Hoe buitenlandse vijand Poetin ook binnenlandse doelen dient

Voor- en tegenstander in het Oekraïnereferendum: Rob de Wijk en Jan Roos.

Het politieke theater zit vol met ‘wij tegen zij’-verhalen waarin verraders een belangrijke rol spelen. Zo ontstond in de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie een binnenlandse jacht op communisten. In onze tijd ontstaat tussen het westen en andere grootmachten – Rusland, China – steeds meer politieke rivaliteit. Ook in Nederland gaat dat gepaard met stemmingmakerij en verdachtmakingen tegen ‘Poetin-knuffelaars’. Bij een goede Koude Oorlog-stemming hoort immers het aanwijzen van verraderlijk gedrag in eigen kring. De schandpaal staat altijd klaar.   

‘Wij tegen zij’-verhalen horen bij politiek. Arbeiders tegen het kapitaal, het volk tegen de elite, opstandelingen tegen onderdrukkers. Doel van een politieke tegenstelling is volgers te  mobiliseren. Voor de discipline is het noodzakelijk ‘onbetrouwbare elementen’ in het eigen kamp te benoemen. Vaak zijn dat degenen die publiekelijk twijfelen aan het waarheidsgehalte van het ‘wij tegen zij’-verhaal. Of mensen die bereid zijn tot compromis, onderhandelingen en vredesvoorstellen.

Disciplineren door te beschuldigen

In tijden van oorlogsdreiging staat het stellen van de ‘waarom’ vraag bijna gelijk aan verraad. Nazileider Hermann Goering beschreef het principe tijdens zijn proces in Neurenberg: ‘De pacifisten beschuldig je openlijk van het gebrek aan vaderlandsliefde en je verwijt hen dat ze het land in gevaar brengen. Dit werkt in ieder land’.

In ‘elementaire regels van oorlogspropaganda’ stelt de Belgische historica Anne Morelli dat in oorlogstijd geldt: ‘Wie onze propaganda niet gelooft is een verrader’. Morelli beschrijft de dynamiek rond de bombardementen door de NAVO op Joegoslavië. Het officiële verhaal was glashelder. De NAVO – onder aanvoering van de Amerikaanse president Bill Clinton, de Britse premier Tony Blair en gesteund door de regeringscoalitie Paars-2 van Premier Wim Kok – was op een humanitaire missie tegen de mensenrechtenschendingen van de Servische leider Milosevic.

Morelli beschrijft hoe politici en commentatoren in de Kosovo-oorlog alle afwijkende stemmen – vredesactivisten, pacifisten, uiterst linkse politici, schrijvers die zich uitspraken tegen de bombardementen – collectief beschuldigden van heulen met de vijand. De Franse kwaliteitskrant Le Monde sprak van een ‘hinderlijke vredesoproep’ en riep het frame van de ‘rood-bruine alliantie’ in het leven. In dit frame is elk tegengeluid óf extreemlinks óf extreemrechts en daarmee onacceptabel als stem in het debat.

The enemy ‘within’

Wie eenheid wil afdwingen benadrukt het bestaan van verraders. Margaret Thatcher waarschuwde voor de interne vijand , doelend op linkse politici en vakbonden: ‘We always have to be aware of the enemy within, which is much more difficult to fight and more dangerous to liberty’.

In de Verenigde Staten ontstonden na zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog paniekstemmingen over infiltratie door communisten (‘Red Scares’). Het House Committee on Un-American Activities onderzocht journalisten, schrijvers en filmregisseurs waaronder Orson Welles, Charlie Chaplin en Bertold Brecht op ‘communistische activiteiten’.

Dieptepunt was het optreden van de republikeinse senator Joseph McCarthy die met veel mediageweld ongefundeerde beschuldigingen van spionage afvuurde tegen Amerikaanse politici en diplomaten. De ‘Red Scares’ hadden als politiek bijeffect dat de positie van vakbonden, progressieve bewegingen en pacifisten in de VS ernstig verzwakte.

Kritiek op machthebbers onmogelijk maken

In tijden van conflict of oorlog dient de zoektocht naar onbetrouwbare elementen een hoger politiek doel, namelijk afrekenen met stemmen die het standpunt van de machthebbers ter discussie stellen. Het effectiefst is om tegengeluid, hoe genuanceerd ook, te bestempelen als gevaarlijk of verraderlijk. 

Protestbewegingen van ontevreden burgers, politieke spijtoptanten of vredesbewegingen: ze zijn op zulke momenten allemaal hoogst ongewenst. Er mag als het ware nog niet één tegenstem klinken die ingaat de ‘nationale consensus’ – een synoniem voor de opvattingen van de machthebbers. Is dit somber makende beeld ook op het huidige politieke klimaat in Nederland van toepassing?

