De gemeente Den Haag normaliseert de islamitische geloofsleer in de openbare ruimte en sluit kleinere minderheidsgroepen uit

KewalJangbahadoerSing 6-8-26
Foto: Kewal Jangbahadoer Sing

Artikel beluisteren

Door Kewal Jangbahadoer Sing

Wie door Den Haag loopt of rijdt, kan posters van de Gemeente Den Haag tegenkomen met de tekst: ‘Met wie drink jij een kop thee?’ De poster maakt deel uit van de campagne Omkijken naar elkaar. Op de afbeelding zitten twee personen samen aan tafel. Een van hen draagt een hoofddoek en schenkt thee uit een traditionele theepot, terwijl de andere persoon haar kopje vasthoudt. Een QR-code verwijst naar informatie over hulp geven en krijgen.

De boodschap lijkt op het eerste gezicht sympathiek en verbindend: samen theedrinken als uitnodiging tot ontmoeting, onderlinge betrokkenheid en het bieden of ontvangen van hulp. Toch roept de gekozen beeldtaal vragen op. De hoofddoek is een duidelijk zichtbaar religieus en cultureel symbool, terwijl op deze poster geen vergelijkbare herkenbare uitingen van andere levensbeschouwelijke gemeenschappen te zien zijn.

Eenzijdigheid

Waar zijn bijvoorbeeld de joodse Hagenaar met een keppel, de christelijke Hagenaar met een zichtbaar kruis of herkenbare vertegenwoordigers van hindoestaanse, koptische en andere religieuze gemeenschappen? Wanneer een lokale overheid één religieuze identiteit nadrukkelijk zichtbaar maakt, zonder dat duidelijk is hoe andere groepen binnen de campagne worden vertegenwoordigd, kan de indruk van eenzijdigheid ontstaan.

De poster kan daardoor door sommige inwoners worden ervaren als een onbedoelde vorm van ‘zachte dawa’: niet als rechtstreekse geloofsverkondiging, maar als de door de overheid ondersteunde zichtbaarheid en normalisering van één specifieke religieuze identiteit in de openbare ruimte. Dat betekent niet noodzakelijk dat dit de bedoeling van de gemeente is. Het laat wel zien dat een goedbedoelde inclusiviteitscampagne verschillend kan worden geïnterpreteerd.

Vanuit mijn ervaring als systeem- en EMDR-therapeut zie ik dat eenzijdige representatie bij mensen gevoelens van vervreemding of uitsluiting kan oproepen. Een campagne die omkijken naar elkaar wil bevorderen, moet daarom niet alleen worden beoordeeld op haar intentie, maar ook op de psychologische en maatschappelijke uitwerking van de gekozen beelden. Werkelijke inclusiviteit vraagt om evenwichtige representatie, zodat verschillende groepen zich in de communicatie van de lokale overheid kunnen herkennen.

Destructieve alliantie 

Binnen de systeemtherapie beschouwen we een samenleving of een stad als een levend, gelaagd systeem. Een gezond systeem floreert bij circulariteit, balans en heldere grenzen. Wanneer de overheid – als het sturende, bovengeschikte systeem – echter structureel en eenzijdig één specifiek subsysteem (de grootste religieuze minderheid) visueel bevoorrecht, raakt de dynamiek fundamenteel verstoord.

Er ontstaat een destructieve alliantie tussen de overheid en de grootste minderheidsgroep. Het gevolg hiervan is dat kleinere minderheidsgroepen impliciet de boodschap krijgen dat zij er visueel niet toe doen. Hun identiteit wordt door de selectieve keuzes van de gemeente naar de marge gedrukt en effectief onzichtbaar gemaakt.

Dit is een vorm van politiek opportunisme en appeasement die de schijn van verbinding wekt, maar in werkelijkheid de interne hiërarchie en polarisatie binnen het grotere Haagse systeem juist verhardt. Ware inclusiviteit eist gelijke visuele representatie van álle groepen; selectieve inclusiviteit is per definitie exclusie.

De openbare ruimte als dwingende trigger

De openbare ruimte is geen neutraal decor; het is de fysieke en psychologische bedding waarin burgers zich vrij en veilig moeten kunnen bewegen. Vanuit de trauma- en EMDR-context weten we dat onze visuele omgeving een directe invloed heeft op ons autonome zenuwstelsel. De hersenen scannen de omgeving continu op signalen van veiligheid, neutraliteit of dreiging.

Wanneer een seculiere overheid de openbare ruimte intensief vult met dwingende, religieuze symbolen, functioneert dit als een constante visuele trigger. Voor burgers die hechten aan een religie-neutrale leefomgeving of voor diegenen die totalitaire religieuze systemen in hun land van herkomst zijn ontvlucht, voelt deze door de gemeente gepromote ‘zachte dawa’ niet als een gezellige uitnodiging tot theedrinken. Ze voelt als een sluipende, door de staat gesanctioneerde inbreuk op hun seculiere vrijheid. Ze tast het fundamentele gevoel van psychologische veiligheid in de openbare ruimte aan, omdat de burger zich niet langer gesteund weet door een neutrale scheidsrechter.

De gemeente negeert liberale, seculiere en cultuurmoslims

De gemeente hanteert een naïef en pragmatisch reductionisme door de islam op deze posters te presenteren als een harmonieus, cultuur-pluriform element dat naadloos past binnen onze westerse democratie. Hiermee besteedt de overheid mogelijk te weinig aandacht aan de spanning die kan bestaan tussen bepaalde orthodox-islamitische opvattingen en seculiere uitgangspunten over gelijkwaardigheid en samenleven.

Bovendien begaat de overheid hiermee een cruciale systeemfout: zij institutionaliseert religie als een collectieve, uiterlijke groepsidentiteit. In een moderne seculiere staat is religie bij uitstek een individuele, persoonlijke en interne aangelegenheid. Door de moslimvrouw uitsluitend mét hoofddoek als het gezicht van de islamitische gemeenschap te presenteren, negeert en marginaliseert de gemeente de grote groep liberale, seculiere of cultuurmoslims die er bewust voor kiezen geen uiterlijke symbolen te dragen. De overheid bevestigt en cultiveert hiermee onbedoeld het conservatieve stereotype dat een ‘echte’ moslim onlosmakelijk verbonden is aan een collectief, zichtbaar dogma.

De democratische seculiere staat faalt hier door kortzichtig, beheersmatig pragmatisme. In een poging de sociale vrede te bewaren en de grootste minderheidsgroep in te kapselen, heeft de overheid haar belangrijkste morele anker opgegeven: strikte neutraliteit.

Herstel de neutrale grens

Een disfunctioneel systeem kan alleen herstellen door het herintroduceren van duidelijke, onwrikbare grenzen. De gemeente Den Haag moet stoppen met het faciliteren van religieuze profilering en propaganda onder de vlag van diversiteit. De politiek moet door haar burgers directer ter verantwoording worden geroepen om deze morele scheefgroei te corrigeren. De enige weg naar een werkelijk inclusieve en psychologisch veilige samenleving is een overheid die religie weer behandelt als iets persoonlijks achter de voordeur. Laat de openbare ruimte weer een neutrale vrijhaven zijn voor iedere burger, juist door haar strikt vrij te houden van religieuze symbolen.

* Kewal Jangbahadoer Sing is systeem- en EMDR-therapeut.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!