Gerrit Schimmelpenninck: Spin in aristocratisch netwerk, radicaler dan Thorbecke, maar in zijn tijd miskend

HansWansink 12-5-26
Gerrit Schimmelpenninck. Beeld: historiek.net

Artikel beluisteren

De journalist Hans Verbeek is getrouwd met een edelman. Deze Just Schimmelpenninck is een directe nazaat van de beroemde Rutger Jan, boegbeeld van de Patriottenbeweging en raadpensionaris tijdens de Bataafse Republiek. In het souterrain van het Nijenhuis in het Twentse Diepenheim, van oudsher de thuisbasis van het geslacht Schimmelpenninck, trof Verbeek in 2012 een schat aan.

Het ging om duizenden documenten, ongeordend in uitpuilende mappen. Ze waren nagelaten door de zoon van Rutger Jan: Gerrit Schimmelpenninck. De familie had er niet naar omgekeken. Dat was opmerkelijk, want Gerrit had tussen 1820 en 1851 een glanzende carrière gemaakt. Hij was de spin in een aristocratisch netwerk dat zich uitstrekte tot de uithoeken van Europa.

Eerste minister-president

Gerrit Schimmelpenninck was directeur van de Nederlandsche Handel Maatschappij, speciaal gezant van de koning in Sint-Petersburg en Londen en in 1848 de eerste minister-president van Nederland. In die hoedanigheid speelde hij een hoofdrol in de Haagse schermutselingen rond het opstellen van een nieuwe grondwet. Hij verloor uiteindelijk de strijd met zijn grote vijand: Johan Rudolf Thorbecke.

In de gevestigde geschiedschrijving komt Gerrit Schimmelpenninck er bekaaid af. Hij wordt getypeerd als een aartsconservatieve vertegenwoordiger van het ancien régime en een sta-in-de-weg voor de broodnodige modernisering van het staatsbestel.

Verbeek vermoedde dat zijn schat uit de kelder van het Nijenhuis weleens een nieuw licht op de vergeten staatsman zou kunnen werpen. Maar alleen al voor het inventariseren van de nalatenschap van Gerrit hadden twee archivarissen een jaar nodig. Dit monnikenwerk bleek gelukkig niet voor niets. Verbeek constateerde dat er wel degelijk een biografie zat in het materiaal. Het zou zelfs een proefschrift worden.

Zeker voor een journalist – die werken toch sneller dan vakhistorici – nam Verbeek ruim de tijd. Maar het resultaat mag er zijn. De vergeten minister-president is zeer knap gecomponeerd. Allereerst omdat Verbeek maat weet te houden. De tekst beslaat 250 pagina’s (exclusief noten, bronnen, literatuur en register). Dat is aangenaam handzaam in een tijd dat biografen de neiging hebben steeds langer uit te wijden. Je leest Verbeeks boek in een paar avonden uit – en je bent weer helemaal bijgepraat over een enerverende periode van de Nederlandse geschiedenis.

Directeur van de NHM

Verbeeks levensbeschrijving is daarnaast eerherstel voor Gerrit Schimmelpenninck zelf. Gerrit blijkt een zelfbewuste kosmopoliet met een vooruitziende blik. Hij stond hoog aangeschreven bij Willem I, II en III, maar ook bij de Romanovs en koningin Victoria. Je kon hem om een boodschap sturen, of het nu was als bestuurder of als diplomaat.

De eerste serieuze betrekking van Gerrit Schimmelpenninck was die van directeur van de Nederlandsche Handel Maatschappij. De NHM was door Willem I opgericht om de in het slop geraakte economie van Nederland nieuw leven in te blazen. De Britten en de Amerikanen hadden rond 1800 de dominante positie van Nederland in de wereldhandel overgenomen. Zij dreven zelfs uitgebreid handel met Nederlands-Indië, terwijl Nederland opdraaide voor de bestuurslasten. Kolonialisme was een verliesgevende business. De afscheiding van België in 1830 betekende bovendien dat de Noordelijke Nederlanden het moesten stellen zonder de in Gent geconcentreerde textielnijverheid.

Liever geen minister

Gerrit Schimmelpenninck ontpopte zich als de drijvende kracht van Twente als broedplaats voor een textielindustrie volgens de modernste technieken. Hij introduceerde de snelspoel en zette een netwerk van weefscholen op om de arbeiders de nieuwe werkwijze aan te leren. Het resultaat was een sprong in de productiviteit die katoen tot een exportproduct maakte. Dankzij protectie door de NHM heroverde Nederland de lucratieve handel met de koloniën.

