Eigen volk eerst. Is er nog ruimte voor buitenlanders in Zuid-Afrika?
Artikel beluisteren
Zuid-Afrika, hoorde ik Hunter Biden tegen een interviewer uit Zuid-Afrika zeggen, heeft de toekomst. De landseconomie is divers, het punt waarop er alleen maar geld wordt verdiend aan extractie (grondstofwinning) is voorbij. Elders op het continent is dat wel anders. De ligging van Zuid-Afrika is bovendien gunstig: aan twee oceanen en aan belangrijke scheepsroutes. Er is infrastructuur, de rechterlijke macht doet haar werk en de financiële markten zijn samen biljoenen dollars waard. Je hoeft maar naar Congo te kijken, een bloedige anarchie sinds de Belgen daar zijn vertrokken, en je begrijpt: het had ook anders met deze jonge Afrikaanse democratie kunnen aflopen.
Wat Hunter Biden vergat te vermelden, of niet weet, is dat die infrastructuur van Zuid-Afrika er wel ligt, maar deels onbruikbaar is. Bovenleidingen zijn gestript, treinen iets uit een romantisch verleden, de havens – staatseigendom – dermate verloederd dat reders aan de Kaap voorbijvaren. En divers, ja, maar zonder grondstoffenwinning blijft er van het bruto binnenlandse product weinig over. Zuid-Afrika is een exporteconomie, en de grootste moot van de exportproducten – een derde – komt nog uit de grond en glimt.
Vijf miljoen jongeren zonder perspectief
Van echte economische groei is al even geen sprake meer. Het investeringsklimaat van Zuid-Afrika is verstikt, multinationals vertrekken. Shell werd voor de oostkust door milieu-activisten verhinderd om seismisch onderzoek te verrichten naar gas- en olievelden, waarop Shell alle downstreamactiviteiten opschortte. Anglo American, het mijnbouwimperium van de familie Oppenheimer, wordt opgebroken en verkocht. Elon Musk, geboren Zuid-Afrikaan, wil internet vanuit de ruimte komen brengen, maar zijn firma Starlink komt de markt niet op. Een telecombedrijf moet, om in Zuid-Afrika te kunnen opereren, voor 30 procent in bezit zijn van voorheen achtergestelde aandeelhouders (gekleurd, vrouw, gehandicapt), en dat ziet Elon Musk niet zitten.
Omdat het in China goedkoper kan, gaan smelterijen en assemblagelijnen dicht – Zuid-Afrika de-industrialiseert –, maar plaatsvervangend werk is er niet en lijkt er voorlopig niet te gaan komen, dus neemt de werkloosheid toe. 43,8 procent van de bevolking heeft geen baan en zoekt niet naar een baan, onder de jeugd gaat het om 47,4 procent. Vijf miljoen jongeren zonder perspectief. Een op de twee jongeren werkloos.
De allerarmsten schrapen een bestaan bij elkaar, gangsters terroriseren complete wijken, onderwereld heeft bovenwereld geïnfiltreerd, gevangenen hebben de gevangenissen overgenomen. De rechters doen keurig hun werk, maar zaken duren jaren, en politiewerk is gevaarlijk en de salariëring mager, mede waardoor blauw op straat verdwenen is. In 2024 werden 26.232 weer mensen vermoord, en daarmee is het moordcijfer, in twee decennia tijd gehalveerd, terug op het punt van 1994 – het jaar van de eerste vrije verkiezingen.
Met andere woorden, vraag je aan de onderkant van de samenleving, waar mensen nog in plaatijzeren hutjes wonen, welk land de toekomst heeft, en je krijgt een ander antwoord dan dat van Hunter Biden.
Volksprotest tegen ongedocumenteerden
Daar, aan die onderkant, dreigt het nu mis te gaan. Boze burgers maken al maanden jacht op buitenlanders zonder geldige verblijfsdocumenten die hun banen zouden inpikken, hun ziekenhuisbedden bezet zouden houden, hun vrouwen de prostitutie in sleuren, en hun kinderen verslaven aan drugs. Zelfbenoemde burgerwachten kloppen aan bij winkeleigenaren, om ze vervolgens om legitimatie vragen, te intimideren en te verjagen, en ontzeggen buitenlanders de toegang tot klinieken en ziekenhuizen. Een Malawische vrouw verloor door zo’n blokkade haar éénjarige zoontje, dat dringend medische hulp nodig had. Ze kon naast een Malawisch paspoort geen Zuid-Afrikaans identiteitsdocument overleggen, verklaarde ze later in de media, en werd weggestuurd. Het kind stierf een dag later thuis.
Op 30 juni demonstreerden in de grote steden massa’s Zuid-Afrikanen tegen illegalen. Niet eerder sinds de apartheid is afgeschaft vond er zo’n groot gecoördineerd volksprotest plaats. De organisatie achter de acties – een burgerinitiatief – eiste dat alle ongedocumenteerden die dag vertrokken zouden zijn. Zo niet, dan werd het land platgelegd, een beproefde politieke tactiek waarmee de anti-apartheidbeweging de Afrikaner nationalisten onder druk zette.
