Zonder fossiele brandstoffen en kernenergie en zonder boeren zijn we kansloos op het wereldtoneel

ArnoutNuijt 19-3-26
Beeld: mediatic.eu

Artikel beluisteren

Je hoort het vaker: een land dat zich heeft voorbereid op de vorige oorlog en … verliest. De geschiedenis is er vol van. Maar hoe zit dat vandaag? Is Nederland klaar voor de nieuwe economische oorlog, voor de strijd om de knelpunten in aanvoer van grondstoffen en energie of staan we straks schaakmat voor we het doorhebben? En bewapenen we ons wel snel genoeg met de juiste wapens voor de militaire strijd? Kortom, volgen we de juiste strategie en hebben we de juiste verwachtingen?

Natuurlijk heeft niemand het juiste antwoord, de toekomst is immers ongewis. Maar, om met het tweede punt te beginnen – de juiste voorbereiding op een volgende oorlog – kunnen we altijd even terug kijken. De Hollandse Waterlinie zou in 1914 zeker een Duitse poging tot verovering van ons land – als die zou zijn gekomen – hebben gefrustreerd, maar in 1940 vloog de Duitse Luftwaffe er doodleuk overheen om bij ons regeringscentrum grote aantallen soldaten te laten landen en het weerloze Rotterdam zwaar te bombarderen.

Is de NAVO hardleers?

Voor wat betreft de oorlogsvoorbereidingen in het huidige tijdsgewricht moeten we eigenlijk ook de adem inhouden. De afgelopen jaren hoorden we regelmatig over de NAVO-leer: prachtig opgebouwde en uitgevoerde manoeuvres met snelle mobiele eenheden, die diep achter de vijandelijke linies moesten dringen om de vijand klem te zetten – een moderne versie van de Duitse Blitzkrieg uit de Tweede Wereldoorlog. Maar toen door de NAVO getrainde Oekraïense eenheden dit in 2023 in de praktijk wilden brengen, liepen ze vast op een muur van Russisch vuur en drones en leden ze zware verliezen aan materieel en manschappen.

Is de NAVO hardleers? Tijdens een oefening vorig jaar in de Baltische Staten wist een handjevol door de wol geverfde Oekraïners – in de rol van tegenstanders – een hele NAVO-eenheid ‘uit te schakelen’ met hun kleine, goedkope drones. En enkele maanden geleden nog wist tijdens een jaarlijkse NAVO-oefening de Oekraïense marine met haar varende drones een geallieerd fregat ‘tot zinken te brengen’, zonder dat de bemanning daarvan het door had. Het is natuurlijk onbestaanbaar dat na vier jaar oorlog in Oekraïne de NAVO nog steeds niet weet om te gaan met de dodelijke dreiging van drones.

Dat ons land – geheel volgens de traditie uit de Koude Oorlog – in Duitsland nieuwe tanks heeft besteld die pas over jaren kunnen worden geleverd of dat er bij Defensie jarenlang aan het ontwerp van twee types fregatten voor de marine mag worden getekend (die daardoor mogelijk pas midden jaren dertig in de vaart zullen komen) draagt niet echt bij aan de boodschap van urgentie en oorlogsdreiging die tegelijkertijd wordt uitgedragen. Als er écht haast is, koop je off the shelf uitstekende en snel leverbare tanks, kanonnen en raketten in Zuid-Korea of fregatten in Japan of Italië (zoals respectievelijk Australië en Portugal dat deden). En daar doe je het mee.

Eigen boontjes doppen

In geval van een conflict gaat Nederland bovendien nog altijd uit van steun van een veelvoud aan traditionele bondgenoten, zoals ‘Europa’ en de VS. Maar die steun zal veel minder zijn dan gedacht. Het is nog maar de vraag of de NAVO als geheel of alle zevenentwintig EU-lidstaten tegelijk actief mee zullen doen aan die oorlog met Rusland waarvoor zo veel wordt gewaarschuwd. Maar zeker is dat Amerikaanse divisies Europa niet te hulp zullen komen, hooguit enkele brigades. Waarom? Omdat die troepenmacht er in de VS eenvoudigweg allang niet meer is. Wat er nog van over is zal eerder voor een gevecht in Azië worden bestemd dan voor Europa.

De boodschap van de VS dringt maar niet door: we zullen in geval van een crisis onze eigen boontjes moeten doppen. Europese bondgenoten hebben we zeker, maar is het verstandig om volledig afhankelijk te zijn van de Duitse landmacht? Dat betekent dat onze eenheden alleen worden ingezet wanneer Duitsland wil vechten en niet kunnen worden ingezet als Duitsland dat niet wil. Want zelfstandig opereren kan onze landmacht niet meer.

We zijn geen middenmacht maar een klein land

Aan de andere kant lijdt Nederland nog altijd aan het middle power-syndroom, die onuitroeibare gedachte binnen ons militaire en veiligheidsestablishment dat we nog altijd een middelgrote macht zijn, die alles moet kunnen en wereldwijd moet kunnen optreden. Een late erfenis uit de koloniale tijd? Een recent rapport van Clingendael bevestigde die gedachte nog eens door te stellen dat landen van India en Rusland tot landen als Nederland en Egypte deel zouden uitmaken van het cohort van middenmachten. Dat streelt wellicht het ego van velen in Den Haag, maar niets is minder waar.

