Paniek kost ook levens. Waarom nuchter nadenken over Covid-19 nog steeds nodig is

Blauwe lijn: totaal aantal bewezen COVID-19 patiënten dat op de IC, of op de verpleegafdeling in het ziekenhuis na IC-opname, is overleden. Rode lijn: totaal aantal herstelde patiënten. Een herstelde patiënt is bijna altijd na het IC verblijf nog enige tijd op de verpleegafdeling behandeld, en heeft daarna het ziekenhuis levend verlaten. Bron: Nationale Intensive Care Evaluatie, https://www.stichting-nice.nl/

De Covid-19 pandemie is ernstig, maar het idee dat hierdoor de wereldeconomie zal instorten is een pure mediahype – tenzij maandenlange lockdowns dit toch nog voor elkaar krijgen. En de obsessie met nog méér IC-bedden en méér beademingsmachines negeert, dat de IC-behandeling voor Covid-19 patiënten bijna net zo erg is als de kwaal, betoogt wetenschapsjournalist Arnout Jaspers.

De hoog aangeschreven krant The Guardian zet vaak de toon wat betreft internationale crises. Zo hebben ze het consequent over climate breakdown (de ineenstorting van het klimaat) en global heating (mondiale verhitting) als het over klimaatverandering gaat, en lanceerden zij de term ‘insectenarmageddon’ die viraal ging.

En toen mochten hun koppenmakers aan de slag met Covid-19. ‘Een generatie is gestorven’, stond boven een reportage uit Noord-Italië, en een dag later citeerden ze de aartsbisschop van Canterbury, die deze uitbraak vergeleek met ‘de explosie van een atoombom’. Deze aanpak heeft gewerkt: inmiddels hebben de eerste mensen in Nigeria en de VS zichzelf om zeep geholpen door uit angst voor Covid-19 een overdosis chloroquine te nemen.

Het leger is al ingezet

In Nederland bliezen de media hun deuntje mee door te melden dat bij de herverdeling van patiënten over de ziekenhuizen reeds het leger was ingezet. Dit bleek in te houden, dat drie mensen in camouflagekledij een schema voor patiëntenvervoer zaten te maken. Zou de zorgsector deze capaciteit werkelijk niet zelf in huis hebben?

In de winter van 2017/2018 moesten ook patiënten worden herverdeeld omdat de IC-afdelingen in sommige regio’s vol lagen met grieppatiënten. Dat was toen bepaald geen voorpaginanieuws. Overigens zijn inmiddels uit voorzorg wel circa honderd artsen en verpleegkundigen van Defensie toegevoegd aan de staf van diverse ziekenhuizen.  

Veel mensen, waaronder sommige medici, vinden dat ook de media zich in een crisis als deze dienstbaar moeten maken aan ‘alle neuzen dezelfde kant op’. Eerder schreef ik op de website NemoKennislink.nl het artikel  Relativerend Rekenen aan Covid-19. dat massaal gelezen werd, en uiteenlopende reacties kreeg, van lovend en dankbaar tot hevig verontwaardigd. Elke twijfel aan de unieke ernst van deze epidemie is uit den boze, zo luidde veel kritiek, want dat zou mensen wel eens op het idee kunnen brengen dat ze geen anderhalve meter afstand hoeven te houden. 

Die critici komen we hier graag tegemoet: Mensen, hou anderhalve meter afstand! De maatregelen zoals die in Nederland zijn afgekondigd, zijn vooralsnog redelijk, waarschijnlijk voldoende, en brengen de maatschappij op korte termijn weinig schade toe.

We kunnen best twee maanden zonder Ikea en betaald voetbal, en die vliegvakantie halen we in het najaar wel in. Ondertussen is het nergens voor nodig – of op z’n minst voorbarig – om voortdurend te roepen dat er een ramp van ongekende omvang op ons af komt. Massale angst is ook niet best voor de volksgezondheid.

De taak van echte journalistiek is niet om hypes te voeden of sociaal wenselijke signalen af te geven, maar om relevante feiten te rapporteren en die in perspectief te plaatsen. En dat perspectief is breder dan het gangbare doemscenario waarin Nederland en de rest van de wereld in ‘Italiaanse toestanden’ terecht komen.

