Zorgen om AOW en vergrijzing steunen op decennia van sluimerende ouderenhaat

WW kuipers 10 maart 2026
Het begrip generatie is een black box: handig in het gebruik, maar niet exact te definiëren. Foto: Mikhail Nilov/Pexels.

Artikel beluisteren

Het thema ‘Mijn generatie’ van de Boekenweek (11-22 maart) wil belichten hoe verhalen en taal generaties ‘van boomers tot zoomers’ vormen en verbinden. Ach, verbinding! Zo kunnen veel leden van verschillende generaties nog altijd moeiteloos Ik heb eerbied voor jouw grijze haren meeneuriën, de mierzoete kraker die Gert Timmerman in 1963 sterrenstatus bracht. In 1993, toen Gert en zijn Hermien waren afgezakt tot camp-artiesten in de house- en homoscene, gaf de immer aalgladde Gert toe dat hij begreep ‘dat de mensen op den duur van ons over hun nek gingen’.

De degeneratie van Timmermans smartlap tot staaltje van zelfironie loopt ongeveer parallel aan de eliminatie van het traditionele respect voor oudere generaties. Die waardering, voortvloeiend uit het bijbelgebod ‘Eert uw vader en uw moeder’, was weliswaar deels lippendienst. Vóór de twintigste eeuw was de oudere die niet meer in zijn levensonderhoud kon voorzien aangewezen op familie, kerk, armenzorg en liefdadigheid, in veel gevallen een garantie voor uiterste karigheid of misstanden.

Wetten

Velen moeten in 1919 de totstandkoming van de Ouderdomswet hebben toegejuicht, een initiatief van minister van Arbeid Piet Aalderse (Roomsch-Katholieke Staatspartij). Er was lang aan gesleuteld, maar wie dat wilde kon nu premie gaan inleggen voor een ouderdomsrente. Niet iedereen was daartoe in straat. Toch waren zelfs de sociaaldemocraten van de SDAP gematigd positief.

Pas in 1947 trad voor behoeftige ouderen de Noodwet Ouderdomsvoorziening van Willem Drees in werking, die in 1957 is vervangen door de AOW, een volksverzekering voor iedereen in Nederland. Minister Ko Suurhoff reikte persoonlijk de eerste uitkeringen uit aan ‘een dertigtal bejaarden’. De hoogte ervan werd in 1965 gelijkgesteld aan het sociale minimum.

Vanaf 2013 is er wegens de gestegen levensverwachting aan de AOW gesleuteld. Ook het kabinet-Jetten kwam al voor zijn aantreden met gretige bezuinigingsvoornemens, waarvoor zelfs het zo moeizaam tot stand gekomen pensioenakkoord zou worden opengebroken. Na breed protest lijken de plannen voorlopig ingeslikt. Intussen verschijnen boven de horizon van ons zonbeschenen pensionadoland donkere wolken van mogelijke ‘fiscalisering’ (premie betalen over je AOW) en verhoging van zorgkosten die vooral ouderen treft.

De gemiddelde leeftijd van het kabinet is 47 jaar, van het vorige 51. Of dit werkelijk een ‘nieuwe generatie’ in het bestuur betekent zoals Jetten graag benadrukt, is zeer de vraag; wel is hijzelf met zijn 39 jaar de jongste premier ooit. In elk geval is het imago doordrenkt van jeugdig elan. Tijdens zijn speech op het 123ste partijcongres van D66 (28 februari) noemde Jetten blijkens de transcriptie het woord ‘ouderen’ één keer. ‘Je hebt áltijd elkaar nodig,’ betoogde hij. Ouders, leraren, ‘jongeren en ouderen die zich inzetten voor de mensen om zich heen’.

Vitaliteit van ‘zich inzettende’ ouderen. Denk bij dit begrippenpaar aan ‘oudere’ ouderen die zelf veelal hulpbehoevend zijn en dan toont Jetten zich vooral als de Baron van Münchhausen, die twee helften van een doorgezaagd paard aan elkaar hechtte met lauriertakken.

Dertig is de limiet

Vanwaar toch die nadruk op oneindige vitaliteit, waarvan onze premier zo’n praatgrage missionaris is? We moeten zestig tot zeventig jaar terug. Uit de ontluikende welvaart in de jaren vijftig, die in Nederland een wet als de AOW toestond, kwam ook de ‘ontdekking’ van de jeugd als nieuwe markt voort. Dankzij wat bredere financiële armslag konden jongeren zich een generatiegebonden identiteit aanmeten.

Met de nieuwe jeugdcultuur raakte nauwelijks een decennium later een protest- en tegencultuur verbonden. Het consumptiekapitalisme schiep de voorwaarden voor zijn eigen bestrijders en eigende zich gaandeweg ook hun jargon toe. ‘Break the rules’ adviseerde een reclameslogan van een Vanderbilt-parfum in 1994.

