Luchtmachtchef André Steur: ‘God verhoede dat de Amerikanen de NAVO verlaten, maar als het gebeurt, moeten we ermee dealen’
Artikel beluisteren
Meer nog dan de Koninklijke Landmacht en Marine is de Luchtmacht verbonden met de Amerikanen. Hoe werkt dat als president Donald Trump de NAVO verlaat? Luitenant-generaal André Steur over zijn liefde voor de Verenigde Staten, de samenwerking met Amerikaanse collega’s, het reverse-engineeren van de F-35 en de oorlog van de toekomst.
Luitenant-generaal André Steur (56), commandant van de Koninklijke Luchtmacht, is thuis de enige niet-Amerikaan in het gezin. Hij leerde zijn vrouw kennen toen hij in Arizona werd opgeleid tot F-16 vlieger. Hun twee zoons – van wie er een in Texas de opleiding tot jachtvlieger volgt – hebben een Nederlands en Amerikaans paspoort.
Steur zelf vloog altijd met Amerikaanse toestellen en werkte met Amerikaanse collega’s. Hij was zelfs drie jaar lang uitgeleend aan de US Air Force om een Fighter Squadron te leiden.
Zijn liefde voor de Amerikaanse natie stamt uit zijn jeugd. Als klein jongetje haalde hij stiekem Opmars naar de galg uit de boekenkast van zijn ouders. Dat boek ging over de Neurenbergprocessen. De auteurs J.J. Heydecker en J. Leeb documenteerden het bewijsmateriaal tegen de nazi-oorlogsmisdadigers. ‘Ik weet niet hoe oud ik toen precies was. Ik kon nog maar amper lezen,’ vertelt Steur over hoe hij in dat boek bladerde. Hij begon vragen te stellen over de oorlog aan zijn vader en grootvaders. Zij vertelden hem over Amerika. Aan dat land had Nederland zijn vrijheid te danken. Zo kreeg hij de bewondering voor Amerika met de paplepel ingegoten. Steur mocht dat niet vergeten, zeiden ze. ‘Nooit, André’.
Vrienden voor het leven
En hij zou het nooit vergeten. ‘Die onbaatzuchtigheid, het opkomen voor mensen die het nodig hebben, die prachtige vlag, dat zelfvertrouwen, die Bald Eagle. Eigenlijk wilde ik stiekem ook wel Amerikaan zijn,’ schreef hij onlangs op LinkedIn. Steur vond het nodig zijn volgers op dit social medium moed in te spreken, want onder president Donald Trump lijkt Amerika ineens niet meer op Amerika.
‘Amerikanen schrijven partnerschap, samenwerking en vriendschap met een hoofdletter,’ stelt Steur. ‘Collega’s werden vrienden voor het leven.’ Tijdens het interview op het hoofdkwartier van de luchtmacht in Breda veroorlooft Steur zich geen politieke uitspraken. Het gaat hem om het militaire partnerschap, dat uiteindelijk moet worden gedragen door vertrouwen in de instituties en geloof in de waarden van vrijheid en rechtvaardigheid. Zo niet, dan valt het fundament weg onder elke militaire alliantie.
Hij zegt heus te begrijpen waar de Amerikaanse kritiek op de NAVO vandaan komt. ‘Amerikanen koesteren de band met Europa, maar ze vinden het tijd worden dat wij onze eigen verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid en dat we onze bijdrage leveren aan het bondgenootschap. Dat zit heel breed in de Amerikaanse samenleving.’
In de jaren dat Nederland niet meer dan 1,1 procent van het nationaal inkomen uitgaf aan defensie, was Steur operationeel directeur Beleid en Plannen. Geregeld moest hij ‘bij de NAVO op examen’ en daar Nederlandse beslissingen verdedigen die hem enorm tegen de borst stuitten. ‘Daar zat ik tussen vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Polen. Aan die landen hadden wij onze vrijheid te danken en ik moest uitleggen dat Nederland zijn vrijheid niet serieuzer nam dan 1,1 procent. Ik schaamde me soms voor mijn land en voor mijzelf in die positie.’
Nu is er een sterk verhoogde Defensiebegroting, maar dreigt de Amerikaanse president Donald Trump zich terug te trekken uit de NAVO. Steur zegt dat hij in de dagelijkse praktijk weinig merkt van die politieke retoriek: er wordt volop samengewerkt met de Amerikanen.
