‘Populisme, wat is daar eigenlijk mis mee?’ Een bloemlezing ter lering en vermaak

neus
Geert Wilders tijdens het debat over de regeringsverklaring (2007). Foto: Robert Vos, ANP Foto.

De mens begrijpt de dode en levende natuur beter dan tweeduizend jaar geleden. Vooruitgang in de natuurwetenschappen gaat door zelfs al is die dikwijls gebaseerd op onjuiste theorieën. Die worden later gecorrigeerd. Het is in de wetenschap beter om fout te zijn, dan om onduidelijk te zijn.

Maar of de mens ook het denken en doen van zijn medemensen beter begrijpt dan tweeduizend jaar geleden, waag ik te betwijfelen. Het succes van denkbeelden hangt niet af van hun juistheid en zo blijven verkeerde ideeën rondspoken. Eenmaal gangbare termen worden zelden zuiver gedefinieerd.

Mondelinge overlevering blijft daarom een modderig pad naar kennis. Alleen het geschreven woord biedt enig houvast. Lezen wat mensen een tijdje geleden zeiden, geeft inzichten die van pas kunnen komen als hetzelfde onderwerp opnieuw ter discussie komt te staan.

Hulp bij de gedachtebepaling

Neem bijvoorbeeld het begrip ‘populisme’. Dat kwam de afgelopen twintig jaar veelvuldig aan de orde. Mocht dat woord in de komende verkiezingsretoriek opnieuw een rol gaan spelen, dan kan een bloemlezing van uitspraken uit het verleden wellicht behulpzaam zijn bij de gedachtebepaling. Dus daar gaan we, terug in de tijd:

‘Na Fortuyn was het populistische hek van de dam en kregen we achtereenvolgens Wilders met zijn PVV, Baudet met FvD en nu mevrouw Van der Plas met haar BBB. De wezenskenmerken van al deze populistische partijen is dat ze zich tegen de vermeende elite (Den Haag, het establishment, de grote stad, de hoger opgeleiden) keren, in het algemeen tegen heel veel dingen zijn, maar – zeker zo belangrijk – dat ze eenmansbewegingen zijn. [..] Echte politieke stromingen vertegenwoordigen een samenhangend geheel van opvattingen over de gewenste inrichting van de maatschappij.’ Jaap van Duijn (2023)

‘De coronacrisis geeft meer mensen het gevoel dat de grip op hun eigen leven ze ontglipt. Grip is niet alleen wezenlijk voor levensgeluk, maar ook een belangrijke factor achter populistische sentimenten. Mensen die zich speelbal voelen, zijn eerder geneigd op een populistische partij te stemmen.’ Barbara Baarsma (2020)

‘Populisme leidt tot protectionisme en inflatie.’ BMO Asset Management (2018)

‘De grote Nederlandse bedrijven die vorig jaar de strijd wilden aanbinden tegen het oprukkende negativisme, zetten hun “pact tegen het populisme” niet door, maar gaan wereldproblemen oplossen. Samen met een groep jonge professionals gaan ze als Dutchtainables wel door met hun missie om Nederland op de kaart te zetten als oplosser van de grote uitdagingen van deze tijd: voedselproblematiek, (drink)watervoorziening, medische zorg, urbanisatie en de overgang naar duurzame energie.’  Het Financieele Daglad (6 oktober 2018)

‘De ongenuanceerde uitlating van de heer Dijsselbloem over de rol van banken is een vorm van populisme.’ Barbara Baarsma en Wiebe Draijer, beide Rabobank (17 december 2016)

‘Afgelopen zaterdag heb ik in een interview betoogd dat de bankencrisis en de daarbij behorende schade, naast migratie, een belangrijke factor is voor de opkomst van het populisme. In reactie daarop hebben verschillende hoogleraren afwijzend gereageerd.  [..] Er is echter de nodige wetenschappelijke onderbouwing van de relatie tussen financiële crises en de opkomst van populisme.’ Jeroen Dijsselbloem (15 december 2016)

‘Populisten vervullen een wezenlijke functie voor een grote groep mensen die het vertrouwen in de overheid heeft verloren. Ze verwoorden de boosheid over de grote onzekerheden waarin hun kiezers zijn terechtgekomen.’ Jacques Wallage (2016)

Neerkijken op uitdagers van het politieke bestel

‘Politiek is een symbolische orde. De populist lijkt dat beter te begrijpen dan welke zichzelf redelijk achtende politicus dan ook.’ Paul Frissen (2015)

‘Toen zou je het niet zo noemen, maar D66 was destijds opgericht als eerste – of na boer Koekoek – tweede populistische partij.’ Martin Sommer (2012)

‘Het hedendaagse populisme is een moeilijk te bestrijden tegenstander voor gevestigde politieke stromingen.’ Lans Bovenberg en Marco Wilke (2010)

