Zonder betaalbare en betrouwbare energie uit fossiele brandstoffen staat Nederland stil. Maar rechter en regering blijven maar dwepen met dure en schadelijke biomassa

WW Van Andel 26 maart 2026
Het kappen en verbranden van levende bomen is niet duurzaam en niet CO2-neutraal is. Foto: Pexels.

Artikel beluisteren

Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft helaas de klachten van meerdere internationale milieuorganisaties over de vermeende duurzaamheid van energie uit houtige biomassa afgewezen. Onder meer het Nederlandse Comité Schone Lucht en het Duitse Robin Wood eisten herziening van de Europese duurzaamheidsbeoordeling, op grond van de ontbossing, het verlies aan biodiversiteit en de extra CO2‑uitstoot die de biomassa-industrie in de praktijk veroorzaakt. Al deze milieuschade voltrekt zich zichtbaar en aantoonbaar. Het is werkelijk onbegrijpelijk dat de rechter hieraan voorbijgaat.

Voor de zoveelste keer blijkt de papieren werkelijkheid van politiek en juridisch bepaalde duurzaamheidscriteria belangrijker dan de fysieke werkelijkheid van de natuur. Politici, juristen en economen in kantoren kunnen met alle respect niet bepalen wat wel en niet duurzaam is. Dat kunnen alleen praktijkmensen in de fysieke natuur en in wetenschappelijke laboratoria. Die praktijkmensen publiceren al jaren in groten getale dat het kappen en verbranden van levende bomen in de praktijk niet duurzaam en niet CO2-neutraal is. Het is een klap in het gezicht van al die praktijkmensen dat de rechter niet op zijn minst een nader onderzoek gelast naar die stortvloed van kritische publicaties. Als er ergens grond is voor gerede twijfel, is het wel bij de zogenaamde duurzaamheid van houtige biomassa voor energieopwekking.

Ik beschouw die zogenaamde duurzaamheid en CO2-neutraliteit van het kappen en verbranden van levende bomen als de grootste aberratie in de huidige energietransitie. De Europese belastingbetaler hoest daar elk jaar 22,5 miljard euro subsidie aan hout- en energiebedrijven voor op, terwijl de natuur en het klimaat er in rap tempo slechter van worden. Die jaarlijkse 22,5 miljard euro belastinggeld houdt kunstmatig een grootschalige internationale commerciële boskap- en boomverbrandingsindustrie in stand, die zonder die miljardensubsidies niet zou kunnen bestaan. Die jaarlijkse 22,5 miljard euro belastinggeld gaat niet naar het versterken van onze defensie en industrie, in een tijd dat de EU ronkend praat over militaire en economische onafhankelijkheid.

Extra fossiele brandstoffen

De Brusselse en Haagse burelen worden intussen hardhandig opgeschud door de werkelijkheid van oorlog in het Midden-Oosten en een door Iran grotendeels afgesloten Straat van Hormuz. Dat leidt tot exploderende energieprijzen, de laagste gasvoorraad in tien jaar, nijpende schaarste en onthullende afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas. België, Spanje en Tsjechië beteugelen de benzine- en dieselprijzen aan de pomp, maar Nederland doet niks behalve praten. De ruim vijftig jaar oude term ‘autoloze zondag’ is al wel gevallen. Dat zou niets meer of minder dan brandstofrantsoenering zijn, iets dat in diverse vormen al wordt toegepast in zuidelijk Azië.

Uit alles blijkt dat fossiele brandstoffen nog decennia lang een eerste levensbehoefte zullen blijven voor de wereld en voor het kleine dichtbevolkte en hooggeïndustrialiseerde Europa. Nederland en de EU mogen intussen met goedkeuring van de rechter tientallen miljarden euro’s per jaar blijven verspillen aan het grootschalig kappen van natuurlijke biodiverse bossen in andere werelddelen. Het kabinet-Jetten wil intussen halsstarrig honderden miljoenen euro’s blijven verspillen aan beton storten in gasputten, in plaats van dat geld te besteden aan de zogenaamd vlotte en ruimhartige vergoeding van aardbevingsschade waar Groningse burgers al meer dan tien jaar op wachten.

De vraag rijst hoeveel meer geopolitieke crises en oorlogen er nog nodig zijn voordat onze democratisch gekozen parlementen en regeringen de werkelijkheid gaan zien zoals die is. Zonder betaalbare en betrouwbare energie uit fossiele brandstoffen stoppen onze verwarming, mobiliteit, zorg, datacenters, communicatie, defensie, industrie en economie. De hoge gas- en benzineprijzen veroorzaken een plotselinge run op warmtepompen en elektrische auto’s, maar dat zal ons niet uit de brand helpen. Het stroomnet zit al vol, en extra elektriciteit zal de komende tien jaar voornamelijk met extra fossiele brandstoffen moeten worden opgewekt.

