Klassenjustitie: het gebeurt, maar niemand doet het

Het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) voert momenteel een ‘onafhankelijk’ onderzoek uit naar Klassenjustitie in Nederland. Klassenjustitie is een vorm van rechtspraak waarbij niet de feiten en de regels maar de status, afkomst dan wel de groep waartoe men hoort de bejegening en uitkomst van een juridisch proces bepaalt.

Onderzoek naar klassenjustitie is zoiets als onderzoek naar racisme. Het komt voor, maar niemand maakt zich er schuldig aan en niemand wil in die context genoemd worden. Zonder voorbeelden (George Floyd) dus ook geen bewijs voor klassenjustitie.

Het is dus maar de vraag hoeveel ruimte het WODC krijgt om voorbeelden met man en paard te noemen?  Ambtenaren hebben immers al eens eerder WODC onderzoek beïnvloed om uitkomsten te krijgen die politiek gezien beter uitkwamen.

Er was zelfs ooit sprake van een heuse WODC-affaire, inclusief klokkenluider! Daarom de komende weken in Wynia’s Week enkele schoolvoorbeelden van klassenjustitie die thuishoren in het WODC-onderzoek,  te beginnen met ‘de broodzaak’ waarin de Consumentenbond (CB) ontmaskerd werd als een incompetente, uiterst onbetrouwbare organisatie.

De Consumentenbond

Ooit begonnen in de jaren vijftig met het tellen van het aantal lucifers in een doosje en de verontwaardigde constatering dat er niet overal evenveel in zaten, groeide de Consumentenbond (CB) uit tot een voor velen gezaghebbende maar ook gevreesde organisatie. De Bond poldert in tientallen overlegcommissie mee en bepaalt zo mede overheidsbeleid.

Op het hoogtepunt met meer dan 600.000 leden konden de maandelijkse vergelijkende CB-warenonderzoeken bedrijven maken of breken als hun dienst of product vernietigend werd beoordeeld of juist met een Beste Koop aanduiding werd aanbevolen. Thans zijn die vignetten voor reclamedoeleinden gewoon te koop zonder dat iemand weet of, waar, wanneer, door wie en onder welke omstandigheden en afspraken die producten worden getest.  

Broodonderzoeken

De CB schuwde het niet om ook op de stoel van de overheid te gaan zitten door producten te testen waaraan wettelijke eisen werden gesteld. Zo werden begin jaren ‘90 in de Consumentengids broodbakkers met hijgerige teksten ontmaskerd als halve criminelen. Achter de hermetisch gesloten deuren had de CB ontdekt dat het wettelijk vastgestelde droge stofgewicht (DG) van menig brood enkele grammen te laag was. Daarmee overtraden de bakkers de wet en bedrogen hun klanten.  

Maar gelukkig was daar de CB die deze misstand aan het licht had gebracht, de criminelen had ontmaskerd en bij de Inspectie gemeld en ook maar meteen voor hogere boetes had gepleit.

Omdat niet ieder brood even veel weegt, schreven de bemonsteringseisen in de Warenwet voor dat de Inspectie bij controle van het DG minstens 5 broden uit eenzelfde baksel moest wegen. Het middenbrood moest dan worden droog gestoofd waarna het residu minstens 480 gram moest wegen. Minder leverde een economische delict op en werd met (toen) 1000 gulden beboet!

In 1991 stond in de Consumentengids daarom ook : …en stapten we bij 100 bakkers naar binnen en kochten daar 600 broden ….…zo kwamen we met 600 broden thuis….….en wat bleek…? Op grote schaal bedriegen de bakkers hun klanten….    

In één opslag was echter al zichtbaar dat er geen 100 maar 87 bakkers waren bezocht. 13 adressen kwamen twee keer in het overzicht voor. Wel hadden alle bakkers vóór publicatie een controlelijst gekregen waarin de aankoop van 6 broden inclusief hun gewichten waren vermeld.

Enkele bakkers constateerden na publicatie dat ze dat geteste soort brood in het overzicht helemaal niet verkochten. Hoe kon de CB dan toch een controlelijst opsturen waaruit bleek dat ze 6 broden hadden gekocht en nog gewogen hadden ook!  Enkele bakkers vroegen daarom als bewijs de kassabonnen van de aankopen op, waarmee de bizarre broodzaak begon die bijna de val van de Consumentenbond inluidde.