Fruit blijft ongeplukt, suikerriet ongekapt
De ambassades van Ghana, Nigeria en Malawi stuurden vliegtuigen en bussen om staatsburgers te repatriëren, aangezien in 2008, 2015 en 2019 bij een volksopstand tegen migranten 62, 7 en 12 doden vielen. Het ultimatum van 30 juni verliep zonder gewelduitbarstingen. Toch stierven er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie dit jaar, tot dusver, tien buitenlanders bij volksgerichten. Pretoria spreekt die beschuldiging tegen (het zou gaan om op zichzelf staande misdrijven, zonder xenofoob motief), en de overheidscommunicatie over het thema lijkt er vooral op gericht om internationaal geen gezichtsverlies te lijden.
De dreigementen doen in elk geval hun werk. Vele tienduizenden Zimbabwanen, Mozambikanen, Malawiërs, Nigerianen, Ghanezen, Congolezen en Ethiopiërs – met of zonder geldige verblijfspapieren – zijn vrijwillig vertrokken of gedeporteerd. Boeren en fabriekseigenaren zitten met hun handen in het haar, want fruit blijft ongeplukt, suikerriet ongekapt en naaimachines staan stil. De economie draait op goedkope buitenlandse krachten, en al beweert het anti-immigratiefront van wel, uit niets blijkt dat Zuid-Afrikanen zelf graag onderbetaald en fysiek zwaar werk doen. Volgens de Wereldbank pikken buitenlanders geen banen van Zuid-Afrikanen in, maar leveren ze banen voor Zuid-Afrikanen op; twee per migrant.
De verjaagde buitenlanders keren terug naar landen waar oorlog, hongersnood en gewelddadige onderdrukking heersen. Een derde van Afrika wordt momenteel geregeerd door despoten; regimes ontstaan vanuit de vroegere bevrijdingsbewegingen, en uit familiedynastieën. Die schaffen de grondwet af om langer aan de macht te blijven, verdelen publiek geld onder begunstigden via schimmige patronagenetwerken, breken de staat af en vernielen hun economieën.
Hoewel het in Zuid-Afrika lang niet zo erg is, hebben ook hier de bevrijders van weleer – het African National Congres – de boel in dertig jaar tijd aardig verwaarloosd. Eerst stokte de stroomtoevoer (de kolencentrales bleken verwaarloosd), toen de watertoevoer (Johannesburg verliest dagelijks 655 miljoen liter water door leidinglekken), en nu is er dus een migratiecrisis. In november vinden gemeenteverkiezingen plaats en in de peilingen lijdt het ANC verlies. Oppositieleiders lopen mee in de demonstratiemarsen, extraparlementaire groeperingen trekken zich met populistische praatjes naar de macht toe, en mogelijk ziet het ANC zich straks genoodzaakt om hard op te treden tegen buitenlanders om wat verloren macht te herwinnen.
’s Werelds meest vooruitstrevende grondwet
Migratiebeleid bestaat wel, en is zelfs vrij streng, maar wordt al tien, twintig jaar inadequaat in de praktijk gebracht. Voor de loketten van het ministerie van Binnenlandse Zaken staan lange rijen en op een visum kun je zo jaren wachten; de douanes zijn onderbemand; ambtenaren incompetent en/of corrupt (verdienen bij door valse visa te verkopen); en zodra de Limpopo-rivier droog staat, loop je zo de grens met Zimbabwe over. Dat doen naar schatting enkele miljoenen, zonder geldige papieren. Het Institute for Security Studies and the University of Johannesburg heeft trouwens berekend dat slechts 6,5 procent van de bevolking uit gedocumenteerde migranten bestaat, iets meer dan 4 miljoen mensen, en veel minder dan de 30 miljoen waar de demonstranten bij hoog en laag tegen ageren.
Zoals de Europese regeringen zich in de jaren zestig verkeken op de integratie van grote aantallen gastarbeiders in hun landen, heeft het ANC zich verkeken op de integratie van grote aantallen migranten van elders op het continent. Een breuk met de streng gereguleerde immigratie onder de Nasionale Party – de goud- en diamantmijnen bestonden bij de gratie van goedkope arbeid uit Afrika – vond plaats in 1996. Dat jaar werd de constitutie van de Republiek Zuid-Afrika aangenomen, en kregen buitenlanders en hun kinderen dezelfde rechten als de eigen burgers. Het document wordt nog steeds beschouwd als ’s werelds meest vooruitstrevende grondwet.
Een genocide in Rwanda, een burgeroorlog in Congo en de ineenstorting van Zimbabwe brachten in de jaren negentig een toestroom van buitenlanders op gang, en wanneer de economie groeit, merk je daar niet zoveel van, maar bij stilstand worden de bestaande middelen schaars, en moeten er winnen en verliezers zijn. Kortom, is er dertig jaar later nog wel ruimte voor buitenlanders in Zuid-Afrika?
Arme Afrikanen en vermogende westerlingen
Hunter Biden suggereerde in eerdergenoemd interview dat hij het Zuid-Afrikaans staatsburgerschap wel zou willen. Behalve bij arme Afrikanen is het land nogal in trek bij vermogende westerlingen, die winterweer, regeldruk, stijgende woon- en leefkosten en oorlog in het oosten ontvluchten. In Kaapstad wordt de middenklasse verdrukt door een seizoensmatige toestroom van vakantievierders, overwinteraars, afstandswerkers en emigranten. De gewone Zuid-Afrikaan, met zijn randsalarisje, legt het af tegen euro’s, dollars en ponden.
De regenboognatie gaat nog eens aan haar succes ten onder.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