Oekraïne-referendum

In 2016 nam het Burgercomité-EU het initiatief om handtekeningen te verzamelen om een raadgevend referendum aan te vragen over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Het Burgercomité-EU kreeg steun en hulp van GeenPeil – een initiatief van Bart Nijman van de website GeenStijl.nl – en van de kleine denktank Forum voor Democratie van Thierry Baudet. De relatie tussen Nederland en Rusland stond destijds al twee jaar onder hoogspanning door het gewapende conflict in Oost-Oekraïne, de annexatie door Rusland van de Krim en het neerhalen van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne.

Het referendum kwam er, tot grote ontevredenheid van de regering Rutte-2. Het referendum werd door politici van regeringspartijen gezien als een aanval op alles waar zij voor staan: de Europese Unie, de NAVO, de noodzaak het Rusland van Poetin in te dammen en de strijd tegen het populisme. Toen gaandeweg de campagne bleek dat het Tegen-kamp op winst afstevende ontstond een dynamiek van het verdacht maken van de tegenstemmen.

Agitprop – ook van politici en denktankers

De campagne rond het referendum is fraai in beeld gebracht in een aflevering van het programma Medialogica van Omroep Human op 20 oktober 2016. Politici en commentatoren die het associatieverdrag moesten verdedigen wisten zich soms amper raad in discussies met luidruchtige campagnevoerders als Jan Roos.

Thierry Baudet vroeg in een debat retorisch ‘gaan we door met deze neoconservatieve heilloze weg in de Oekraïne?’. Waarop Rob de Wijk van de Haagse denktank HCSS – die het regeringsstandpunt in de media uitdroeg – hem toebeet: ‘Wanneer hou je eens op met liegen?’. Kees Verhoeven van D66 stelde dat het Tegen-kamp ‘met leugens strooide’.

Al snel kwamen tijdens de campagne suggesties in de media dat Roos, Baudet en Bart Nijman door Rusland werden betaald – al ontbrak concreet bewijs daarvoor volledig. Joshua Livestro, campagnevoerder voor het Voor-kamp, vertelt in de docu dat toen de verkiezingsdatum naderde zijn enige strategie nog was ‘de Poetin-kaart te spelen’. Omdat het publiek niet voor rationele argumenten vatbaar was. En dus moest de emotie worden bespeelt. Livestro rechtvaardigde dit met de stelling dat van zowel Thierry Baudet als Bart Nijman bekend was dat ze uitgesproken ‘Poetin-fans’ waren ‘die met Poetin in bed lagen’.

Het zijn maar een paar voorbeelden van de stemming destijds. Het verdrag werd door de kiezer afgewezen, maar – samen met een op verzoek van Nederland toegevoegd inlegvel – alsnog door Nederland getekend.

Sinds dat referendum bestaat in Nederland het frame dat wie het gevaar van Rusland niet wil inzien of erkennen anti-Europese Unie is – en daarmee pro-Russisch. Livestro publiceerde na afloop van het referendum nog een artikel met de titel ‘Laten we eerlijk zijn: Wilders, Roos en Baudet zijn feitelijk landverraders’. Zoals Morelli het formuleerde: wie onze propaganda niet gelooft heult met de vijand.

MH17 als loyaliteitstest

CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt was tot en met 2017 woordvoerder voor zijn partij op het MH17 dossier. Omtzigt wekte met zijn kritische vragen in debatten over de informatievoorziening over het onderzoek naar MH17 verschillende keren de toorn van premier Mark Rutte. Terwijl informatie vragen toch de grondwettelijke taak is van Kamerleden. Rutte beschuldigde Omtzigt op 31 mei 2017 ervan ‘een politiek nummertje te willen maken’ van MH17.

Op 11 november 2017 publiceert NRC een artikel van Wilmer Heck en Andreas Kouwenhoven:  ‘Omtzigt liet nepgetuige twijfel zaaien over MH17’. Zes maanden eerder had Omtzigt tijdens een bijeenkomst met nabestaanden van de vliegramp  – een publiekscollege aan de Vrije Universiteit over juridische aspecten van de zaak – gesproken met een zelfverklaarde Russisch-Oekraïense ooggetuige die beweerde op de dag van het neerstorten van MH17 andere vliegtuigen in de lucht te hebben gezien. Er was een SMS-je uitgewisseld omdat de man daarover wilde spreken tijdens de bijeenkomst.  NRC bracht het flinterdunne verhaal met trompetgeschal, alsof Omtzigt persoonlijk de rechtsgang rond MH17 had willen frustreren.

