Stimuleer vrijwillige remigratie voor wie er niet in slaagt een bijdrage te leveren aan de samenleving

JohnTKnieriem 30-5-26
Beeld: werkenvoornederland.nl

Artikel beluisteren

Door John T. Knieriem*

In Nederland is elk gesprek over migratie beladen. Zodra het woord remigratie valt, klinken de reflexen: fascistisch, onmenselijk, deportatie. Daar is in Wynia’s Week al eerder op gewezen. Maar het werd onlangs weer pijnlijk duidelijk in de Tweede Kamer, waar het debat over geweld in de samenleving al snel verzandde in hysterisch geschreeuw over wie welk woord mag gebruiken. Volt-leider Dassen riep dat ‘de omvolkings- en remigratietheorie een nazi-theorie is’ die niet in het parlement thuishoort. De hele zaal buitelde over FVD heen. Intussen wordt er niks opgelost.

Nederland heeft een participatieprobleem. Dat kunnen we gewoon feitelijk constateren. Er zijn hardnekkige participatieproblemen in delen van migrantengroepen: lagere arbeidsparticipatie, hogere afhankelijkheid van uitkeringen en soms zwakkere taalbeheersing. Maar zolang we bepaalde woorden niet mogen gebruiken om het probleem te benoemen, blijft de oplossing buiten bereik. 

Terugkeerbeleid bestaat al sinds 2007

De NCTV schreef in haar Dreigingsbeeld van juni 2025 dat rechtsextremisten de term remigratie gebruiken als verhulling voor deportatieplannen gekoppeld aan de omvolkingscomplottheorie. Dat klopt. Die koppeling bestaat in extremistische kringen, en de NCTV doet er goed aan die te benoemen. Maar als extremisten een woord kapen betekent dat nog niet dat het daarmee ook automatisch hun ‘eigendom’ wordt.

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) bestaat sinds 2007 en voert dagelijks terugkeerbeleid uit. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) heeft in Nederland een volledig operationeel programma voor vrijwillige terugkeer, gefinancierd door het ministerie. Dat heet in elk beleidsdocument gewoon terugkeerbeleid. Of remigratie. Wie nu beweert dat het gebruik van dit woord automatisch duidt op extremistisch gedachtegoed, gebruikt de dreiging van rechtsextremisme als politiek wapen om elk nuchter beleidsgesprek bij voorbaat onmogelijk te maken.  

Nederland telt inmiddels ruim 5,1 miljoen inwoners met een migratieachtergrond, bijna 29 procent van de bevolking. De overgrote meerderheid werkt hard, draagt bij en vormt een onmisbaar deel van onze samenleving. Kijk naar Dilan Yesilgöz, dochter van Koerdische vluchtelingen, nu VVD-partijleider. Ahmed Aboutaleb, voormalig burgemeester van Rotterdam, die liet zien dat integratie en gezag hand in hand kunnen gaan. Ali Niknam, oprichter van Bunq. Atilay Uslu, de man achter Corendon. Stuk voor stuk mensen die laten zien wat mogelijk is als je verantwoordelijkheid neemt en kansen grijpt.

Maar ook de onbekende Nederlander verdient erkenning: de Afghaanse man die al jaren mijn banden verwisselt, vakman, ondernemer, betrouwbaar. Geen politicus, geen CEO, maar iemand die elke dag laat zien wat Nederland draaiende houdt. Dat is burgerschap. En dat verdient meer respect dan het eindeloze gesol met identiteitspolitiek dat links Nederland inzet om het echte gesprek te ontwijken.

Wie niet meedoet moet kunnen nadenken over vertrek 

Tegelijk is er een groep die zich structureel onttrekt aan deelname. Mensen die de taal niet leren, niet werken, geen binding voelen met Nederland. Dat is vooral een kwestie van gedrag, en op gedrag mag je mensen aanspreken. Sterker: dat moet. Wie dat nalaat uit angst voor het woord racist, laat mensen die een eerlijk antwoord verdienen in de kou staan.

Wie meedoet, hoort erbij. Wie structureel weigert, moet eerlijk kunnen nadenken over een andere weg. Het zou normaal moeten zijn dat wie niet bijdraagt uiteindelijk vertrekt, niet als veroordeling maar als logische consequentie. Zoals in elke vereniging: zolang je meedoet, ben je welkom. Wie nooit meer komt opdagen of het doel niet deelt, zegt zijn lidmaatschap op. Niemand vindt dat vijandig of schandalig. Dat heet gezond verstand.

Begeleid mensen die niet participeren

Voor wie nog geen Nederlands staatsburgerschap heeft, is de redenering inmiddels ook wettelijk verankerd. Vanaf 12 juni 2026 bestaat de permanente asielvergunning niet meer. Verblijf is tijdelijk, verlengbaar onder voorwaarden, en het tweestatusstelsel maakt eindelijk onderscheid tussen wie vlucht voor persoonlijke vervolging en wie onveilige omstandigheden ontvluchtte. Dat laatste is menselijk begrijpelijk, maar het schept geen recht op onbeperkt verblijf als de situatie in het land van herkomst verandert of als deelname hier uitblijft. Participatie moet een expliciete verlengingsvoorwaarde worden. Niet als straf, maar als consequentie van de overeenkomst die bij binnenkomst werd aangegaan. De wetgever heeft die richting gekozen. 

