Waarom het voorgenomen migratiebeleid weinig gaat opleveren
Artikel beluisteren
Het coalitieakkoord erkent eindelijk dat de asielinstroom omlaag moet. Dat is winst. Maar wie de paragraaf ‘Asiel, migratie en integratie’ zorgvuldig leest, ziet dat het voorgenomen beleid rust op twee pijlers – Europa en nationale maatregelen – die beide minder solide zijn dan ze lijken. Zonder ingrijpende hervorming van het internationale vluchtelingenrecht dreigt opnieuw teleurstelling.
In het coalitieakkoord krijgt het thema ‘Asiel, migratie en integratie’ opvallend veel aandacht. Dat is terecht. De instroom is al jaren hoog, de opvangketen staat permanent onder druk en het draagvlak in de samenleving is zichtbaar afgenomen. Positief is dat het kabinet expliciet erkent dat de instroom omlaag moet en dat het huidige systeem tekortschiet.
Tegelijkertijd roept de uitwerking van het beleid fundamentele vragen op. Bij nadere beschouwing blijkt dat deze koers steunt op Europese afspraken én op nationale maatregelen. Die basis is minder solide dan zij op het eerste gezicht lijkt.
Daarnaast gaat het akkoord in op voorrang bij huisvesting voor statushouders – een urgent probleem dat tot veel onvrede leidt – en ook daar zal de werkelijkheid weerbarstiger zijn dan het optimisme dat doorklinkt in de voorgenomen maatregelen.
Afkopen goedkoper dan opvangen
Op Europees niveau zet het kabinet in op het EU-migratiepact. Kern daarvan is een solidariteitsmechanisme waarbij lidstaten kunnen kiezen tussen opvang of een financiële bijdrage. Juist die keuze maakt het pact kwetsbaar.
Voor rijke lidstaten is afkopen aanzienlijk goedkoper dan het daadwerkelijk opvangen van asielzoekers. Voor Midden- en Oost-Europese landen speelt bovendien een principiële afweging: ook zij zullen liever betalen – of simpelweg weigeren – dan asielzoekers opnemen. De praktijk van de afgelopen jaren laat zien dat een land als Polen openlijk weigert en Hongarije de facto al jaren niet meewerkt.
Het gevolg is voorspelbaar. De feitelijke opvangdruk blijft liggen bij de zuidelijke buitengrensstaten: Griekenland, Italië en Spanje. Die landen hebben, geconfronteerd met overvolle opvang en beperkte Europese solidariteit, weinig prikkels om migranten daadwerkelijk tegen te houden en zullen – begrijpelijk – blijven doen wat ze altijd al deden: mensen laten doorreizen naar het rijke Noorden.
Het EU-migratiepact verandert daarmee weinig aan de secundaire doorstroom. Wie erop rekent dat Brussel de instroom richting Nederland wezenlijk zal beperken, bouwt op drijfzand.
Nationale maatregelen
Naast Europa kiest het kabinet voor strengere nationale maatregelen. In de praktijk sluit Nederland daarmee aan bij een bredere Europese trend: een race to the bottom waarbij landen proberen minder aantrekkelijk te worden voor asielzoekers.
Sommige landen boeken hiermee resultaat, maar daar speelt een first-mover-voordeel. Denemarken profiteert bijvoorbeeld al jaren van een reputatie als streng land, opgebouwd over een lange periode en ook nog eens ondersteund door juridische uitzonderingen. Als echter iedereen meedoet aan de race to the bottom, worden we weliswaar collectief strenger, maar is het effect voor een land als Nederland waarschijnlijk beperkter. Voor Nederland blijft de aantrekkingskracht groot. Rijke Europese landen als Nederland vormen het villadorp van de wereld: veel mensen willen hier wonen, desnoods via misbruik van het asielkanaal.
Flexibele opvangplekken
Het akkoord bevat daarnaast een passage over flexibele opvangplekken: ‘Als de instroom daalt, kunnen de flexibele plekken door gemeenten worden ingezet als tijdelijke huisvesting voor aandachtsgroepen uit de huisvestingswet.’
Dit is bij de huidige extreme woningnood niet realistisch. Je kunt – zoals men zelf kennelijk al aanvoelt – niet duizenden of tienduizenden wooneenheden leeg laten staan terwijl gescheiden ouders met kinderen in garageboxen en op vakantieparken wonen. Vandaar ‘tijdelijke huisvesting voor aandachtsgroepen’. Maar gaan het COA of gemeenten urgente ingezetenen weer op straat zetten als de asielinstroom plotseling toeneemt? Dat is politiek niet vol te houden.
Voorrang statushouders onverkoopbaar
Verder stelt het akkoord: ‘Alternatieve huisvesting tussen COA-locaties en een reguliere woning… Zodra deze alternatieve huisvesting er in voldoende mate is, zal de mogelijkheid van voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen niet langer wettelijk mogelijk zijn.’
Met andere woorden: tot die tijd blijft voorrang voor statushouders in de praktijk bestaan.
Feitelijk betekent dit dat bij schaarste een alleenstaande asielzoeker zonder gezin in het herkomstland eerder toegang krijgt tot huisvesting dan gescheiden ouders met kinderen of jongvolwassen ingezetenen die noodgedwongen bij hun ouders wonen. Dat is maatschappelijk onverkoopbaar.
Lokale politiek aan zet
Met het oog op de komende gemeenteraadsverkiezingen is ook deze passage interessant: ‘Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt in bepaalde gemeenten steeds meer, omdat Nederlanders daar te lang op een wachtlijst staan. Zolang er geen goed alternatief is om statushouders te huisvesten, laten we beleid op dit punt aan de gemeenten zelf.’
Het al dan niet voorrang geven aan statushouders voor een sociale huurwoning wordt zo onderdeel van de lokale politiek. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet best brisant.
Wat ontbreekt: echte hervorming
De conclusie is helder, maar somber. Leunen op de EU gaat weinig opleveren. Meedoen aan de race to the bottom met nationale maatregelen is voor aantrekkelijke landen als Nederland noodzakelijk, maar verandert het probleem niet fundamenteel.
Nodig is daadwerkelijke ‘modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht’, zoals men zelf ook erkent. Dat zou serieus worden als daar bijvoorbeeld een staatssecretaris met uitsluitend die taak op wordt gezet. De inzet kent dan grofweg twee routes:
– Echt radicaal: het VN-vluchtelingenverdrag en het EVRM aanpassen of verlaten.
– Binnen de huidige kaders: een robuust derdelandenbeleid naar het voorbeeld van Australië. Dit idee is door Denemarken en het VK al verkend (Rwanda-plan) en Spanje zette een dergelijk beleid twintig jaar geleden ook al succesvol in om illegale bootmigratie richting de Canarische eilanden tegen te gaan. Juist dat spoor is nu echter door Nederland on hold gezet met Oeganda.
Symptoombestrijding
De instroom zal laten zien of en hoe snel het voorgenomen coalitiebeleid effect heeft, maar de verwachtingen moeten niet te hoog gespannen zijn. Helaas.
Zonder ingrijpende hervorming van het internationale vluchtelingenrecht blijft dit akkoord vooral symptoombestrijding. Dat is niet zonder risico’s: zolang ‘middenpartijen’ in Europa zo voortmodderen, vormt hun beleid een voedingsbodem voor ‘Orbanisering’ dan wel ‘Trumpificatie’.
Van Jan van de Beek verscheen bij uitgeverij Blauwburgwal het boek Migratiemagneet Nederland.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!
