‘Populisme is een begrip dat de politieke elite gebruikt om zicht te ontdoen van nieuwe aanbieders op de politieke markt. Op de uitdagers van het politieke bestel kan men dan neerkijken, want dat zijn populisten.’ Govert Buijs (2008)

‘D66 is een linkse kartelpartij geworden. Die democraten zitten overal in het staatsbestel. Vroeger waren het opstandelingen, nu horen ze bij de gevestigde macht. De teleurstelling van D66-politici is begrijpelijk: de directe democratie heeft eerst bij Leefbaar Nederland, toen bij de LPF en nu bij TON [van Rita Verdonk] nieuwe pleitbezorgers gekregen. De nieuwe populisten zijn er met andere woorden met de kroonjuwelen van Pechtold vandoor gegaan.’ Jos de Beus (2008)

‘Populisten doen vaak alsof zij een roeptoeter zijn die de stem van het volk versterkt.’ Dik Pels (2008)

‘De kern van het populisme is mensen naar de mond praten.’ Alexander Pechtold (2008)

‘Volgens sommigen is Geert een knap politicus, en als plat populisme knappe politiek is, dan hebben zij gelijk.’ Bert Wagendorp (2008)

Een langzaam werkend gif

‘Een enquête wees onlangs uit dat zes op de tien Nederlanders de immigratie als de grootste fout uit de Nederlandse geschiedenis beschouwt. Zo’n zwelgende houding leidt tot onvervalst ressentiment, en de huidige populistische partijen vertonen daar alle trekken van.’ Bas Heijne (2008)

‘Conclusie: via de televisie gepropagandeerd populisme leidt tot moderne inquisitie en in de toekomst het gevaar van moderne pogroms.’ Elsbeth Etty (2008)

‘Het opkomend populisme is een langzaam werkend gif in staat en samenleving.’ Thom de Graaf (2008)

‘Terwijl andere politici hun rol van volksvertegenwoordiger combineren met realiteitsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel, laten populisten alleen de veronderstelde of door henzelf gemanipuleerde stem van de massa gelden. Zij hebben geen kompas waarmee ze hun koers kunnen bepalen maar een radarantenne die continu staat afgesteld op het straatrumoer.’ J.A.A. van Doorn (2007)

‘D66 is niet opgericht om mensen naar de mond te praten. Door haar onafhankelijke positie doet D66 niet mee aan het populisme van links en het populisme van rechts.’ Reinout de Vries en Hugo van Haastert, bestuur Jonge Democraten (2006)

‘Hans Dijkstal staat op het punt zijn lidmaatschap van de VVD op te zeggen. De oud-partijleider stoort zich hevig aan de “populistische trekjes” die de partij volgens hem onder aanvoering van Van Aartsen is gaan vertonen. “De VVD is de weg volledig kwijt en mij bijna.”’ De Volkskrant (4 juni 2005)

‘Je kunt je afvragen of het moment van de tentoonstelling “Populism” in het Stedelijk Museum in Amsterdam, onderdeel van een reeks van gelijktijdige tentoonstellingen en manifestaties in vier Europese landen, wel zo gelukkig is gekozen. De curatoren Lars Bang Larsen, Cristina Ricupero en Nicolaus Schafhausen beweren met hun project het discours omtrent het populisme te willen voeden en verdiepen, maar komt die poging niet als mosterd na de maaltijd in een samenleving die inmiddels de buik vol heeft van populistische prietpraat van incapabele politieke partijen?’ Domeniek Ruyters (2005)

Een vies woord

‘De gevestigde partijen gebruiken het begrip populisme als iets smerigs, als een scheldwoord. Dat getuigt van een enorme arrogantie. En dezelfde mensen die op populisten neerkijken, weten niet hoe snel ze naar Hilversum moeten rijden als ze worden uitgenodigd voor een talkshow. Een populist duikt in het steeds groter wordende gat dat tussen het volk en zijn politieke vertegenwoordigers ontstaat. Wat is daar mis mee?’ Bram Peper (2005)

‘In de VS en in Groot-Brittannië vindt men het normaal dat een politicus zijn mening afstemt op die van de kiezers die hij vertegenwoordigt. In Nederland vindt men dat populistisch (een vies woord).’ Ronald Plasterk (2004)

Maar – terug in het heden – bekruipt me de gedachte dat de term ‘populisme’ misschien toch wel in het vergeetboek raakt. Afgelopen vrijdag viel te lezen: 

‘De nieuwe lijsttrekker van de VVD, Dilan Yeşilgöz, vindt dat de Haagse politiek, ook haar eigen partij, te druk was met zichzelf. En te weinig naar mensen heeft geluisterd.’ NRC Handelsblad (20 oktober 2023)

‘Al is het vliegje nog zo klein; het werpt zijn schaduw op het plein.’ Constantijn Huygens (ca 1630)

Wynia’s Week verschijnt 104 keer per jaar met even onafhankelijke als broodnodige berichtgeving. De donateurs maken dat mogelijk. Doet u mee? Hartelijk dank!