Totale lockdown

De befaamde epidemioloog John Ioannidis publiceerde op 17 maart een dringend pleidooi om niet te overreageren op deze pandemie, zoals met vele maanden durende, totale lockdowns. Hoewel recent onderzoek op basis van de Chinese epidemie er op uit komt dat 1,4 procent van de geïnfecteerden overlijdt, schat hij het percentage veel lager in.

Ionnanidis wijst op het enige voorbeeld van een besmette populatie die volledig getest is, namelijk de passagiers van het cruiseschip Diamond Princess. Twintig procent van alle passagiers aan boord raakte besmet, 1 procent van de besmette passagiers overleed, maar de besmetten waren bijna allemaal bejaard. Als je dat vertaalt naar een bevolking van alle leeftijden, wordt het sterftepercentage van de besmetten 0,125 procent (onzekerheidsmarge 0,025 – 0,625 %), ofwel 1 op de 800 (marge 1:4000 tot 1:160).

Met dat besmettingspercentage van twintig procent op de hele bevolking geprojecteerd (alle hiervoor genoemde getallen maal 5), zou Covid-19 dus tussen de 1 op de 20.000 en 1 op de 800 mensen het leven kosten, met 1 op de 4000 als meest waarschijnlijke waarde. ‘Als dit het werkelijke percentage is,’ aldus Ioannidis, ‘zou een wereldwijde lockdown, mogelijk met gigantische sociale en financiële consequenties, volkomen irrationeel zijn.’ 

De reden dat andere onderzoeken op een hoger sterftepercentage uit komen, is dat er blijkbaar heel veel mensen besmet raken zonder ziek te worden. Zolang er nog geen representatieve steekproef is gedaan onder de bevolking om dit ‘stille’ besmettingspercentage vast te stellen, stelt Ioaniddis, hebben we niet voldoende data om zulke ingrijpende beslissingen te nemen.       

Alles uit de kast

In tijden van crisis is men geneigd zulke overwegingen van tafel te vegen: hou op over die wetenschappelijke twijfels, we moeten nu alles uit de kast halen om ‘de piek af te vlakken’ (flattening the curve). Ioannidis erkent dat het door sociale isolatie vertragen van de epidemie in theorie deugt. ‘Maar als de gezondheidszorg toch overspoeld wordt, zou het best kunnen dat de meerderheid van de extra doden niet te wijten is aan het corona-virus, maar aan andere veel voorkomende ziektes zoals hartaanvallen, beroertes, ongelukken, bloedingen en dergelijke die niet meer adequaat behandeld worden.’   

Dit is misschien wel de grootste misvatting over deze pandemie: dat het beheersen ervan wordt bepaald door de capaciteit van de IC-afdelingen. Langdurige beademing onder volledige verdoving (gemiddeld 23 dagen lang voor Covid-19 patiënten, wat extreem is) is een middel dat bijna net zo erg is als de kwaal. Onlangs werd op tv een IC-arts in Italië geïnterviewd, die vertelde dat ze op haar afdeling al zo’n honderd patiënten aan de beademing gehad hadden, en dat tot nu toe niet één het had overleefd.

Een serieuze inventarisatie voor Nederland ontbreekt vooralsnog. Volgens neuroloog-intensivist Michael Kuiper, die werd geïnterviewd voor een artikel op De Correspondent over IC-zorg en vragen van lezers beantwoordde ‘is de verwachting dat COVID-19 een ziekte is met een sterftekans van beademde patiënten van ongeveer 50%. In Nederland zijn nog onvoldoende gegevens om daar iets over te zeggen.’

Die 50% lijkt rijkelijk optimistisch, als we kijken naar de meest recente cijfers van de Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE). Daar houdt men voor Covid-19 het totaal aantal IC-opnames bij, en twee einduitkomsten van de behandeling: ‘overleden’ of ‘heeft levend het ziekenhuis verlaten’. Per 28 maart, de meest recente datum met volledige gegevens, is de score: 119 overleden, 28 levend uit het ziekenhuis.

Je kunt die twee getallen niet zomaar op elkaar delen, omdat ‘doden’ en ‘levenden’ gemiddeld mogelijk niet even lang in het ziekenhuis verblijven. Maar als je de tijdtrends vanaf het begin bekijkt, lijken patiënten met de uitkomst ‘overleden’ gemiddeld juist langer behandeld te worden dan patiënten met de uitkomst ‘levend’. De  ‘naïeve’ overlevingskans 28/(119+28) = 19% zou dan zelfs nog te optimistisch zijn. Uiteraard zou dit veel grondiger onderzocht moeten worden door de geschiedenis en einduitkomst van individuele patiënten statistisch te verwerken. 

