We worden weer beoordeeld op kleur, leeftijd en afkomst

Een Duitse variant van ‘Kinderen voor Kinderen’ zong ‘Mijn oma is een milieuzeug’. Nadat er ophef ontstond werd het liedje door omroep WDR geschrapt.

Biologie zou sinds 1945 geen politiek argument meer mogen zijn. Merkwaardigerwijs staat juist het actuele politieke en maatschappelijke debat in het teken van biologische argumenten. In plaats van argumentatie op basis van rationaliteit en rechtsgelijkheid worden te pas en te onpas biologische argumenten gebruikt. Bevolkingsgroepen worden bevoordeeld of juist gediscrimineerd vanwege leeftijd, geslacht of afkomst. Een zorgelijke ontwikkeling, want dat leidt per definitie tot discriminatie en willekeur. Het is ook slecht voor de democratische rechtsstaat.

Zo zouden kinderen in tegenstelling tot volwassenen de waarheid in pacht hebben. Niet op grond van bijzondere kennis of inzichten, maar uitsluitend op grond van het biologische feit van hun prille leeftijd. Dat is een merkwaardige redenering, want juist vanwege hun leeftijd mogen ze niet stemmen, geen machines bedienen, geen auto besturen en mogen ze geen serieuze drankjes tot zich nemen.

Kinderen kunnen dus eigenlijk niks. Het is dan ook raadselachtig waarom kinderen in ingewikkelde kwesties – zoals het klimaat – opeens wél competent zouden zijn. Je vraagt je trouwens af hoe het dan verder moet met het orakel Greta Thunberg. Zou de kwaliteit van haar apocalyptische voorspellingen achteruitgaan nu ze geen 16 meer is maar alweer 17?

Discriminatie op grond van geboortejaar

Wanneer jongeren over bijzondere gaven beschikken dan is het niet meer dan logisch dat ouderen volkomen incompetent zijn. Dat levensgevoel wordt treffend uitgedrukt in het badinerende ‘OK Boomer’. Boomer is niet het schattige hondje uit de gelijknamige TV-serie, maar mensen geboren tussen 1945 en 1955. Het vreemde aan dit generatie-conflict is, dat het volstrekt inhoudsloos is. Een complete generatie is categorisch de schuld van alles. Waarom? Simpelweg omdat ze oud zijn en niet jong.

In Duitsland zong een opgewekt kinderkoor van de publieke omroep het lied: ‘Meine Oma ist eine Umweltsau’. Oftewel oudere mensen zijn allemaal ‘milieuvarkens’. Niet heel aardig voor een generatie die het fundament legde voor de ongekende welvaart van nu, grote technische vooruitgang boekte en onvergankelijke muziek voortbracht. Maar nu zijn ze oud en een gevaar voor hun omgeving, dus moeten de oma’s en de opa’s worden geruimd.

Kinderen zijn hinderen, maar een echte protestgeneratie zijn de jongeren eigenlijk ook niet. Anders dan de generatie van ‘68’ worden ze niet door de politie in elkaar geslagen, maar met open armen ontvangen door politici, pers en talkshows. De pruilende protestpubers krijgen ruim baan.

De terugkeer van Blut und Boden

Ook het zogenaamde diversiteits-denken stoelt op biologische argumentatie. Centraal staat de gedachte dat iemands identiteit bepaald wordt door de etnische afkomst. Dat is beangstigend want daarmee wordt het complexe menselijke bestaan tot Blut und Boden gereduceerd. Een dergelijke etnische rubricering doet denken aan de donkere dagen van de Apartheid. Bizar genoeg zijn deze hersenspinsels niet afkomstig van rechts, maar van groepen die zich zelf als “links” en vooruitstrevend beschouwen.

Ook de seksuele identiteit, oftewel gender, speelt een grote rol in het hedendaagse biologische denken. Hier zien we een merkwaardige paradox. Enerzijds is er – terecht – de tolerantie voor het complete ‘panseksuele’ spectrum. Het songfestival werd ooit gewonnen door een man in een mooie jurk met een baard. Iran wordt bestuurd door mannen met baarden in lelijke jurken. Overheidsinstellingen faciliteren gender-neutrale toiletten en formulieren.

Waarom niet de beste kandidaat?

Maar anderzijds is er sprake van openlijke discriminatie op grond van geslacht. Universiteiten willen mannen categorisch buiten sluiten als werknemer. Een merkwaardige beslissing. Enerzijds beweren activisten dat gender een ‘sociale constructie’ is en lijken er tientallen seksuele identiteiten te bestaan. Tegelijkertijd willen ze wél in iemands onderbroekje kijken alvorens ze een baan te geven. Misschien is het een beter idee om gewoon de beste kandidaat de baan te geven. Of is dat een reactionaire gedachtegang?

Een malle consequentie van deze Apartheid 2.0 is het besluit van een aantal musea om 50% van het budget aan kunst van vrouwen te besteden. Of juist deze 50% van het aanbod de moeite waard is, doet er blijkbaar niet toe. Ook hier gaat het biologische argument boven het rationele. Geen plaats meer voor entartete masculiene kunst, maar alleen nog zuiver vrouwelijke esthetiek.

Het leidt tot vijandige versnippering

Deze biologisering van het publieke debat is een heilloze weg. In het beste geval leidt het tot infantilisering zoals de heiligverklaring van de heilige maagd Greta Thunberg. Maar in het ergste geval ondermijnt het de maatschappelijke samenhang en daarmee de democratie. De versplintering van de bevolking in tal van biologisch gedefinieerde groepen, zoals jong-oud, gender, kleur en etniciteit verzwakt namelijk de samenhang en solidariteit in de samenleving.

Het zou daarom goed zijn om deze biologische politiek te laten varen. Biologie en politiek zijn een explosief mengsel. Wie de desastreuze resultaten daarvan wil bekijken kan nog tot 1 maart terecht bij de tentoonstelling ‘Design in het Derde Rijk’ in Den Bosch.