Wegdromen kan niet meer: 25 jaar geleden maakte Al-Qaeda een einde aan ‘het einde van de geschiedenis’

WW Spruyt 12 september 2026
We hadden toch met elkaar afgesproken dat de geschiedenis na de val van de Muur was afgelopen? Dat bleek op 9/11 niet te kloppen. Beeld: Wynia’s Week.

Artikel beluisteren

Vóór 9/11 dachten we dat de geschiedenis was uitgemond in een liberale heilstaat. Maar conflicten zijn permanent. De botsing tussen beschavingen gaat niet meer weg. En ook de wetenschap jaagt de geschiedenis voort.

Op die memorabele elfde september van het jaar 2001 zat ik in de perstoren van het Tweede Kamergebouw. Het was dinsdag, het begin van de parlementaire week. Dan was je present in het Kamergebouw, lunchte in het restaurant, je vergaderde over de actualiteiten van de week en spoedde je vervolgens naar de vergaderzaal om de ‘regeling van werkzaamheden’ en het wekelijkse vragenuurtje te volgen. In de lift naar beneden trof je beroemdheden als Sjuul Paradijs van De Telegraaf, Syp Wynia van Elsevier en Hans Goslinga van Trouw.

Die dag liep ons overlegje om de een of andere reden uit en zagen we dat het al drie uur was geweest en dat we de beraadslagingen beneden moesten gaan volgen. Om tijd te winnen zette ik de tv aan die op onze redactie stond, om via het eigen kanaal van de Kamer de discussie te kunnen volgen. Per ongeluk drukte ik op een verkeerd knopje en zagen wij geen Kamerleden bij de interruptiemicrofoon maar een grote Boeing zich in de toren van een gebouw boren. Verbaasd keken we elkaar aan: wat was dit?

Memorabele tijden

Nog goed herinner ik me de consternatie, het ongeloof, de lichte paniek en de toenemende verbijstering die zich van alle Binnenhofbewoners meester maakte. Alle vergaderingen werden direct geschorst, iedereen rende naar de televisies die overal in het gebouw hingen. Langzaam maar zeker drong tot ons door dat de Verenigde Staten waren getroffen door een grote aanslag, uitgevoerd door extremistische moslims.

We beleefden toch al memorabele tijden. Het waren de nadagen van het ‘paars’ van Wim Kok (die kort daarvoor zijn vertrek had aangekondigd) en een zekere Pim Fortuyn had net bekend gemaakt dat hij van columnist politicus werd. Maar wat de verbijstering die dag zo groot maakte, was het langzaam maar gestaag indalende besef dat we ons hadden vergist.

We hadden toch met elkaar afgesproken dat de geschiedenis na de val van de Muur was afgelopen? Dat er geen grote ideologische conflicten meer zouden zijn, dat het liberalisme had gewonnen, en dat de wereld alleen maar democratischer, welvarender en vrediger zou worden? We hadden bijna acht jaar naar dat liberalisme zitten kijken: politiek saaie jaren van overvloed, waarin alle geschillen gemakkelijk konden worden afgekocht, hinderlijke christelijke restanten uit de wetgeving werden weggegumd, en alle burgers tevreden en zorgeloos en veilig konden leven. Die vakantie van de geschiedenis was op 11 september 2001, ’s middags om een uur of drie, tot een schokkend einde gekomen.

Als de profeet van ‘het einde van de geschiedenis’ gold de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama (1952), die in de zomer van 1989 naam had gemaakt met een artikel in The National Interest waarin hij dat einde had gesignaleerd dan wel afgekondigd. Maar dat was een vergissing. Fukuyama was een leerling van Joods-Amerikaanse filosofen als Allan Bloom en Leo Strauss en veel te intelligent voor zo’n oppervlakkige, triomfantelijke analyse.

Wie Fukuyama goed las, kon alleen maar constateren dat hij de nodige, wijze voorbehouden had gemaakt. Hij vergeleek de geschiedenis met treinen onderweg naar hun eindbestemming: de stad van het liberalisme. Maar sommige treinen zouden die stad nooit bereiken, andere reizigers zouden die stad wel bereiken maar het leven daar gaan haten en zich met geweld tegen die stad keren, weer anderen zouden zich in die stad alleen maar vervelen en op zoek gaan naar nieuwe projecten om het leven er te veraangenamen.

