Autoritair asielbeleid doet denken aan coronatijd: gedupeerde bevolking wordt met wapenstok en honden te lijf gegaan terwijl de grenzen wijd open blijven

BartJanSpruyt 2-5-26
‘Het indrukwekkendst was een demonstratie in Loosdrecht, waar een grote groep vrouwen in een protestmars voor hun veiligheid opkwamen.’ Beeld: X

Artikel beluisteren

Misschien gaat het vandaag wel regenen, en verdwijnen de natuurbranden waar we de afgelopen week druk mee waren, daarmee als vanzelf weer uit het nieuws. Wat zeker niet uit het nieuws zal verdwijnen, zijn de veenbranden die oplaaien in dorpen en wijken waar bestuurders een azc willen vestigen. Noem IJsselstein en Loosdrecht en iedereen weet waar je het over hebt.

Tegelijkertijd werd deze week bekend dat het aantal asielaanvragen het afgelopen kwartaal opnieuw is gestegen. Het eerste kwartaal van 2026 telde 33 procent meer eerste asielaanvragen dan dezelfde periode vorig jaar, blijkt uit cijfers van het CBS, op basis van nieuwe cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het gaat vanaf 1 januari 2026 om een stijging met zesduizend mensen, vooral Palestijnen, Somaliërs en Soedanezen.

Draagvlak naar nul

Het is een fataal beeld: terwijl oorlogen elders in de wereld tot een aanhoudende en toenemende vluchtelingenstroom leiden, zit de Nederlandse asielketen ‘verstopt’ en organiseert de overheid via de Spreidingswet ‘spoednoodopvang’.

Die komt er in de praktijk vaak op neer dat een gemeentebestuur om vijf voor twaalf een locatie aanwijst waar asielzoekers moeten worden opgevangen, zonder de eigen bevolking tijdig en adequaat te informeren. Vele omwonenden horen er voor het eerst bij geruchte of via internet van. Als gevolg daarvan voelt de bevolking zich overvallen en daalt het draagvlak naar nul. Wilde geruchten beginnen te circuleren en er komen demonstraties, die vaak op gewelddadige rellen uitlopen.

De zorgen onder de bevolking zijn alleszins begrijpelijk en terecht. Het indrukwekkendst was een demonstratie in Loosdrecht, waar een grote groep vrouwen in een protestmars voor hun veiligheid opkwamen. Er gaat niet alleen veel mis met de communicatie tussen bestuur en bevolking, maar er bestaat ook voortdurend onduidelijkheid over de voorwaarden waaronder een azc wordt gevestigd.

Wie komen er, wat voor soort vluchtelingen? Als het vooral om jonge, alleenstaande mannen gaat, is er natuurlijk een acuut probleem. Hoe lang blijven ze? Hoe voorkom je dat ze zich vooral vervelen en zich daarmee op het oorkussen van de duivel neervlijen? Is er nagedacht over veiligheidsmaatregelen, of moeten burgers die zelf organiseren door camera’s op te hangen en burgerwachten de straten te laten patrouilleren?

Waarom gaan de grenzen niet dicht?

Het is niet minder dan volstrekt begrijpelijk dat dit beleid een veenbrand aan woede onder de bevolking ontsteekt. Vreemd genoeg is dat niet overal zo. Zo hoorde ik van een dorp in Zuid-Holland waar de gemeente aan de rand van het dorp een villa heeft aangekocht om enkele tientallen alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) te huisvesten. Verveling drijft deze jongens naar het centrum van het dorp, waar hun aandacht vooral (via uitnodigende taal en gebaren) naar jonge meisjes uitgaat. Die voelen zich onveilig in hun eigen dorp, en durven bijvoorbeeld hun hondje er niet meer uit te laten. ‘Dan loop je voortaan toch een andere kant op?’, kreeg een van deze meisjes te horen.


En dat is het nu precies. Dit is de alledaagse realiteit versus de papieren werkelijkheid van min of meer geruststellende rapporten van onderzoeksbureaus en overheidsinstellingen. Waarom zou je de publieke ruimte laten overnemen door vluchtelingen, die zich fout gedragen? Waarom zou je ze sowieso nog opnemen, wanneer de problemen zo groot zijn? Waarom gaan de grenzen niet dicht? (‘Niet dweilen met de kraan open’, sprak Fortuyn.)

