Wat is er liberaal aan de liberale democratie en de liberale wereldorde?

Vergaderzaal van de Verenigde Naties in New York

In mijn vorige drie essays zijn termen in verband met liberalisme behandeld die slaan op een ideologische of partijpolitieke stroming. Veelal om te verduidelijken wat een bepaalde substroming inhoudt, soms om enkele misvattingen recht te zetten en in één geval – het vermeende ‘neoliberalisme’ – om aan te geven dat dit niets meer is dan een verzinsel en een scheldwoord.

In bijna alle gevallen (op het ‘neoliberalisme na’) hoop ik dat de lezers hierdoor meer houvast hebben waar een term werkelijk voor staat. In geval van het ‘neoliberalisme’ is te hopen dat breed wordt beseft dat degenen die het woord ‘neoliberaal’ naar iets of iemand slingeren, niet serieus hoeven te worden genomen.

Het woord ‘liberaal’ wordt daarnaast als bijvoeglijk naamwoord van andere termen gebruikt zonder dat dit een specifieke ideologische of partijpolitieke lading heeft. In mijn vierde essay zal ik twee belangrijke voorbeelden behandelen: de liberale democratie en de liberale wereldorde.

In beide gevallen is het woord ‘liberaal’ in feite boven een ideologie of partijpolitiek uitgestegen maar wel uit de liberale stroming voortgekomen. De liberale elementen in beide termen zijn, in het Westen althans, bijna algemeen aanvaard en overgenomen. Ik zal tevens aanstippen hoe liberalen in ideologische zin zich tot deze veralgemeende begrippen verhouden.

Liberale democratie

Allereerst het begrip ‘liberale democratie’. Daarmee wordt níet gedoeld op een democratie waarin de liberalen aan het bewind zijn. Het is een omschrijving voor ons westerse model van democratie. Langzaam gegroeid in West-Europa en onder invloed van West-Europese ideeën ook verankerd in Noord-Amerika, is het elders in de wereld, al dan niet met haken en ogen, later eveneens overgenomen.

Het aantal liberale democratieën fluctueert; na golven van democratisering (zoals na de val van de Muur in Midden- en Oost-Europa) zijn er helaas nogal eens landen waarin een liberale democratie weer wegglijdt naar een meer autocratische staatsvorm.

Democratische rechtsstaat

In een liberale democratie wordt de mogelijkheid van de burgers om invloed uit te oefenen op de politiek en om politici te kiezen én weg te stemmen gecombineerd met zaken als vrijheid van meningsuiting (inclusief een vrije pers), vrijheid van godsdienst, van vereniging en vergadering, en de bescherming van burgers in het algemeen tegen hun overheid. Dit wordt ook wel een democratische rechtsstaat genoemd. Het rechtsstatelijke is dan het specifiek liberale element. Het is ooit door de liberalen als politieke stroming ingebracht, maar inmiddels (bijna) gemeengoed geworden.

Wankel evenwicht

De woorden liberale democratie zijn als koppel zo gangbaar geworden dat dit de schijn wekt dat zij logisch in elkaars verlengde liggen. Maar hoewel beide elementen inderdaad heel goed bij elkaar passen, zit er ook een zekere spanning tussen. Op democratische wijze, met (versterkte) meerderheid is het immers mogelijk besluiten te nemen die grondrechten ernstig kunnen beknotten.

Het liberale oftewel rechtsstatelijke element dient minderheden, en alle individuele burgers, te beschermen tegen wat wel de ‘tirannie van de meerderheid’ wordt genoemd. Onze grondrechten mogen niet zomaar door een meerderheid terzijde worden geschoven.

Anderzijds heeft sinds de Tweede Wereldoorlog een proliferatie van mensenrechten plaatsgevonden. Anders gezegd: het aantal in verdragen vastgelegde mensenrechten is zodanig uitgedijd, dat niet langer alleen klassieke burgerrechten maar van alles en nog wat als ‘mensenrecht’ wordt aangemerkt.

