Nuchterheid en minder regeldrift of geopolitiek machtsdenken à la Macron: de Europese Unie staat op een kruispunt

WW Vervloed 14 februari 2026
De Franse president Emmanuel Macron flirtte met het idee van een harde Europese breuk met Washington. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

De Europese Unie bevindt zich op een beslissend moment in haar geschiedenis. De informele top van afgelopen week in landcommanderij Alden-Biesen, een Vlaams kasteel net over de grens bij Maastricht, markeerde meer dan een overleg tussen regeringsleiders; zichtbaar werd dat de machtsbalans binnen Europa verschuift. Het lijkt erop dat het tandem Friedrich Merz/Giorgia Meloni – de Duitse bondskanselier en de Italiaanse premier – de regie overneemt van Emmanuel Macron.

De Franse president, al geruime tijd binnenlands verzwakt, staat ook in Europa steeds geïsoleerder. Die verschuiving is geen kwestie van persoonlijke rivaliteit, maar van visie. Zij raakt de kern van wat de Europese Unie moet zijn: een geopolitieke macht die zich in het illusoire denken van Macron kan meten met de echte grootmachten van deze wereld, of een open, realistische gemeenschap, zoals voorgestaan door Merz en Meloni. Een gemeenschap van soevereine staten die haar (concurrentie)kracht ontleent aan economische samenwerking, de interne markt, handelsverdragen en een bondgenootschap met de VS.

Realisme boven retoriek

Het breekpunt werd zichtbaar in de commotie rond Groenland, nadat president Donald Trump had gesuggereerd het eiland te willen inlijven. Macron flirtte met het idee van een harde Europese breuk met Washington. Maar Merz en Meloni kozen voor voorzichtigheid. Zij beseffen dat Europa zich geen openlijke confrontatie met zijn belangrijkste bondgenoot kan veroorloven – zeker niet op veiligheidsgebied.

Voor de voorzienbare toekomst kan Europa niet zonder de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Dat is geen uiting van zwakte, maar van strategisch realisme. Europese defensie-uitgaven moeten omhoog, Europese verantwoordelijkheid moet groeien – daarover bestaat brede consensus. Maar een NAVO zonder de Verenigde Staten zou een reus op lemen voeten zijn. De jaarlijkse veiligheidsconferentie in München, die vrijdag van start is gegaan en waar ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aanwezig is, zal ongetwijfeld onderstrepen dat trans-Atlantische samenwerking geen luxe is, maar een noodzaak.

Macrons pleidooi voor Europese strategische autonomie klinkt misschien op het eerste gehoor aantrekkelijk, maar zonder militaire en industriële basis is het een papieren tijger. De meeste lidstaten – van de Nordics tot de Baltische staten – delen dat besef. Zij willen Europese samenwerking die toegevoegde waarde heeft, maar geen Europese Unie die zich loszingt van het bondgenootschap met de VS.

Ook economisch lopen de visies uiteen. Het Franse idee van ‘buy European’ en een sterker afgeschermd Fort Europa ogen als bescherming, maar dreigen in de praktijk tot verzwakking te leiden. Concurrentie is geen bedreiging voor welvaart; zij is haar voorwaarde. Wie zich afsluit voor buitenlandse concurrentie, verliest de prikkel tot innovatie. De tucht van de markt verdwijnt, stagnatie treedt in de plaats van groei.

Duitsland en Italië zijn industrielanden. Hun bedrijven ondervinden dagelijks de gevolgen van hoge energieprijzen en een steeds complexer regelklimaat. In Alden-Biesen stond daarom niet een nieuwe ambitie centraal – zoals zo vaak op informele Europese Raden – maar een fundamentelere vraag: waarom is de Europese Unie verworden tot een regelmachine?

De afgelopen jaren is de EU uitgegroeid tot een ongeëvenaarde producent van richtlijnen, verordeningen en gedelegeerde handelingen. Na vrijwel elke politieke ambitie volgde een gedetailleerde normstelling. Harmonisatie, rechtszekerheid en bescherming van burgers zijn legitieme doelen. Maar de reflex om elk maatschappelijk probleem juridisch dicht te timmeren, heeft een keerzijde.