Laatst oefenden zijn F-35 vliegers vanaf Misawa Air Base in het noorden van Japan met Amerikaanse en Japanse F-35 collega’s en alles ging gesmeerd. ‘Dan zoeken we als drie landen gezamenlijk naar maximale gevechtskracht. Ik ervaar Amerika nog altijd als een trouwe bondgenoot.’
Amerika is op allerlei terreinen afhankelijk van Europa. Ondanks politieke dreigementen de NAVO te verlaten, kan Amerika zich dat volgens Steur niet permitteren. ‘En als het wel zou gebeuren, is dat de situatie waarmee we zullen moeten dealen. Dan is er nog steeds een Amerika en dan zijn er nog steeds banden en afhankelijkheden tussen de VS en Europa.’
Hij zucht eens diep: ‘Dus ja, ik maak me zorgen. Maar we hebben een 250-jarige, diepe vriendschap met Amerika. Dat moet je niet zomaar weggooien vanwege een rimpel in de vijver.’ Hij heeft persoonlijke vrienden in de top van de US Air Force. ‘Ik ken sommigen al erg lang. Als we bespreken hoe we ons tot elkaar verhouden, zie ik dat de band met Amerika op het hoogste militaire niveau nooit sterker is geweest dan vandaag. We hebben nog nooit zo intens samengewerkt, nog nooit zoveel informatie uitgewisseld, ook als het gaat om sterk gerubriceerde wapensystemen als de F-35.’
Terechte zorg
Het politieke narratief is zorgelijk, maar volgens Steur bestaat er ook ‘een nuchtere kijk’ van Amerikaanse militairen die juist nu hun engagement met Europa laten spreken. Maar hoe lang kunnen militairen nog op de schouders ophalen bij zoveel anti-NAVO retoriek uit het Witte Huis?
Steur: ‘Dat is een terechte zorg en die deel ik. Maar in Nederland zijn we wel altijd genegen om eerst te wijzen naar de anderen en dan pas naar onszelf. Nederland en veel andere Europese landen namen de investeringen in defensie lange tijd niet serieus. We liften gratis mee op het NAVO-bondgenootschap. Wij waren gezellig lid van de vereniging, betaalden nauwelijks contributie en draaiden geen bardienst.’
Trump noemt Europeanen ‘lafaards’. Is Europa in Amerikaanse ogen te weinig trigger-happy?
‘Ik denk dat er een cultureel verschil is, al noem ik dat niet trigger-happy. Ik denk dat Europa de afgelopen decennia vaak met goede redenen terughoudend was met militair geweld. President Roosevelt zei “speak softly, but carry a big stick”. Tja, wij houden van speak softly en willen koste wat kost voorkomen dat we ergens de confrontatie opzoeken. In Europa willen we heel lang praten. Dan raakt het geduld van de Amerikanen op. Die zeggen: nu is het klaar, nu moet er iets gebeuren. Ik denk dat soms Europa gelijk heeft en soms Amerika.’
Over de Iran-oorlog zegt Steur: ‘Het zorgelijke is dat het Amerikaanse leiderschap niet zegt wat het wil bereiken. We moeten raden wat de intenties zijn. Als dergelijke communicatie ontbreekt of stroef verloopt, beschadigt dat ook de NAVO.’
Landmacht en marine spiegelen zich aan de US Army en de US Navy, maar de Koninklijke Luchtmacht oriënteert zich van oudsher zelfs nog sterker op de Amerikaanse collega’s. Na de oorlog kreeg de luchtmacht de eerste jachtvliegtuigen cadeau van de Verenigde Staten. In de jaren zestig en zeventig werkte de luchtmacht met de Amerikaanse Starfighter. Daarna werd overgeschakeld naar de F-16 en inmiddels is er de F-35. Beide toestellen zijn van het Amerikaanse Lockheed-Martin.
Maar het is niet zo dat de luchtmacht per se Amerikaanse spullen aanschaft. Steur wijst op de recente beslissing tot aanschaf van helikopters voor de Special Forces (commando’s en mariniers). Defensie koos niet voor de Amerikaanse Black Hawk, maar voor de Franse Caracal-helikopter. De ‘Hercules’ C130-transporttoestellen (Lockheed) worden op termijn vervangen door de C390 toestellen van het Braziliaanse Embraer. De tankervliegtuigen zijn van Airbus. ‘We kopen Amerikaans als de Amerikanen de beste spullen bouwen. Dat moeten we ook blijven doen, vind ik.’