Verdachtmakerij richting Omtzigt

Door alle commotie zag Omtzigt zich gedwongen het woordvoerderschap over MH17 neer te leggen. Een hoofdredactioneel commentaar in de NRC op 13 november 2017 maande de ‘intrigant’ Omtzigt om ook zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer op te geven. NRC columnist Frits Abrahams bracht Omtzigt in verband met ‘ultrarechtse kringen’, waaronder hij ook GeenStijl schaarde.

NRC ombudsman Sjoerd de Jong speculeerde op 2 december 2017 nog over ‘een complot’ en vroeg zich af of Omtzigt bewust een ‘revisionistisch geluid’ had willen verspreiden. Omtzigt, van alle Tweede Kamerleden het beste op de hoogte van het dossier-MH17 werd zo door NRC aan een politieke lakmoestest onderworpen. Het was alsof deze krant de rol op zich nam van Comité tegen On-Nederlandse Activiteiten.

Verdachtmakingen

In een politiek klimaat waarin elke afwijking van de voorgeschreven standpunten leidt tot verdachtmakingen ontstaan vanzelf contouren en trekken van McCartyism. De kenmerken om op te letten zijn: niet of nauwelijks gefundeerde beschuldigingen, alarmistisch taalgebruik, commentatoren die op hoge toon loyaliteit eisen, tegengeluid als verraderlijk of ‘gevaarlijk naïef’ afschilderen en het steeds herhalen van oude beschuldigingen.  

In de Nederlandse media verschenen ook in 2020 met enige regelmaat verhalen die in dit schema passen. NPO1 radioprogramma Nieuwsweekend tweette op 25 juli dat ‘Thierry Baudet, Geert Wilders en Pieter Omtzigt zich voor het karretje van het Kremlin lieten spannen’.

Te gast was Helga Salemon die stelde dat ‘Poetin heel erg extreemrechts probeert aan te spreken’. Salemon herhaalde de NRC-canard over Omtzigt, aangevuld met feitelijke onjuistheden. ‘Omtzigt heeft in 2017 een nepgetuige laten optreden bij het MH17 proces (Salemon doelt op de bijeenkomst met nabestaanden) die het Rusland verhaal vertelde’. Salemon sloot af met: ‘Je moet ze niet onderschatten die Russen, ze zijn duivels slim’. De twee presentatoren waren het roerend eens met hun gast.

‘Baudet en het Kremlin’

BNNVARA onderzoeksprogramma Zembla zond op 16 april 2020 een rapportage uit getiteld ‘Baudet en het Kremlin’. Aan het woord komen Kamerleden en inlichtingenexperts die zich afvragen waarom Baudet zich niet consequent uitspreekt tegen Rusland en de vraag oproepen of hij aan de hand van het Kremlin loopt.

Op basis van gelekte whatsappberichten meldt Zembla dat Baudet – destijds overigens nog geen politicus – tijdens de campagne rond het Oekraïne-referendum contact had met de Russische publicist/activist Vladimir Kornilov waarvan Baudet zelf in de apps aangeeft dat die ‘een belangrijke man’ is in Rusland. Zembla suggereert zonder concreet bewijs dat Baudet zich door deze Kornilov liet betalen voor hand- en spandiensten. Ook zou Baudet in een whatsapp bepleit hebben dat Nederland uit de NAVO zou moeten – waar politici en experts weer verontwaardigd op reageerden.

‘Poetin-knuffelaars tegenspreken’

Op donderdag 12 maart 2020 schreef columnist Arend-Jan Boekestijn op de website van NPO Radio1 dat ‘er nogal wat rechtsnationalisten zijn in ons land die begrip opbrengen voor Poetin, aangezien hij er eveneens op uit is om de Europese samenwerking te ondermijnen’. Boekestijn beklaagde zich dat PVV en Forum voor Democratie zuurstof geven aan tegengeluiden op sociale media over Rusland. Boekestijn vond ‘een beetje tegenspraak voor onze Poetin-knuffelaars geen overbodige luxe’ en doopte aspirant-omroep Ongehoord Nederland – waar deze knuffelaars volgens hem collectief gaan inhuizen – vast om tot ‘Ongehoord Rusland’.

Steven Derix van de NCR sprak op 24 juli 2020 op Twitter Wierd Duk van de Telegraaf aan op een tweet over een mogelijk conflict tussen Turkije en andere NAVO-lidstaten: ‘Journalist Wierd Duk schetst hier een wensscenario van het Kremlin (……) tijd om ons af te vragen waarom hij dat doet’.

Wie objectief kijkt ziet dat er in de media vrijwel uitsluitend negatieve aandacht is voor ‘Poetin-knuffelaars’. Met name Baudets optreden ligt continu onder de microscoop, kritiek is er volop en de journalistiek besteedt volop energie aan het interne app-verkeer van het FvD . Waarom zouden journalisten als Salomon, Boekestijn en de genoemde journalisten van de NRC zich dan niet beperken tot feiten? Waarom kruipen er verdachtmakingen en complotbeschuldigingen aan het adres van politici en journalisten in hun verhalen?

