Laat de overheid een flinke stap terugdoen zodat burgers weer ruimte krijgen om te ademen en te ondernemen

RobCozijnsen 7-2-26
Milton Friedman met zijn boek ‘Free to Choose’. Beeld: christopherwink.com

Artikel beluisteren

Door Rob Cozijnsen**

Als tiener in de jaren zeventig voelde Nederland benauwend. Alles werd geregeld, gepland en herverdeeld, maar niets werkte echt. Inflatie vrat spaargeld op, werkloosheid groeide, stakingen waren aan de orde van de dag. Ondernemen was verdacht. Belastingen werden steeds hoger. Eigen initiatief verdween. De overheidsfinanciën waren helemaal uit het lood geslagen. Het overheidsmonster werd steeds groter. Het land ademde niet meer.

Juist in die periode las ik Free to Choose van Milton Friedman*. Dat boek was geen pamflet en geen belofte van paradijselijke markten. Het was een verklaring, een lens om te begrijpen waarom samenlevingen vastlopen wanneer ze vrijheid inruilen voor maakbaarheid. Er werd aangetoond met allerlei praktische voorbeelden dat centrale sturing fundamenteel ongeschikt is voor complexe vrije samenlevingen. Dit boek was een lichtpunt en een verademing voor mij.

Vrijheid als voorwaarde

Wat mij toen raakte – en wat nu opnieuw knaagt – is zijn kerninzicht: vrijheid is geen ideologische luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor welvaart, verantwoordelijkheid en menselijke waardigheid. Het bepaalt hoe we omgaan met schaarste, keuzes, risico’s en de kansen van onze kinderen.

Nederland leek deze les later te begrijpen. In de jaren tachtig en negentig werd het roer omgegooid. De overheid trok zich terug waar zij te dominant was geworden, overheidsfinanciën werden gesaneerd, ondernemerschap kreeg ruimte. Het was geen dogmatisch liberalisme, maar een correctie op doorgeschoten sturing. Het werkte: economische groei trok aan, werkgelegenheid herstelde en maatschappelijke dynamiek keerde terug.

Maar vanaf ongeveer het jaar 2000 is het beeld opnieuw verslechterd. De koers richting meer centrale sturing, regelgeving en bureaucratie werd heropend, sluipend maar breed. Dit keer technocratisch, en daardoor misschien gevaarlijker. Paradoxaal genoeg in een periode van uiteengevallen communisme en bloei van de (sociale) markteconomie.

Milton Friedman waarschuwde voor wat hij de ‘illusie van controle’ noemde: de gedachte dat centrale planning en regels maatschappelijke problemen kunnen beheersen. Vandaag lijkt deze illusie terug te keren in bijna elk groot dossier, terwijl de realiteit juist wordt gevormd door de keuzes van miljoenen burgers en bedrijven.

Geen marktfalen maar beleidsfalen

Neem het energie- en klimaatbeleid. De doelen zijn ambitieus, de morele overtuiging sterk, maar de economische logica ontbreekt vaak. Prijssignalen worden verstoord door subsidies, verplichtingen en plafonds. Het resultaat: verkeerde investeringen, netcongestie en structurele onzekerheid voor bedrijven en huishoudens. Elektriciteit wordt onnodig duur, nieuwe projecten stagneren, en huishoudens betalen steeds meer terwijl de beloofde voordelen vaak uitblijven.

Dit is geen marktfalen; dit is beleidsfalen dat rechtstreeks voortvloeit uit het negeren van de principes die Friedman al decennia geleden beschreef. De uitgangspunten van een realistisch, betrouwbaar en betaalbaar energie- en klimaatbeleid worden continu veronachtzaamd. Ideologisch, moralistisch en angstdenken voeren de boventoon.

Te weinig en te dure woningen

Hetzelfde geldt voor de woningmarkt. Prijzen werden jarenlang genegeerd als informatiedragers, bouwen ontmoedigd door regels, procedures en bezwaarstructuren, terwijl de vraag – vrijwel uitsluitend door migratie – structureel toenam. Friedman waarschuwde dat het negeren van prijssignalen leidt tot schaarste.

Wat we nu zien, is geen verrassing, maar een direct gevolg van beleidskeuzes: te weinig woningen, te hoge prijzen en frustratie bij zowel starters als gezinnen die een huis zoeken. Bovendien geldt dat we helemaal niet in een wooncrisis waren beland als we de afgelopen decennia een realistisch migratiebeleid hadden gevoerd.

Een ander fundamenteel Friedmaniaans principe is de beperkte rol van de overheid. De staat moet randvoorwaarden scheppen: rechtszekerheid, eigendomsrechten, concurrentie. Niet tegelijkertijd planner, producent, moreel kompas en crisismanager worden. In Nederland zijn die rollen vermengd geraakt. De overheid stuurt steeds gedetailleerder, wantrouwt uitvoerders en burgers, en creëert een woud aan regels dat niemand nog kan overzien.

Sterkere regeldruk en hogere belastingen 

Voor ondernemers – vooral in het midden- en kleinbedrijf (mkb) – en voor boeren is dit dagelijks voelbaar. De regeldruk en de belastingen zijn de afgelopen 15 jaar gigantisch gestegen. Ondernemen betekent niet langer kansen zien, maar risico’s ontwijken. Boeren behoren tot de meest efficiënte ter wereld, maar worden afgerekend op modellen, doelen en papieren werkelijkheden.

