Het Nederlandse klimaatbeleid is een illusie

Over dertig jaar bestaat bijna 30 procent van het Nederlandse deel van de Noordzee uit windparken

Volgens de officiële slagzin is het klimaatbeleid van RutteDrie ‘haalbaar en betaalbaar’. Dat van die haalbaarheid klopt alvast niet, zegt Jacques Hagoort. Het is zelf een illusie, dat het zou kunnen lukken. Hagoort pleit er voor om niet te proberen om in 2050 ‘fossielvrij’ te zijn, maar dat streven vijftig jaar op te schuiven, naar het eind van de eeuw. En zelfs dan zal het nog de grootst mogelijke moeite kosten.

Het kabinet Rutte-III heeft ingezet op een ongekend ambitieus klimaatbeleid. In het Regeerakkoord van Rutte-III is afgesproken dat in 2050 de uitstoot van broeikasgassen in Nederland moet zijn gereduceerd met 95 % van de uitstoot in 1990. In 2030, het einde van de looptijd van het Akkoord van Parijs, moet de uitstoot met 49 % zijn afgenomen.

In het Regeerakkoord is ook overeengekomen dat Nederland zich binnen de EU zal inzetten voor een verhoging van de 49% in 2030 tot 55%. De uitstootdoelen van 49% in 2030 en 95% in 2050 zijn verankerd in de in mei 2019 door de Eerste Kamer aangenomen Klimaatwet. Het uitstootdoel van 49% is inmiddels in grote lijnen uitgewerkt in een Klimaatakkoord.

Wat hebben Regeerakkoord en Klimaatwet met ‘Parijs’ van doen?

De in het Regeerakkoord en de Klimaatwet vermelde klimaatdoelen worden verondersteld een uitwerking te zijn van het Akkoord van Parijs. Dit Akkoord bepaalt dat de opwarming van de aarde sinds de pre-industriële tijd beperkt moet blijven tot ruim onder de 2°C en dat gestreefd moet worden naar een opwarming van 1,5°C. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) passen de 45 en 95% doelen bij de 2°C grens en de 55% bij de 1,5°C grens.

Het oordeel van het PBL was ingegeven door de gerapporteerde globale Koolstofbudgetten voor een opwarming van 1,5 en 2°C in het vijfde evaluatierapport (AR5) van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) uit 2013. Een Koolstofbudget geeft aan hoeveel CO2 er kan worden uitgestoten voordat een bepaalde opwarmingsgrens wordt overschreden.

Het IPCC paste de berekeningen aan

Na het afsluiten van het Regeerakkoord is er door het IPCC in 2018 een nieuw speciaal rapport gepubliceerd (SR15) waarin de Koolstofbudgetten aanzienlijk zijn opgewaardeerd: het budget voor de 1,5°C grens is verdrievoudigd en voor de 2°C grens toegenomen met een factor 1,7.

De belangrijkste reden voor die wijziging is dat er bij de berekeningen van het Koolstofbudget in AR5 werd uitgegaan van uitsluitend klimaatmodellen terwijl in SR15 ook rekening werd gehouden met de werkelijk geobserveerde opwarming en de daarbij behorende werkelijk geregistreerde uitstoot van CO2. Volgens een recente analyse van de in SR15 gebruikte berekeningsmethodiek zijn de ruimere Koolstofbudgetten in SR15 nog aan de lage kant.

Dankzij de opgewaardeerde Koolstofbudgetten blijken de nationale klimaatdoelen wonderwel te passen bij de strikte Parijse opwarmingsgrens van 1,5°C. Rekening houdend met de conservatieve bias in de IPCC Koolstofbudgetten, leiden de klimaatdoelen zelfs tot een opwarming onder de 1,5°C grens. De in het Regeerakkoord en Klimaatakkoord voorziene aanscherping van de uitstootreductie van 49 naar 55% in 2030 om daarmee de 1,5˚C veilig te stellen is dan ook niet meer nodig.

Hoewel passend bij de 1,5°C opwarmingsgrens van het Klimaatakkoord van Parijs is de haalbaarheid van de nationale klimaatdoelen nog maar de vraag. Met een beetje goede wil is het tussendoel van 49% in 2030 misschien doenlijk, maar het einddoel van 95% in 2050 is in de verste verte niet uitvoerbaar.

Een provincie vol zonneweiden…

In 2050 moet het hele Nederlandse energieverbruik vrijwel fossielvrij zijn en geleverd worden door of (1) zon en wind of (2) kernenergie of een combinatie van beide. In het geval van zon en wind zou dan vanaf 2030 gedurende 20 jaar iedere week een zonnepark ter grootte van het Vlagtwedde zonnepark (het grootste van Nederland op dit moment) en iedere 5 maanden een windpark ter grootte van het Borssele windpark complex (het grootste op de Noordzee op dit moment) in bedrijf moeten worden genomen.

In 2050 beslaan de zonneparken dan een oppervlak bijna zo groot als de provincie Utrecht en de windparken een oppervlak van bijna 30% van het Nederlandse gedeelte van de Noordzee met in totaal bijna 8500 windmolens. In het geval van kernenergie zou er iedere 15 maanden één kerncentrale ter grootte van het Hinkley Point C complex (de grootste en modernste in Europa) moeten worden opgeleverd.

2050 fossielvrij? Uitgesloten!

Het is uitgesloten om in het tijdsbestek van 2030 tot 2050 in welk scenario dan ook een fossielvrije energievoorziening van de geschetste omvang tot stand te brengen. Bijgevolg is voor Nederland het streven om de opwarming te beperken tot de Parijse opwarmingsgrens van 1,5˚C illusoir.

Het is meer realistisch om uit te gaan van een maximale opwarming van 2°C, de bovengrens uit het Akkoord van Parijs. Dan is er tot het einde van deze eeuw de tijd om de omslag naar een fossielvrije energievoorziening te maken. Dat biedt ruimte voor een meer geleidelijke overgang zonder de onvoldoend doordachte en overhaaste maatregelen van dit moment. Maar ook de 2°C doelstelling zal een uiterste inspanning vergen.

Dit artikel is een licht bewerkte versie van de inleiding van het rapport van prof. Hagoort over het onhaalbare Nederlandse klimaatbeleid. Het gehele rapport ‘De achterkant van de nationale klimaatdoelen’ is HIER te lezen.