Peter McLoughlin: Islam verantwoordelijk voor massaal misbruik van jonge meisjes in Groot-Brittannië

ArieGraafland 31-3-26
Cover van het besproken boek. Beeld: YouTube

Artikel beluisteren

Op 8 januari 2025 verwierp het Britse Parlement het wetsvoorstel Children’s Wellbeing and Schools Bill. Het riep op tot een nationaal onderzoek naar op groep gebaseerde seksuele exploitatie, met de focus op ‘grooming gangs’ die vaak bestaan uit Pakistaanse moslims. Van alle parlementsleden stemden 364 leden tegen (en 111 voor) dit nationaal onderzoek. Kami Badenoch, de leider van de Conservatieven, speelde een belangrijke rol bij de indiening van het wetsvoorstel. Keir Starmer verzette zich tegen het amendement. Labour-leden stemden veelal tegen.

Er zijn twee ingrediënten die hier opvallen: het gaat om moslims en om seksuele uitbuiting. Het gaat ook om een praktijk die al jaren gaande is en die steeds onder tafel geveegd wordt door linkse actiegroepen, moslim-organisaties, bestuurders en de politie. En het is een probleem dat we ook in Nederland kennen met de ‘lover boys’ van Marokkaanse afkomst. Rapporten belanden vaak in de onderste la van het bureau. Wat is hier aan de hand?

Easy Meat

Peter McLoughlin schrijft in zijn boek Easy Meat dat het seksuele misbruik in Groot-Brittannië al sinds 2003 landelijk bekend was. En al eerder in de islamitische wijken van de steden. Hij schrijft dat tussen 1988 en 2003 dit misbruik van jonge meisjes bekend moet zijn geweest bij de politie, de sociale dienst, de pers en de academische wereld. In september 2012 besteedde Andrew Norfolk van The Times er een lang artikel aan. Dat ging met name over Rotherham. Al in 1996 deed de gemeente onderzoek naar de grooming gangs die bestonden uit Pakistaanse moslims. Begin 2015 sprak een hoge politieambtenaar al over tienduizenden slachtoffers van deze gangs. In 2014 verklaarde de Association of Chief Police Officers (ACPO) dat het aantal in de tienduizenden liep. Als dat klopt dan hebben we het al snel over 100.000 slachtoffertjes in de laatste 20 jaar, schrijft McLoughlin. Er zijn in die periode 177 mannen van veelal Pakistaanse afkomst veroordeeld. De eerste slachtoffers waren Sikh-meisjes in de Midlands. Later werden dat Britse blanke tieners met een gemiddelde leeftijd van 14 jaar. De jongsten waren 11.

De vraag is waarom deze gangs ongestoord hun gang konden gaan. Het antwoord ligt besloten in de waanzin van het afgedwongen multiculturalisme en de bijbehorende politieke correctheid waardoor iedereen zijn mond hield. McLoughlin is er duidelijk over, de diepere oorzaak is de ‘islamitische doctrine’, zowel in Groot-Brittannië als in Nederland. Hij trekt een aantal keren een parallel met Nederland waar we een vergelijkbaar probleem hebben met veelal Marokkaanse ‘lover boys’. McLoughlin is overigens positiever over de openheid in Nederland dan in Groot-Brittannië. Beide termen, ‘grooming gang’ en ‘lover boy’, dekken op geen enkele wijze de werkelijkheid van deze verkrachtingen. McLoughlin schrijft dat hij de details in zijn boek zo veel mogelijk wil weglaten om geen sensatieboek te publiceren. Dat valt te waarderen, en ik doe hier hetzelfde, maar de ervaringen van de meisjes zijn alleen maar als stuitend te beschrijven.

Niemand wilde praten

Vervolging van daders bleek vaak hopeloos ingewikkeld, de moslim-gemeenschap sloot zich als een schelp om de verdachten. De gangs intimideerden ouders, huizen van de meisjes konden in brand worden gestoken en ouders bedreigd met geweld of de dood. De meisjes zelf werden met verminking en de dood bedreigd, en geïndoctrineerd met het ‘racisme’-sjabloon.

Uit verklaringen van de meisjes blijkt dat een aantal van hen daadwerkelijk is vermoord. Andrew Norfolk, een journalist die bekend staat als zeer betrouwbaar en sinds lange tijd werkt voor The Times, kon voor zijn onderzoek geen enkele professional bereid vinden om met hem over dit probleem te spreken. Gedurende de periode 1988-2011 verscheen er nauwelijks één artikel per jaar over dit onderwerp.

In 2007 schreef de feministische auteur Julie Bindel voor The Times over de grooming gangs. Maar het onderwerp was zo taboe dat Bindels vervolgartikel geen kans meer maakte, noch in The Times, noch in The Guardian of The Independent. Ze publiceerde het in het veel minder invloedrijke Standpoint, een conservatiever blad. McLoughlin noemt haar terecht een roepende in de woestijn. Ze was de eerste die schreef over de laksheid van de politie in Yorkshire en Lancashire. Ze schreef over de moeders die zich organiseerden en zelf informatie verzamelden, terwijl de politie niets deed.