Goed gesloten deuren

De CB weigerde afgifte en dreigde zelfs meteen met smaad en laster indien de publiciteit zou worden gezocht. Een prima aanwijzing dat het fout zat, ook omdat men eerst de huisadvocaat wilde raadplegen. Die houding was een regelrechte aanbeveling om journalistieke belangstelling te zoeken en onder aanzegging van een kort geding bleek men toch bereid de kassabonnen te overleggen.

Het gezegde over grote onaantastbaar geachte organisaties ‘Ignorence gets them in trouble, arrogance keeps them there’ klopt. De overgelegde kassabonnen waren speciaal voor deze gelegenheid gemaakt en leken met bijgeschreven namen en doorgestreepte prijzen in niets op de originele bonnetjes uit de kassa’s. Had men verwacht dat dit niet zou opvallen? 

Pas veel later zou pas blijken dat er in veel winkels 2 tot 10 broden waren gekocht en samengevoegd tot steekproeven van 6 broden. Daardoor waren de bakkers vanaf het eerste contact met de toegestuurde controlelijsten al zwaar misleid maar ook nog eens beoordeeld en ontmaskerd op basis van het brood van een ander.

Kassabonnetjes

En dan wordt ineens duidelijk dat een topadvocaat niets met kennis van het recht te maken heeft maar alles met arrogantie en goede contacten met rechters. De advocaat van de CB, Mr. W. Taekema (zelf ook plaatsvervangend rechter) van de Brauw Blackstone Westbroek NV wist wat een puinhoop de CB van dit en andere onderzoeken had gemaakt.

Toch wist Taekema deze onmogelijke situatie, ook tegenover justitie, zonder gêne te pareren met de bewering dat  ‘…van vervalst bewijs overleggen en dus valsheid in geschrifte was geen sprake … omdat de kassabonnen van de CB slechts een interne bewijsfunctie hadden…’ Zonder met zijn ogen te knipperen voegde hij daaraan toe dat ‘…de CB er dan ook beter aan had gedaan om die kassabonnen niet te overleggen…’.

Waarom alleen de kassabonnen van de CB geen bewijsfunctie tegenover derden hadden was een vraag teveel voor deze topadvocaat, op wiens gezag de volkswijsheid ‘zonder kassabon wordt niet geruild’ voor altijd zijn betekenis verloor. Met Taekema had menig bonnetjesaffaire nooit hoeven te bestaan!

Het standpunt van Taekema werd gretig overgenomen door woordvoerders, directie en RvT van de CB en terug te vinden in diverse kranten. O.a. in de Haagse Courant van 8/3/1994: ‘De Consumentenbond heeft zich altijd verweerd  met het argument dat de kassabonnetjes geen bewijs zijn voor de aankopen van brood of wat dan ook’ en de Telegraaf van 25/5/1994 waar woordvoerder Schuttelaar uitlegt:  …dat bonnetjes nooit als bewijs worden gehanteerd voor de aankoop van te testen goederen’.

Op de vraag hoe testaankopen tegenover derden dan wél bewezen konden worden bedacht toenmalige voorzitter Van Lookeren Campagne ter plekke dat daarvoor lijsten werden gebruikt waarop de inkoper voortaan zelf de testaankopen noteerde met datum, naam, gewicht, hoeveelheid en prijs van het product.  

Ook zijn opvolgers lijken deze flexibele en creatieve manier van verantwoorden best handig te vinden, vooral als fabrikanten hun producten gratis ter beschikking stellen en als beste koop uit de bus komen.

Alleen al de vraag waar al die flatscreens, filmcamera’s, laptops etc. etc. na afloop van de testen blijven, leverde 3 tegenstrijdige antwoorden op. Weggooien, verloten onder het personeel of aan de achterdeur (met bonnetje?) verkopen wist Thom de Graaf te melden en daarmee aantoonde dat je het na de CB in bestuurlijk Nederland nog best ver, zelfs tot baas van de Raad van State, kunt schoppen.

