Wie de macht tegenspreekt ‘houdt de vooruitgang tegen’

Guusje ter Horst en Kajsa Ollongren: ‘Opstand van de elite’.

Zorgen over inspraak, burgerrechten en parlementaire controle krijgen van de partijen in het centrum van de macht al snel het label ‘radicaal’ of ‘extreem’. Pieter Omtzigt, parlementaire doorbijter en eerder kandidaat voor het CDA-lijsttrekkerschap, was volgens anonieme CDA bronnen ‘geradicaliseerd’ en een presentator die hem op 5 juli op NPO1 radio interviewde werd niet moe dat te herhalen.  Waarom zijn uitgangspunten die in Nederland na 1945 de basis vormden voor een stabiele democratie steeds vaker verdacht?

Verbolgen elite, minder democratie en inspraak

Guusje ter Horst, toenmalig PvdA-minister, zei in 2009: ‘Een opstand van de elite is hard nodig’. Die elite wil sindsdien de burger heropvoeden. Het kabinet-Rutte 2 met VVD en PvdA voerde een beleid van bezuinigen en lastenverhogingen in crisistijd en premier Mark Rutte zelf sprak de burger regelmatig vermanend toe. Het ‘Nee’ in het raadgevend referendum over het associatieverdrag met de Oekraine in 2015 was voor  de regering buitengewoon ongewenst. 2016 bracht Brexit en Trump, waarop het kabinet-Rutte 3 de inperking van inspraak, burgerrechten en democratische controle ter hand nam.

D66 minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren is de verpersoonlijking van deze tendens. In 2018 schafte ze het raadgevend referendum definitief af. Het idee van een correctief referendum – ooit een kroonjuweel van D66 en in 2018 nog aanbevolen door de commissie Remkes – is praktisch begraven.

Wel staat een Wet op de politieke partijen op stapel met regels voor de organisatie van politieke partijen, de transparantie van hun financiering en zelfs de mogelijkheid tot een partijverbod. Hoort dat thuis in een volwassen democratie, met het gevaar dat regeringspartijen die wet tegen oppositiepartijen inzetten? Rond het slepende proces tegen Geert Wilders over zijn ‘minder Marokkanen’ uitspraak hangt al de geur van politieke beïnvloeding. Ollongren meldde als klap op de vuurpijl op 22 mei dat uitstel van de verkiezingen wegens de Corona-crisis niet was uitgesloten.

‘Middenpartijen’ radicaliseren, ongelijkheid verdiept

Gevestigde partijen beklagen zich luidkeels over populisme en Boze Burgers, maar juist de zogeheten middenpartijen kozen sinds de jaren 80 voor een radicale koerswijziging. Onder invloed van denkers als econoom Milton Friedman tot politicoloog Anthony Giddens kwam er volop ruimte voor grote bedrijven, minder ruimte voor vakbonden en marktwerking in de publieke sector. Met als resultaat dat publieke instellingen zijn vervreemd van de burger, de onzekerheid voor de  middenklasse toenam en aan de onderkant van de samenleving een Precariaat ontstond. Na financiële crisis van 2008 groeiden – zelfs toen de economie zich voorzichtig herstelde – de besteedbare inkomens niet. De Corona-crisis is de volgende aanjager van armoede en ongelijkheid.

Tegenspraak ongewenst

De geslaagde revolutie van het bestuurskundige ‘governance’ denken verdraagt geen tegenspraak meer. Ministers hebben als hoogste ambitie om op de winkel te passen en ontlopen een volwassen debat. Vicepremier en ‘Corona-minister’ Hugo de Jonge grossiert in oppervlakkigheden en meende als vanzelf recht te hebben op het CDA-lijsttrekkerschap. Na de onverwachte tegenkandidatuur van Pieter Omtzigt plaatste politiek commentator Arjan Noorlander van de NPO Omtzigt in de hoek van ‘PVV-rechts’ , ‘Geen Stijl’ en ‘anti-establishment’.

