Uit naam van klimaatrechtvaardigheid eisen ontwikkelingslanden blanco cheques van het Westen

ArnoutJaspers 4-11-23
‘Jakarta overstroomt steeds vaker, niet door klimaatverandering trouwens, maar door lokale bodemdaling.’ Beeld: reizennaarindonesie.nl

In de week dat Iran voorzitter werd van het VN Social Forum for Human Rights en VN secretaris-generaal Guterres, als gebruikelijk, gratuite oproepen verstuurde aan alle strijdende partijen om niet meer zo lelijk tegen elkaar te doen, bracht de VN ook nog een rapport uit over hoe het gaat met de aanpassing van de wereld aan klimaatverandering.

De VN, dat wil zeggen dat gigantische hoofdkwartier in New York waar duizenden diplomaten vrijwel uitsluitend bezig zijn elkaar bezig te houden, met periodiek ook nog dat plichtmatige circus van de Algemene Vergadering, kan beter opgeheven worden. We hebben het nu lang genoeg geprobeerd, en het leidt tot niets. Stuur al die diplomaten naar huis, Guterres voorop, dat scheelt weer een miljardje ofzo, en dat geef je aan de ‘werkmaatschappijen’ van de VN die wel echt iets doen, zoals de WHO, FAO en UNCHR. De UNRWA, de club die al 75 jaar het Palestijnse ‘vluchtelingen’probleem faciliteert en daardoor mede in stand houdt, moet ook weg.

Een adaptatiekloof van 180 à 380 miljard dollar

Maar terug naar dat rapport, het Adaptation Gap Report 2023. Op zich is het te prijzen dat er nu serieus aandacht is voor aanpassing aan klimaatverandering, ofwel adaptatie. Tot voor kort moest alle heil komen van klimaatmitigatie, dat wil zeggen minder broeikasgassen uitstoten en de opwarming afremmen, terwijl aanpassing aan de deze eeuw onvermijdelijke klimaatverandering hoe dan ook nodig is. Natuurlijk gaat het weer van dik hout zaagt men planken om de urgentie van, in dit geval, adaptatie te benadrukken: ook in dit werkstuk ontbreekt het niet aan ‘zich snel sluitende tijdvensters’ en meer van die crisistaal.

In de publiciteit om het rapport heen staat centraal dat er een enorme kloof is tussen wat aan geld nodig zou zijn voor adaptatie in ontwikkelingslanden, en hoeveel er momenteel daadwerkelijk aan geld van de rijke naar de ontwikkelingslanden stroomt. Want ga eerst even rustig zitten: er is volgens het Emissions Gap Report 2023 van nu tot 2050 zeker 200 à 400 miljard dollar per jaar nodig (met na 2050 verder stijgende kosten), terwijl er maar zo’n twintig miljard dollar per jaar daadwerkelijk is overgemaakt, aan leningen of giften. Dat is dus een adaptatiekloof van 180 à 380 miljard dollar. Per jaar welteverstaan, dus als het zo doorgaat is de totale kloof aan het eind van dit decennium een slordige twee biljoen dollar.

Als het daarbij blijft, tenminste, want de adaptatiekloof is sinds de vorige inventarisatie, in 2016, verdubbeld. Dat komt omdat toen nog lang niet alle landen hun verlanglijstjes (National Adaptation Plans) hadden ingediend. 85 procent van de landen heeft dat nu gedaan, maar daar kan dus nog van alles bijkomen.

Je kunt altijd op twee manieren naar zulke bedragen kijken: ja, het is gigantisch veel geld, maar hoeveel is het per persoon? Als we het voor het gemak op 300 miljard dollar per jaar houden, en de niet-rijke wereld op 5 miljard personen, dan is dat 60 dollar per persoon per jaar. Voor alle ontwikkelingslanden gezamenlijk komt het neer op 0,56% van het bruto binnenlands product. Omdat die kosten correleren met het nationaal inkomen per hoofd, is dat voor de armste landen minder: het rapport becijfert dat de minst ontwikkelde landen 33 dollar per jaar per hoofd van de bevolking moeten besteden aan klimaatadaptatie.

Wat gaat er allemaal gedaan worden met dat geld?

Van zo’n rapport verwacht je als geïnteresseerde leek op z’n minst twee dingen: een feitelijke onderbouwing van die bedragen, en een argumentatie welk deel van die adaptatie in onwikkelingslanden door de rijke landen betaald moet worden. Beide ontbreken.

Wat betreft het eerste punt: naïef als ik nog steeds ben, had ik gedacht in dit rapport een overzicht aan te treffen van wat er allemaal gedaan gaat worden met die 300 miljard dollar per jaar. Hoeveel kilometer zee- of rivierdijk levert dat op? Hoeveel vierkante kilometers mangrovebos wordt daarvan geplant, om de kust te beschermen? In welke steden wordt de riolering helemaal op de schop genomen om extremere regenbuien aan te kunnen? Worden wellicht hele steden verplaatst omdat de lokatie niet te beschermen is tegen klimaatverandering? Daar is een precedent voor: de Indonesische regering gaat de hoofdstad verplaatsen, omdat Jakarta steeds vaker overstroomt. Niet door klimaatverandering trouwens, maar door lokale bodemdaling.