De islam zoals die zich op 9/11 tegen het vrije Westen keerde, werd dus gevormd door mensen uit landen die de liberale stad niet hadden bereikt maar die stad wel als een bedreiging zagen, of door mensen die in die stad woonden maar er tegelijk een diepe afkeer en haat tegen koesterden. En die bereid waren die stad met geweld te bestrijden. Een van de stichters van de Moslimbroederschap ontwikkelde zijn ideologie als student in de Verenigde Staten, waar hij zag dat Amerikanen in hun tuinen hun gazons maaiden en hun privacy met hoge heggen afschermden. Dat individualisme en die kleinburgerlijke bezigheden: dat was geen leven, concludeerde hij.

Vijfde colonne

Uit zijn recent verschenen memoires (In the Realm of the Last Man) wordt duidelijk dat Fukuyama de islam niet als de grootste bedreiging van onze toekomst ziet. De islamitische wereld vormt geen monolithisch blok en de dreiging die van dit geloof uitgaat, richt zich vooral op de Sahellanden.

Dat lijkt me al te geopolitiek gedacht. Wie is je vijand? Degene die zich tot jouw vijand uitroept en jou dwingt om na te denken over de vraag wie je eigenlijk zelf bent. Dat is wat op 9/11 is gebeurd. Dezer dagen mogen moslims allerwegen hun klachten uiten over de gevolgen van die dag voor hun leven: ineens waren zij de onbetrouwbare Ander. Dat kwam niet door de aanslagen van 9/11 op zich, maar door taferelen als het groepje Marokkaanse jongens in Ede dat nog op diezelfde elfde september de New Yorkse doden opzichtig vierde. Er was iets van een vijfde colonne onder ons, een groep van radicale moslims die zich wel in de liberale staat hadden gevestigd maar de cultuur ervan haatten. De AIVD heeft er tot op de dag de handen vol aan, en rapporteert jaarlijks over ternauwernood voorkomen aanslagen.

Maar dat is dus niet waar Fukuyama zich de meeste zorgen over maakt. De grootste uitdaging van een menselijke toekomst bestaat volgens Fukuyama in de ontwikkelingen die zich voordoen in de wereld van de biotechnologie. Binnen de stad van het liberalisme is immers nog niet alles volmaakt. De geschiedenis is nog niet af. We zijn nog niet waar we wezen willen. We hebben nog te maken met ziekte, psychische en fysieke onvolkomenheden, met ongemakkelijke kloven tussen hoe we ons voelen en biologische gegevens. En vooral: we gaan nog steeds dood.

Eigen morele regels

De biomedische wetenschappen slagen er steeds meer in menselijk gedrag te modificeren, stelt Fukuyama vast. In navolging van de gedachtegang van C. S. Lewis (De afschaffing van de mens) verwerpt Fukuyama het perspectief op een wereld waarin de biotechnologie de menselijke natuur verandert, want, zo schrijft hij: ‘De natuur zelf, en in het bijzonder de menselijke natuur, heeft een speciale rol in het voor ons definiëren van wat goed en fout is, rechtvaardig en onrechtvaardig, belangrijk en onbelangrijk’.

Het traditionele raamwerk van een vooraf gegeven morele orde is vervangen door het recht om een eigen raamwerk en eigen morele regels te scheppen. En nergens blijkt dat volgens Fukuyama duidelijker dan in de legalisering van abortus en bij ‘het laatste front’: de transgenderbeweging, bestaande uit activisten, gesteund door een aanzienlijk deel van het medische establishment, die een verbod hebben afgedwongen op de gedachte ‘dat er een sterke, onderliggende relatie tussen biologische sekse en genderidentiteit bestaat’.

Naïef en gevaarlijk

Zo zijn er verschillende zaken die onze toekomst bedreigen, geopolitiek en mondiaal, in onze oude arbeiderswijken en in de laboratoria van de wetenschap. Dat zagen we nog niet in de perstoren op 11 september 2001. Maar dat de geschiedenis niet ten einde is maar voortdurend naar nieuwe fronten wordt opgejaagd, is iets waar we ons altijd en overal van bewust moeten zijn. Vakantie nemen van de geschiedenis en wegdromen in een vermeend posthistorische wereld is naïef en gevaarlijk.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!