Forum groeit weer, ondanks antisemitische complotrot, maar is niet het alternatief waar Nederland naar snakt
Artikel beluisteren
Forum voor Democratie lijkt in toenemende mate hét alternatief voor de falende populistische concurrentie. Dat alternatief is een misverstand (zo leert een lezing van de Joods-Amerikaanse filosoof Leo Strauss), en de verlammende tegenstelling in de Nederlandse politiek wordt pas doorbroken als zich een fatsoenlijke conservatieve partij aandient.
Forum voor Democratie behoorde tot de grote winnaars van de gemeenteraadsverkiezingen van vorige week. De partij boekte een winst van 244 zetels en werd daarmee in de gemeenten de grootste partij op rechts: groter dan de PVV en JA21. Met deze winst zette Forum de opgaande lijn van de laatste Tweede Kamerverkiezingen voort, toen Forum zeven zetels behaalde (een winst van vier).
Deze opgang van Forum is het directe gevolg van een leiderschapswisseling. Jarenlang was Thierry Baudet de onbetwiste leider van de partij, en hij stuwde zijn beweging tot grote hoogten op. Bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2019 werd Forum de grootste partij van het land. Maar al snel zette de neergang in: ruzies, afsplitsingen, begeleid (dan wel veroorzaakt) door steeds vreemdere uitspraken van Baudet over curieuze complotten. De pogingen van Baudet om die misstappen te corrigeren faalden, en daarop besloot hij een stapje terug te doen om ruimte te maken voor de 28-jarige Lidewij de Vos als nieuwe leider van de partij.
Oude koeien
Dat Forum bij de gemeenteraadsverkiezingen won, was in weerwil van pogingen van de media om te herinneren aan het bruine verleden van enkele namen op de kandidatenlijsten. Met grote onverstoorbaarheid zei Lidewij de Vos keer op keer dat er oude koeien uit de sloot werden gehaald, dat zij mensen niet afschreef op basis van hun jeugdzonden, en dat al die publiciteit niet meer was dan een poging tot karaktermoord, met als uiteindelijke bedoeling de partij uit te sluiten.
Ondanks de leiderschapswisseling is de partij inhoudelijk de partij gebleven die zij was: tegen klimaatbeleid, tegen het systeem (‘kartel’), tegen de Europese Unie, tegen het asielbeleid. Maar wie dacht dat de partij met Lidewij de Vos aan het hoofd wél afscheid had genomen van het antisemitisme waarmee Baudet opzichtig heeft geflirt, kwam deze week al direct bedrogen uit.
Begin deze week verspreidde Baudet via X een filmpje dat zou aantonen dat het Israëlische leger een 1-jarig Palestijns kind gemarteld zou hebben om de daarbij aanwezige vader tot bekentenissen te dwingen. Al gauw bleek dat Baudet een filmpje had verspreid van een Turks propagandakanaal en dat het kind door een Hamas-terrorist als menselijk schild was gebruikt. De terrorist was uitgeschakeld en het kind aan het Rode Kruis overgedragen.
Minstens zo verontrustend was deze week het stemgedrag van Forum in de Tweede Kamer. Een amendement van de ChristenUnie, bedoeld om een miljoen euro vrij te maken als steun voor het Joods Cultureel Kwartier, werd bijna Kamerbreed aangenomen. Alleen de antisemieten van DENK en de fractie van Forum stemden tegen.
Een vos verliest dus wel zijn haren maar niet zijn streken. Het antisemitische complotrot zit diep in het gedachtegoed van Forum en laat zich niet wegpoetsen. Te vrezen valt dat branieachtige foute uitspraken uit het verleden geen jeugdzonden zijn, en dat complottheorieën waarvan antisemitische gedachten een essentieel onderdeel vormen, binnen Forum nog steeds springlevend zijn.
Toch wint Forum en blijft de partij in de peilingen stijgen. Het is goed en begrijpelijk om daar verontrust en verontwaardigd te zijn, maar het is ook goed ons af te vragen hoe deze ontwikkeling kan worden verklaard.
