Krijgt Rob Jetten zijn kindje?
Artikel beluisteren
Mensen kunnen onvruchtbaar zijn – sociaal (bij LHBTI-koppels) of medisch – en toch een sterke kinderwens hebben, zoals onze eigen premier. Draagmoederschap lijkt dan een oplossing, maar is hier nu nog verboden, net als in Duitsland. Een nieuwe wet moet toch ruimte gaan scheppen. Het belang van die wensouders weegt daarbij zwaarder dan dat van het kind of de draagmoeder.
Als minister van Volksgezondheid (2018-2021) verzette de Duitse CDU/CSU-politicus Jens Spahn (1980) zich in 2020 tegen de legalisering van draagmoederschap. Draagmoederschap bleef daarmee in Duitsland verboden. Maar vorige week werd bekend dat het leven ook voor Spahn, sinds mei vorig jaar fractievoorzitter van zijn partij in de Duitse Bondsdag, toch sterker was dan de leer. En dat in zijn opvatting wetten en regels wel voor de samenleving golden maar klaarblijkelijk niet voor politici zelf.
Met Daniel Funke, de man met wie hij in 2017 in het huwelijk is getreden, heeft hij via een Amerikaanse draagmoeder een kind gekregen. Toen dat een week geleden bekend werd, liep dat uit op een zo grote rel dat Spahn zijn functie binnen een dag moest neerleggen – waarbij hij het argument gebruikte dat het stichten van een gezin met zijn politieke functie onverenigbaar was.
Hopen op een aanbod
Ook in Nederland hebben we een politicus die met zijn vriend graag een kind zou krijgen via een buitenlandse draagmoeder: Rob Jetten, momenteel premier van het land. Maar tot nog toe vond hij het te duur. Onze premier, toen nog D66-kamerlid, en zijn Argentijnse verloofde, Nicolás Keenan, hadden begrepen dat zij als homostel moesten uitwijken naar de Verenigde Staten, waar draagmoederschap al gauw zo’n 150.000 dollar kost, en dat vond Jetten ‘echt een bizar bedrag’.
In Nederland is het volgens Jetten ‘best slecht geregeld’. Je mag een vrouw niet vragen draagmoeder van jouw kind te worden; zij moet dat uit zichzelf aanbieden. ‘Dus moet je hopen dat je tegen iemand aanloopt die draagmoeder wil zijn en jouw kinderwens in vervulling wil laten gaan. Wij hebben in onze omgeving nog niemand gevonden die staat te springen om dit te gaan doen. Misschien is dat wel iets moois voor 2025’, zei hij begin januari 2025, ‘dat we iemand vinden die zegt: voor deze twee mannen zou ik heel graag een kind op de wereld zetten’.
Of het in 2025 is gelukt, is niet bekend, en ook niet of het dit jaar is gelukt of gaat lukken, maar er staan wettelijke veranderingen op stapel. Nog altijd staan er ook hier in Nederland, evenals in Duitsland, wetten in de weg en praktische bezwaren. Maar er ligt nu een wetvoorstel waarover de Tweede Kamer (volgens de huidige agenda) begin oktober gaat debatteren, en die wet moet het gemakkelijker maken dat wensouders (volwassenen met een kinderwens) gebruik maken van een draagmoeder om hun kinderwens te vervullen. De belangen van de wensouders wegen in de wet veel zwaarder dan de belangen van de draagmoeder en het kind dat uit draagmoederschap wordt geboren.
Twee soorten draagmoederschap
Draagmoederschap betekent dat een vrouw (de draagmoeder) zwanger wordt met de intentie het kind na de geboorte af te staan aan de wensouders. Dat zwanger worden van de draagmoeder kan op twee manieren tot stand komen:
* De eicel van de draagmoeder wordt bevrucht met het zaad van de wensvader of een donor. Dit gebeurt meestal via kunstmatige inseminatie. De draagmoeder is hier dus de biologische moeder van het kind waarvan zij zwanger is (laag-technologisch draagmoederschap).
* Via een ivf-behandeling wordt een embryo gecreëerd van de eicel en zaadcel van de wensouders (of donoren), dat vervolgens wordt ingebracht bij de draagmoeder (hoog-technologisch draagmoederschap).
