50 jaar na de filmklassieker ‘Wan Pipel’is Suriname nog steeds op weg naar etnische harmonie

ww
Willeke van Ammelrooy als Karina en Borger Breeveld als Roy in de film ‘Wan Pipel’ (1976). Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

‘Geld? Holland heeft geld!’ Aldus de exclamatie van Ferrol senior in de film Wan Pipel van Pim de la Parra (1976). Nauwelijks anderhalve minuut in deze film en een heikele kwestie is al aangekaart. Wat dit betreft is Wan Pipel niet gedateerd. Ook het eigenlijke hoofdthema, etnische spanningen in Suriname, is bij het halve-eeuwfeest van de film nog even actueel.

Wan Pipel (‘Eén volk’) was de eerste Surinaamse speelfilm na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. We volgen er de Surinaams-creoolse student Roy Ferrol (gespeeld door Borger Breeveld), die vanuit Amsterdam terugkeert naar zijn geboortegrond om zijn stervende moeder nog één keer te zien. Zijn reis wordt betaald door zijn oer-Hollandse vriendin Karina (Willeke van Ammelrooy). Kort na aankomst papt Roy aan met de hindoestaanse verpleegster Rubia (Diana Gangaram Panday) en dan zijn we meteen bij het belangrijkste thema aanbeland: etnische vooroordelen en racisme in de Surinaamse samenleving. Want Roy’s prille relatie met Rubia leidt tot fel verzet in zowel de creoolse als de hindoestaanse gemeenschap. ‘Dit godvergeten kolereland!’ roept vader, als Roy vertrekt naar zijn eerste afspraakje met Rubia.

Karina heeft de reis van Roy betaald en ze reist hem uiteindelijk na. Om vervolgens te ontdekken dat Roy toch maar kiest voor Suriname en Rubia. Karina accepteert het, cijfert zichzelf volkomen weg en tijgt moederziel alleen terug naar Nederland. Een totaal ongeloofwaardige wending, die het ruimhartige meisje tot een soort prototype maakt van de wokeheid van enkele decennia later. Het meest slaafse karakter in Wan Pipel  is toebedeeld aan de ‘witte’ jonge vrouw uit Holland.

Matige waardering

In Nederland draaide Wan Pipel  in een beperkt aantal bioscopen. De waardering was matig, het publiek vrij gering. Een gemiste kans? Wat de film als kunstwerk betreft zeker niet; het verhaal sleept zich min of meer voort, gekissebis tussen de personages wordt gelardeerd met fraaie landschapsbeelden en inkijkjes in de culturele eigenaardigheden van creolen en hindoestanen. Echte dramatiek en psychologische ontwikkeling blijven achterwege.

Productiemaatschappij Scorpio Films van De la Parra en Wim Verstappen ging wegens de torenhoge productiekosten en het slechte debiet failliet. Pas de laatste tijd geldt Wan Pipel als kenmerkend tijdsbeeld; hij wordt nog regelmatig vertoond op festivals of als onderdeel van de EYE Classic-serie van het EYE Filmmuseum. De digitaal gerestaureerde film kan  tegenwoordig ook bekeken worden via de Eye Film Player en op YouTube.

In Suriname was de waardering meteen veel positiever. Wan Pipel draait elk jaar rond Onafhankelijkheidsdag (25 november) op de televisie; de film wordt beschouwd als klassiek en onderdeel van het nationale culturele erfgoed. Diana Gangaram Panday (Rubia), ofschoon alleen schitterend in deze ene rol, behield een filmsterrenstatus tot haar dood op 67-jarige leeftijd in 2017. De na Wan Pipel wegens andere projecten meermaals bekroonde Pim de la Parra stierf in 2024 in zijn geboortestad Paramaribo.

Titel en verhaal van Wan Pipel suggereren dat de etnische tegenstellingen uiteindelijk zouden verbleken. Surinamers zouden één volk worden. Als ze maar wilden. De historische ontwikkeling bewees het tegendeel met haar etnisch verdeeld gebleven politiek, corruptie en dieptepunten als de staatsgreep van 1980, de decembermoorden in 1982, cocaïnehandel met steun van overheidsfiguren en de nooit geëffectueerde veroordeling van Bouterse.

De massaal naar Nederland migrerende Surinamers namen hun etnische fricties mee. Vanaf 1970 verlieten ruim 300.000 Surinamers hun land. Alleen al in het onafhankelijkheidsjaar kwamen er tussen de 40.000 en 50.000 naar Nederland; de zelf gekozen onafhankelijkheid glansde bij nader inzien toch minder dan gedacht. In 2023 woonden 365.000 Surinamers in Nederland, van wie 181.000 nog in Suriname zijn geboren, aldus het CBS; de verhouding tussen creolen en hindoestanen is ongeveer gelijk (zo’n tien procent behoort tot andere groepen). De bevolking van Suriname zelf bedroeg in januari 2026 bijna 643.000. Reken de verhouding maar uit.

