Mooi die extra defensiemiljarden, maar het is geen recept voor extra economische groei
Artikel beluisteren
A bigger bang for a buck. Een krachtiger knal voor hetzelfde geld. Dat was het motto waarmee de Amerikaanse minister van Defensie Charles Wilson in 1954 op aangeven van president Dwight Eisenhower snoeide in de defensiebegroting. Ja, snoeide.
Eisenhower, de enige vijfsterrengeneraal in het geallieerde leger in de Tweede Wereldoorlog, was in 1952 als Republikein gekozen. Hij zette tot chagrijn van de landmacht in op nucleaire afschrikking en vliegtuigen.
Waarom? Goedkoper. Meer knallen voor je dollar, namelijk afschrikking. Snoeien op defensie was ook snoeien in het begrotingstekort.
Rooskleurige toekomst?
Dat was in de Koude Oorlog. Vandaag zijn er valide argumenten om de Nederlandse defensie-uitgaven te verhogen, maar extra economische groei is niet een van die argumenten. Meer geld voor defensie is geen bigger bang voor de Nederlandse economie.
Toch is de verwachting van extra economische groei en extra innovatie inmiddels onderdeel van de rooskleurige toekomst van de hogere defensiebegroting.
Het kabinet-Jetten trekt tot 2030 9,5 miljard euro extra uit voor defensie. In 2026 is de begroting 26,8 miljard euro. Nederland heeft zich als NAVO-lid gecommitteerd aan defensiebestedingen ter waarde van 5 procent van onze economische productie (bbp). Daarvan zijn 3,5 procent militaire uitgaven en 1,5 procent is voor adequate infrastructuur.
De krijgsmacht heeft hoge verwachtingen, niet alleen voor de versterking van zijn slagkracht, maar ook van de economische gevolgen. ‘Het mooiste is dat een euro die je uitgeeft aan defensie voor een groot deel terugkomt in de Nederlandse economie,’ zei commandant landstrijdkrachten Jan Swillens een maand geleden in Het Financieele Dagblad.
Is dat zo?
Of de defensiemiljarden doorwerken in de Nederlandse economie hangt af van de keuzes die de strijdkrachten en minister van Defensie Dilan Yeşilgöz (VVD) maken. Waar gaan de miljarden naartoe?
Extra mensen
Om te beginnen wil defensie groeien in mankracht. Per 1 september 2025 werkten er 79.323 beroepsmilitairen, burgers en reservisten. Streven is: 122.000. De economische gevolgen van het rekruteren van extra personeel zijn dezelfde als die bij andere organisaties. De nieuwe mensen geven geld uit, ze betalen belasting. Niks bijzonders. Tenzij… de werving door defensie werknemers wegtrekt uit andere sectoren, de arbeidsmarkt verhit raakt en alom hogere lonen volgen. Dat kan weer inflatie aanwakkeren.
De tweede uitgavencategorie is de aanschaf van wapensystemen. Nederland heeft zijn eigen defensie-industrie, maar deze bedrijven zijn gespecialiseerd. Damen (scheepsbouw). Thales (radar). De bulk van het geld voor nieuwe wapens geeft Nederland uit in het buitenland.
Amerikaanse vliegtuigen
De Koninklijke Luchtmacht vliegt met Amerikaanse F-35’s. Voor de Koninklijke Marine heeft de regering vorig jaar een order geplaatst bij de Franse scheepswerf Naval. De Fransen bouwen vier onderzeeboten. Vorige week kwam daar nog een order achteraan voor de levering van F21 MK2-torpedo’s, ook van Naval.
Tanks voor de Koninklijke Landmacht? Niet Made in Holland. Dat is iets voor het Duitse defensieconglomeraat Rheinmetall. Kortom: Nederlandse bestellingen komen niet ten goede aan de Nederlandse economie, maar aan de Amerikaanse, de Franse en de Duitse.
Daar staat wel iets tegenover. Geen defensiecontract van enige omvang of er staan zogeheten compensatie-orders in. Welk deel van de investering komt terug naar Nederland in de vorm van orders voor de Nederlandse industrie? Het streven van het ministerie van Economische Zaken, dat deze klus moet klaren, is: 60 procent van de aanschafwaarde in Nederland besteden.
Om hoeveel geld het gaat is doorgaans onduidelijk, want gevoelige informatie in verband met nationale veiligheid.
Zorgt de optelsom van deze uitgaven één op één voor economische groei of zelfs een versnelling van de groei?
Het Centraal Planbureau (CPB) is bijzonder sceptisch en staat daarin niet alleen. Het CPB baseert zijn conclusie op internationaal onderzoek. Het planbureau heeft de kabinetsplannen niet doorgerekend. Dat kan ook niet, want een uitgewerkt plan is niet openbaar.
Het CPB concludeert in zijn studie dat hogere defensie-uitgaven de groei van andere overheidsuitgaven verdringen. Dat zie je nu in de praktijk, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Burgers en bedrijven moeten vanaf 2028 samen ook 5,1 miljard euro vrijheidsbijdrage betalen. Dat drukt consumptie.
Innovatie?
Verder denkt het CPB dat de begrote uitgaven niet volledig besteed worden. In zijn analyse van het coalitie-akkoord schrapt het CPB 1,4 miljard euro: dat krijgt het ministerie niet uitgegeven. Het CPB wijst op de inkoop in het buitenland én op het feit dat alle NAVO-landen nu militaire orders plaatsten. Dat kan zomaar een prijsopdrijvende werking hebben.
En onderzoek en ontwikkeling (r&d) dan? Politici geven hoog op van de innovatie die voortvloeit uit gerichte investeringen. Het CPB zet daar de realiteit tegenover. Voor wapensystemen doet Nederland geen fundamenteel onderzoek dat tot hogere productiviteit kan leiden en de economie als geheel optrekt. Defensie-onderzoek draait om productontwikkeling. Drones. Radar. Beveiliging van onderzeekabels. Het zijn verbeteringen en producten die hun weg kunnen vinden naar exportmarkten. Maar het zijn niches in een Europese defensiemarkt waar protectionistische en nationale industriebelangen de toon zetten.
Nederland koopt met de extra miljarden wel verhoogde weerbaarheid, maar geen extra productiviteit en economische groei.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!



















