Europese Commissie volhardt in ‘groene groei’-sprookje, maar Duitsland en Italië haken af.
Artikel beluisteren
Na veel binnenskamers getouwtrek – er is binnen de Europese Commissie nogal wat oppositie tegen industriebeleid – is de Industrial Accelerator Act door de Commissie gepresenteerd. Het is een uitvoeringsmechanisme van de Clean Industrial Deal, die begin vorig jaar het licht zag en, op zijn beurt, weer een van de hoofdbestanddelen is van het rapport-Draghi, een advies om de Europese industrie weer concurrerend te maken. Dat is een nobel streven, alleen werkt industriebeleid niet.
Een Franse hobby
Industriebeleid is een onding. Het voortrekken van bepaalde sectoren creëert op grote schaal marktverstoringen met een verkeerde allocatie van productiemiddelen als gevolg. Het creëert monopolisten – door de Fransen vergoelijkend Europese kampioenen genoemd – en het kost miljarden. Geld dat beter aan de vervolmaking van de interne markt kan worden besteed, een betere manier om de Europese economie weer concurrerend te maken.
Industriebeleid is een Franse hobby, die voortkomt uit centralistisch denken. Een gedachte die al dateert uit de tijd van Colbert (minister van financiën in de tijd van Lodewijk XIV) met zijn mercantilisme, een protectionistisch systeem, dat beoogde concurrenten uit andere landen buiten de deur te houden.
Het heeft nog nooit gewerkt, niet in de praktijk en niet in theorie. Sinds Ricardo (Britse econoom, 1772-1823) weten we dat internationale handel via comparatieve kostenvoordelen welvaart brengt. Met protectionisme wordt het omgekeerde bereikt: verlies aan welvaart.
De Industrial Accelerator Act (IAA) werd gepresenteerd door de Franse eurocommissaris voor Industrie, Stéphane Séjourné. Zij hanteert de slogan ‘Made in Europe’. Een verbloemende manier om ‘Buy European’ te zeggen. De IAA beoogt steunmaatregelen voor Europese firma’s die op duurzame energie willen overstappen en beperkingen bij openbare aanbestedingen voor niet-EU bedrijven.
Industriebeleid is al een onding, maar de Commissie maakt er nog iets veel ergers van. Ze wil met de IAA de energie‑intensieve basisindustrieën zoals staal, chemie, cement en papier, die in zwaar weer verkeren of zelfs de handdoek al in de ring hebben gegooid, steunen en beschermen, maar op voorwaarde dat zij hun CO2-uitstoot drastisch verminderen (‘decarboniseren’). Tevens wil men een nieuwe, duurzame economie opbouwen: fabrieken die gas vervangen door waterstof, die batterijen maken, die zonnepanelen produceren; windparken op zee, die de electriciteitsproductie op basis van gas moeten vervangen.
Onrealistisch
Hiermee volhardt de Europese Commissie in het ‘groene groei’-sprookje. Decarboniseren is een illusie. Dat de energie-intensieve industrie zomaar zou kunnen overstappen op niet-fossiele brandstoffen is onrealistisch. Alternatieve energie is niet aanwezig of veel te duur. Waterstof, dat gas zou moeten vervangen, is exorbitant duur. De waterstoffabriek in de Eemshaven heeft om die reden al haar poorten moeten sluiten. Kernenergie is, behalve in Frankrijk, niet beschikbaar. Electriciteit biedt voor de zware industrie geen soelaas en als het al voor bepaalde productieprocessen kan worden gebruikt, is het maar mondjesmaat aanwezig. Het net in Nederland is al overbelast en firma’s kunnen vaak geen aansluiting krijgen.
Een ‘duurzame economie’ uit de grond stampen, is zo mogelijk nog verder verwijderd van realistis ch beleid. Batterijen en zonnepanelen worden veel goedkoper in China gemaakt, zelfs mét een hoog importtarief. Productie op basis van electriciteit is maar beperkt mogelijk, want het net is zoals gezegd overbelast. Het bouwen van windparken op zee is eveneens veel te duur. De ene na de andere bouwfirma haakt af. Alleen met grootschalige subsidie wordt er nog gebouwd.
Verspilling van miljarden
Kortom, de gewenste energietransitie vindt niet plaats, in ieder geval niet op korte en ook niet op middellange termijn. Voor de voorzienbare toekomst zijn olie en gas onmisbare energiedragers. Net-zero in 2050, laat staan in 2040, zoals de Commissie wil, is onhaalbaar. Het enige dat met het door de Commissie beoogde beleid wordt bereikt, is verspilling van miljarden belastinggeld.
Dit wordt sinds kort geconstateerd door twee grote lidstaten van de EU, i.c. Duitsland en Italië. Beide zijn industrienaties. Hun industrieën worden hard geraakt door rigoreus klimaatbeleid. Bondskanselier Merz liet over de Duitse positie weinig onduidelijkheid bestaan. Hij zei: ‘I am not prepared to give up Germany as an industrial location just because we are pursuing an over-rotated environmental policy. In the end, we may be climate-neutral — that may be so — but then we would no longer have a single industrial job left.’
Premier Meloni van Italië viel hem bij. Zij eist de opschorting van het CO2-reductie Emission Trading System (ETS-handelssysteem). De prijs van CO2-uitstoot door firma’s is te hoog opgelopen en niet langer op te brengen door de industrie. Meloni leidt een groep van 19 EU-landen die een grondige herziening eisen van het ETS, inclusief maatregelen tegen speculatie en een tijdelijke schorsing van de CO2-handel tot er hervormingen zijn. Ook pleit ze voor lagere lasten op gas.
Als de twee grootste lidstaten van de EU hun zin krijgen kan dit het einde, of in ieder geval een substantiële aanpassing, betekenen van de Green Deal.
Zo ver is het nog niet. Eerst zullen er onderhandelingen komen tussen de Commissie en de lidstaten over acceptatie, aanpassing of verwerping van de Industrial Accelerator Act en over hervorming van het ETS.
Wat de uitkomst ook zal zijn, het tijdperk van klimaatdrammerij is voorbij. Steeds meer wordt ingezien dat klimaatbeleid en concurrentiekracht elkaar uitsluiten. Wil Europa niet verarmen, dan zal het een gezonde en concurrende industrie moeten behouden. De energietransitie zal niet verdwijnen, maar wel worden getemporiseerd.
Nieuw realisme
Dat is geen ramp, want van een klimaatcrisis is geen sprake. Daarvan zijn steeds meer politieke leiders inmiddels overtuigd. Alle doemscenario’s zijn tot nu toe niet uitgekomen. De iets hogere wereldwijde temperatuur veroorzaakt geen rampen. Integendeel, wordt steeds meer erkend: CO2 stimuleert de voedselproductie en sommige delen van de Sahara staan in bloei.
Onze nieuwe premier zal dit nieuwe realisme tegenkomen. Hij zal merken dat collega’s niet meer staan te wachten op zijn klimaatdrammerij. Niet alleen in de VS, waar men klimaatbeleid ‘tout court’ heeft afgeschaft, maar ook in de EU gaan steeds meer stemmen op voor een realistische afweging tussen economische belangen en mogelijke negatieve gevolgen van anthropogene CO2-uitstoot.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!






















