Het gaat niet goed met de democratie omdat de massa er niet langer in gelooft, vertelt een moedig man
Artikel beluisteren
De volgens mij beste krant ter wereld – de Wall Street Journal – interviewde vorige maand de man die meer dan wie ook ter wereld de democratie een nieuwe impuls heeft gegeven: Lech Walesa, oud-vakbondsleider, voormalig president van Polen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede.
Het is goed dat de krant dat deed want Walesa is 82 jaar oud. Ronald Reagan (1911 – 2004), Margaret Thatcher (1925 – 2013) en de Poolse paus Johannes Paulus II (1920 – 2005) die ook meehielpen de communistische terreur in het oosten van Europa ten einde te brengen, zijn overleden. Maar van Walesa kunnen we nog iets nieuws leren.
Banden met Nederland
Wałęsa werd in 1943 geboren in een dorpje in Polen, op dat moment zo ongeveer de slechtste plek ter wereld om je op te bevinden. Het ligt in de streek Koejavië en dat geeft hem een band met ons, want in de zestiende en zeventiende eeuw vestigden Hollandse en Friese doopsgezinden zich in dat gebied, aanvankelijk om te ontkomen aan de wrede vervolging waar ze hier mee te maken hadden. Ze gingen de moerassige delta van de Weichsel inpolderen. Vanuit hun eerste dorpen stichtte elke volgende generatie tot ver in Polen langs die rivier weer nieuwe kolonies. Tot op heden is hun invloed in de taal daar te bespeuren.
Na een opleiding tot elektromonteur kon Walesa aan de slag op de Lenin-werf in Gdańsk dat onder zijn oude naam Dantzig ook hele oude zakelijke en culturele banden met ons land heeft. We werden er zelfs geweerd. Zoveel handelaren uit de Lage Landen gingen er wonen dat de Stadsraad van Dantzig in 1457 verdere immigratie verbood. Kom daar in Nederland nu nog maar eens om!
Enfin, Walesa protesteerde tegen misstanden en werd ontslagen. Zijn kameraden legden het werk neer. Op 14 augustus 1980 brak Walesa met anderen door de omheining naar binnen, werd de leider van de staking en richtte de vakbond Solidarność op. Oprichten van een vakbond was bij communisten verboden. Bedrijven zijn immers in handen van de staat en die is in handen van de arbeiders. De regering zette grof geweld in. De stakers zetten door. Er vielen doden. Op een gegeven ogenblik had Solidarność tien miljoen leden, bijna een derde van de Poolse bevolking. Het regime moest onderhandelen. Walesa bond niet in. De bovenbazen in de Sovjet-Unie raakten steeds verder in paniek.
Anders dan Joop den Uyl
In 1989 viel de Berlijnse muur en werden in Polen vrije verkiezingen gehouden, waarmee het land zich ontworstelde aan de Sovjet-dictatuur al had Joop den Uyl in 1987 nog gezegd: ‘Ik denk dat het een verkeerde benadering zou zijn om zelfs maar te speculeren dat vandaag of morgen een land uit het Oostblok zou kunnen treden.’ Walesa had de tegenovergestelde benadering en werd in 1990 president van Polen.
Onderscheid tussen doel en middel
Het kan geen kwaad om naar een moedig man te luisteren. Walesa doet ongaarne uitspraken over de huidige politiek, hoezeer de interviewer hem die ook probeert te ontlokken. Uiteindelijk laat hij los het wel eens te zijn met de doelen van de Amerikaanse president Trump, maar niet met de middelen die Trump gebruikt. Bijvoorbeeld de manier waarop hij de Oekraïense premier Zelensky publiekelijk de oren waste.
Dat onderscheid maken tussen doel en middelen zou ook het publieke debat in Nederland ten goede komen. Het zou misschien zelfs kunnen leiden tot een onbevangen discussie over de doelstellingen van de Amerikaanse regering in plaats van over de persoon van de president.
Volgens Walesa heeft de wereld leiding van de Verenigde Staten nodig om China en Rusland in toom te houden. Welke Nederlandse politicus is het daarmee eens en zo niet waarom niet?
Media maken massa cynisch
Volgens Walesa gaat het niet goed met de democratie en hij zegt ook waarom. Omdat de massa er niet langer in gelooft. Dat komt volgens hem door de pers. Vroeger geloofden mensen in de democratie omdat ze in politici geloofden. Maar nu kunnen ze zien wat er echt achter de schermen gebeurt; hoe politici zich gedragen. Daardoor zijn ze diep cynisch geworden en stemmen ze op demagogen, populisten en schurken, aldus Walesa.
Het zou inderdaad mogelijk zijn dat gezag mystiek nodig heeft om zich te schragen. De macht behoeft enige mist en nevel om niet helder te laten zien hoe hij werkt. Monarchie bijvoorbeeld gaat niet ten onder aan publieke daden van de vorst, maar aan privé-gedrag dat onbedoeld naar buiten komt. ’s Werelds oudste nog bestaande organisatie, de katholieke kerk, was zich ook altijd bewust van het belang van het mysterieuze. De priester brabbelde in onverstaanbaar Latijn met zijn rug naar het knielende volk terwijl hij een wonder verrichtte. Sinds hij zich vijftig jaar geleden omdraaide om zijn geliefde gelovigen in hun eigen taal toe te spreken, (maar zij niks terug mochten zeggen) zijn de kerken leeggestroomd.
Democratie heeft geen geloof nodig
Toch lijkt de analyse van Walesa mij een cirkelredenering, omdat hij het heeft over geloof in de democratie. Democratie is geen geloof en hoeft dat ook niet te zijn. Democratie plaatst geloof juist buiten de politiek. Daarom is de islam ertegen en is christendemocratie lariekoek. Democratie is een manier van doen van verstandige mensen.
Maar ja, bedenk ik dan. Vertrouwen in de democratie berust op de aanname dat de meeste mensen meestal verstandig denken en handelen. Gelooft U dat? Hoe dan ook, Walesa’s analyse biedt in deze geen zicht op een oplossing. We kunnen kennis niet teniet doen. We kunnen onze ogen niet sluiten voor wat we weten.
Walesa’s verwijzing naar de rol van de media in de samenleving deed mij denken aan het prachtige boek van Richard Darnton: The Literary Underground of the Old Regime uit 1982. Hij laat zien dat de generatie van de grote filosofen van de Franse Verlichting werd opgevolgd door een legioen van publicisten, praatjesmakers, journalisten, duiders, opiniemakers en intrigerende dwarsdenkers. Zij ondermijnden met hun stroom van publicaties over echte en vermeende schandalen de legitimiteit van het bestuur. De roddel en achterklap die zij produceerden, vormden de voedingsbodem van de Franse revolutie, veel meer dan de doorwrochte boeken van de filosofen. Hun uitwasemingen brachten het ideologische klimaat naar een kantelpunt vol geweld.
Honden die het podium bewaken
Vandaag de dag noemen dezelfde partijen zich waakhonden van de democratie, maar ze waken er vooral voor verkeerde meningen een platform te bieden; het platform waar zij zich de baas van wanen. Steunen ze daarmee de democratie of ondermijnen ze die juist?
Tot slot nog een nuttig inzicht van de oude vakbondsman over het verschil tussen communisme en kapitalisme: In theorie is communisme beter, in de praktijk het kapitalisme.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!






