Nieuwe kerncentrales hebben we niet voor 2035 vanwege jarenlang politiek getreuzel, de windmolen- en de waterstofindustrie zakt in vanwege miljardenverliezen, en zonnepanelen stagneren vanwege netcongestie en afschaffing van de saldering. Dat is een onaangename opsomming van energiefeiten, maar daarom niet minder waar. Het is zeker verstandig om te minderen met fossiele brandstoffen, maar het is evenzeer verstandig om te beseffen en te erkennen dat Europa en de wereld er nog decennia lang van afhankelijk zullen zijn. Iedereen wil koste wat kost olie en gas hebben, en dat zal in 2030 en in 2040 ook nog zo zijn.

Onze afhankelijkheid van geïmporteerde olie en gas blijkt op onthullende wijze, nu de vanzelfsprekend lijkende beschikbaarheid wegvalt. Popgroep De Dijk zong ooit ‘Als ze er niet is, weet een man pas wat-ie mist’. Zo vergaat het ons en velen in de wereld nu met energie, voor de tweede keer in vier jaar. Minder welvarende mensen zijn daar het meest de dupe van. In een wereld met toenemende spanningen vergt dat langjarig strategisch Nederlands en Europees energiebeleid, gebaseerd op beschikbaarheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid als rotsvaste uitgangspunten. Het is hoog tijd dat we onze knopen tellen, en beseffen dat we weinig invloed hebben op wat de Verenigde Staten, Israël, Iran, de Golfstaten, Rusland en China doen.

Prioriteiten verleggen

Natuurlijk moeten we zeer actief blijven op het politieke en diplomatieke wereldtoneel, maar de resultaten daarvan zijn op zijn minst ongewis en in elk geval niet in onze macht. We moeten daarom tevens onze interne prioriteiten verleggen van gesubsidieerde biomassa, windmolens, zonnepanelen, warmtepompen, elektrische auto’s, waterstoffabrieken en ondergrondse CO2-opslag naar concrete investeringen in Noordzeegas, kerncentrales en forse energiebesparing.

Dat laatste kan eerst en vooral door topprioriteit te geven aan huisisolatie. De Sociaal Economische Raad (SER) adviseert zelfs om verduurzaming van huizen en gebouwen te verplichten. Daarbij wordt isolatie helaas wel onterecht op één hoop gegooid met warmtepompen en zonnepanelen. We moeten zeker wel isoleren, want dat bespaart energie, geld en CO2. Maar we moeten zeker níet meer warmtepompen en zonnepanelen installeren, want die verhogen de netcongestie en de terugleverkosten voor burgers. Een slecht geïsoleerd huis is als een lekke boot waar water inloopt. Harder pompen is geen structurele oplossing, het lek dichten wel.

De tweede grote energiebesparende maatregel moet een algehele maximumsnelheid van 100 kilometer per uur zijn, dag en nacht, overal. Dat is geen brandstofrantsoenering, dat is heilzaam voor onze natuur, veiligheid, gezondheid en financiën. Het bespaart meer benzine, diesel, LPG en CO2-uitstoot dan een tamelijk zinloze autoloze zondag. Het vergt wel kordate handhaving met een hoge pakkans en vooral torenhoge boetes. Kamerleden en bewindslieden kunnen net als u en ik dagelijks zien dat de huidige snelheidslimieten massaal worden genegeerd.

Misleidende desinformatie

Als die Kamerleden en bewindslieden in verbinding met mens en maatschappij willen aanpakken, is dit het moment om een einde te maken aan de energieverspillende en gezagsondermijnende praktijk van te hard rijden. Regels stellen zonder ze te handhaven schaadt het vertrouwen in de overheid. Er komt volgens velen een energiecrisis aan, zelfs als de oorlog in het Midden-Oosten deze week stopt. Regeren is vooruitzien en aanpakken, niet afwachten en praten tot met name de lagere inkomens voor de tweede keer in vier jaar tijd in energiearmoede belanden.

Het helpt bij dit alles niet dat de NOS deze week op Radio 1 misleidende desinformatie verspreidde, door te beweren dat de helft van onze energie uit zon en wind zou komen. In werkelijkheid is dat vier keer zo laag, ongeveer 13 procent. De NOS bedoelde vermoedelijk dat de helft van onze elektriciteit uit zon en wind komt. Elektriciteit is echter maar een kwart van ons totale energieverbruik. Ik heb de feiten even opgezocht bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), iets dat elke journalist en burger in een paar minuten kan doen. In 2024 kwam ongeveer 20 procent van ons totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, en daarvan was een derde biomassa. Twee derde van die 20 procent kwam uit zon en wind. Dat is 13 procent van onze energie, niet 50 procent.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!