Ontwrichtende verplichtingen

Bedrijven klagen over exploderende administratieve lasten. Nationale overheden worstelen met uitvoerbaarheid. Burgers verliezen overzicht én vertrouwen. Wie in Brussel het woord ‘overregulering’ in de mond neemt, wordt al snel weggezet als kortzichtig. Toch is het probleem concreet en meetbaar.

Neem de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Transparantie over duurzaamheid is op zichzelf verdedigbaar. Maar tienduizenden bedrijven, waaronder veel middelgrote ondernemingen, worden geconfronteerd met honderden rapportage-indicatoren en hoge implementatiekosten. Toezichthouders waarschuwen dat handhaving nauwelijks uitvoerbaar is.

Hetzelfde geldt voor de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Bedrijven worden verantwoordelijk gehouden voor mensenrechten en milieu in hun volledige toeleveringsketen, ook buiten de EU. Juridisch risicovol, economisch ontwrichtend en asymmetrisch: concurrenten buiten Europa ontsnappen aan vergelijkbare verplichtingen.

Het klimaat- en energiebeleid vormt het meest zichtbare spanningspunt. De Green Deal groeide uit tot vlaggenschip van de Commissie. Maar het Fit for 55-pakket, de uitbreiding van het emissiehandelssysteem (ETS2) en aanvullende rapportageverplichtingen hebben geleid tot een vrijwel ondoorgrondelijk regelcomplex.

Burgers begrijpen niet waarom energie duurder wordt. Industrieën – denk aan de chemische sector – vragen zich af of investeringen nog renderen. Nationale overheden zien Europese doelstellingen botsen met woningbouw, infrastructuur en landbouw.

De Natuurherstelwet illustreert hoe politieke ambitie kan uitmonden in polarisatie. Waarschuwingen over gevolgen voor ruimtelijke ordening en voedselproductie werden terzijde geschoven. Weerstand gold niet als signaal tot heroverweging, maar als bewijs dat men ‘het grotere goed’ niet begreep.

Regulering als reflex

Zelfs op terreinen waar Europa technologisch achterloopt, zoals kunstmatige intelligentie, kiest de Commissie reflexmatig voor regulering. De AI Act moet burgers beschermen, maar legt zware compliance-eisen op aan ontwikkelaars en startups. Terwijl de Verenigde Staten en Azië inzetten op schaal en snelheid, bouwt Europa eerst het juridische kader. Het risico is dat de EU straks vooral regels exporteert – en geen technologie meer.

Wat deze dossiers verbindt, is niet alleen hun inhoud, maar de bestuursstijl erachter. De Europese Commissie opereert steeds vaker als politieke agenda­zetter in plaats van als uitvoerder en bewaker van verdragen. Ambities worden centraal geformuleerd en uniform uitgerold over 27 uiteenlopende lidstaten. Nationale parlementen mogen implementeren, maar nauwelijks nog afwegen.

Dat schuurt met het subsidiariteitsbeginsel. Niet elk doel hoeft in detail Europees te worden voorgeschreven. Niet elke norm hoeft juridisch afdwingbaar te zijn. En niet elke politieke wens rechtvaardigt honderden pagina’s regelgeving.

In Alden-Biesen lijkt consensus te zijn ontstaan over de noodzaak van een rem op nieuwe wetgeving: een toets op uitvoerbaarheid, proportionaliteit en economische impact. Eerst de simpele vraag: draagt deze regel aantoonbaar bij aan het beoogde doel, en is zij haalbaar zonder disproportionele lasten? Dat is geen aanval op Europese samenwerking, maar een poging haar te redden van bestuurlijke overbelasting.

De institutionele balans binnen de EU is de afgelopen jaren verschoven. De Commissie heeft haar mandaat opgerekt en is uitgegroeid tot politieke motor. Dat vergroot de spanning met nationale regeringen en ondermijnt het draagvlak onder burgers.