‘Tot op het bot verdeeld’

Dat de spanningen onder Nederlandse Surinamers even vitaal zijn als voorheen bleek uit het relletje rond de hindoestaanse antropoloog en opiniemaker Shashi Roopram bij de viering van de Surinaamse onafhankelijkheid in 2025. Tijdens een uitzending van het SBS6-programma Nieuws van de Dag betoogde hij dat de Surinaamse onafhankelijkheid te vroeg was gekomen en dat het land nog altijd tot op het bot was verdeeld. Over de massamigratie van Surinamers naar Nederland zei hij: ‘Als ze zoveel eigenwaarde hebben, waarom wonen ze dan in Nederland?’ En: ‘Ze hebben een grote mond over het slavernijverleden, maar ze zijn stil als het om de decembermoorden gaat.’

Roopram mikte op de creoolse bevolkingsgroep, die een kwart van de bewoners van de Bijlmer uitmaakt. Zijn opmerkingen in het tv-programma werden hem niet in dank afgenomen, zo bleek uit de weinig opbeurende reacties die hij ontving. Voor dezelfde uitzending was een verslaggever naar het stadsdeel afgevaardigd om de stemming onder de Amsterdamse Surinamers te peilen. De felheid van één ondervraagde creoolse dame viel op. In ‘al die grote gebouwen op al die grachten’ zat de winst van de slavernij, en nu was het maar wachten op de ‘compensatie die ze terug moeten geven aan mijn voorouders’.

Het is te begrijpen dat de herinnering aan de slavernij van je voorouders een wrange uitwerking heeft op je gemoedsrust. Al even begrijpelijk is het zondebokmechanisme dat hier in werking treedt, in dit geval de verdringing van de medeschuld aan deze afzichtelijke handel door mede-Afrikanen. Een deskundige als Piet Emmer die in de slavernijdiscussie wél deze nuance naar voren bracht, werd in 2020 door NOS-verslaggever Gerri Eickhof, deels van Surinaamse afkomst, weggezet als ‘racistische hoogleraar’. Een klacht tegen de Volkskrant over de verslaggeving hierover werd door de Raad voor de Journalistiek in watten gesmoord.

Hoe betaal je iets terug aan overledenen? Het is misschien onkies, maar wel realistisch om te wijzen op de miljarden die Nederland voor en na de onafhankelijkheid in de ontwikkeling van Suriname heeft gepompt. Afgezien daarvan is het overduidelijk dat de roep om slavernijcompensatie vleugels heeft gekregen door de tijdgeest. Een beroep op het menselijk tekort dat allen aankleeft blijkt zinloos. Kan dus ook Nederland met andere West-Europese naties een claim indienen bij de Scandinavische landen wegens het in slavernij wegvoeren van talloze voorzaten, ruim een millennium geleden? Mogen de Noord-Afrikaanse landen een rekening verwachten voor de slavenhandel van de ‘Barbarijse’ zeerovers in de zeventiende eeuw? Hoe zit het met de restitutiebetalingen door Spanje wegens de massamoorden en verwoestingen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, idem door Frankrijk wegens al hun invasies en hun bezetting en het leegroven van ons land in de Bataafs-Franse tijd?

Bewust obscurantisme

Eickhof meldde in zijn Volkskrant-interview nog wel dat hij zich stoorde aan ‘schreeuwende kletskousen’ als Akwasi (afstammeling van de Ashanti, beruchte Afrikaanse slavenhalers) en de Nederlands-Surinaamse antropologe Gloria Wekker, auteur van onder meer Witte onschuld (2017) over structureel racisme en de niet te delgen schuld van de blanke Nederlander. Het alom geconstateerde ontbreken van wetenschappelijke kwaliteit pareerde de wakkere Wekker met het argument dat ‘zwarte’ mensen de wereld anders beleven dan ‘witte’. Een boek vanuit een zwart perspectief kon nooit voldoen aan de objectiviteitseisen vanuit het ‘witte’ perspectief. Vaarwel wetenschappelijk discours, vaarwel common ground.

Wekkers bewuste obscurantisme is een evident aspect van het modieuze politiek-correcte apartheidsdenken. Het is racisme onder valse vlag. Iedereen moet uiteraard zelf uitmaken of denken in raciale termen ooit zinvol is. Maar dan moet de pot de ketel niet verwijten dat-ie zwart ziet. En Roy en Rubia? Die rijden in het laatste shot van Wan Pipel al vijftig jaar peinzend naar de horizon. Een horizon die steeds maar verschuift.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee, ook in het nieuwe jaar? Doneren kan zo.Hartelijk dank!