NRC-verslagggever waarschuwt voor extreemrechtse dictatuur. Maar zonder argumenten en zonder zelfkritiek

EricVrijsen 31-3-26
Lamyae Aharouay. Beeld: svdj.nl

Artikel beluisteren

Lamyae Aharouay nam afgelopen weekend na 7,5 jaar afscheid van de Haagse journalistiek. En hoe! Ze schreef een essay in haar krant NRC en haalde meteen de opkomst van het nazisme erbij in het Duitsland van de jaren dertig vorige eeuw. Plus Joseph Goebbels. Ze citeert het bijna honderd jaar oude dagboek van de Amerikaanse journalist William L. Shirer, die ooggetuige was van de opkomst van Hitler, en stelt: ‘Ik kan me geen betere samenvatting bedenken van hoe ik me de afgelopen 7,5 jaar als politiek redacteur in Den Haag heb gevoeld.’

Maar nu stopt ze. De verbijstering over de opkomst van extreemrechts dreigt het te winnen van haar journalistieke fascinatie. ‘Ik wil niet dat het zover komt.’ De geschiedenis vormt zich dag na dag. Het dagboek van Shirer en de opkomst van het nazisme is voor haar ‘een inkijkje in hoe kleine verschuivingen steeds heftiger worden en waar die toe kunnen leiden’. Aharouay ziet het Nederlandse democratische stelsel langzamerhand veranderen in een extreemrechtse dictatuur. Dat is nogal wat. Welke aanwijzingen heeft zij daarvoor?

Ze ziet democratie en rechtsstaat ten onder gaan

Ze schrijft dat VVD, NSC en BBB na de verkiezingen van 2023 slechts 223 dagen en ‘wat rituele dansjes’ nodig hadden om een regering met de PVV te vormen. Dat was verkeerd, want Wilders huldigt ‘een racistische complottheorie’. Hij was in debatten immers begonnen over ‘omvolking’.

PVV-fractiegenoot Martin Bosma kon zelfs benoemd worden tot Kamervoorzitter. Inmiddels doet zelfs D66-premier Rob Jetten zaken met ‘PVV-hard’ Gidi Markuszower. Zo grijpt ‘de permanente uitsluitingspolitiek’ om zich heen. Wilders is ‘bereid de grenzen van de rechtsstaat over te gaan’. Hij is door de rechter veroordeeld vanwege de ‘minder Marokkanen’-speech. Toch deden centrumpartijen en zelfs linkse partijen zaken met hem. Aharouay telt het allemaal op en ziet democratie en rechtsstaat ten onder gaan.

Het essay in NRC is geen kleinigheid. Lamyae Aharouay was – zegt ze ook zelf – de eerste parlementair verslaggever met een hoofddoek. Een adequate verslaggever van kwaliteitskrant NRC-Handelsblad, al was ze ook weer geen primeurmachine. Ze concentreerde haar reportages op het CDA. Werd zijzelf gediscrimineerd? Was zij persoonlijk slachtoffer van de door haar geconstateerde ‘permanente uitsluitingspolitiek’?

In haar afscheidsstuk schrijft ze over een kennismaking met iemand van de SGP die over de nuchtere Nederlandse volksaard vertelde en veronderstelde dat zij dat ‘inmiddels ook wel door heeft’. Ze schrijft ook over een VVD-voorlichter die haar influisterde dat ‘Marokkanen altijd in Volkswagens rijden’. Op een CDA-congres had iemand haar tijdens de lunch gevraagd waar zij vandaan kwam. ‘Ik kon pas aan mijn bolletje kaas beginnen nadat ik had verteld dat in mijn familie alle generaties vóór mij in Marokko zijn geboren.’ Tijdens een persconferentie over de Toeslagenaffaire zag een staatssecretaris haar per abuis aan voor een van de gedupeerden. Hij belde later om zich te excuseren.

Ze voelde zich bedreigd

Dergelijke voorvallen zijn inderdaad een beetje sneu, maar vormen niet het sluitende bewijs van ‘een permanente uitsluitingspolitiek’. Het is eerder goedmoedig gebabbel in de wandelgangen van een politiek systeem dat de eerste gesluierde journalist een faire kans wil geven.

Aharouay heeft dat echter anders opgevat. Mensen in haar omgeving vroegen haar hoe zij kon blijven verslaggeven terwijl ‘generaliserende en discriminerende uitspraken van politici het nieuws domineerden’. Om zich staande te houden had zij haar Marokkaanse identiteit ‘tijdens het werk netjes opgesloten in een compartiment, veilig weggeborgen’. Ze voelde zich kennelijk bedreigd, maar uit haar stuk blijkt nergens dat zij daartoe reden had.

‘Radicaal-rechts blok’ groeide

Iedereen die de Haagse journalistiek een beetje kent, zal dat beamen: het systeem is van oudsher open en toegankelijk. Niet elke interviewaanvraag wordt gehonoreerd. Politici moeten belang hebben bij een vraaggesprek, anders steken ze er liever geen tijd in. Maar interviews weigeren vanwege een hoofddoekje of een moslim-identiteit? Dat is niet aan de orde. Integendeel, Lamyae Aharouay werd naast haar werk als NRC-journaliste voortdurend uitgenodigd om in televisieprogramma’s uitleg te geven. Zo er al sprake was van discriminatie, dan was dat positieve discriminatie.

