Maak van Nederlandse universiteiten een echt exportproduct

WimGroot 3-6-23
‘Waarom zou je als buitenlandse student de moeite nemen om Nederlands te leren als je slechts voor een jaartje hier komt?’ Bron foto: win-nieuws.nl.

Tot voor kort werden buitenlandse studenten als een verrijking voor de Nederlandse universiteiten gezien en als een middel om meer hoger opgeleide migranten naar ons land te halen. Wetenschap kende geen grenzen en buitenlandse studenten leverden een positieve bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, was de heersende opinie.

Het Centraal Planbureau berekende in 2019 dat een buitenlandse student uit een EU-land, Nederland tussen de 5 en 17 duizend euro opleverde en een student uit een niet-EU- land zelfs 69 tot 94 duizend euro.

Gehoon

In 2018 zag de toenmalige minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven nog geen aanleiding om de toestroom van buitenlandse studenten in te dammen. Volgens de minister was er een duidelijke meerwaarde aan internationalisering en was er geen sprake van verdringing van Nederlandse door buitenlandse studenten. ‘Het beeld dat Nederlandse studenten op grote schaal niet meer kunnen studeren wat ze willen door een enorme toestroom van internationale studenten klopt dus niet’, schreef de minister.

Een rechtszaak van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) om universiteiten te dwingen in het Nederlands onderwijs te geven, werd door universiteiten vooral met gehoon en als een oprisping van provincialisme ontvangen. De rechter wees de eis van BON dan ook af, ook al staat in de wet dat het onderwijs in het Nederlands moet worden gegeven. Alleen in dwingende gevallen mogen universiteiten onderwijs in het Engels geven, aldus de wet.

Vijf jaar later is de heersende opinie diametraal gedraaid. De Tweede Kamer vindt inmiddels in overgrote meerderheid dat er te veel buitenlandse studenten hier naartoe komen. Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt zei het een interview met ScienceGuide aldus: ‘Ik vind het echt van de zotte dat wij in Twente buitenlandse studenten van over de hele wereld aantrekken, maar dat studenten uit Twente na afschaffing van de uitwonendenbeurs hier geen rechten of economie konden studeren in hun eigen taal.’

Minister Robbert Dijkgraaf stribbelde eerst nog wat tegen, maar gaat inmiddels mee met de wens van de Tweede Kamer om het aantal buitenlandse studenten in te dammen. Een motie van Pieter Omtzigt waar de minister wordt opgeroepen om – conform de wet – Nederlands als voertaal in het onderwijs te handhaven, kreeg een meerderheid in de Tweede Kamer.

De machtige onderwijsvakbonden willen ook een rem op het aantal buitenlandse studenten. Volgens de bonden zorgt het grote aantal buitenlandse studenten voor een te hoge werkdruk voor medewerkers. Werkdrukverlaging wordt op universiteiten inmiddels belangrijker gevonden dan het streven naar toponderzoek en excellent onderwijs. Daarmee zijn buitenlandse studenten van een lust, een last geworden.

Quotum niet mogelijk

De minister heeft de universiteiten al gezegd dat ze niet meer actief in het buitenland studenten mogen werven. Het liefst zouden minister en parlement een maximum stellen aan het aantal buitenlandse studenten dat hier komt studeren. Ook een aantal universiteiten, zoals de Universiteit van Amsterdam en de TU Delft, hebben gepleit voor een quotum voor buitenlandse studenten.

Vanwege het vrij verkeer van mensen, is een quotum voor studenten uit de EU niet mogelijk. Dus probeert de minister studenten uit andere EU-landen weg te pesten door ze te dwingen Nederlands te leren en minder opleidingen in het Engels aan te bieden. Voor studenten van buiten de EU wil de minister wel een maximum mogelijk maken.

Gaan buitenlandse studenten Nederlands leren?

De minister vindt inmiddels ook dat het onderwijs aan universiteiten in het Nederlands moet worden gegeven. Dat wordt nog een groot probleem, want bijvoorbeeld bij mijn eigen universiteit is bijna 90% van de masteropleidingen in het Engels en worden sommige van deze opleidingen vrijwel uitsluitend door buitenlandse studenten gevolgd. Universiteiten met veel buitenlandse studenten – zoals de mijne waar 56% van de studenten uit het buitenland komt – kijken dan ook met angst en beven wat de minister gaat doen en hoe streng hij de wet wil gaan handhaven.