Voor deze groep ontbreekt niet de uitvoeringsinfrastructuur maar de beleidslogica die eraan voorafgaat. De Dienst Terugkeer en Vertrek en de IOM doen hun werk zodra het verblijfsrecht al is vervallen of iemand zelf de knoop heeft doorgehakt. Wat niet bestaat is een serieus traject dat daarvóór komt: een moment waarop iemand die niet participeert en waarschijnlijk ook niet gaat participeren, wordt begeleid naar een eerlijke afweging. Dat gat moet worden gevuld, en de nieuwe wet biedt de juridische grondslag om dat te doen.

Voor genaturaliseerde Nederlanders geldt één norm: dezelfde als voor ieder ander. Geen apart spoor, geen andere verwachting, maar ook geen bescherming tegen de vraag die elke Nederlander mag worden gesteld: draag je bij? Een Nederlander met Syrische, Turkse, Marokkaanse, Spaanse of welke wortels dan ook die hier structureel afhaakt, wordt aangesproken op precies dezelfde gronden als een Nederlander wiens voorouders al eeuwen in Friesland wonen. Dat is gelijkheid, geen discriminatie.

Wie twee landen kent en hier vastloopt, heeft wel een reële keuze die veel geboren Nederlanders niet hebben. Maar hier wringt het beleid. De IOM ondersteunt uitsluitend mensen zonder Nederlands paspoort. Voor genaturaliseerde Nederlanders die vrijwillig willen vertrekken bestaat geen vergelijkbare georganiseerde faciliteit. Dat is een leemte die gevuld moet worden, niet om mensen weg te sturen, maar om de keuze reëel te maken voor wie hem wil maken.

Geen etnisch beleid maar vrijwillig mobiliteitsbeleid 

Die redenering moet je consequent doortrekken. Wie in Nederland vastloopt en elders een beter bestaan ziet, moet daarin worden gefaciliteerd. Niet weggestuurd, maar geholpen. Een royale vrijwillige vertrekregeling voor iedere Nederlander die elders opnieuw wil beginnen, ongeacht achtergrond. Er zijn Nederlanders die naar Portugal vertrekken, naar Thailand, naar Canada. Niemand noemt dat schandalig. Dan moeten we ook niet doen alsof het schandalig is om dat als beleidsoptie serieus te nemen voor iedereen die hier vastloopt.

We moeten dit niet gaan framen als etnisch beleid want dat is het niet. Het is een universeel mobiliteitsbeleid. Wie dit automatisch als discriminatie definieert, verwart onderscheid naar gedrag met onderscheid naar afkomst.

Het verschil met de extremistische versie is glashelder: dit gaat niet over ras, niet over omvolking, niet over een witte etnostaat. Het gaat over participatie als norm en vrijwillige mobiliteit als instrument.

Hier meedoen of begeleid vertrekken 

De infrastructuur bestaat deels al, ze is alleen te timide en te smal. Wie vrijwillig vertrekt met een realistisch plan voor werk of opleiding elders, verdient een eenmalige vertrekpremie. De bestaande terugkeerprogramma’s van DTenV en IOM moeten worden uitgebreid naar een nationale instantie die serieuze begeleiding biedt voor iedereen, met of zonder Nederlands paspoort, die een herstart elders overweegt.

Wie binnen een jaar na aankomst werkt of vrijwilligerswerk doet, moet subsidie kunnen krijgen voor opleiding of ondernemerschap. En na drie jaar zonder werk of taalbeheersing volgt een eerlijk gesprek over de toekomst: hier meedoen of begeleid vertrekken. Niet als dreigement, maar als helder kader.

Links zal dit hard noemen. Maar de echte hardheid zit in het niets doen: in mensen eindeloos vasthouden in afhankelijkheid en uitzichtloosheid, en dat vervolgens humaniteit noemen. En extreem en radicaal rechts doet er verstandig aan de omvolkingsideologie definitief te laten vallen als het serieus genomen wil worden in dit debat. Zolang remigratie in één adem wordt genoemd met rassentheorieën, maakt men elk nuchter beleidsgesprek onmogelijk. En dat werkt ongelofelijk contraproductief.

Nederland heeft behoefte aan mensen die zeggen wat werkt, ook als dat ongemakkelijk is. Deelname is de norm. Vrijblijvendheid is geen recht. Wie hier bijdraagt, is welkom, ongeacht waar hij vandaan komt. Wie structureel afhaakt, mag worden gevraagd of elders niet beter past. Wie dat racisme noemt, begrijpt niet wat racisme is, of wil het gesprek gewoon niet voeren.

Uitkomst van volwassen gesprek 

Een samenleving mag verwachtingen hebben van wie er deel van uitmaakt. Dat geldt voor iedereen. Vrijheid zonder wederkerigheid houdt op den duur geen gemeenschap overeind. Het wordt tijd dat we remigratie niet langer als taboe behandelen, maar als één van de legitieme uitkomsten van een volwassen gesprek over participatie, burgerschap en keuzevrijheid. 

*John T. Knieriem is aangesloten bij Klassiek Liberaal, een platform binnen de VVD.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!