Rechts wordt steeds vaker rechts-extremistisch genoemd. Laten we daar eens mee stoppen

WW Collard 3 januari 2026
De stigmatisering van rechts als rechts-extremistisch draagt bij aan wij-en-zij-denken en (dus) aan de polarisatie in de samenleving. Foto: ANP/Peter Hilz.

Er is sinds een aantal jaren veel aandacht voor rechts-extremisme. Als het gaat om een internationale organisatie als The Base, die een rassenoorlog wil ontketenen, is die aandacht uiteraard terecht. Als jongeren zulk gedachtegoed uitdragen en daarnaar willen handelen, is dat zorgwekkend. Maar wordt niet vaak te pas en te onpas met labels als ‘extremistisch’, ‘fascistisch’ of ‘racistisch’ gegooid?

Vroeger was het een linkse krakershobby om iedere opponent een Hitler-aanhanger te noemen. De wat vagere term extreem-rechts kon makkelijker mainstream worden. Maar toch: waarom is er geen publieke verontwaardiging wanneer journalisten zoals Wierd Duk daar voor worden uitgemaakt? Ook de overheid waarschuwde de afgelopen jaren dikwijls voor de serieuze dreiging van rechts-extremisme en leek soms zelfs te suggereren dat deze dreiging ernstiger was dan die van de islam.

Beschadigde relaties

Het mainstream worden van zulke etiketten brengt een aantal nadelen met zich mee. Ten eerste geldt dat mensen die ten onrechte beschuldigd worden van racisme, fascisme of rechts-extremisme, eveneens ten onrechte in allerlei probleemsituaties terecht kunnen komen. Denk aan conflicten met familieleden en vrienden of problemen op de werkvloer. Het kan relaties indirect levenslang beschadigen.

Bovendien geldt dat het ongelimiteerd strooien met extreem-rechtse etiketten leidt tot de uitholling van deze begrippen. Ze verliezen dan al gauw hun betekenis. Het gaat dan niet meer over racisten en/of mensen die een bedreiging vormen voor onze vrijheden, maar om bijvoorbeeld burgers die zich zorgen maken over de grote aantallen migranten die de Europese Unie binnenkomen.

Soms lijken overheidsinstanties bij te dragen aan de verwarring. Zo schreef de NCTV in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van juni 2025:

‘De steeds verdergaande omarming door politici en grote groepen in de samenleving van termen als “remigratie”, die door rechts-extremisten gebruikt worden als omschrijving van hun deportatieplannen, baart zorgen. In uiterste gevallen kan de normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed leiden tot rechts-extremistisch gemotiveerd geweld.’

Er worden hier weliswaar geen politici expliciet als rechts-extremistisch gelabeld, maar je zou het wel zo kunnen lezen. De overeenkomsten tussen die politici en rechts-extremisten baren de NCTV immers zorgen, omdat dit kan leiden tot rechts-extremistisch gemotiveerd geweld. Op den duur komt het woord rechts-extremisme zo steeds dichterbij conservatisme te staan: vervelend voor de conservatieven, fijn voor de (echte) rechts-extremisten.

De AIVD schreef in haar laatste jaarverslag: ‘De rechts-extremistische beweging in Nederland heeft afgelopen jaar geprobeerd extremistisch gedachtegoed te normaliseren.’ Het is belangrijk om nu nauwkeurig te zijn. De uitholling van de term rechts-extremisme door linkse aanjagers zorgt niet voor normalisering van ‘extremistisch gedachtegoed’, maar voor normalisering van het label extreem-rechts.

Tot slot kan meer overkoepelend de vraag worden gesteld of de stigmatisering van rechts als rechts-extremistisch niet bijdraagt aan wij-en-zij-denken en (dus) aan de polarisatie in de samenleving. Wetenschappers zeggen – en de praktijk leert – dat framing verkeerd kan uitpakken. Denk aan de zogenoemde labelingtheorie, die stelt dat het zelfbeeld en het gedrag van mensen beïnvloed worden door de etiketten die anderen op hen plakken. Die kunnen leiden tot een zichzelf waarmakende voorspelling, waarbij de persoon zich naar het label gaat gedragen. De vraag rijst dan of de mensen en organisaties die moord en brand roepen over polarisatie niet zelf bijdragen aan die polarisatie.

Gefragmenteerd gedachtegoed

De NCTV schreef in december 2024: ‘Ideologische kennis en verdieping zijn binnen het rechts-terroristische online milieu minder belangrijk dan in de afgelopen jaren. Anders dan enkele jaren geleden is er momenteel niet een rechts-terroristische ideologie dominant. Het gedachtegoed is meer gefragmenteerd en individueler geworden binnen de online netwerken.’

Dat klopt en dat alleen al zorgt voor een verbreding of uitholling van een begrip als rechts-extremisme. Voor onderzoekers en analisten brengt het problemen met zich mee. Wat is überhaupt nog rechts-extremistisch als de ideologische component wegvalt? Of anders gezegd: wat is het deel ‘rechts’ uit ‘rechtsextremisme’ dan nog?

Het is belangrijk om een focus te hebben op rechts-extremisme, maar dan moeten we wel scherp zijn op wat het precies behelst. Ook is belangrijk dat we ons niet blind staren op die ene vorm van extremisme. Wie onze vrijheid en veiligheid en onze manier van samenleven in gevaar brengt, vormt een bedreiging en de overheid moet ons daartegen beschermen. Of het nu rechtse, linkse, rechtse, islamitische of ideologieloze bedreigingen zijn. Maar met onterechte etikettenplakkerij schiet niemand iets op.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!