Italiaanse toestanden

Als het klopt, dat op de Nederlandse IC’s vier op de vijf Covid-19 patiënten het niet redt, zou dat meteen verklaren dat op Italiaanse IC’s slechts een zeer laag percentage patiënten overleeft. In Nederland wordt namelijk zeker driekwart van de ernstig zieke Covid-19 patiënten niet naar de IC gestuurd, maar overlijdt in het verzorgingstehuis of op een gewone verpleegafdeling. Artsen, patiënt (indien mogelijk) en familie maken hier een zinnige afweging of  de IC nog wel perspectief biedt, zodat alleen de meest kansrijke patiënten naar de IC gaan.    

In Italië gebeurt dat blijkbaar veel minder; voor bijna elke Covid-19 positief geteste wiens toestand kritiek wordt, is drie of vier weken beademing op de IC het eindpunt. Waarna bijna al die patiënten alsnog sterven. En als iemand dit al overleeft, is zeer dubieus welke kwaliteit van leven er overblijft, aangezien zowel de longontsteking als de langdurige beademing de longen permanent beschadigen.

Zo zorgt vooral het typisch katholieke taboe op euthanasie en afzien van kansloos medisch handelen voor de gevreesde Italiaanse toestanden. Pas later dit jaar zal duidelijk worden, hoeveel levens van andere patiënten dit in Italië gekost heeft, van patiënten die wel een redelijke kans op herstel met goede kwaliteit van leven hadden gehad.

Ook in Nederland moeten we oppassen dat we geen heilloze oorlog tegen Covid-19 gaan voeren, die uiteindelijk maar weinig levens redt, en nog minder levens met een goede levenskwaliteit. De nationale obsessie met het uitbreiden van het aantal IC-bedden en het uit alle hoeken en gaten tevoorschijn halen van meer beademingsmachines belooft in dat opzicht weinig goeds. Of zoals diezelfde Michael Kuiper zei in het interview met De Correspondent: ‘Het is niet slim om je mee te laten voeren in de paniek. Doe niet-zinvolle dingen niet, want die kosten én heel veel geld, én die zetten op een andere manier heel veel druk op het systeem.’

Oliecrisis

De toespraak van Mark Rutte en de gedeeltelijke lockdown ter bestrijding van de pandemie is iets wat iedereen die nu jong is, later aan z’n kinderen en kleinkinderen zal vertellen. De vorige keer dat de minister-president via alle radio- en tv-zenders de natie toesprak, herinner ik me nog als de dag van gisteren. Het Midden-Oosten had een olieboycot tegen Nederland afgekondigd, en het land was in rep en roer. In plaats van wc-papier, hamsterden mensen toen vuilniszakken, en net als nu begreep niemand waarom.

Met zijn karakteristieke, licht bekakte accent vertelde Joop den Uyl ons allen in december 1973, in zwart-wit, dat de benzine op de bon ging. Deze oliecrisis, zo doceerde Den Uyl, was slechts een symptoom van een structurele omwenteling, naar een maatschappij die veel zuiniger met grondstoffen en energie om moest gaan, omdat de energieschaarste blijvend zou zijn: ‘Zo bezien, komt de wereld van vóór de oliecrisis niet terug.’

Zulke geluiden hoor je nu ook over de Covid-19 crisis: als we dit eenmaal doorstaan hebben, zal de wereld nooit meer hetzelfde zijn. Dan malen we niet meer om economische groei, we worden allemaal vegetariër, de farmaceutische industrie wordt genationaliseerd, en voortaan snappen we weer waar het echt om gaat in dit leven: zorg en saamhorigheid.

Nog geen maand na Den Uyls historische toespraak werden de benzinebonnen al weer afgeschaft, de olie begon weer te stromen, en het wereldwijde dansfeest van het materialisme bleek nog maar nauwelijks begonnen. Zo zal het ook gaan met de Covid-19 crisis: onze maatschappij kan dat aan, begraaft de doden en gaat over tot de orde van de dag. Tot de volgende pandemie, die veel erger kan zijn.