Fight tonight
Het motto van generaal Steur luidt: Fight tonight, Fight tomorrow, Fight together. Met dat eerste – tonight – bedoelt hij dat de luchtmacht onmiddellijk moet uitrukken als de politiek of de NAVO erom vraagt.
Een paar dagen eerder kwam VVD-minister Dilan Yeşilgöz van Defensie kennismaken met de vliegbasis Eindhoven. Steur vertelde haar: ‘Dit is voor mij een bijzondere plek. Vanaf hier sturen wij mensen op uitzending. Dan nemen ze hier afscheid van hun geliefden. Dat is het moment dat ik in mijn hart kijk. Heb ik echt alles eraan gedaan om ze de beste spullen, de beste opleiding en training te geven, zodat ze daar succesvol zijn en weer veilig thuiskomen? Daarvoor sta ik hier aan de lat. Ik moet ervoor zorgen dat het commando lucht- en ruimtestrijdkrachten klaar staat als de situatie erom vraagt. In samenwerking met andere luchtmachten moeten we afschrikken en winnen. We zijn vaak de First Responder en scheppen de randvoorwaarden voor het optreden van de landmacht en de marine.’
Hij vindt dat hij en zijn voorgangers daarin slagen: ‘Wij hebben de beste mensen, de beste trainingen, de beste spullen. Wij zijn een kleine luchtmacht, maar we zijn de beste van de wereld. Vorig jaar september, ook hè!’
Vanaf 1 september 2025 bewaakten Nederlandse F-35’s het NAVO-luchtruim boven Polen. Vrijwel meteen drongen Russische drones binnen. In de nacht van 9 op 10 september infiltreerde een groot aantal. Een Nederlandse F-35 vuurde een raket af. In de pers werd smalend bericht over het wegschieten van een raket ter waarde van een miljoen om een drone van slechts tienduizenden euro’s uit te schakelen.
‘Maar er was op dat moment niks anders dan die raket. De Poolse ambassadeur zei dat we in een nachtje meer hadden bereikt dan in dertig jaar diplomatie, omdat Nederlanders voor het eerst daadwerkelijk schouder aan schouder stonden met de Polen. Andere luchtmachten keken er met bewondering naar. De Nederlanders waren pas vier dagen op die basis. Drie kwart van hen was voor het eerst op uitzending. De dozen moesten nog worden uitgepakt.
‘Ikzelf wist dat die bewuste nacht twee jonge mensen (18 en 20 jaar) de informatie-cel draaiden. De hele nacht voorzagen ze vanaf de grond de F-35 vliegers van buikbare data en communicatie. Voor het bijtanken, opnieuw bewapenen en weer uitsturen van een F-35 staat anderhalf uur, maar de Nederlandse ploeg deed dat die nacht onder hoogspanning in slechts 35 minuten. Twee jonge vliegers, ook voor het eerst op uitzending, namen de goede beslissingen. Je vraagt je af wat er op zo’n moment bij zulke jongemannen door het hoofd gaat. Is dit het begin van de Derde Wereldoorlog of is het weer zo’n speldenprik van Poetin? Die twee vliegers deden fantastisch werk. Op tijd naar de tanker. Op tijd de beslissing om te vuren. Als ze veilig terug zijn, dan ben ik blij en trots, hoor. Dat is de kracht van de Koninklijke Luchtmacht. Dat laten we al dertig jaar zien. Breekt ergens in de wereld de pleuris uit en de bel gaat, dan zijn we er in een paar dagen en dan dóen we het ook.’
Fight tomorrow
Het tweede deel van zijn motto – Fight Tomorrow – betekent dat de luchtmacht de operaties langdurig moet kunnen volhouden. De uitgedunde voorraden reserveonderdelen en munitie worden aangevuld. Er is budget voor extra vliegtuigen en voor onbemande systemen.
Zou Nederland met het extra budget voor jachtvliegtuigen Franse Rafales moeten aanschaffen als Europese aanvulling op het huidige aantal van ruim vijftig Amerikaanse F-35’s? Steur: ‘Voor een kleine luchtmacht is het niet handig met twee verschillende toestellen te vliegen. In de bestedingsplannen kijken we naar extra F-35’s en naar een andere mix van bemande en onbemande systemen.’ Voor dat laatste komt de Collaborative Combat Aircraft in aanmerking, een gevechtsdrone die door de Amerikanen wordt ontwikkeld, in samenwerking met onder andere Nederland.