In een Unie die mogelijk verder uitbreidt en intern politiek diverser wordt, is een centralistische reflex steeds moeilijker vol te houden. De Europese Raad – de regeringsleiders – lijkt besloten te hebben de teugels strakker aan te trekken. De Commissie moet weer nadrukkelijker uitvoerder en bewaker worden, minder ideologisch voortrekker.

Eerste reacties

Conclusies zijn er nooit op een informele Europese Raad, noch een officiële persconferentie na afloop. Wel gaven enkele regeringsleiders een verklaring af. Bondskanselier Merz en premier Meloni waren enthousiast over de bereikte consensus om de overregulering te stoppen en eindelijk werk te maken, met een Road Map voor de komende twee jaar, van de vervolmaking van de interne markt. Het heeft al een naam gekregen: ‘One Europe, one market.’

Hoewel Merz en Macron voor de camera éénheid probeerden uit te stralen, hield president Macron naar verluidt binnenskamers ‘stubbornly’ vast aan zijn illusie om van de EU een grootmacht te maken. Niemand ondersteunde echter deze ambitie. Hij lijkt duidelijk overruled. Alleen premier Pedro Sánchez van Spanje zou op de Franse golflengte zitten.

De enige concessie die Macron kreeg was een beperkte bescherming voor strategische sectoren, producten en diensten waar de EU niet langer van andere landen afhankelijk wil zijn. De financiering daarvan moet echter uit een kapitaalmarktunie komen en niet gefinancierd via eurobonds. Overall moet de EU een open markt blijven, met internationale handel en zonder protectionisme.

Realisme lijkt het pleit te hebben gewonnen van een ondoordachte vlucht naar voren, een federaal en protectionistisch Fort Europa. Op de eerstvolgende formele Europese Raad in maart zal duidelijk worden of de consensus ook handen en voeten krijgt. In tegenstelling tot de informele bijeenkomst van afgelopen donderdag zullen daar wel conclusies worden getrokken en tot concrete maatregelen besloten.

Mocht er geen unanimiteit over te nemen maatregelen worden bereikt, in casu over een Road Map voor een versnelde vervolmaking van de interne markt, inclusief een energiemarkt en een kapitaalmarkt unie, dan wordt gedacht aan zogenoemde ‘enhanced cooperation’: versterkte samenwerking met minimaal negen lidstaten. Lidstaten die (nog) niet willen instemmen kunnen later aansluiten.

Nieuwe context

Staat de EU werkelijk op een kruispunt? Dat zal blijken uit de daden die volgen op de woorden. De Europese geschiedenis kent vele ambitieuze verklaringen die verzandden in verwaterde compromissen.

Toch is de context anders dan voorheen. Om te overleven in de nieuwe geopolitieke werkelijkheid dient Europa te beschikken over een sterke industriële basis. Die staat onder spanning. Tot voor kort onaantastbare auto-industriegiganten als Mercedes en Stellaris lijden enorme verliezen. De chemische sector sluit haar deuren. Het was hét thema tijdens een Europese Industrie Top in Antwerpen, die een dag vóór de informele Europese Raad in Alden-Biesen werd gehouden.

De woorden van de gastheer in Antwerpen, de Belgische premier Bart De Wever waren veelzeggend: ‘If we decarbonize Europe by de-industrializing Europe, then we have lost everything.’ Klimaatbeleid zonder economische basis is zelfondermijning. Strategische autonomie zonder een sterke industrie is een illusie.

Heldere keus

De Europese Unie hoeft niet minder ambitieus te zijn. Maar het beleid moet selectiever, uitvoerbaarder en realistischer worden. Minder dogmatisch, meer pragmatisch. Minder regelzucht, meer ruimte voor innovatie en groei.

Of Alden-Biesen het begin markeert van een koerswijziging, valt nog te bezien. Maar dat de EU op een kruispunt staat, lijdt weinig twijfel. De keuze is helder: een Unie die zichzelf verstikt in de illusie van een grootmacht, of een Unie die haar kracht hervindt door nuchterheid en evenwicht.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!