De minister wil verder dat buitenlandse studenten Nederlands leren. Hierdoor zouden ze vaker hier blijven na hun afstuderen. Of dat zal gebeuren, is onzeker. Waarschijnlijker is dat een student voor een andere land kiest waar geen taaleisen worden gesteld. Waarom zou je als buitenlandse student de moeite nemen om Nederlands te leren als je slechts voor een jaartje hier komt en na je masteropleiding weer teruggaat naar je land van herkomst?

Ongelijke verdeling

Uiteindelijk gaat het – zoals zo vaak – om geld. De studie van buitenlandse studenten komt grotendeels voor rekening van de Nederlandse belastingbetaler. Elk EU-land betaalt voor de buitenlandse studenten die in het land komen studeren. Nederland betaalt voor buitenlandse studenten die hier komen studeren, andere EU-landen betalen voor het onderwijs van Nederlandse studenten die in het buitenland gaan studeren. Als er net zo veel buitenlandse studenten hier komen studeren als er Nederlandse studenten naar het buitenland gaan, is dat geen probleem.

De studentenstromen zijn echter ongelijk verdeeld. Inmiddels studeren er 120.000 buitenlandse studenten in Nederland, maar er gaan maar 20.000 Nederlandse studenten naar het buitenland. De buitenlandse studenten komen hier meestal een volledige driejarige bachelor- of eenjarige masteropleiding volgen. Nederlandse studenten gaan veelal maar voor een paar weken of maanden naar het buitenland. De reden voor deze ongelijke verdeling is dat Nederland goede universiteiten heeft waar veel opleidingen in het Engels worden aangeboden.

Hoger onderwijs is een belangrijk Nederlands exportproduct geworden, alleen betaalt de Nederlandse belastingbetaler voor deze export van kennis en onderwijs. Daarmee is het een soort ontwikkelingshulp aan andere rijke EU-landen. Anders is dat in de gezondheidszorg. Als een Nederlandse patiënt in een Duits ziekenhuis wordt behandeld, betaalt niet de Duitse maar de Nederlandse zorgverzekeraar de kosten. Dat voorkomt dat EU-landen met een slechte gezondheidszorg massaal patiënten afschuiven naar landen met een betere gezondheidszorg.

Iets dergelijks zien we nu wel in het hoger onderwijs. Waarom zouden landen investeren in beter onderwijs als ze hun studenten gratis naar Nederlandse universiteiten kunnen laten gaan? Beter is het als landen – net als bij grensoverschrijdende zorg – zelf betalen voor studenten die in het buitenland gaan studeren.

Het stimuleert dat landen investeren in verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs in hun eigen land. Het leidt ook tot een eerlijker concurrentie tussen universiteiten. Het verkleint de kloof tussen landen waar de kwaliteit van universiteiten lager is doordat overheden minder investeren en universiteiten in landen die meer investeren in hoger onderwijs.

Einde discussie

Voor Nederland zou het betekenen dat studenten uit andere EU-landen echt extra geld opleveren en dat dit niet ten koste gaat van het budget voor onderwijs aan Nederlandse studenten. Nederlandse universiteiten zouden gestimuleerd worden om door goed onderwijs en onderzoek meer buitenlandse studenten aan te trekken en het hoger onderwijs zou een echt Nederlands exportproduct kunnen worden. Het zou ook een einde maken aan de discussie waarom de Nederlandse belastingbetaler zou moeten betalen voor de kosten van de opleiding van EU-studenten.

Hoogleraar economie Wim Groot schrijft enkele keren per maand voor Wynia’s Week, vaak over gezondheidszorg. Een kortere versie van dit artikel is verschenen in de Observant.

De donateurs vormen het fundament van Wynia’s Week. U maakt het mogelijk dat ons online magazine 104 keer per jaar verschijnt. Doneren kan op verschillende manieren, kijk HIER. Alvast hartelijk dank!