Verbod op PVV is heel slecht idee
Er worden plannen gesmeed om de PVV een interne structuur op te leggen en daarmee, op grond van oneigenlijke argumenten, het voortbestaan van de PVV onmogelijk te maken. Dat is een heel slecht idee. En wie de democratie wil beschermen, kan zich beter op andere zaken richten.
De Tweede Kamer behandelt een amendement van D66 om een wijziging aan te brengen in de Wet Politieke Partijen. Dit wetsvoorstel vloeit voort uit een oud rapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel (2018), waarin het advies stond dat het goed zou zijn om tot een Wet op de politieke partijen (WPP) te komen.
Ledenverplichting
Toenmalig minister Hugo de Jonge (CDA) legde in 2024 een voorstel voor zo’n WPP aan de Raad van State voor. De Raad schreef daarover in zijn advies ‘dat een partij die openstaat voor leden haar functie beter kan vervullen’. Deze voorzichtig geformuleerde ledenverplichting was in het voorstel van De Jonge niet opgenomen.
Tijdens het debat over de regeringsverklaring in de zomer van 2024 kwam dit onderwerp weer ter sprake. Pieter Omtzigt zei destijds: ‘Ik vind het van belang, zeg ik tegen de heer Wilders, dat partijen hier ook intern democratisch zijn.’ In zijn reactie vroeg Wilders zich hardop af waar Omtzigt zich mee bemoeide.
Het beoogde wijzigingsvoorstel houdt dus in dat politieke partijen in de toekomst ook intern democratisch moeten zijn: dat zij leden moeten toelaten en die leden mee moeten laten beslissen over het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijsten. Ook moet de partijleiding verantwoording afleggen aan de leden over het gevoerde beleid. Wat is de sanctie wanneer een partij zich hier niet aan houdt? Een verbod? Niet langer toegang tot verkiezingen? Dat is nog niet duidelijk, maar de strekking van het amendement is dat wel.
Soft despotisme
D66 heeft niet alleen de steun van GL-PvdA maar ook van het CDA. Dat het CDA het amendement steunt, toont maar weer eens aan hoezeer de partij naar links is opgeschoven. De oude antithese tussen christendemocratie en sociaalliberalisme is door het CDA opgeheven.
Woordvoerder Tijs van den Brink maakte zich schuldig aan een neerbuigend progressief liberalisme van het ergste soort toen hij zei dat zijn CDA de PVV graag de tijd en de kans wil geven om zich aan de nieuwe eisen aan te passen en een democratische partij te worden. Dat is een vorm van soft despotisme die wel voorkomt in de Bijbel van het sociaalliberalisme (Over vrijheid van John Stuart Mill), maar in de Bijbel van de christendemocratie, het oeuvre van Groen van Prinsterer, juist wordt bestreden.
Wilders is de autoriteit
Iedereen begrijpt dat dit plan is bedoeld om de PVV van Geert Wilders aan te pakken. Alleen die partij wordt immers door dit amendement getroffen. De PVV heeft sinds het begin in 2006 slechts twee leden: de Stichting Vrienden van de PVV en Geert Wilders. Verantwoording wordt afgelegd via het Twitter-kanaal van Geert Wilders. Daar wordt het beleid meegedeeld.
Over de tekst van het verkiezingsprogramma en de samenstelling van kandidatenlijsten gaat Wilders alleen. Iemand anders heeft binnen de partij, formeel en materieel, weinig in te brengen. Als Wilders (tot tweemaal toe) de stekker uit een kabinet trekt, zonder overleg of verantwoording, dan kunnen PVV-Kamerleden en -bewindslieden slechts toezien. Hij is de autoriteit.
Angst voor LPF-toestanden
De PVV betaalt een prijs: de partij krijgt geen subsidie, en is als gevolg daarvan niet in staat er een wetenschappelijk instituut op na te houden en eigen nieuw kader te trainen. Maar het besluit om van de PVV een gesloten, ledenloze en autocratische partij te maken was weloverwogen: ingegeven door de angst voor toestanden zoals die zich bij de LPF hadden voorgedaan, de populistische partij die wel voor een open, democratische structuur koos, maar binnen een jaar te maken kreeg met gedoe en geruzie, afsplitsingen en volledig implodeerde.
