Henri Bontenbal wordt misschien wel katholiek. Dat moet hij natuurlijk zelf weten. Maar wat zegt dat over zijn partijleiderschap en over zijn partij?

BartJanSpruyt 18-4-26
CDA-leider Henri Bontenbal (links) en paus Leo XIV (rechts). Beeld: wikimedia.org

Artikel beluisteren

Hij lijdt in ernstige mate aan vliegschaamte, maar stapte twee weken geleden voor het eerst in twintig jaar toch weer in een vliegtuig. Samen met zijn vrouw Hanneke en minister Heleen Herbert van Economische Zaken en Klimaat vloog hij naar Rome. Daar hielp hij niet alleen enthousiast mee bij het uitladen van de Nederlandse narcissen op de trappen voor de St. Pieter, maar woonde hij op Eerste Paasdag ook de mis bij die paus Leo XIV celebreerde.

Hij zat op een mooi plekje vooraan, en had na afloop een kort gesprek met de kerkleider. In dat onderhoud heeft hij de paus bedankt voor de woorden die hij over ‘de globalisering van onverschilligheid’ had gesproken en voor zijn oproep tot vrede. ‘Laat de zachtheid van het christelijk geloof tot je doordringen, in plaats van de onverschilligheid.’

‘Protestant met een katholiek hart’

Na thuiskomst zat Bontenbal in een uitzending van WNL’s Goedemorgen Nederland en daar bleek dat de reis en de ontmoeting indruk op hem hadden gemaakt. Vrolijk vertelde hij over het enthousiasme en de trots waarmee hij in Rome was geweest, over de ontmoeting met de Amerikaanse paus – ‘een vitale man met een zachte blik in zijn ogen’ – en hoe ‘fantastisch’ en ‘heel bijzonder’ het allemaal was geweest.

Bontenbal, een protestantse jongen, kerkend in de Pelgrimskerk in Rotterdam-Delfshaven (PKN), onthulde ook dat hij ‘erg genegen richting het katholicisme’ was. Het protestantse geloof is kil (qua vormgeving) en rationeel. In de Rooms-Katholieke Kerk is er veel meer ruimte voor ‘het mysterie en de overgave’.

In het (inmiddels half-katholieke) Nederlands Dagblad zei hij: ‘In deze rationele tijd ervaar ik de behoefte aan een kerk waar je gewoon mag knielen.’ Hij is een ‘protestant met een katholiek hart’. ‘In deze tijd, waarin het verstand zo vaak centraal staat, hebben mensen behoefte aan een instituut dat zegt: “De ratio, lieve mensen, is begrensd”.’ Bovendien staat de kerk van Rome ook voor het universele, voor de continuïteit in de geschiedenis, voor een grootse samenhang en is het daarmee minder bekrompen dan al die protestantse kerkjes.

Er is geen enkele reden om aan de oprechtheid van de respectabele woorden van Bontenbal te twijfelen. Iets van de katholieke geest heeft hij zich al goed eigen gemaakt, want de zonde van de vliegreis heeft hij afgekocht met een aflaat van 260 euro voor duurzame vliegbrandstof. Zijn woorden passen bovendien in een bepaalde trend. Hier en daar is er al op gewezen dat Gen Z (mensen tussen de 20 en 35 jaar) de weg naar geloof en kerk weer terugvinden, en dan vooral naar de vastheid van de katholieke kerk, en dat ook onder protestanten een trend bespeurbaar is om naar de moederkerk terug te keren. Het mysterie en het universele zijn daarbij telkens doorslaggevende aspecten.

Maar Bontenbal was daar natuurlijk niet alleen als privépersoon. Hij maakte onderdeel uit van een Nederlandse delegatie van ondernemers, liet zich fotograferen en interviewen en kwam op tv zijn verhaal doen. Als leider van het CDA ventte hij zijn sympathie voor de katholieke kerk uit. Zegt dat ook iets over Bontenbal als politicus en over zijn partij?