Willem I had grote waardering voor de prestaties van Schimmelpenninck en vroeg hem tot drie keer toe minister te worden. De graaf weigerde beleefd, want de waardering was niet wederzijds. Gerrit vond Willem I een spilzieke profiteur die de staatskas voor eigen gewin plunderde en daarmee het koninkrijk aan de rand van de afgrond bracht. Hij hield het liefst enige afstand tot het Binnenhof en was daarom zeer gelukkig met zijn benoeming tot ‘Buitengewoon gezant en Gevolmachtigd minister des Konings’ in Sint-Petersburg.

Verpletterende indruk

Schimmelpenninck installeerde zich met zijn vrouw Jeannette, vijf zoons, drie dochters en zes bedienden in een comfortabele woning niet ver van het Winterpaleis ‘met ijskelder, wijnkelder en voldoende ruimte voor zeven paarden’. Aan het hof van de tsaar was het alle dagen feest. Petersburg was een bruisende stad waar Schimmelpenninck zich als een vis in het water voelde.

Zijn vrouw Jeannette leverde een niet geringe bijdrage aan de reputatie van Gerrit als man van de wereld. Verbeek schrijft: ‘Overladen met gouden en zilveren sieraden en gekleed in glitterjurken maakte zij een verpletterende indruk op bals. Als de polonaise werd ingezet, wierp de Amerikaanse diplomaat Dallas zich maar al te graag op als haar chaperon.’

Britse model als leidraad

Ook Willem II was onder de indruk van de diplomatieke gaven van Schimmelpenninck. De nieuwe koning stuurde hem als speciale gezant naar Londen. Dat was voor Nederland de belangrijkste post, waar bovendien vele plooien tussen de concurrerende naties moesten worden gladgestreken. Zo verweten de Britten de Nederlanders dat zij slaven in Suriname mishandelden en hun vrijlating, die al was overeengekomen, traineerden. Het gevolg was dat vele slaven vluchtten naar het buurland Brits-Guyana. Schimmelpenninck wist de kwestie op te lossen door mondeling afspraken te maken over een betere behandeling van de vrijgelaten slaven.

Schimmelpenninck bezocht regelmatig het Britse parlement, zeker wanneer daar werd gedebatteerd over buitenlandse politiek. Zo leerde hij het Britse parlementaire stelsel kennen en kwam hij op de gedachte dat dit model leidraad voor een nieuwe grondwet in Nederland zou moeten zijn. Het Britse systeem werd gekenmerkt door een sterke minister-president die een homogeen kabinet samenstelde (afwisselend Whigs en Tories), door koninklijke onschendbaarheid en door politieke ministeriële verantwoordelijkheid. Tussen het rechtstreeks gekozen Lagerhuis en de kroon stond het Hogerhuis met voor het leven benoemde edellieden.

Toen in 1848 in heel Europa de vlam in de pan sloeg, smeekte Willem II Schimmelpenninck te hulp te komen. De vorst was ziek, zwak en verwikkeld in een schandaal over een affaire met een man. Hij benoemde Schimmelpenninck tot tijdelijk minister-president met als opdracht de verhouding tussen koning, parlement en kiezers zodanig constitutioneel vorm te geven, dat alle partijen ermee konden leven.

Intussen had de koning ook een commissie benoemd die een nieuwe grondwet moest opstellen. In die commissie was Thorbecke de drijvende kracht. Schimmelpenninck moest niks hebben van de eigenwijze ‘theorist’ en ‘jacobijn’ en die weerzin was wederzijds.

Met zijn voorstel om niet de koning, maar een minister-president het kabinet te laten samenstellen, was Schimmelpenninck radicaler dan Thorbecke. Dat gold ook voor zijn voorstel de Tweede Kamer uit te breiden. Omgekeerd zag Thorbecke niets in een Nederlandse variant van het House of Lords; de Eerste Kamer zou wat hem betrof eigenlijk afgeschaft moeten worden.

Geen overtuigingskracht

Willem II weigerde ‘zich te verlagen tot de nulliteit van eenen Engelsche of Belgischen koning’ en liet Schimmelpenninck als een baksteen vallen. Thorbecke slaagde erin zijn grondwet door het parlement te loodsen, al was het in de Eerste Kamer een dubbeltje op z’n kant.

Verbeek beschrijft het politieke steekspel tussen maart en mei 1814 letterlijk van dag tot dag. Schimmelpenninck kwam als een deus ex machina vanuit Engeland naar Den Haag. Hij kende bijna niemand en bijna niemand kende hem. Zijn ‘Anglomanische geloofsbelijdenis’ had geen overtuigingskracht. Zo was Schimmelpenninck een ambitieus, maar in zijn tijd miskend man. Veel van zijn aan de Britse praktijk ontleende denkbeelden zijn overigens later in Nederland in praktijk gebracht.

Hans Verbeek, De vergeten minister-president. Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), Prometheus, 373 pagina’s. € 39,99.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!