AI beïnvloedt het verdienvermogen van bedrijven en mensen. Wie wint en wie verliest?
Artikel beluisteren
De koers van het ene aandeel gaat omhoog, dat van het andere naar beneden. Zo gaat het altijd. Toch is wat zich nu op de beurs afspeelt, afgezien van de gevolgen van de militaire acties in het Midden-Oosten, wel heel bijzonder. Jarenlang leidden Amerikaanse aandelenbeurzen de dans, met een paar giganten, de ‘Magnificent 7’, in het voorste gelid. De rest hobbelde een beetje achterop.
Vorig jaar kwam daar verandering in. Aan de houdbaarheid van de waarderingen van Amerikaanse technologiebedrijven werd steeds meer getwijfeld en het optreden van de nieuwe president leidde tot de gedachte dat Europese beleggers er verstandig aan deden hun belangen in Amerikaanse aandelen te verminderen.
Heftige koersbewegingen
Geleidelijk is er een ander patroon ontstaan. Beleggers vragen zich af in hoeverre de toepassing van kunstmatige intelligentie de verdienmodellen van bedrijven schaadt en van welke bedrijven de verdienmodellen juist profiteren. De koersbewegingen zijn heftig. Neem een aandeel als Wolters Kluwer. Tussen begin 2023 en eind 2024 steeg de koers van dat aandeel met zo’n 60 procent. In februari vorig jaar stond het aandeel zelfs eventjes 80 procent hoger dan begin 2023. Inmiddels wordt het verdienmodel van het bedrijf als kwetsbaar gezien door kunstmatige intelligentie en is de koers, vanaf het hoogtepunt in februari vorig jaar, met meer dan 60 procent gedaald.
Tegelijkertijd is de winst per aandeel meer dan 10 procent gestegen in een jaar tijd. Het huidige koersniveau is vergelijkbaar met dat van begin 2021, terwijl de winst van het bedrijf ongeveer is verdubbeld sindsdien. Met andere woorden, de koers/winst-verhouding is heel fors gedaald. Bij het aandeel RELX is hetzelfde patroon zichtbaar, zij het dat de uitslagen daar iets minder geprononceerd zijn.
Vorige week deed een rapport van een Amerikaans onderzoeksbureau het nodige stof opwaaien. Citrini Research schetst een heel somber beeld. Kunstmatige intelligentie gaat de komende tijd tot dusdanig ongekende disruptie leiden dat structureel hoge werkloosheid, economische krimp en forse koersverliezen op aandelenbeurzen in het verschiet liggen.
Hun rapport leidde tot aanzienlijke kritiek. De belangrijkste daarvan is dat Citrini wel rekening houdt met inkomensverliezen bij de ‘slachtoffers’ van AI, maar niet met de inkomensstijging van de winnaars. Hoewel die kritiek in mijn optiek steekhoudend is, gaat het mij te ver om het rapport volledig van tafel te vegen. Een aantal elementen van de argumentatie is zeker valide en de moeite van het overdenken waard.
Minder bullshit banen?
Citrini betoogt dat het verdienmodel van veel bedrijven bestaat uit het leveren van diensten die door AI ten dele of geheel kunnen worden overgenomen. Momenteel kijken beleggers naar bedrijven als Wolters Kluwer en RELX vanuit dat perspectief. Als ze hun verdienmodel niet weten te beschermen of een nieuw kunnen ontwikkelen, gaan ze in het ergste geval failliet en moeten ze hun werknemers ontslaan. Het lijkt mij een valide redenering, alleen begrijp ik niet waarom, zoals Citrini betoogt, de economie als geheel er slechter van zou worden. Het gaat hier immers om verbeterde efficiëntie. Daar moeten we met ons allen juist beter van worden.
Een andere observatie die Citrini doet, is dat de stormachtige ontwikkeling van kunstmatige intelligentie de schaarste en daarmee de waarde van menselijke intelligentie vermindert. Zo beschouwd worden niet alleen de verdienmodellen van bedrijven verschillend beïnvloed door AI. Ook het verdienvermogen van mensen wordt verschillend beïnvloed. Ik hoop vurig dat AI een hoop ‘bullshit banen’ zal ontmaskeren, maar daarvan ben ik niet direct overtuigd. De rechtvaardiging van bullshit banen berust immers niet op de toegevoegde waarde die ze feitelijk opleveren, maar op de perceptie van hun nut. Dat probleem lijkt me in de publieke sector groter dan in de marktsector.
‘Winner takes all’
De laatste twintig jaar is vaak geconstateerd dat de ontwikkeling van digitale technologie leidt tot ‘winner takes all’-markten. De wet van de afnemende meeropbrengsten geldt niet of nauwelijks in de digitale wereld. Alles draait om schaal en de grootste partijen zijn de winnaars, die daarmee vaak oligopolisten of zelfs monopolisten worden en in staat zijn hoge winstmarges te realiseren. Concurrentie door toetreding van nieuwe spelers is vaak moeilijk omdat de kosten van de investeringen die nodig zijn om toe te treden in veel gevallen te hoog zijn.
Als econoom verkeer ik in een economenbubbel. Dat wil zeggen dat ik vooral kennis neem van wat vakbroeders melden en ik draag in dat soort bubbels ook mijn eigen steentje bij. Zo gaat dat nu eenmaal. Ik prijs mij echter gelukkig dat ik ook contacten heb met mensen met een heel andere achtergrond. Een kennis van me, bijvoorbeeld, is een succesvolle IT-ondernemer en die zit op zijn beurt in een bubbel met vakgenoten. Af en toe delen we bevindingen van onze respectievelijke bubbels met elkaar.
Op de aandelenbeurzen staan, zoals gezegd, bedrijven onder druk waarvan marktparticipanten vrezen dat het verdienmodel door AI wordt geschaad. Inmiddels staan ook bedrijven onder druk waarvan marktparticipanten vrezen dat die hun enorme investeringen in AI niet voldoende rendabel zullen kunnen maken. De redenering van een econoom is dat het rendement op een investering daalt als er te veel wordt geïnvesteerd. Bedrijven die excessief investeren zetten het rendement op hun eigen investeringen onder druk. Zo dreigen ze hun eigen graf te graven.
Een heel ander verhaal: macht in plaats van geld
Uit de bubbel van mijn bevriende IT-ondernemer krijg ik inmiddels een heel ander verhaal te horen. Daar wordt geconstateerd dat het spel tussen de grote techbedrijven helemaal niet om geld gaat. Geld hebben ze meer dan genoeg. In plaats daarvan gaat het om macht. Met hun enorme investeringen hopen de betrokken giganten macht te kopen. Met welk doel precies is mij niet direct duidelijk, maar het mag wel wat kosten. Hoe dat maatschappelijk of voor de aandeelhouders uitpakt, is misschien een ander verhaal.
Terug naar Wolters Kluwer en RELX. Dapper betogen zij dat ze de bedreiging van kunstmatige intelligentie kunnen omvormen tot een kans. Ik heb geen idee of dat zal lukken, onmogelijk is het vast niet. Maar voorlopig zijn ze er nog niet in geslaagd beleggers ervan te overtuigen.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!





