Daarbij geldt vaak niet uitsluitend hetgeen waarmee bij het sluiten van zo’n verdrag door gekozen volksvertegenwoordigers is ingestemd maar tevens de interpretaties die ongekozen rechters er nadien aan geven. Nu is het onvermijdelijk dat rechters wetten en verdragen die in algemene termen zijn gesteld bij toepassing op bijzondere gevallen moeten interpreteren.

Maar indien rechters zelf maatschappelijke discussies in hun uitspraken gaan ‘vertalen’ om wetgeving en verdragsbepalingen ‘bij de tijd te brengen’, begeven zij zich op politiek terrein. Op die manier scheppen zij een juridisch kader buiten de democratische procedures om.

Aan burgers zowel bescherming als de beslissende democratische stem

Liberalen in ideologische zin hebben altijd gestreden voor machtenscheiding en voor checks and balances. Rechters behoren onafhankelijk hun oordelen te kunnen vellen maar zij zijn niet onaantastbaar en zeker niet boven kritiek verheven wanneer zij zich buiten hun eigenlijke terrein begeven en politiek gaan bedrijven.

Een evenwichtige democratische rechtsstaat houdt niet alleen de democratische meerderheden in toom wanneer zij grondrechten bedreigen maar evenzeer ongekozen rechters zodra zij op de stoel gaan zitten van een democratisch gekozen parlement als wetgever. In een liberale democratie verdienen burgers allereerst bescherming tegen de overheid en andere machthebbers. Maar in zo’n democratie behoren diezelfde burgers in zaken van algemeen belang de beslissende stem te hebben.

De liberale wereldorde

Tegenwoordig hoor je vaak dat de liberale wereldorde onder druk zou staan. Naast de ondergraving door autoritaire of ronduit dictatoriale landen – Rusland, China, Noord-Korea, Iran, et cetera – heeft volgens menigeen ook de Amerikaanse president Trump deze wereldorde beschadigd. Maar wat houdt die wereldorde in? En waarom wordt zij liberaal genoemd?

Wat exact onder de liberale wereldorde wordt verstaan is niet helemaal duidelijk. In ieder geval stoelt zij op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en institutioneel op de Verenigde Naties. Dit maakt al duidelijk dat het de ‘orde’ betreft van na de Tweede Wereldoorlog.

Ook andere internationale verdragen en instellingen kunnen eronder worden geschaard. Dan gaat het om instellingen die uiteenlopen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de World Trade Organization (WTO) tot de International Labour Organization (een onderafdeling van de VN) en (op regionaal niveau) de Europese Unie.

Waarom wordt deze wereldorde liberaal genoemd?

Hoe ruimer het aantal verdragen en instellingen wordt genomen, des te meer twijfels er kunnen worden gezet bij de aanduiding ‘liberaal’. In sommige verdragen en organisaties worden immers regelingen uitgevaardigd die strijdig zijn met een liberale benadering. Toch komt de aanduiding ‘liberaal’ niet uit de lucht vallen.

Zoals liberalen (in ideologische en partijpolitieke zin) er altijd voor hebben gepleit dat staatsoptreden, dat wil zeggen beperkingen van onze natuurlijke vrijheid, een wettelijke basis behoeven, wat aldus in de plaats komt van willekeur, zo zien zij idealiter ook de wereld ‘geordend’ door het recht in plaats van door botte macht. Conflicten tussen staten zijn onvermijdelijk. Maar beter dan ze door oorlogen te beslechten kan dit gebeuren met behulp van onderhandelingen, verdragen en arbitrage.

Naïeve droom

Vóór de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) geloofden tal van liberalen, zij het zeker niet allemaal, dat door steeds nauwere (handels)banden en door interne democratisering de wereld vanzelf vreedzamer zou worden. Oorlog zou het gevolg zijn van kwade intenties van vorsten, adel en een militaire kaste; gewone burgers die de prijs van oorlog betalen zouden er geen belang bij hebben.