Lokale kennis en vakmanschap worden verdrongen door centrale normen. Friedman zou dit onmiddellijk herkennen: centrale planning vernietigt de informatie die nodig is om goed beleid te maken. De innovatiekracht verdwijnt, het platteland verarmt, en jongeren die willen boeren of starten in het mkb krijgen steeds minder ruimte.

Democratische afstand

Cruciaal in Free to Choose is ook de koppeling tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Wie keuzes maakt, moet de consequenties dragen. In Nederland is het omgekeerde steeds gebruikelijker geworden: risico’s worden collectief gemaakt, falen wordt gecompenseerd, prikkels afgevlakt. Dat voelt sociaal, maar ondermijnt verantwoordelijkheid, initiatief en wederzijds vertrouwen. Het is een recept voor afhankelijkheid en stagnatie.

Ook op Europees niveau zien we deze ontwikkeling. Steeds meer beleid wordt op afstand genomen, technocratisch gelegitimeerd en moeilijk corrigeerbaar. Friedman waarschuwde expliciet voor concentratie van macht — niet omdat machthebbers slecht zijn, maar omdat fouten groter worden naarmate ze verder van de dagelijkse praktijk afstaan.

De democratische afstand die veel burgers voelen, is geen verbeelding, maar een systeemkenmerk dat de legitimiteit van besluiten ondermijnt. Ook het beleid van de ECB met voortdurende monetaire financiering druist volledig in tegen de basisprincipes van (monetarist) Friedman. Dit beleid heeft de afgelopen jaren geleid tot heel hoge inflatie die zeer moeilijk te beteugelen valt.

Collectief geheugenverlies

Daarnaast verergert de combinatie van migratie-, energie- en klimaatbeleid en regulering de situatie. We proberen meerdere complexe problemen tegelijk centraal te sturen zonder het draagvlak of de capaciteit goed in te schatten. Resultaat: schaarste, hogere kosten, onzekerheid, maatschappelijke spanning. Nederland zit opnieuw in een vicieuze cirkel: goede intenties, slecht resultaat.

Wat mij persoonlijk het meest frustreert, is het collectieve geheugenverlies. We hebben dit eerder meegemaakt. We weten hoe dit eindigt: hogere lasten, lagere productiviteit, minder innovatie, en groeiende maatschappelijke spanning. En toch is de reflex bij elk nieuw probleem dezelfde: meer regels, meer subsidies, meer centrale sturing. Het is comfortabel, het suggereert grip, het geeft het gevoel dat iemand ‘aan het stuur zit’. Maar het is schijncontrole.

Terugkeren naar Friedmans basisprincipes betekent niet terug naar de jaren tachtig. Het betekent vooruit naar beleid dat beter begrijpt hoe samenlevingen functioneren. Dat prijzen informatie dragen. Dat concurrentie disciplineert. Dat vrijheid verantwoordelijkheid vereist. En dat goedbedoeld beleid vaak averechts uitpakt.

Wat nu moet gebeuren

Nederland heeft een koerscorrectie nodig, en wel onmiddellijk:

• Een kleinere en effectievere overheid, die terugkeert naar kerntaken zoals rechtshandhaving, eigendomsbescherming en mededinging.

• Lagere en eenvoudiger belastingen, zodat werken, ondernemen en investeren weer loont.

• Een ondernemers- en boerenklimaat dat ruimte geeft voor initiatief, innovatie en lokale kennis.

• Realistisch energie- en klimaatbeleid, waarin prijssignalen en uitvoerbaarheid voorop staan, en subsidies en verplichtingen beperkt worden.

• Eerlijkheid in migratiebeleid, afgestemd op draagkracht, integratiecapaciteit en regionale planning.

• Herwaardering van nationale zeggenschap binnen Europa, met behoud van samenwerking, maar zonder automatische afstand van democratische controle.

Ademruimte

Kortom: vrijheid herstellen, verantwoordelijkheid terugbrengen, en centrale sturing beperken tot waar zij echt meerwaarde biedt. Niet als ideologie, maar als noodzakelijke randvoorwaarde voor een gezond, welvarend en leefbaar Nederland.

Toen Free to Choose voor mij als tiener een bevrijding was, ging het vooral om ademruimte. Die ademruimte dreigt Nederland opnieuw te verliezen.

* Milton Friedman (1912–2006) was een Amerikaanse econoom en een van de meest invloedrijke economen van de 20ste eeuw. Hij is vooral bekend vanwege zijn werk op het gebied van monetarisme, de theorie dat de geldhoeveelheid in een economie een cruciale rol speelt in het veroorzaken van inflatie en economische groei. Friedman heeft de manier waarop economen en beleidsmakers naar geld en inflatie kijken drastisch veranderd. Zijn ideeën hebben invloed gehad op het economische beleid in de jaren 1980, met name bij regeringen zoals die van Ronald Reagan in de VS en Margaret Thatcher in het VK.

**Rob Cozijnsen is econoom, zelfstandig ondernemer en senior programmamanager, met meer dan 30 jaar ervaring in het opzetten, leiden en implementeren van omvangrijke, bedrijfsbrede transities in uiteenlopende sectoren.

Wynia’s Week bestaat officieel 7 jaar! Met dank aan alle auteurs, donateurs en alle andere lezers, kijkers en supporters. Op naar de volgende 7 jaar! www.wyniasweek.nl/doneren