Machteloosheid

Waarom beloven politici strenger asielbeleid, onder de erkenning dat de Nederlandse bevolking dat wil, maar gebeurt er niets? We hebben vorige week naar het circus van opzichtig politiek falen zitten kijken, zijn weer net zo ver als in de zomer van 2023, krijgen nieuwe wetten beloofd en worden gemaand de heilzame vruchten van het Europese asiel- en migratiepact af te wachten – en ondertussen moet je camera’s in je tuin hangen en in je eigen dorp patrouilleren.

Als de instroom hoog blijft en de politiek een dwangwet moet inzetten om de eigen bevolking met deze problemen op te zadelen, dan krijg je wat je niet wilt: de politiek gaat naar de straat, gewapend met boze leuzen en vuurwerk. Vervolgens worden terechte demonstraties deels overgenomen door professionele relschoppers, waarna de busjes van de ME komen aangereden en de honden op de bevolking worden losgelaten. Het dringt een beeld van machteloosheid aan ons op: de politiek faalt, de eigen bevolking krijgt de problemen op zijn bordje, de straat fungeert als ventiel, en de overheid gaat de incidenten met geweld te lijf.

Herinneringen aan de coronatijd

Je zou ook kunnen gaan vermoeden dat zich hier een bepaald patroon aftekent. Zaken die zeker behoren te zijn, en dat altijd waren, zijn nu hoogst onzeker geworden: veiligheid, energie en water, volksgezondheid. De beelden die we van de week hebben gezien van de demonstraties in Loosdrecht en IJsselstein, de onmacht en het opzichtige falen van bestuurders, de woede die de straat op gaat en het geweld van de overheid, roepen herinneringen op aan de coronatijd. Ook toen werd de bevolking in een keurslijf gedwongen, werden burgerrechten geschonden, was de communicatie minimaal en vooral heel erg sussend, en werd de boosheid van burgers beantwoord door het geweld van de staat.

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij Blauwburgwal een kritisch boek van freelance-journaliste Eva Munnik over die coronaperiode en het beleid uit die dagen. Gedurende die periode 2020-2023 is Nederland ongeveer een jaar in lockdown geweest, moesten kinderen en jongeren maandenlang thuis ‘naar school’, mochten kinderen en kleinkinderen hun grootouders niet bezoeken of hooguit vanachter glas toezwaaien, waren sportscholen lange tijd dicht en golden er vijf maanden lang andere, strengere regels voor wie geen coronavaccin nam.

In het boek over deze periode, een evaluatie van het toen gevoerde beleid, staan opmerkelijke dingen, naar ik mij heb laten vertellen. Burgemeesters met kritiek op het stringente overheidsbeleid werden voor ‘wappie’ uitgemaakt, kritiek van wetenschappers werd in de kiem gesmoord, de wetenschappers wier opvattingen heilig waren, hadden geen benul van de maatschappelijke gevolgen van hun maatregelen, politici waarschuwden voor het gevaar van ‘systeemwerkelijkheid’ maar werden niet gehoord, en het heeft veel, heel veld gekost. Demonstranten op het Museumplein kregen met excessief geweld te maken. En bovenal: een klein groepje politici had de macht, of beter: greep de macht in een vreedzame staatsgreep, en voerde op een autoritaire wijze volstrekt arbitrair beleid uit, waarbij het met grond- en mensenrechten niet zo nauw werd genomen.

Misleidend excuus

Ook hier dus, evenals nu bij de Spreidingswet: falend, arbitrair en autoritair beleid, tunnelvisies, papieren werkelijkheden, en een gedupeerde bevolking die met de wapenstok en honden te lijf werd gegaan. En nog altijd nemen we met verbazing kennis van het geschonden vertrouwen onder de bevolking en schrijven we dat toe aan ‘extreemrechtse’ retoriek. Zolang we dat misleidende excuus accepteren, blijft alles zoals het was. Maar het ziet er niet naar uit dat veel Nederlanders nog van zins zijn hun dochter een andere kant op te sturen.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!