Hoe zit het met de zogenoemde killer switch op de F-35? Kunnen de Amerikanen op een kwade dag een knopje indrukken om deze toestellen wereldwijd aan de grond te houden? Kan Nederland dan toch vliegen door de software te jailbreaken, zoals voormalig BBB-staatssecretaris Gijs Tuinman beweerde?
‘Er zitten twee kill-switches in de F-35,’ zegt Steur nuchter. De ene schakelaar laat bommen los. De andere schakelaar is de trekker van het boordkanon. Met andere woorden: er is niet zoiets als een geheim lange afstandsknopje waarmee Washington het toestel kan verlammen. Steur: ‘We hebben het toestel voor onderhoud helemaal uit elkaar gehad, maar zo’n switch zit er niet in. Natuurlijk kun je discussies hebben over IP-rights, software en dat soort zaken. Dat heeft Tuinman hypothetisch proberen uit te leggen. Als de Amerikanen niet meer met ons willen samenwerken en de uitwisseling van data stoppen, wat gaan we dan doen? Ja, dan is er een nieuwe situatie en zullen we ons daarop aanpassen. Dan moeten we misschien reverse-engineeren. Maar jongens, maak je niet druk. Lockheed-Martin is de hoofdaannemer van de F-35, maar veel toestellen worden gebouwd in Japan en in Italië. De F-35 is het meest Europese militaire samenwerkingsproject ooit. Nederland verdient er veel geld mee. Amerika kent de afhankelijkheid van Europa. Stopt Nederland met het leveren van de startmotor en stuurvlakken, dan hebben de Amerikanen ook een mega-uitdaging. We zijn allemaal van elkaar afhankelijk.’
Hoe ziet de luchtmacht van overmorgen eruit? Sinds 1 juli 2025 is generaal Steur niet langer Commandant van de Luchtstrijdkrachten, maar Commandant Lucht- en Ruimtestrijdkrachten. Nederland heeft – na een eerste begin met de BRIK in 2021, een nanosatelliet ter grootte van een schoenendoos – inmiddels een aantal militaire satellieten en spreekt een woordje mee als het gaat om het vergaren van militaire data in space. Op dit punt is Nederland dus niet meer volledig afhankelijk van de Verenigde Staten.
Steur ziet het krijgsmachtdeel als afschrikking en preventie. ‘Onze aandacht gaat terecht naar Oekraïne, maar we moeten ook kijken naar wat elders gebeurt. We willen bijdragen aan de stabilisering van het Midden-Oosten, beïnvloeden in de Indo-Pacific, de Antillen beschermen en Europa verdedigen. Dat is allemaal onderling verweven, daarom mogen we niet alle eieren in één mandje leggen. Drones zijn niet het antwoord op al uw zorgen. Oorlog eindigt niet altijd in de loopgraven. Ik vind het verschrikkelijk wat er in Oekraïne gebeurt. Een miljoen mensenlevens ging verloren en ik betreur ook de doden aan Russische zijde. Als we zoiets kunnen voorkomen, moeten we het altijd doen. Het bewonderenswaardige Oekraïense volk houdt al vier jaar stand, we stelden terecht veel geld, wapensystemen en munitie ter beschikking, maar in al die tijd zijn we niets opgeschoten en is wel ons bondgenootschap beschadigd. We moeten focussen op het voorkomen van conflicten en het afschrikken van potentiële tegenstanders. Als er dan toch een oorlog uitbreekt, moeten we die snel beëindigen.’
‘We moeten investeren in afschrikking. Sensoren zijn belangrijk. Daarom zijn we zo gefocust op de ruimte. We moeten zien, horen, snappen wat er gebeurt. Dan kunnen we sneller anticiperen en ingrijpen voordat een conflict uitbreekt. Als dat niet lukt, brengen we snel het gevecht naar de vijand, schakelen we meteen van defensief naar offensief optreden. In plaats van iedere avond al die drones proberen uit te schakelen, moeten we eerst de dronesfabriek en de toeleveringsketens van de vijand aangrijpen. Vandaar dat onze focus nu ligt op luchtoverwicht, lange afstand precisiewapens en dataverwerving. Daarmee kunnen we een toekomstige vijand asymmetrisch bevechten.