Ledenverplichting in strijd met vrijheid van vereniging
Het D66-amendement is om meerdere redenen een slecht idee. Politieke partijen in de Tweede Kamer zijn er om de overheid te controleren, en de overheid heeft het nooit tot haar taak gerekend om politieke partijen te controleren en inrichtingseisen te stellen. Er is vrijheid van vereniging.
In het wetsvoorstel is de verplichting voor partijen om leden te hebben, niet opgenomen, omdat de regering zo’n verplichting in strijd met deze vrijheid van vereniging acht. ‘De regering’, schreef de inmiddels verantwoordelijke minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) in mei 2025, ‘acht het zijn van een intern democratisch georganiseerde ledenpartij wenselijk, en stimuleert het door middel van subsidie, maar legt dit niet als verplichting op om de vrijheid van politieke partijen om zich naar eigen inzicht te organiseren niet onnodig in te perken’.
Ledenpartijen niet noodzakelijk democratischer
Bovendien hebben meer dan een miljoen Nederlanders bij de laatste verkiezingen op de PVV gestemd. Het autoritaire karakter van de partijorganisatie was daarbij helemaal geen belemmering.
Het is ook van belang om op te merken dat ledenpartijen op zich niet noodzakelijkerwijs democratischer zijn dan niet-ledenpartijen – zoals PVV’er Martin Bosma graag mag opmerken. Politieke partijen hebben steeds minder leden, en het handjevol leden dat de moeite neemt partijcongressen te bezoeken, is linkser dan de partij en de achterban zelf en vormen geen getrouwe afspiegeling van de partij. Het recente GL-PvdA-congres waar de motie-Piri werd aangenomen, zorgde dan ook voor veel verbazing bij een groot deel van de achterban en voor het vertrek van prominenten.
Kan een politieke partij dan geen bedreiging van de democratie vormen? Ja, dat kan zeker, en daar is ook al langer over nagedacht. Een democratie moet weerbaar zijn om te voorkomen dat antidemocratische krachten de rechten en vrijheden van een democratie misbruiken om de democratie zelf en daarmee de rechten en vrijheden van anderen af te schaffen. (Niet overal, overigens, is deze waarheid even diep ingedaald: oud-minister Donner van het CDA heeft eens puur formalistisch betoogd dat het mogelijk is dat een moslimpartij verkiezingen wint en daarna de sharia invoert.)
Verbied partijen die democratie willen afschaffen
De Nederlandse rechtsgeleerde George van den Bergh (1890-1966), hoogleraar te Amsterdam en van 1925 tot 1933 Kamerlid voor de SDAP, ging in zijn inaugurele rede, midden in de jaren dertig, in op de vraag wat een land aan moet met antidemocratische partijen. De machtsgreep van Hitler, de democratisch gekozen leider die kort na zijn aantreden het Duitse parlement met vakantie stuurde, lag nog vers in het geheugen. De tekst getuigt dan ook van een groot besef van urgentie.
En Van den Bergh betoogde dat bepaalde politieke partijen mogen worden verboden, partijen namelijk die erop gericht zijn, openlijk of verholen, om de democratie af te schaffen. Een bestuur dat niet democratisch is, berooft het volk van een van de kernen van democratie: de mogelijkheid van voortdurende zelfcorrectie. Deze relevante gedachte is nieuw leven ingeblazen door Bastiaan Rijpkema in zijn proefschrift over Weerbare democratie (2015).
Bestrijd bureaucratische opvatting van democratie
Het gaat hier dus niet om een verbod op grond van de interne structuur van een partij, maar om de antidemocratische missie van een partij. Zo is het ook vastgelegd in de Duitse Grondwet (artikel 18): wie de vrijheid van meningsuiting en van vereniging inzet om de vrije, democratische rechtsorde te bestrijden en deze rechten aldus misbruikt, verliest zelf de toegang tot deze grondrechten.
Het is goed om zuinig te zijn op onze democratie en ervoor te zorgen dat zij weerbaar blijft. Maar dat doen we niet door meer dan een miljoen Nederlandse stemmers hun partij te ontnemen, op grond van oneigenlijke argumenten. Wie de democratie wil schragen, kan het beter hebben over de culturele voorwaarden waaraan moet zijn voldaan wil een democratie goed functioneren, of zich zorgen maken over het kartel van politiek en media dat democratie slechts als een technocratische, bureaucratische procedure ziet en niet als een instrument om de gerechtvaardigde verlangens van de bevolking te vervullen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo. Hartelijk dank!




