Wat zit haar dan dwars? Waardoor kan ze het Haagse reporterswerk en de presentatie van de podcast Haagse Zaken niet langer aan? De afgelopen 7,5 jaar brachten veel politiek tumult, schrijft Aharouay in haar essay. ‘Partijen kwamen en verdwenen, onderwerpen overheersten de politieke agenda om daarna in vergetelheid te raken, de ene na de andere politicus werd verlosser of zondebok… Maar wat al die tijd wel een constante bleef: verkiezing na verkiezing wonnen uiterst rechtse partijen terrein in de Tweede Kamer.’ Toen Aharouay in Den Haag begon had het ‘radicaal rechtse blok’ van PVV en FVD 22 zetels. Inmiddels zijn dat er 46, want JA21 en BBB kwamen erbij.

‘Wat deze partijen gemeen hebben is dat ze – en de één uit dat directer en vaker dan de ander – in de kern minder Nederland willen van wat ik óók ben: Marokkaans, moslim, migrant(enkind),’ schrijft Aharouay. Haar probleem is dus dat de verkiezingsuitslagen haar niet aanstaan. Het electoraat stemt steeds rechtser.

Zou het kunnen dat dit te maken heeft met de immigratie? Dat steeds meer kiezers iets willen wat de opeenvolgende regeringen niet voor elkaar krijgen, namelijk een strenger immigratiebeleid?

Kiezers vestigen hun hoop telkens weer op een ander

Stel dat de familie Aharouay in Marokko was gebleven en dat daar vanaf 1980 een enorme instroom was geweest van Nederlanders en andere West-Europeanen. In steden als Rabat en Casablanca veranderde de bevolkingssamenstelling. In enkele decennia bleek de helft van de mensen van West-Europese origine. Die mensen eisten dat met hun religieuze en politieke vrijheden rekening werd gehouden en de overheid bewilligde daarin. Zou een dergelijke demografische ontwikkeling geen enkele invloed hebben gehad op de Marokkaanse verkiezingsuitslagen?

Het rijtje ‘Verlossers’ van de afgelopen drie decennia in Den Haag – Wim Kok (PvdA), Frits Bolkestein (VVD), Pim Fortuyn (LPF), Jan Peter Balkenende (CDA), Geert Wilders (PVV), Thierry Baudet (FVD) en inmiddels Rob Jetten (D66), Joost Eerdmans (JA21) en Lidewij de Vos (FVD) – blijft maar groeien. Maar het kiezersvolk vestigt zijn hoop telkens weer op een ander. Hoe dit kan, beschrijft Aharouay niet in haar essay. Ze ziet alleen de route richting Goebbels en Hitler.

NRC speelde niet zo sjieke rol in kwestie-Arib

Zoals ze ook de kwestie rond Kamervoorzitter Khadija Arib onvermeld laat. Dat is nogal pikant, want Arib was van Marokkaanse origine en een vooraanstaand PvdA’er. Arib viel in ongenade, nadat Aharouay en haar NRC-collega’s lelijke dingen over haar schreven. Zij zou zich als Kamervoorzitter intimiderend en ‘grensoverschrijdend’ hebben gedragen. Arib gaf haar Kamerzetel op. Ze is niet meer teruggekeerd in Den Haag, maar er liggen nu wel onderzoeken die uitwijzen dat haar weinig te verwijten viel. Ze werd gevloerd, met name door NRC-publicaties en anonieme bronnen.

Het hele afscheidsstuk van Aharouay lezend, vraag je je af wat hier nou werkelijk gebeurde. Was de affaire-Arib en de niet zo sjieke rol van de NRC hierin ook een geval van ‘permanente uitsluitingspolitiek’ tegen moslims en migrantenkinderen? Hoe kan het dan dat uitgerekend Wilders steun gaf aan Arib?

Helaas maakt Aharouay aan de affaire-Arib geen woorden meer vuil. Die kwestie past niet in de ‘racistische complottheorie’ die zijzelf ontwaart in Den Haag. Nee, we moeten ‘op de kleine stapjes letten’, want die leiden tot ‘iets slechts’. De wereldorde verschuift en de Nederlandse politiek erkent volgens de NRC-verslaggever het internationale recht niet meer.

Niet overtuigend

Ze gaat nu interviews maken voor de weekendbijlage. Het Haagse werk kan echt niet meer. Tja, als je de PVV, de andere ‘rechtse fracties’ en zelfs D66 het gedrag van de nazi’s en propagandaminister Joseph Goebbels gaat verwijten, sla je de plank als reporter van een kwaliteitskrant behoorlijk mis. Tenzij je met goede argumenten komt, natuurlijk. Maar die ontbreken.

Het stuk van de verslaggever eindigt waar het begon, bij het Berlijnse Dagboek van William L. Shirer uit 1941, die toen nog niet wist hoe erg het zou worden. Aharouay herkent zich daarin. Zij werkte 7,5 jaar alsof ze ‘een puzzel legde, zonder te weten hoe afschuwelijk het complete plaatje zou worden’. Het is een waarschuwing, maar erg overtuigend is het niet.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!Â