Aanvankelijk had de dienstdoende OvJ Van de Pol na aangifte van valsheid in geschrifte geen enkele boodschap aan de onzin van Taekema en ging voortvarend aan de slag. Ze vorderde en kreeg zelfs een gerechtelijk vooronderzoek waardoor o.a. de hele onderzoeksadministratie van 2 broodonderzoeken en zo’n 200 kassabonnen boven tafel kwamen.

Het gesjoemel, gedraai en gelieg  spatte van het strafdossier af en sloeg de bodem weg onder de betrouwbaarheid van eigenlijk alle onderzoeken en beschuldigingen in de consumentengids. Feitelijk werd de CB ontmaskerd als een incompetente,  louche organisatie met onderzoekers en directie (Dick Westendorp) van de tweede garnituur.

Dat vond interimdirecteur J. van Lijf ook die Westendorp in de Volkskrant al eens volledig had afgeserveerd omdat hij ‘intelligentie’, ‘ervaring’, en ‘opleiding’ zou missen. Oud-directrice Franssen had hem toen al als opvolger ‘volstrekt incapabel’ genoemd maar een jaar later werd hij toch de nieuwe directeur.  ‘Het konkelen zit in zijn aard’ merkte een ingewijde op.

Gebrek aan bewijs

Geschrokken van de aangetroffen chaos, de oplopende publiciteit en dreigende onherstelbare reputatieschade vanwege de op handen zijnde dagvaarding voor fraude, moet er van bovenaf zijn ingegrepen. OvJ Van de Pol deelde na eerdere mededelingen waarin ze zinspeelde op dagvaarden, ineens botweg mee dat de aangifte onvoorwaardelijk was geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. 1-0 voor de CB waar de vlag uit ging en het sepot werd uitgelegd als een vrijspraak en zuivering van alle blaam.

Wat kleinigheden waren door de bakkers en hun adviseur tot enorme proporties opgeblazen maar feitelijk was er niets aan de hand geweest. Desondanks benadrukte Van de Pol bij afgifte van het dossier de vertrouwelijkheid daarvan.

Toen NRC/Handelsblad op basis van dat dossier en eigen onderzoek het hele onderzoek in een groot artikel reconstrueerde met de kop ‘Consumentenbond erkent leugens’ verklaarde Westendorp op de TV dat ze nu te ver waren gegaan.

NRC/Handelsblad werd gedagvaard en moest van de Rotterdamse president in kort geding rectificeren! Volgens Taekema had de CB misschien informatie verstrekt die achteraf niet helemaal juist bleek te zijn, maar daarbij was men volstrekt te goeder trouw geweest. Van het erkennen van leugens was geen sprake geweest. 2-0 voor de CB!

Van Delden 

Ondanks die achterstand eisten de gedupeerde bakkers op basis van het overweldigende bewijs uit het strafrechtdossier een paar maanden later in kort geding rectificatie en schadevergoeding.

Dit keer troffen ze de president van de Haagse rechtbank A.H. van Delden aan. Die was in een volle zaal met pers snel klaar. Hij vond de zaak niet spoedeisend genoeg maar voegde daar ten overvloede aan toe dat hij sowieso ‘nul komma nul’ aanleiding zag om de eis toe te wijzen. En mochten de bakkers het met deze 3-0 nog niet goed begrepen hebben: een bodemprocedure achtte hij ook kansloos.

Westendorp had bij eerdere blunders al eens geroepen dat ze nooit processen verloren om aan te geven dat de kwaliteit van de testen en werkwijze de rechterlijke toets glansrijk konden doorstaan.

Maar toen was nog niet bekend dat een bestuurslid van de CB in de Hoge Raad zat, dat opeenvolgende juristen van de CB, net als hun huisadvocaat plaatsvervangend rechter waren en zoals nu, Van Delden samen met een bestuurslid van de CB (oud-minister Gardeniers) in dezelfde geschillencommissie zat. Maar Westendorp had wel gelijk: ook het Haagse gerechtshof zag in hoger beroep geen enkele reden om de rectificatie-eis van de bakkers toe te wijzen. 4-0!