Beetje eigenwijs
Het is de cultuur van de luchtmacht om een beetje eigenwijs te zijn. ‘Dat koester ik, want dan ontstaan prachtige dingen,’ constateert Steur. Er was geen geld voor satellieten, maar een paar luchtmachters gingen het toch doen. ‘Ze spraken met TNO, NLR, de universiteiten en de industrie. Zo ontstond een ruimteproject en daardoor hebben we nu satellieten die in verschillende spectra opereren. Met synthetic aperture radar satellieten kunnen we vijandelijke eenheden ook bij slecht weer en dwars door het bladerdek tot in detail observeren. We kunnen live volgen waar ze hun brigades opstellen. Straks hebben we ook satellieten die in andere spectra kijken. Als je dat allemaal combineert met de beeldopbouw van onze internationale vrienden en vriendinnen, krijg je een werelddekkend beeld.’
In militaire kringen onderkent iedereen inmiddels het belang van satellieten en datavergaring vanuit de ruimte, maar bij de aankoopbeslissingen gaat het toch vaak over extra tanks, boten en vliegtuigen. Ruimtemiddelen zijn nu eenmaal abstract. Steur ziet dat langzaam veranderen: ‘Het ruimtewapen krijgt smoel.’ Hij voorspelt dat space in de nieuwe Defensienota extra aandacht krijgt, juist omdat het een middel is om oorlogen te voorkomen.
Fight together
Het derde deel van zijn motto – Fight together – heeft te maken met het samenspel met landmacht en marine, en met de internationale samenwerking.
In de Kosovo-oorlog (1999) voerde Steur vanuit de basis Amendola, Zuid-Italië, F-16 missies uit boven vijandelijk gebied. Zijn call-sign als gevechtsvlieger was Jabba en dat staat ook nu op zijn gevechtstenue. In die oorlog nam Nederland deel aan de NAVO-missie Allied Force. Op 24 maart 1999 werd Steurs wapenbroeder Peter ‘Wobble’ Tankink – tegenwoordig in de rang van commodore werkzaam bij de NAVO in Brunssum – boven vijandelijk gebied belaagd door drie Servische Mig-29 Fulcrums. Tankink overleefde, doordat hij een Mig-29 uit de lucht schoot. De Amerikaanse generaal Mike Short prees tijdens een hoorzitting van het Congres in Washington het optreden van de Koninklijke Luchtmacht. Steun van bondgenoten was altijd welkom, maar de Royal Netherlands Air Force, daarop kon de US Air Force echt rekenen, betoogde generaal Short.
Nederland kreeg vervolgens een speciale ‘exchange positie’ voor de Block 50 F-16’s, werd ‘lid van het A-team’ en kreeg inlichtingen over de zogenoemde Wild Weasel-operaties. Dit zijn de zeer gewaagde missie waarbij gevechtsvliegtuigen vijandelijk gebied binnendringen om daar de luchtafweer en radarinstallaties te provoceren. Zodra die systemen zich blootgeven, worden ze onder vuur genomen.. Generaal Short regelde dat Nederlanders, onder wie ‘Jabba’ Steur, op een basis in South-Carolina posities kregen bij een flightersquadron om ‘Wilde Wezel’-ervaring op te doen. ‘We hebben er veel van geleerd. We doen het nu met de F-35,’ zegt Steur.
De samenwerking met de Amerikanen gaf Nederlandse gevechtsvliegers een trots gevoel van professionaliteit en zelfs een sentiment van onoverwinnelijkheid. ‘Zo ervaar ik het niet,’ zegt André Steur. ‘Nog los van het politieke gewauwel, maar ik denk dat de Amerikaanse en de Nederlandse luchtmacht uit hetzelfde hout zijn gesneden. We zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen. We hebben dezelfde procedures, dezelfde mindset, dezelfde doctrine, dezelfde taal, dezelfde toestellen die volledig interoperabel zijn. Mijn Amerikaanse collega op NAVO-basis Ramstein legt daarop ook de nadruk: agile combat employment, als één team kunnen vechten. We kunnen in elkaars toestellen vliegen, in elkaars vliegsimulatoren oefenen en alles benutten wat op dat moment onderling voorradig is.’