Nee, het sprookje is allang uit: Nederland is een klein land met dito impact op het wereldtoneel en daarbij past een beperkte militaire capaciteit – iets waar we ons bij neer zullen moeten leggen. Daarom kunnen we slechts op een paar belangrijke zaken focussen, zoals de verdediging van het eigen grondgebied, onze exclusieve maritieme zones en ons luchtruim. Dat betekent investeren in luchtverdediging en in vaartuigen die de Noordzee, haar data- en energie-infrastructuur en aanlooproutes voor onze havens – op overweldigende wijze – veiligstelt.

Er mag – om de woorden van W.F. Hermans maar eens te misbruiken – geen mus zonder goede reden van een boorplatform vallen en geen enkel vliegend voorwerp door ons luchtruim vliegen zonder dat we dat ver van te voren aan zien komen en naar believen kunnen uitschakelen, hacken of verjagen. Bouw daarnaast aan een landmacht die er op is ingericht om in de eerste plaats dicht bij huis te opereren en die alleen (maar dan wel veel beter beschermde en veel robuuster bewapende) eenheden levert aan anderen als dat niet anders kan.

Je veilig wanen dankzij bondgenootschappen is een aantrekkelijk maar hardnekkig misverstand dat stamt uit de Koude Oorlogstijd. Geen enkel ander Europees land zit nu nog zo in de wedstrijd. De enige bondgenoot die Nederland echt moet en kan hebben is België. Militaire samenwerking met dat land verdient daarom – waar mogelijk – de hoogste prioriteit.

Maar laten we eens kijken of Nederland is voorbereid op die andere manier van oorlogvoering, de economische, zoals Trump, Poetin, Xi en het huidige Iraanse leiderschap die ten toon spreiden. Die zetten, door handig gebruik te maken van knelpunten op aanvoerlijnen en grondstoffen en energie (zoals de Straat van Horzmuz) of regime change (zoals in Venezuela) hun tegenstanders schaak zonder een schot te lossen.

Van de ene afhankelijkheid naar de andere

Natuurlijk, de open economie van Nederland is uitzonderlijk kwetsbaar, dankzij een veel te ver doorgeschoten geloof in globalisering. Intussen exporteren we steeds minder zelfgemaakte goederen, terwijl een ander hardnekkig misverstand – dat Nederland een handelsland zou zijn – maar blijft bestaan. We zijn immers allang geen handelsland meer, maar een doorvoerland geworden van andermans goederen. En stopt die doorvoer en distributie dan is dat de dood in de pot voor onze logistiek. Neerlands taak is het dus om hier te lande een ultraveilige draaischijf te zijn en niet om op te draaien voor de beveiliging van andermans handel op de zeven zeeën.  

Nederland bereidt zich voor op de verkeerde oorlog. Niet alleen een juiste militaire bewapening en training is nog langer van groot belang, maar ook de voorbereiding op een economische oorlog – en daar zitten we al midden in. Een land zonder grote strategische voorraden fossiele brandstoffen, zonder kernenergie en niet de mogelijkheid durft open te houden om in eigen land gas te dat produceren, maakt geen schijn van kans op het wereldtoneel. Dan rollen we van de ene afhankelijkheid naar de andere en dan wordt de keuze voor links én rechts steeds lastiger: gas kopen van de Emir van Qatar, van Trump of toch weer – lekker goedkoop – van Poetin? En een land dat keer op keer van zijn eigen boerenstand probeert af te komen en straks voedsel moet importeren uit Zuid-Amerika slacht letterlijk de kip met de gouden eieren. En ook in dat verband geldt: geen betere raad dan voorraad.

Concepten van de NAVO-doctrines uit de Koude Oorlogstijd sluimeren nog altijd in ons achterhoofd: een blind en kinderlijk vertrouwen op bondgenoten, een verwachting dat de VS ons te hulp snellen met een enorme legermacht en rotsvast geloof in de kernmacht van dat land als uiterste back up.

Tijdens het dagdromen over strategische autonomie zit Nederland nog altijd vastgebakken in een niet langer toepasbare ideologie van verduurzaming. De reflex van bestuurlijk Nederland is – merkwaardig genoeg – om in deze geopolitieke omstandigheden juist zwaarder in te zetten op wind- en zonne-energie om zo onafhankelijk te worden van het buitenland.

Een recent rapport van de Topsector energie bevat in dit verband enkele hoopvolle aanbevelingen en probeert investeren in fossiel weer uit de taboesfeer te halen. Maar daarbij wordt bovenal nog steeds op het versnellen van de energietransitie en verduurzaming gehamerd. En bovendien leveren de auteurs en passant zware kritiek op de eventuele komst van extra kerncentrales.

Geen aanjager, maar hekkensluiter

En daarmee loopt Nederland straks uit de pas bij haar Europese en NAVO-bondgenoten, die stuk voor stuk gaan inzetten op kernenergie, voorraden fossiele brandstoffen aanleggen en inzetten op het behoud van een eigen voedselvoorziening.

Nederland als aanjager in Europa, zoals het kabinet-Jetten dat graag ziet? Eerder hekkensluiter, als het niet uitkijkt.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!Â