staatsburgerschap niet geheel zonder reden – als kinderen die volgens Turkse inzichten moeten worden opgevoed.

Asscher en de Turken

In 2014 maakte minister Asscher bekend Turkse moskeeclubs als Milli Görüs (ruim 30 moskeeën in Nederland) en het netwerk van Turkse staatsmoskeeën Diyanet (een kleine 150 moskeeën in Nederland) te zullen ‘monitoren’ omdat die hun aanhang afhielden van integratie. Het leidde tot het turbulente vertrek van twee Turkse PvdA-Kamerleden uit de PvdA-fractie – tevens de geboorte van de partij DENK – en tot ruzie tussen Den Haag en Ankara.

Maar in 2017 was de ruzie pas echt ongekend: Erdogan stuurde zijn ministers door Europa om de aanhang op te porren om te komen stemmen bij het referendum dat hem presidentiële almacht moest geven. Duitsland liet het mokkend toe, Frankrijk ook.

De minister in de auto

Maar in Den Haag bleek het tweede kabinet-Rutte aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 opmerkelijk daadkrachtig bij het buitenhouden van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken en diens collega van familiezaken, die hier op campagne wilden komen. De eerste kreeg geen landingsvergunning, de tweede werd urenlang in een auto staande gehouden in Rotterdam en uiteindelijk het land uitgeleid.

De volgende dag stond er een knokploeg van 1300 jonge Erdogan-aanhangers bij de Nederlandse ambassade in Ankara, met struif tegen de muren en kapotte ramen tot gevolg. De Turks-Nederlandse betrekkingen waren op een dieptepunt, de toenmalige Nederlandse ambassadeur heeft Ankara niet meer in functie teruggezien. En Erdogan noemde Nederland ‘fascistisch’ – al is daar in het geval van Erdogan niet veel voor nodig. Duitsland noemt hij bij gelegenheid ook zo.

Wederzijdse interesse

Maar ook in die dagen ging het verhaal al rond dat het zowel Erdogan als Rutte goed uitkwam dat ze onderling trammelant hadden. Een verslaggever van NRC Handelsblad hoorde naar eigen zeggen dagen tevoren al in Den Haag hoe de escalatie zou kunnen verlopen: ‘Het vreemde was: midden vorige week kreeg ik in Den Haag al gedetailleerd uitgelegd hoe het weekeinde zou verlopen: eerst de minister van Buitenlandse Zaken die het land niet inkwam, daarna de komst van een Turkse minister per auto – het hele scenario was bekend.’ En uit alles blijkt dat de premier de operatie eigenhandig heeft geleid.

Per saldo kreeg Rutte er door het incident met Turkije 5 zetels bij volgens Maurice de Hond: de meeste van de PVV, de rest van het CDA. Met de kennis van nu: RutteDrie had zonder die zetels geen meerderheid in de Tweede Kamer gehad.

Rutte zei later dat hij het er niet om had gedaan. Maar hij leek het ook zeker niet te hebben gemeden. En dat Rutte scherp aan de wind kon zeilen als het om Nederlandse Erdogan-aanhangers ging was al bekend. Die had hij een half jaar eerder namelijk ‘pleur op’ toegevoegd.

Principieel of opportunistisch?

In ieder geval was de Nederlandse regering in maart 2015 opvallend principieel in het afwijzen van een Turkse campagne in Nederland – overigens zonder de Turkse minister die het land uit werd geleid ook formeel als ongewenst te betitelen.

De controverse met een buitenlandse leider als Tayyip Erdogan kan dus als principieel worden gepresenteerd, maar ook opportunistische kanten hebben. Dat wordt nog iets helderder, als blijkt dat de aan Erdogan gelieerde organisaties die Asscher vanaf 2014 wilde gaan ‘monitoren’ ook gewoon met steun van de Nederlandse overheid kunnen functioneren.

De Ooster- en de Westermoskee: klein-Turkije

Neem nou twee grote Amsterdamse moskeeën, ‘De Verbinding’ in Amsterdam-Oost en de ‘Westermoskee’ in Amsterdam-West. ‘De Verbinding’ is een dubbelmoskee: de ene helft van het gebouw is Marokkaans en de andere helft Turks. Het gebouw kwam er ruim tien jaar gelden op initiatief van het stadsdeel (meestal PvdA, soms GroenLinks), zij het onder het mom dat het iets sociaals en multicultureels zou worden. De gemeente stopte er 2,5 miljoen in, Brussel ook een kleine 1,5 miljoen – dat onder het mom van hulp richting arbeidsmarkt.

Stiekem subsidieerde de gemeente zelfs de huur van de moskeeën voor De Verbinding en om er maar van af te zijn kregen de twee moskeeën het pand uiteindelijk voor de helft van de stichtingskosten cadeau. En de Turkse moskee, die blijkt dus van Diyanet, dus het Turkse ministerie van Godsdienstzaken – ook bekend als De Lange Arm van Erdogan. Kort samengevat: Amsterdam en Brussel subsidiëren de door Erdogan zo begeerde segregatie waar de Nederlandse regering zo tegen gekant zegt te zijn.

De Westermoskee had er helemaal niet zullen komen, maar werd het opzichtigste Ottomaanse bouwwerk van West-Europa. Eerst zat Milli Görüs (onder regie van Erdogans leermeester Erbakan) er achter. Onder burgemeester Job Cohen staakte de gemeente de bezwaren tegen de moskee-met-minaretten, die een hele wijk zou domineren.

‘Geen goed idee’

Sterker nog: met medeweten van Cohen kreeg Milli Görüs (indirecte) overheidssteun die wordt geschat op 2 miljoen euro of zelfs 6 à 7 miljoen. De Amsterdamse PvdA-leider van die dagen – Lodewijk Asscher – vond het later ‘geen goed idee’, dat de samenleving aan deze Turkse moskee had meebetaald. Maar het leed was al geschied.