Nederland ontmoedigt draagmoederschap
Draagmoederschap wordt niet alleen als oplossing voor medische onvruchtbaarheid gezien maar ook (en vooral) voor sociale onvruchtbaarheid onder stellen met een LHBTI-achtergrond. Zoals de openstelling van het huwelijk, vijfentwintig jaar geleden, een verworven recht is geworden, zo wordt ook het krijgen van kinderen steeds meer als een recht gezien (wat het niet is). Wat ook een rol speelt, is het feit dat de adoptie van buitenlandse kinderen sinds 2021 aan banden is gelegd. Mensen met een kinderwens (de wensouders) wijken sindsdien in toenemende mate uit naar de optie van het draagmoederschap.
Het verschijnsel draagmoederschap is in Nederland tot nog toe altijd ontmoedigd. Bemiddelingsbureaus zijn verboden. Draagmoeders mogen zich niet via advertenties aanbieden. Wensouders mogen niet op sociale media kenbaar maken dat ze een draagmoeder zoeken. Wensouders mogen een vrouw niet betalen om een kindje voor hen te dragen.
Wetsvoorstel
Ons huidige kabinet wil draagmoederschap gemakkelijker en toegankelijker maken. Een wetsvoorstel (dat overigens al onder het derde kabinet Rutte is geschreven en medio 2023 door toenmalig minister Franc Weerwind naar de Kamer is gestuurd) wordt in week 36 in de Tweede Kamer besproken.
Het wetsvoorstel wil de volgende zaken regelen:
– Een nationale draagmoederbank moet wensouders en draagmoeders aan elkaar gaan koppelen.
– De wensouders en de draagmoeder dienen een verzoek in bij de rechter, vóór de conceptie plaatsvindt. Als de rechter zijn goedkeuring verleent, dan zijn de wensouders vanaf de geboorte direct de juridische ouders van het kind. De rechter toetst of de draagmoeder vrijwillig instemt met het traject.
– De ‘draagmoederovereenkomst’ kan tot uiterlijk drie maanden na de geboorte bij de rechter worden herroepen.
– De draagmoeder beslist gedurende de zwangerschap zelf over medische ingrepen bij haarzelf en het kind en over een eventuele abortus.
– Internationaal draagmoederschap wordt makkelijker gemaakt.
De zorgen gaan in eerste instantie uit naar het internationale draagmoederschap. De Nederlandse rechter speelt dan geen rol meer; er wordt vertrouwd op een toets in het buitenland. In 2016 bracht een staatscommissie een rapport uit over ‘herijking ouderschap’ (Kind en ouders in de 21ste eeuw). Daarin sprak deze commissie vooral haar zorgen uit over de situatie van draagmoederschap in het buitenland. ‘In verschillende landen is de positie van de draagmoeder onvoldoende beschermd, is het onderscheid tussen draagmoederschap en kinderkoop niet scherp te maken en ligt zelfs kinderhandel op de loer.’ Het gevaar van commercieel draagmoederschap is in het buitenland dus heel groot.
Daar komt nog bij dat afstammingsinformatie in het buitenland vaak onbetrouwbaar is. In Nederland worden de gegevens van alle mogelijke betrokkenen – zaaddonor, eiceldonor en draagmoeder – in een register vastgelegd. Deze Nederlandse waakhond voor de gegevens van donorconceptie (Cdkb) geeft zelf aan dat zij niet kan instaan voor de gegevens uit het buitenland.
Tijdelijk een vrouw huren
De indruk is dat het belang van de wensouders leidend is in het nieuwe wetsvoorstel. De bedoeling van het wetsvoorstel is om de procedures voor wensouders korter en gemakkelijker te maken, via onder meer counselinggesprekken en een rechterlijke toetsing voorafgaand aan de zwangerschap. De rechten van het kind (om uiteindelijk te mogen weten wie zijn/haar echte ouders zijn) en de sociale positie en eventuele emotionele problemen van de draagmoeder worden genegeerd of gebagatelliseerd.
