Bezuinigen is makkelijker dan gedacht

WimGroot 24-1-26
‘Het kabinet-Schoof wilde vanaf 2029 de kinderopvang voor ouders met een inkomen van meer dan €55.000 per jaar bijna gratis maken. Dit kadootje aan rijke ouders is overbodig, vergroot de personeelstekorten in de kinderopvang en is ook nog eens moeilijk in te voeren omdat het leidt tot ongeoorloofde staatssteun.’ Beeld: sittard-geleen.nieuws.nl

Artikel beluisteren

D66, VVD en CDA onderhandelden deze week over de ‘financiële plaat’. Waar moet het geld vandaan komen voor versterking van het leger, hulp aan Oekraïne, het bouwen van huizen en de aanpak van de stikstof- en klimaatcrisis? Omdat het om grote verschuivingen gaat in de besteding van de publieke middelen, wordt er in Den Haag niet langer gesproken over een plaatje maar een plaat.

De opties zijn beperkt. Het kabinet-Jetten kan er voor kiezen om de lasten voor de burgers te verhogen, te bezuinigen op andere collectieve uitgaven of om het begrotingstekort en de staatssschuld te laten oplopen. Waarschijnlijk kiezen ze voor alle drie een beetje.

Oudere generaties profiteerden van vredesdividend

Vooral de verleiding om de lasten door te schuiven naar de toekomst en het begrotingstekort te laten oplopen is verleidelijk. Hier kleeft wel een risico aan. Door de onzekere internationale situatie zou de rente de komende jaren wel eens verder kunnen oplopen. De tijd dat geld lenen bijna gratis was, ligt al weer een tijdje achter ons. Dat maakt de staatssschuld duurder en leidt tot financiele tegenvallers voor het kabinet.

Het roept daarnaast de vraag op of we de lasten van het versterken van onze veiligheid en de kwaliteit van onze samenleving moeten afwentelen op jongere generaties of dat ook de huidige oudere generaties daaraan moeten bijdragen. Zij zijn het immers geweest die het meest geprofiteerd hebben van het vredesdividend na de val van de communistische regimes begin jaren negentig.

Bezuinigingen en lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven zijn niet populair. De vrees is dat het minderheidskabinet hiervoor geen steun zal vinden bij de oppositiepartijen. Die zouden wel de leuke dingen voor de mensen aan een meerderheid willen helpen, maar niet de pijnlijke maatregelen. Deze angst dat het minderheidskabinet niet de noodzakelijke maatregelen kan nemen om de ambitieuze plannen te financieren en de overheidsfinancien op orde te houden, is niet helemaal terecht. Het nieuwe kabinet kan veel bereiken zonder steun van de oppositiepartijen.

Schrap plannen van het vorige kabinet

Het kabinet zal bij bezuinigingen vooral kijken naar de zorg en de sociale zekerheid. Dat is logisch want deze twee uitgavenposten vormen samen de helft van de totale collectieve uitgaven. Om te beginnen kan het kabinet bezuinigen op een aantal plannen van het vorige kabinet. Het kabinet-Schoof wilde het eigen risico in de zorg verlagen en geld uittrekken voor het herinvoeren van verzorgingshuizen. Door deze plannen te schrappen bezuinigt het nieuwe kabinet in een klap €5 miljard zonder dat de burger daar iets van merkt.

Het kabinet-Schoof wilde ook vanaf 2029 de kinderopvang voor ouders met een inkomen van meer dan €55.000 per jaar bijna gratis maken. Dit kadootje aan rijke ouders is overbodig, vergroot de personeelstekorten in de kinderopvang en is ook nog eens moeilijk in te voeren omdat het leidt tot ongeoorloofde staatssteun. Als dit wetsvoorstel wordt ingetrokken bespaart het nieuwe kabinet nog eens anderhalf miljard euro. Zo kan het nieuwe kabinet een flink deel van de bezuinigingen voor de eerste jaren realiseren zonder dat daar steun van oppositiepartijen voor nodig is.

Laat rijke ouderen meer bijdragen

Ook voor lastenverzwaringen is expliciete steun van de oppositiepartijen niet altijd nodig. Veel van de eigen bijdragen in de zorg, de kinderopvang en het onderwijs worden door de minister bij Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld. Hiervoor is geen wetswijziging noodzakelijk. Natuurlijk kan een Kamermeerderheid dergelijke lastenverzwaringen door een motie trachten tegen te houden. Een handige minister kan dat door het vinden van meerderheden op rechts of links voorkomen. Een argumentatie dat in de zorg de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen en rijke ouderen financieel meer kunnen bijdragen aan hun eigen zorg zou weerklank moeten vinden bij linkse partijen.

Hetzelfde geldt voor het verhogen van de inkomensgrens voor de bijdrage die werkgevers voor hun werknemers betalen in de zorgverzekeringswet. Het maximum inkomen waarover premie wordt geheven is nu €75.864. Door dat wat te verhogen dragen de hogere inkomens meer bij aan de kosten van de zorg. Ook dat zou steun moeten krijgen van linkse partijen.

Richt je op haalbare plannen

Wat het nieuwe kabinet beter niet kan doen is ingrijpende stelselwijzigingen voorstellen. Hiervoor is een lang wetgevingstraject en steun van oppositiepartijen nodig. Belangrijker is echter dat in de zorg stelselwijzigingen vaak tot een kostenexplosie leiden en vrijwel nooit tot besparingen. Ook plannen om de zorg efficiënter in te richten leveren vrijwel nooit de beloofde besparingen op.

Het nieuwe kabinet zou zich verder moeten richten op haalbare plannen. In de agenda die D66 en CDA begin december presenteerden, was bijvoorbeeld het voorstel opgenomen om nieuwe medisch specialisten standaard in loondienst te nemen. Dit is een onhaalbaar plan. Het leidt tot veel verzet bij de vrijgevestigde medisch specialisten en het is in strijd met de vrijheid van ondernemen.

Blijf van de medisch specialisten af

De vorige coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB besloot op een ondoordacht moment om €150 miljoen te bezuinigen op de inkomens van vrijgevestigde medisch specialisten. Deze week moest minister Jan Anthonie Bruin van Volksgezondheid de Tweede Kamer met hangende pootjes meedelen dat dat niet gaat lukken. De Federatie Medisch Specialisten, de belangenorganisatie, weigert hier aan mee te werken en het voorstel is in strijd met het recht op het vergaren van een inkomen. Het plan om nieuwe medisch specialisten te verplichten in loondienst te werken zal op dezelfde bezwaren stuiten. Het is daarom niet zinvol hier als kabinet veel van te verwachten.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!