Het rapport zegt er niets over

Krijgen inwoners van de heetste gebieden subsidie voor airconditioning? Worden er grote stuwdammen gebouwd om de bufferfunctie van wegsmeltende gletsjers in de Himalaya over te nemen? Welke regeringen gaan nieuwe gebieden ontsluiten voor de landbouw, waar die voorheen te koud of te droog waren? Mogen inwoners van zeer laaggelegen eilandjes in de Pacific met een goudgerande regeling vertrekken naar Gstaad of Tahiti?

Dat had je als potentiële financier van de klimaatadaptatie graag willen weten, maar het rapport zegt daar niets over. Waarschijnlijk omdat niemand kan controleren wat er echt gebeurt (voor slechts 6% van de met financiering van het VN Green Fund of de Wereldbank voltooide projecten is een effectrapportage beschikbaar).

Concreter dan een paar zeer summier beschreven case-studies wordt het niet. Dat gaat dan bijvoorbeeld over een vaag overleg dat heeft plaatsgevonden om het Midden-Oosten klimaatbestendiger te maken, met als conclusie: ‘een inclusieve, grensoverschrijdende benadering kan gemeenschappen helpen zich aan te passen, met voordelen voor alle stakeholders (het woord ‘stakeholder’ is altijd een red flag voor duurbetaalde praatjes voor de vaak).

Er is ook een case study over het ‘opbouwen van het adaptievermogen van Pakistan’ – tegen de vaak verwoestende moesson-overstromingen – en daar komt men uit op de noodzaak om ‘op een cascade van risico’s en effecten te antwoorden met transdisciplinaire, schaal -en sector-overschrijdende acties’ waarbij niet moet worden vergeten dat in Pakistan sprake is van ‘meer-dimensionale armoede’. Hoeveel kilometer rivierdijk in Pakistan had je van dit stukje consultancy kunnen betalen? Voor ons geestesoog zien we de hordes westerse klimaatadaptatieconsultants al weer neerstrijken in Islamabad, Antananarivo, Dar es Salaam en andere hotspots van klimaatkwetsbaarheid.

Een vrouwvriendelijke stuwdam met Inheemse kennis

Wie had gedacht dat je al dat klimaatadaptatiegeld het beste kunt besteden aan dijken, bossen, weersatellieten, innovatie van de landbouw, en wellicht betere woningen, wegen en spoorwegen, kan alle hoop wel laten varen wanneer je leest over de nieuwste VN-innovatie op dit gebied: om in aanmerking te komen voor internationale financiering, moeten klimaatadaptatieprojecten genderinclusief zijn en gebruik maken van Inheemse kennis. Dat wordt nog een hele uitdaging, een vrouwvriendelijke stuwdam bouwen met gebruikmaking van lokale Inheemse kennis. 

Dan het tweede punt: welk deel van de klimaatadaptatie in ontwikkelingslanden moeten de rijke landen voor hun rekening nemen? Voor het rapport staat buiten kijf dat de adaptatiekloof in z’n geheel door de rijke landen moet worden overbrugd middels wat het met een prachtig eufemisme ‘herstructurering van de financiële sector’ noemt, wat neerkomt op schulden aan ontwikkelingslanden kwijtschelden en zelf nogmaals de portemonnee trekken. Wij, het rijke Westen, zijn 100% schuldig aan de adaptatiekosten die deze landen gaan maken.

Inmiddels groeit de weerstand onder de rijkere landen over de blanco cheques die ontwikkelingslanden – waarvan sommige nauwelijks nog ‘arm’ te noemen zijn – blijven opeisen. Onlangs mislukte het overleg over nog een ander klimaatfonds, het Loss & Damage-fonds. Het idee daarachter is, dat ook als alle openstaande rekeningen voor klimaatadaptatie door de rijke landen voldaan zijn, er toch nog klimaatgerelateerde schade kan optreden in ontwikkelingslanden, en dan krijgen we daar ook nog de rekening van. Deze maand is weer de jaarlijkse wereldklimaatconferentie, COP28, waarop helaas wel weer een slap, dus voor het Westen zeer kostbaar compromis over dat Loss & Damage-fonds uit de bus zal komen.

Echte klimaatrechtvaardigheid is nog duurder

Overigens is een paar honderd miljard euro per jaar maar een schijntje vergeleken bij wat echte klimaatrechtvaardigheid moet kosten. Althans volgens activist Jason Hickel. In een artikel in Nature Sustainability, met de komisch woke titel Compensation for atmospheric appropriation, rekent hij ons voor dat wij, het rijke Westen, omdat we eerder zijn begonnen met CO2 uitstoten dan de rest van de wereld, 192 biljoen dollar ($192.000.000.000.000) in het rood staan bij de rest van de mensheid. Te betalen voor 2050. Dan begin je te snappen waarom westerlingen nauwelijks nog aan kinderen willen beginnen.   

Wetenschapsjournalist Arnout Jaspers is schrijver van de bestseller ‘De Stikstoffuik’. Zijn columns verschijnen iedere zaterdag in Wynia’s Week. 

Wynia’s Week verschijnt 104 keer per jaar met even onafhankelijke als broodnodige berichtgeving, die vrij beschikbaar is voor iedereen. De donateurs maken dat mogelijk.Doet u mee? Hartelijk dank!