Voor zover liberalen in deze nogal naïeve droom geloofden, zijn zij er door beide Wereldoorlogen meestal wel ruw uit ontwaakt. Nauwere (handels)banden kunnen evenzeer aanleiding geven tot extra conflicten als tot warmere gevoelens tussen burgers uit verschillende landen.

Meer integratie kan net zo goed tot afkeer van de ander als tot broederschap leiden. Maar de gedachte dat er ook dan vreedzame manieren zijn om zulke conflicten te beslechten, en dat die manieren in beginsel te verkiezen zijn boven het voeren van oorlog, is zeer zeker liberaal.

Het illiberale gehalte van de huidige wereldorde

De wereld is niet te vergelijken met een staat. Ondanks de poging tot ordening, ontbreekt een hoogste gezag. In de leer der internationale betrekkingen werd daarom vanouds gesproken van een wereldwijde anarchie, al kun je in het huidige stelsel aan verdragen en instituties beter een zekere zelf-ordening zien. Liberalen geloven in hoge mate in zelf-ordening binnen een land. Waarom zou dit dan op wereldschaal niet werken?

Tot op zekere hoogte werkt het ook wel. Maar zoals liberalen stellen dat er binnen een land uiteindelijk toch een staatsgezag nodig is om kwaadwillenden zo nodig te dwingen zich te schikken, zo kan de wereld ook niet zonder dwang als laatste correctiemiddel. Je zou kunnen zeggen dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties als zodanig fungeert. Maar los van het feit dat deze raad beperkte machtsmiddelen heeft, kent hij een dieper liggend mankement.

Misbruik

Alleen al onder de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad bevinden zich twee dictatoriaal geregeerde landen: het schijn-democratische Rusland en de communistische dictatuur China. Dit zijn landen die de spelregels van de wereldorde niet delen maar ze juist misbruiken ten eigen bate. Beide landen zouden de huidige zogenaamd liberale wereldorde liefst vervangen door een orde waarin zíj de dienst uitmaken.

Wat voor de Veiligheidsraad opgaat, geldt eveneens op grotere schaal. Een echte liberale wereldorde kan wellicht functioneren indien zij zou bestaan uit liberaal-democratische landen. Maar zij is onmogelijk met landen die de liberale democratie vijandig gezind zijn.

De achilleshiel van de liberale wereldorde

Humanitaire interventies tegen regimes die de mensenrechten grof schenden zijn onmogelijk door veto’s die Rusland en China daarover in de Veiligheidsraad uitspreken. Sowieso blokkeren de regimes in deze landen het aan de kaak stellen van de vele mensenrechtenschendingen binnen hun eigen grenzen, en van hun eigen aantasting van de soevereiniteit van andere landen.

Deze smetten op de ‘liberale wereldorde’ zijn overduidelijk voor wie ze wil zien. In liberaal-democratische landen wenden sommige politici en zakenlieden hun gezicht helaas liever af om handelsbelangen niet te schaden. Maar het kwalificeren van de huidige internationale verhoudingen als een ‘liberale wereldorde’ is niet alleen onjuist maar kan tevens gevaarlijk zijn. Het beneemt politici en het grote publiek in het Westen het zicht op een wereld die helemaal niet geordend is, en waarin regimes opereren die bereid zijn alle mogelijke middelen in te zetten waarmee zij de liberale democratieën kunnen ondermijnen.

Een liberale boven-nationale orde is slechts in een beperkt deel van de wereld enigszins gerealiseerd. En deze is kwetsbaar. Doen alsof er reeds een ‘liberale wereldorde’ bestaat ondergraaft het besef van de bittere en blijvende noodzaak voor liberale democratieën hun waardevolle staatsvorm te verdedigen, desnoods gewapenderhand.