Draagmoederschap roept een wereld in het leven waarin twee partners die sociaal onvruchtbaar zijn maar toch een kind willen, tijdelijk een vrouw kunne n huren om hun kinderwens in vervulling te laten gaan – waarbij de rechten van het kind en van de draagmoeder ondergeschikt worden gemaakt aan het project van de wensouders. De weg naar deze wereld kan in het Kamerdebat van oktober worden geopend.
CDA is verdeeld
Hoe de stemverhoudingen precies gaan liggen, is nu nog niet bekend, maar het CDA lijkt het voorstel om tot een ‘goede regeling’ te komen, te gaan steunen. Tijdens het debat over de regeringsverklaring, begin februari van dit jaar, zei Henri Bontenbal: ‘Iets wat al gebeurt in de praktijk en waarvan je niet wilt dat het misgaat, zou je moeten willen normeren als politiek.’
Maar de partij is verdeeld. In het partijblad Christen Democratische Verkenningen (CDV) van maart dit jaar schreef Gerben Horst, duovoorzitter van het LHBTI-netwerk binnen het CDA (CDA Pride), dat het centraal stellen van het belang van het kind slechts ‘een morele reflex’ is. Het gaat om de vraag of het kind ‘duurzaam in liefdevolle verantwoordelijkheid wordt gedragen’. De tegenstem in dit nummer van CDV werd vertolkt door Maarten Neuteboom, die zich afvroeg of de kinderwens van volwassenen een afdoende rechtvaardiging is om een kind ‘één of zelfs beide biologische ouders te onthouden’.
‘Een nieuw adoptieschandaal’
Bontenbal benadrukt graag dat zijn CDA ‘een moreel en ethisch kompas’ heeft. Hij stoort zich aan de houding van ChristenUnie en SGP, die zich tegen het wetsvoorstel hebben uitgesproken. De ChristenUnie, bij monde van Mirjam Bikker, omdat er ‘grote risico’s op misstanden’ bestaan; de SGP omdat ‘de politiek niet moet overgaan tot wetgeving die opnieuw leidt tot een bewust georganiseerde scheiding van moeder en kind’.
De SGP verwees met die zin naar de excuses die het kabinet begin deze maand maakte aan afstandsmoeders die vroeger werden verplicht om hun kind ter adoptie af te staan. Dit argument is ook aangedragen door Christel Don, schrijfster van een boek over Afstandsmoeders. Als het belang van de wensouders leidend wordt, gaat de geschiedenis zich herhalen, schreef zij in NRC.
De bezwaren van de ChristenUnie vinden steun tot in de kringen van de rechterlijke macht en bij hoogleraren. Familierechters vrezen een ‘nieuw adoptieschandaal’ en Britta van Beers – hoogleraar recht, ethiek en biotechnologie – zei in maart in de Volkskrant dat niet de wens van de ouders, maar de rechten van het kind en de draagmoeder centraal moeten staan in de wetgeving.
Bontenbal kan wel zeggen dat het CDA nog altijd een eigen moreel kompas heeft, maar waarnemers komen steeds meer tot de conclusie dat het CDA – waarvan de constituerende partijen toch ooit zijn opgericht om de wil Gods den volke kond te doen – van God losraakt. In het al even zeer gevoelige debat over proeven met late abortussen (22-24 weken) zonder medische indicatie, zei CDA-woordvoerder André Poortman dat hij geen ethische norm wil stellen maar het alleen wil hebben over de oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan de wens om een abortus op een foetus van 22-24 weken uit te voeren.
Volgend jaar?
De dominante redenering in het debat over draagmoederschap is vooralsnog dat onvruchtbaarheid, sociale (bij LHBTI-koppels) of medische wensouders toch wel naar een draagmoeder doet zoeken en dat kun je dan maar beter legaliseren en begeleiden. Dus lijkt het erop dat Jetten en zijn verloofde hun kindje zullen krijgen – vorig jaar is het klaarblijkelijk niet gelukt, en dit jaar voorzover bekend ook nog niet, maar ergens in de loop van volgend jaar zal de weg wel eens gebaand kunnen zijn.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