Deze ontwikkeling, grotendeels overgewaaid uit de VS met haar uitwassen van lichaamscultuur en panische verdringing van alles wat riekt naar verval en dood, liet ook bij ons het eeuwenoude, ingehamerde respect voor ouderen en voorzaten verbleken, naast factoren als ontzuiling en individualisering. De spoedig gevleugelde kreet ‘vertrouw niemand boven de dertig’ uit 1964 werd, alweer in de VS, gemunt door de toen 24-jarige Berkeley-student Jack Weinberg.

Weinberg was geen boomer (want te oud) en dat gold ook voor de Nieuw-Zeelandse conservatieve parlementariër Todd Muller (geboren in 1968, dus te jong), die in 2019 tijdens een discussie over klimaatverandering het neerbuigende ‘Okay boomer’ kreeg toegevoegd van zijn groene collega Chlöe Swarbrick. Door de (sociale) media-aandacht hiervoor leefde het boomercliché enorm op. In Nederland verklaarde Van Dale in 2019 ‘boomer’ zelfs tot het woord van het jaar.

Vier jaar eerder was in Nederland met de intrekking van de AWBZ het traditionele bejaardenhuis officieel afgeschaft. De opkomst daarvan was een direct gevolg van de AOW geweest, met een eigen Wet op de Bejaardenoorden (1963). Ouderen gingen er doorgaans graag heen, maar de suffe sfeer en betutteling die er heersten hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de omslag van de idee van de wijze, ervaren oudere naar dat van nutteloze uitvreter die, genietend van de uitkering, een tweede kleutertijd mocht beleven. Toen de overheid uit bezuinigingsdrift in de jaren 1980 het langer thuis wonen begon te promoten, had de nieuwe mentaliteit jegens ouderen al aardig wortel geschoten.

In Nederland moesten Generatie X (geboren 1965-1980) en de ‘millennials’ (1980-2000) met lede ogen aanzien hoe de vermeende voordelen van het boomer-zijn aan hen voorbijgingen, zoals op het gebied van de woningmarkt en de voor werknemers riante VUT- (Vervroegde Uittreding) en levensloopregelingen. Om maar te zwijgen van de milde WAO (arbeidsongeschiktheidswet). Helaas: die voordelen zijn ook aan de meeste boomers voorbijgegaan. Vooral de mensen geboren net voor of tijdens de oorlog hebben hiervan genoten.

De in 1975 bedachte VUT is al in 2006 grotendeels afgeschaft, toen zelfs de oudste boomers nauwelijks zestig waren. Ook de WAO is in dat jaar opgevolgd door de kariger WIA. Terwijl in 2021 een RVU-versoepeling werd opgetuigd voor werknemers die maximaal 36 maanden voor hun AOW-leeftijd wilden stoppen. Mensen van Generatie X dus.

Willekeur

‘Gen Z’ (geboren rond de eeuwwisseling) pompte in recente jaren het negatieve imago van de boomers nog wat op door ook de klimaatschuld op hun schouders te schuiven. Naarmate de jaren lengden moesten, om de afkeer levend te kunnen houden, de geboortejaren waartussen je nog van boomers kon spreken worden opgerekt.

De klassieke Nederlandse geboorteperiode was 1945-1955, de internationale 1946-1964. Maar de boomermarges werden steeds ruimer. ‘Tegenwoordig kan iedereen een boomer zijn,’ roept de website youngcapital.nl triomfantelijk. Als je maar voldoende ‘conservatief en ouderwets’ en ‘dol op hiërarchie’ bent.

Het gegoochel met geboortejaren leidde ertoe dat de boomerhaat gaandeweg oploste in de afkeer van ouderen in het algemeen. Deze werd er zeker niet minder op tijdens de corona-epidemie. De ‘zorgen’ richten zich nu vooral op de onhoudbaarheid van het voorzieningenniveau. Er zijn intussen te weinig werkenden om de AOW op de huidige wijze in stand te houden, wordt verkondigd. Een willekeurig verband. Waarom trekken we zo’n vergelijking niet ten aanzien van de massale asielinstroom? Een alleenstaande AOW-gerechtigde kost bruto bijna 21.000 euro per jaar; de bruto kosten voor de opvang van een individuele asielzoeker variëren tussen de 33.000 en 69.000 euro per jaar.

Black box

Binnen één generatie bestaan vooral verschillen. In leeftijd, conditie, karakter, sociale achtergrond, welstand, wereldvisie enzovoort. Het begrip generatie is een black box: handig in het gebruik, maar niet exact te definiëren. De onmin tussen generaties komt voort uit de biologisch gefundeerde drang om het voorgaande geslacht te vervangen. In die zin is er niets nieuws aan de hand, de mooie idealen fungeren hoofdzakelijk als voorwendsel. De door hun kleinkinderen zo versmade boomers trokken in hun adolescente jaren immers net zo, of erger nog, van leer tegen de generaties die aan hén voorafgingen.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!