Uw koopkracht gaat straks rechtstreeks naar de zorg (maar geen politicus die het durft te zeggen)

De toekomst van de zorg zal in de komende verkiezingscampagne waarschijnlijk een van de belangrijkste thema’s vormen. Het Centraal Planbureau berekende eind vorig jaar in haar middellange termijnraming dat tussen 2021 en 2025 – de regeerperiode van een nieuw kabinet – de zorgkosten zullen toenemen van €84 tot €100 miljard, een reële stijging van 2.7% per jaar. Door de sterk stijgende zorgkosten zal er in de komende jaren – gemiddeld genomen – geen ruimte zijn voor koopkrachtverbetering voor burgers.

De groei van de Nederlandse economie zal volledig worden besteed aan extra collectieve uitgaven, zoals die aan de zorg. Hiermee is het dilemma voor een komend kabinet: kiezen we voor zorg of voor koopkrachtverbetering? Is het acceptabel en te verkopen dat burgers er zelf niet op vooruit gaan, maar alle ruimte voor koopkrachtverbetering wordt gebruikt om de groei van de zorguitgaven mee te betalen? Zorg die vooral door anderen wordt gebruikt.

Hoe solidair is de gezonde Nederlander?

Zijn gezonde Nederlanders zo solidair met mensen die zorg gebruiken dat ze bereid zijn jarenlang van koopkrachtverbetering af te zien? Of zal een nieuw kabinet de groei van de zorgkosten moeten beperken om ruimte te houden voor koopkrachtverbetering?

Op dit moment zijn politieke partijen druk bezig met het opstellen van hun verkiezingsprogramma’s. In de aanloop naar de verkiezingen worden we overstelpt met plannen voor de toekomst van de zorg. Naast die van de politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s komt het ministerie van VWS na de zomer met een contourennota voor hervorming van de zorg.

Het ministerie van Financiën publiceerde enkele weken geleden haar brede maatschappelijke heroverweging zorg met – niet verrassend voor het ministerie van Financiën – vooral veel bezuinigingsplannen. En de Sociaal Economische Raad kwam met een rapport ‘Zorg voor de Toekomst’ dat vooral opviel doordat er niets nieuws in stond: de SER is altijd heel goed in het kopiëren van ideeën van anderen en vervolgens doen alsof ze deze zelf heeft bedacht.

De zorgplannen van de politieke partijen

Het Centraal Planbureau publiceerde vorige week ‘Zorgkeuzes in Kaart’ met een doorrekening van de voorstellen in de zorgparagrafen van de verschillende verkiezingsprogramma’s. De voorstellen zijn geanonimiseerd. We weten dus niet welke partij overweegt om een bepaald voorstel in zijn verkiezingsprogramma op te nemen.

Hoewel, soms is dat niet moeilijk te raden. Het voorstel voor de invoering van een ‘Nationaal Zorgfonds’ is zonder twijfel van de SP. De invoering van een Nationaal Zorgfonds kost €3 miljard. Het voorstel om het verplichte eigen risico te verhogen naar €485 is waarschijnlijk van de VVD. Honderd euro extra eigen risico levert jaarlijks een besparing van €1.4 miljard op.

Van andere voorstellen weten we dat meerdere partijen daar voorstander van zijn. Zoals het voorstel om alle medisch specialisten in loondienst te nemen (kosten €2 miljard om de goodwill van de vrij gevestigde specialisten te compenseren), of om zorgpersoneel twee jaar lang 1% extra loon te geven (kosten €1.1 miljard), of een algeheel winstverbod voor alle zorgaanbieders (waarvan het CPB niet weet wat het oplevert).

De meeste plannen kosten meer

Sommige populaire bezuinigingsmaatregelen leveren volgens het CPB geen besparing op maar blijken juist geld te kosten. Zorgverzekeraars en vrijwel alle politieke partijen denken dat meer gepast gebruik van zorg en ‘zinnige zorg’ de groei van de zorguitgaven kan afremmen. Volgens het CPB kost de invoering van gepast gebruik en zinnige zorg €120 miljoen en zijn de besparingen die het oplevert onduidelijk.

Opvallend is dat bijna alle voorstellen voor de langdurige zorg extra geld kosten. De enige uitzondering is het scheiden van wonen en zorg waardoor verpleeghuisbewoners zelf de huur voor hun kamer of appartement moeten betalen. Dat kan €1.9 miljard bezuiniging opleveren.

Verder willen sommige politieke partijen een knelpuntenfonds voor de zorgtaken die de gemeenten uitvoeren (kosten €1.2 miljard), meer persoonsvolgende bekostiging in de verpleeghuiszorg (kosten €1.1 tot €1.4 miljard) en kleinschalige verpleeghuiszorg stimuleren (kost €250 miljoen). Gezien het feit dat Nederland nu al het land ter wereld is met de hoogste uitgaven voor langdurige zorg voor ouderen, lijken deze maatregelen vooral bedoeld om oudere kiezers mee te trekken. Verkiezingen worden langzamerhand gedomineerd door de wensen en belangen van ouderen.

Van de bijna 150 maatregelen waarvan het CPB de effecten heeft berekend, leidt minder dan 20% tot een besparing. Bijna de helft van de maatregelen kosten extra geld. Van de overige maatregelen kan het CPB niet goed vaststellen of ze geld kosten of besparingen opleveren.

En wie gaat dat betalen?

Het aantal voorstellen van politieke partijen dat meer geld kost is dus aanzienlijk groter dan het aantal maatregelen dat besparingen oplevert. Let wel: al die extra kosten komen bovenop de stijging van de zorgkosten die het CPB eind vorig jaar voor de periode 2021-2025 voorspelde. Als de maatregelen die geld kosten worden uitgevoerd zullen burgers koopkracht moeten inleveren om dit te betalen. Het is uiteindelijk niet de overheid of Sinterklaas die voor de zorg betaalt, maar de burgers.

De harde realiteit dat de groei van de zorgkosten ten koste gaat van het besteedbaar inkomen van Nederlanders en dat daarmee de grenzen van de solidariteit tussen gezonde en zieke mensen en tussen jongeren en ouderen in zicht komt, lijkt in de voorstellen die het CPB voor de verkiezingsprogramma’s heeft doorgerekend te ontbreken.

De echte discussie over het beperken van de stijging van de zorgkosten en over de vraag of de economische groei wordt gebruikt om de groei van de zorg uit te betalen of voor koopkrachtverbetering van burgers zal waarschijnlijk pas na de verkiezingen tijdens het overleg over een nieuw regeerakkoord worden gevoerd. Tot die tijd mogen politieke partijen nog even doen alsof het allemaal niet op kan. Het CPB rapport Zorgkeuzes in Kaart laat vooral zien dat politieke partijen de echte zorgkeuzes nog even willen ontlopen.