Populisme als ‘the enemy within‘

Het Forum voor Democratie is in korte tijd uitgegroeid tot een serieuze electorale bedreiging voor gevestigde partijen. Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in maart 2019 haalde het FvD voor het eerst meer stemmen dan de VVD en werd FvD de grootste partij in de Eerste Kamer. Omdat de oppositie tegen de kern van het regeringsbeleid onder Rutte3 vooral van het FvD en PVV komt richten regeringspartijen hun pijlen vooral op deze partijen.

In de aanloop naar de verkiezingen voor het Europese parlement in mei 2019 organiseerde de NPO een debat tussen Mark Rutte en Thierry Baudet. Het debat ging onder andere over de dreiging vanuit Rusland, waarbij van beide kanten grote woorden vielen.

Interessant daarin is vooral de opstelling van Rutte – die immers sprak vanuit zijn positie als van premier van Nederland.  Rutte verweet Baudet ‘de Nederlandse eenheid te verzwakken’ door niet kritisch genoeg te zijn tegen Rusland – ook in het MH17 dossier. Rutte zei: ‘Wat je dan doet is als Europa niet als één man op één lijn staan, één front vormen tegen Poetin om ervoor te zorgen dat hij snapt (…….) ik heb 500 miljoen mensen tegenover mij staan’.  Toen Baudet zei dat ‘Europese machtswellustelingen’ de vijandschap met Rusland overdrijven reageerde Rutte met ‘Hier komt de aap uit de mouw. Het is duidelijk, je bent een Rusland-knuffelaar’. 

Rutte eist loyaliteit

Rutte eiste feitelijk van de leider van een oppositiepartij een loyaliteitsverklaring aan het internationale beleid van het kabinet Rutte-3. Het is een politiek patroon in Nederland en daarbuiten: populisten  afschilderen als onbetrouwbaar of onvaderlandslievend en ze beschuldigen van heulen met de vijand. Zie ook de continue beschuldigingen aan het adres van Donald Trump dat hij met Poetin samenspant. Terwijl er genoeg concrete en feitelijke kritiek mogelijk is op het optreden van Baudet en Wilders kiezen politici van regeringspartijen regelmatig voor verdachtmakingen.

Het waarom laat zich raden: omdat verdachtmakingen sterke emoties oproepen. En dan hoeven regeringspartijen niet meer concreet in te gaan op de grieven en zorgen van de mensen die stemmen of overwegen te stemmen op de ‘populistische’ partijen. Tegelijkertijd kan men via Baudet en/of Wilders ook elk tegengeluid en elke protestbeweging van ontevreden burgers in Nederland – denk aan demonstrerende boeren – in verband brengen met populisme.

Antistemming kan zich net zo goed tegen progressieven keren

Een antistemming creëren tegen mensen die vragen stellen bij internationaal beleid werkt beperkend voor het vrije debat en op de democratische controle. Achteraf is het eenvoudig te zien dat de paranoia die tijdens de Koude Oorlog leidde tot McCarthyism onzinnig en schadelijk voor de democratie was – ook al was er destijds sprake van een nucleaire dreiging.

Stel dat in de nabije toekomst een militaire dreiging of een proxy-oorlog ontstaat tussen het Westen enerzijds en Rusland of China anderzijds. Dan zullen niet alleen politici als Baudet of Omtzigt een loyaliteitstest moeten ondergaan. Ook vredesactivisten, pacifisten en iedereen die kritische vragen stelt bij zo’n militaire confrontatie zullen gauw het stempel naïef, disloyaal of erger krijgen.  Sommige media zullen de verschillende tegenstemmen gemakkelijk op één hoop gooien met ‘populisten’ en ‘extreemrechts’. Het frame van de ‘rood- bruine alliantie’ ligt immers gereed.

Wie durft de ‘waarom’-vraag te stellen?

Het is uitstekend mogelijk het op alle punten met Poetin en de politieke opstelling van Rusland oneens te zijn – inclusief de Russische opstelling rond MH17 – én tegelijkertijd kritiek te hebben op de internationale koers van de Nederlandse regering, de EU en de NAVO. Dat naast regeringspartijen ook journalisten kritiek op het regeringsbeleid framen als ‘pro-Poetin’ beperkt de ruimte voor debat. Wie kritische vragen stelt is al snel een Baudet-aanhanger, een Trump-fan of een Poetin-knuffelaar. En kan rekenen op verdachtmakingen vanuit kringen rond de regeringspartijen. Welke politicus, journalist of burger in het politieke centrum durft in zo’n politiek klimaat nog hardop de ‘waarom’-vraag te stellen?