Steur: ‘Ik durf te zeggen dat Nederland het bedacht heeft. Het begon in de jaren zeventig. Noorwegen, Denemarken, België en Nederland kochten hetzelfde Amerikaanse vliegtuig. Een paar Nederlandse kapiteins en luitenants realiseerden zich: ‘Shit, vier landen hebben de F-16 en volgen dezelfde wapenopleiding. We moeten over onze schaduw heenstappen en alles hetzelfde doen.” Tactische procedures, opleiding en onderhoud werden hetzelfde ingericht. Toen ik aankwam, kon ik in een Belgische F-16 zitten en onder een Noorse crew-chief werken met een Deense wapentechnicus: agile combat employment. We zaten in Afghanistan met de Noren en Denen als één team. Met de Belgen in Kosovo. Met de Noren in Polen, vorig jaar. Als andere landen niet meedoen, kun je het autonoom. Als anderen deelnemen, rijg je het naadloos ineen. Het is een enorme force-multiplier en die is door ons bedacht.’
Andere landen gingen de Koninklijke Luchtmacht als een voorbeeld zien. ‘Nu bekend is dat Nederland niet meer voor de Hercules gaat, maar voor de C390 van Embraer, zie je heel Europa kantelen. We hebben nu de Oostenrijkers op kantoor. De Zweden gaan voor het toestel. Nog veel landen zullen volgen. In die zin heeft Nederland een hefboom in Europa. Een Nederlandse kolonel bedacht dat de Europese landen één type tankvliegtuig moesten kopen en dat alle toestellen een pool moesten vormen.
‘Een van de pijlers van het F-35 project is communality. Landen kopen een vliegtuig en willen het modificeren omdat het net weer wat anders zou moeten doen. Bij de F-35 is dat uitgesloten. De vliegtuigen blijven hetzelfde, zodat ze onderling uitwisselbaar blijven. Vorige week ging ik even in een Japanse F-35 zitten, even in een Amerikaanse F-35 zitten en even in een Nederlandse F-35 zitten. Identiek. Ik had ze alle drie gewoon mee naar huis kunnen nemen. Dat idee van communality wordt nu over veel meer wapenplatforms uitgespreid, want soms moet je kleine concessies doen aan de kwaliteit als je daarmee interoperabel wordt met je bondgenoten. Ik heb liever 90 procent van de capabilities en volledig interoperabel met belangrijke partners, dan dat we ieder afzonderlijk streven naar 100 procent van de capabilities, want in dat laatste geval kunnen we niet met elkaar praten en samenwerken.’
Gewaardeerde samenwerking
Dit versterkt ook persoonlijke vriendschappen. Steur spreekt over de ‘Air Chief Community’, de loyaliteit tussen de chefs van nationale luchtmachten. Tijdens zijn opleiding tot F-16 vlieger in 1993 raakte hij bevriend met een Noorse piloot in opleiding. Steur beschrijft hem als ‘een grote blonde Noor’. Øvind Gunnerud is nu de Noorse luchtmachtchef. ‘We weten elkaar blindelings te vinden, net als de andere Air Chiefs, of dat nu in een bijeenkomst is van de NATO Air Chiefs of van de European Air Chiefs, de Indo Pacific Air Chiefs of de Nordic Air Chiefs. We zitten in allerlei fora en telkens ontmoeten we elkaar. De relaties zijn ontzettend close. Wil ik iets geregeld hebben, dan gaan zij het voor me fixen. Het is ook een persoonlijke coalition of the willing waarin problemen vaak met één telefoontje zijn opgelost.’
Geen luchtmacht in Europa of de Nederlanders helpen er met hun expertise. Steur somt op: ‘We helpen de Duitsers met de invoering van de Chinook, de Polen met de invoering van de Apache, de Finnen met de F-35 en we helpen de Belgen met de instandhouding van de NH-90. We organiseren de oefening Frisian Flag, waarin we met achttien NAVO-landen trainen. Samenwerking wordt overal gewaardeerd.’
‘God verhoede dat de Amerikanen de NAVO verlaten en alle militaire samenwerking opschorten. Ik geloof niet dat het gebeurt, want de wederzijdse afhankelijkheid is te groot. Maar als het wel gebeurt, zullen we daar heel nuchter naar moeten kijken. Wat is dan de nieuwe situatie? Welke samenwerking hebben we nog wel? Wat kunnen we in Europa? Stel dat de Amerikanen opeens hun vliegeropleiding voor ons sluiten. Dan staat er in Japan een identieke vliegeropleiding klaar. Italië is nu ook bezig met zo’n opleiding. Omdat we volledig interoperabel zijn, kunnen wij daar ook terecht. De Noord-Europese collega’s hebben mij ook al eens gepolst om een vliegeropleiding te beginnen.’
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


