Channel 4

In 2003 was Channel 4 bezig met een documentaire in het programma Dispatches die ging over de moslim-grooming gangs. Maar in 2004 was de hele documentaire verdwenen onder druk van de West Yorkshire politie en linkse actiegroepen als Unite Against Fascism. De BBC zwichtte voor de druk van een mogelijke rel of de aanklacht van racisme.

De filmmaakster, Anna Hall, schrijft dat ze het ongelooflijk vond dat er mannen zijn die aan de lopende band meisjes verkrachten en dat iedereen deed of er niets aan de hand was. Later maakte ze Edge of the City waarin ze de Bradford-verkrachters eufemistisch als ‘overwegend Aziatisch’ beschreef. De première zou voor de verkiezingen plaatsvinden, maar de politie vroeg om uitstel tot na de verkiezingen. In de tussentijd probeerden de actiegroepen de film definitief van tafel te krijgen. Toen de film uiteindelijk twee jaar later werd vertoond reageerde de politie dat alles nu, twee jaar later, anders was. Hun eigen onderzoek had geen bewijs gevonden voor de uitbuiting van minderjarige meisjes.

In 2010, ruim na Channel 4, kwam de Serious Organised Crime Agency (SOCA) zelf met een film, My Dangerous Loverboy, die het verhaal vertelt van een jong meisje dat seksueel uitgebuit wordt door een oudere man en vervolgens als een seksslavin wordt verhandeld. Hoe je het ook bekijkt, schrijft McLoughlin, de film was een totale flop. In eerste instantie zou ze vertoond worden aan de doelgroep, maar in 2010 betreft dat alleen de onderwijzers en de politie. Tot op de dag van vandaag is de film nooit vertoond.

Groepsverkrachtingen op industriële schaal

Vanaf 2014 waren de Britse media gericht op Rotherham en kwam de seks-exploitatie uitgebreid aan bod in de media. In dat jaar kwam ook het rapport van Alexis Jay uit over Rotherham. Jay maakte een voorzichtige berekening dat ongeveer 1400 schoolmeisjes geronseld werden. Rotherham is een relatief kleine stad. McLoughlin had zijn boek in eerste instantie op het web gepubliceerd en schatte toen dat er landelijk 10.000 slachtoffertjes waren. Nu, na meer onderzoek, schat hij het op 100.000. Een raadslid in Rotherham schat het op 1 miljoen.

Kort daarna verscheen het onderzoek van Louise Casey. Casey’s rapport leidde ertoe dat de gehele bestuurslaag van Rotherham aftrad. Haar rapport loog er niet om: kinderen werden seksueel uitgebuit door mannen van Pakistaanse afkomst. Vanaf die tijd volgde het ene na het andere verslag in de pers. In 2015 kon David Cameron eindelijk toegeven dat de groepsverkrachtingen op industriële schaal voorkwamen.

Nederland

In vergelijking met Groot-Brittannië werden dit soort verkrachtingen in Nederland sneller bekend gemaakt. Frank Bovenkerk schreef er al over in 2004, in een artikel van het Willem Pompe Instituut. Carin Tiggeloven sprak er over op de radio in 2001. Emerson Vermaat schreef in 2008 over de rol van Marokkaanse immigranten in Nederland, België en Spanje. Wierd Duk schreef in 2017 in de Telegraaf over Craig Davis wiens dochter Rebecca was misbruikt.

Op dit moment hebben we een meer structureel monitoring onderzoek lopen door de nationaal Rapporteur Centrum Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (CKM). Het CKM-rapport Daders van binnenlandse seksuele uitbuiting van mei 2023 analyseert 25 politieonderzoeken (2016-2019) met 25 daders en 39 slachtoffers. Een nogal beperkte populatie, maar de conclusie komt deels overeen met bovengenoemd Brits onderzoek. Daders hebben veelal de Nederlandse nationaliteit maar hebben een migratieachtergrond: Surinaams, Turks, Marokkaans. Het grootste deel (84 procent) heeft een criminele voorgeschiedenis.

De islam is de bepalende factor

Er wordt noch in Groot-Brittannië noch in Nederland een relatie gelegd met de islam, wat McLoughlin wel doet. De politie in Groot- Brittannië en Nederland registreert geen geloofsovertuigingen. Voor McLoughlin is de islam bepalend, niet ras of vage termen als ‘Aziatische of islamitische cultuur’. McLoughlin benoemt de olifant in de kamer die we nooit te zien krijgen; hij onderzoekt de waarden en verhalen uit de Koran, de Hadith en het leven van Mohammed. In 2024 verscheen in Nederland het eerste onderzoek van de Nationaal Rapporteur naar binnenlandse seksuele uitbuiting. Er zal ongetwijfeld meer volgen. Maar de islam speelt er geen verklarende rol in.

Peter McLoughlin, Easy Meat, Inside Britain’s Grooming Gang Scandal, New English Review Press, Londen 2016, 325 p.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!