Omzigt – als Tweede Kamerlid effectief in het controleren van de regering waar zijn eigen CDA deel van uitmaakt – kreeg al te maken met fluistercampagnes en tegenwerking binnen zijn eigen partij en ontving in de Tweede Kamer standjes van premier Mark Rutte. CDA-leider Sybrand Buma schoof Omtzigt gretig opzij nadat de NRC een flinterdun verhaal publiceerde over vermeend contact met een nepgetuige over MH17.

Groot was de opluchting toen Hugo de Jonge op het nippertje de lijsttrekkersverkiezing won. Jesse Klaver jubelde direct ‘een kabinet over rechts is hiermee uitgesloten’, alsof er geen verkiezingen meer gaan komen. ‘CDA gaat voor een verantwoordelijke koers’ zei parlementair verslaggever Xander van der Wulp van de NOS. Volgens De Telegraaf had het CDA ‘gekozen voor bestuurlijke betrouwbaarheid’.

De gevestigde partijen framen tegenspraak graag als afkomstig van de maatschappelijke ‘verliezers’, ook als het gaat om Nederlanders met essentiële beroepen zoals leraren en verplegend personeel. De standaardterm daarbij is ‘die mensen’. Wat staat voor ‘mensen die er niet toe doen’ en wiens rechten men aan de kant mag schuiven. Zoals werkende en belastingbetalende Groningers met een door gasboringen verzakt huis.

Vasthouden aan inspraak van onderaf of de bescherming van burgers tegen bestuurlijke willekeur is al snel ‘niet meer van deze tijd’. Wie wijst op het gebrek aan burgerinspraak in het Klimaatakkoord of de utopisch Green Deal van Diederik Samson en Frans Timmermans ‘houdt de vooruitgang tegen’. Typisch een aantijging waarmee utopisch-totalitaire regimes in het verleden hun tegenstanders besmeurden, om ze daarna uit te schakelen.

Kiezers als te verwijderen obstakels

Of de kritiek nu komt van de SP over de zorgen van laagstverdienenden, van boeren over het klimaatbeleid of van neutrale experts als hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans over het afschaffen van het raadgevend referendum en de Corona-spoedwet, vaak volgt de Reductio ad Baudetum – het verwijt ‘Baudet in de kaart te spelen’.

Kritische stemmen zitten al snel ‘in het vaarwater van het populisme’ of veroorzaken ‘een tweedeling in de samenleving’ . Hetzelfde overkomt wetenschappers als demograaf Jan Latten die wijst op maatschappelijke problemen die ontstaan als het bevolkingsaantal door immigratie in 2050 zou oplopen tot 22 miljoen Journalisten die vaak ontevreden burgers aan het woord laten – zoals Wierd Duk van De Telegraaf – of de macht kritisch volgen zouden ‘polariseren’ of brengen ‘tendentieus’ nieuws.

In 2019 kreeg de VVD de schrik van zijn leven toen het Forum voor Democratie in de verkiezingen voor de Provinciale Staten de VVD passeerde. De anti-campagne van de regeringspartijen tegen Baudet is sindsdien geïntensiveerd – waarbij Baudet zijn tegenstanders in politiek en media regelmatig van schoten voor open doel voorziet.

 Bij D66, Groen Links en – in mindere mate – de PvdA bestaat amper een grens aan wat men van ‘woke’ actiegroepen accepteert, zolang men die maar tegen ‘populisten’ kan inzetten. Over de verzwakte positie van vakbonden en van veel werknemers horen we deze partijen zelden.

Politici met utopische dromen

Met name D66 en Groen Links koesteren utopische dromen over Nederland als postmoderne modelstaat. In de woorden van D66-er Rob Jetten: ‘Berlijn aan de Rijn’. Jetten is duidelijk onwetend van de geschiedenis van Oost-Berlijn en van de DDR – de modelstaat voor de vorige generatie zelfbenoemde progressieven.

In utopieën passen geen vrijdenkers, mensen die hechten aan grondrechten of mensen die geloven in democratie van onderop. Wie zich beroept op ‘ouderwetse’ burgerrechten als inspraak, persvrijheid of de vrijheid van vereniging krijgt het naamplaatje met ‘houdt de vooruitgang tegen’ opgeplakt.