In de ban van nihilisme
Er is een theorie die ons hierbij kan helpen. Die verklaring is aangedragen door de Joods-Amerikaanse politiek filosoof Leo Strauss (1899-1973). Hij is in Duitsland geboren, maar ontvluchtte zijn geboorteland in 1932. Hij belandde uiteindelijk in de Verenigde Staten, waar hij hoogleraar werd aan de universiteit van Chicago. Toen hij net in de Verenigde Staten was aangekomen, en zoals zovele Joodse vluchtelingen werd opgevangen aan de New School for Social Research in New York, hield hij daar op 26 februari 1941 een briljante lezing, in antwoord op de vraag was er nu precies in Duitsland in de jaren twintig en dertig was gebeurd.
Deze lezing over het Duitse nihilisme (‘German Nihilism’) is verrassend. Strauss betoogde namelijk dat de Duitse jeugd in de ban van het nihilisme leek: ze verwierpen de bestaande orde en wilden iets anders. Maar Strauss maakte duidelijk dat dit nihilisme niet algemeen was (zich niet richtte tegen de wereld en al haar mogelijkheden als zodanig), maar zeer specifiek tegen het moderne leven was gericht. Het was gericht tegen de moderne, open samenleving, gebaseerd op mensenrechten en het streven naar het grootst mogelijke geluk voor allen. Het was een wereld die gericht was op genot, winst, gemak, comfort, een kleinburgerlijke wereld, die niet serieus was en het echte leven (zoals Friedrich Nietzsche dat had getekend) niet kende. Wat zij wilden was een gesloten samenleving van vlaggen en plichten en verantwoordelijkheden, een wereld waar je trots op kon zijn en jezelf voor wilde opofferen: ‘een wereld waarin een groot hart kon slaan en een grote ziel kon ademen’.
Maar wat zich in de politieke werkelijkheid aandiende was het alternatief van communisme en reactionair conservatisme ( de ‘konservative Revolution’ van denkers als Nietzsche, Ernst Jünger, Carl Schmitt en Martin Heidegger). Het communisme werd natuurlijk ten stelligste en agressief afgewezen. Wat resteerde was de optie van het nationaal-socialisme.
Zo had het niet hoeven te lopen, betoogde Strauss. Waar het de Duitse jeugd aan ontbrak waren leraren (‘old-fashioned teachers’) die de aspiraties van deze jongeren begrepen, maar die in zichzelf hadden overwonnen en deze jongeren niet in hun kinderlijkheid of adolescentie lieten bungelen. Leraren, volgens Strauss, die geen antwoorden gaven op vragen die deze jongeren zich niet stelden, en hun iets konden bijbrengen (tegen hun nihilisme in) van gepaste trots op een beschaving die meer was dan de wancultuur van de laatste, posthistorische mens.
Deze jongeren hadden niet alleen zulke leraren nodig, maar ook politici als Winston Churchill, die in zijn retoriek de mythe tot werkelijkheid kon maken en een ideaal van wellevendheid, van de rechtsstaat en van de ware vrijheid belichaamde. Maar die leraren waren er niet, en Duitsland had geen Churchill. Het fascisme was het enige alternatief voor het verachtelijke moderne leven.
Wanneer een gerechtvaardigde aspiratie dus niet wordt beantwoord, staan mensen in toenemende mate open voor radicale alternatieven, zo is de strekking van Strauss’ betoog. Ik moet daar vaak aan denken wanneer ik naar het Nederlandse politieke landschap kijk. Ook nu zijn er gerechtvaardigde aspiraties: een samenleving die een gemeenschap met gedeelde waarden en normen behoort te zijn en zich keert tegen alle bedreiging daarvan (belichaamd in het ideaal van het multiculturalisme), bestaanszekerheid wil, en vrijheid.
Fatsoenlijk conservatisme
Alles wat links is ontkent deze aspiraties of lacht ze weg of maakt ze verdacht. Partijen die deze aspiraties leken te begrijpen, hebben gefaald (PVV, BBB) of schurken te dicht tegen een kabinet aan dat heel gevaarlijk denkt op de oude, vertrouwde weg voort te kunnen gaan (JA21). Wat dan voor velen resteert, is een partij die zich heel radicaal van heel de Haagse en Brusselse wereld distantieert, het kartel van reptielen verwerpt en een volledig nieuw alternatief wil bieden.
In het voetspoor van Strauss moeten we concluderen dat deze grote tegenstelling tussen onwerkbaar links en een even onwerkbaar radicaal populisme zal blijven bestaan zolang zich niet het alternatief van een fatsoenlijk, ‘Churchilliaans’ conservatisme aandient.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