Nieuw imago

Nu is het CDA een partij waarin protestanten (ARP, CHU) en katholieken (KVP) al sinds 1980 bij elkaar wonen. De basis daarvoor is al veel eerder gelegd, door de oprichter van de ARP, Abraham Kuyper, die van mening was dat katholieken en protestanten op ‘dezelfde wortel des geloofs’ stoelden. Die uitspraak in Ons Program (1907) was bedoeld als rechtvaardiging van een alliantie tussen protestantse en katholieke politici tegen het gevaar van modernisme en liberalisme.

De openlijk beleden sympathie voor de katholieke kerk door een politicus die opgroeide in de gereformeerde gemeente van Rotterdam-Zuid en als tiener naar de PKN overstapte, heeft ongetwijfeld ook te maken met het nieuwe imago van deze kerk. Na jaren van schandalen heeft zij haar morele gezag herwonnen, ook geopolitiek. Zij verheugt zich in haar nieuwe groei en bloei, vooral onder jongeren. Bij tal van internationale conflicten speelt het uitgebreide netwerk van de kerk een belangrijke rol op de achtergrond.

Vaag en moralistisch

De kerk bepleit rust en wijsheid, spreekt het populisme tegen, en heeft zich vorige week nadrukkelijk tegen de avonturen van Donald Trump uitgesproken. De boodschap van moraal, fatsoen en stabiliteit vallen bij Leo XIV en Bontenbal tamelijk precies samen. Sterker nog: met zijn woorden voegt Bontenbal zich in de retoriek van een wereldmacht, en kan hij zijn eigen gezag versterken door nadrukkelijk te verwijzen naar de overeenkomsten tussen zijn woorden en die van de paus.

Weinig concreet zijn die woorden en die retoriek. Zij vormen niet meer (en niet minder, zullen Leo XIV en Bontenbal zeggen) dan een moreel appèl. De taal die Bontenbals ‘katholieke hart’ kiest is vaag en ‘oecumenisch’ en staat ver af van de stoere, geprononceerde taal van de hervormden en gereformeerden uit het verleden. Dat zegt, denk ik, iets over de koers van het CDA onder Bontenbal: het is zacht, moralistisch, vermijdt de uitersten en nestelt zich behaaglijk in het midden, zonder al te streng te zijn op ethische thema’s waarop de partij zich in het verleden onderscheidde.

Van onderop of van bovenaf

Moralisme en étatisme plegen nog wel eens hand in hand te gaan, en dat is ook hier het geval. Want er is een essentieel verschil tussen de protestantse visie op de relatie tussen politiek en samenleving en de katholieke visie daarop. In de protestantse visie heeft men het over ‘soevereiniteit in eigen kring’, in de katholieke kerk over de katholiek-sociale leer.

Beide benadrukken dat er meer is tussen individu en staat: het beroemde maatschappelijk middenveld (de civil society). Wat van onderop kan worden georganiseerd, vanuit de bevolking of bevolkingsgroepen zelf, moet daar blijven, en niet door hogere instanties worden overgenomen. In de protestantse doctrine is het zo dat het oplossen van problemen van onderop begint, en als dan blijkt dat het op dat niveau niet lukt, dan komen hogere instanties aan de orde. Bij de katholieke leer is het het hoogste orgaan (de staat) dat bij voorbaat vaststelt welke taken op welk niveau worden geregeld. Precies andersom dus.

Graag ook wat steviger protestantse noties

Dat dit meer dan een theoretische discussie is, blijkt misschien wel uit de huidige discussie over de uitvoering van de Spreidingswet. Een protestant zal zeggen dat er lokaal veel verzet tegen de bouw van AZC’s is, en de bezwaren van de bevolking serieus nemen en van doorslaggevend belang achten. In de katholieke leer is het eerder de overheid die bepaalt dat een wet die centraal is aangenomen, door de hoogste overheid aan lagere overheden kan worden opgelegd en dat de naleving met sancties kan worden afgedwongen. En dat laatste is precies wat Bart van den Brink, onze (protestantse!) minister van Asiel, doet.

We gunnen de leider van het CDA zijn ‘katholieke hart’, maar laat dat niet betekenen dat zijn oecumenische vaagtaal en centralistische dwang niet door wat steviger protestantse noties worden gecorrigeerd.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!