Is iedereen die hier woont een echte Nederlander?

WW Spruyt 18 juli 2026 BEELD
Als we tolerant zijn voor intoleranten gaat onze westerse, liberale cultuur naar de knoppen. Beeld: Pexels.

Artikel beluisteren

Wie is een echte Nederlander? De multiculturele, multiraciale, multireligieuze samenleving die we inmiddels geworden zijn, kan alleen bestaan bij de gratie van een monocultureel ethos, een patriottisch cordon sanitaire: de binding aan de waarden en spelregels die wij in onze democratische rechtstaat met elkaar hebben afgesproken.

De discussie over migratie en asiel bereikte eind mei/begin juni de Tweede Kamer in een wat ongemakkelijk debat waarin de vraag nadrukkelijk aan de orde kwam wie of wat een echte Nederlander is. Dat debat ging eigenlijk over de ‘normalisering’ van extreemrechts gedachtegoed, mede naar aanleiding van enkele uitspraken van ex-PVV’er Gidi Markuszower.

U weet nog wel, dat debat waarin Jesse Klaver probeerde om de coalitie te verleiden tot het standpunt dat PVV, JA21 en Markuszower ‘af’ zijn en hij zelf dus de enige geloofwaardige partner voor het vinden van meerderheden in beide Kamers zou zijn.

De pijlen van links richtten zich niet alleen op Markuszower, maar vooral op Lidewij de Vos van Forum voor Democratie. Zij zou, op een congres in Portugal, het Nederlanderschap etnisch en exclusief gedefinieerd hebben. Een Nederlander is een autochtone Nederlander, inheems want geboren op Nederlandse bodem, blank. Uitheemse Nederlanders hebben wel een Nederlands paspoort, maar zijn geen echte Nederlanders, want ze zijn hier niet geboren en delen niet in de cultuur van de hier-geborenen.

Oude Polygoon-journaals

Die exclusieve visie op het Nederlanderschap heeft iets nostalgisch, weerspiegelt de beelden van de oude Polygoon-journaals, waar je naar terug kunt verlangen omdat het toen nog niet zo vol was hier, veiliger, overzichtelijker, vertrouwder. Die wereld bestaat niet meer, de jaren van de wederopbouw en de loonexplosie, van welvaart en vrijheid en vertrouwen. Wie deze wereld heeft gekend, ervaart verlies, en dat is een begrijpelijk en fatsoenlijk sentiment.

Die wereld bestaat niet meer, met name als gevolg van de immigratie van grote groepen mensen, gastarbeiders en vluchtelingen, mensen met een andere huidskleur, een andere cultuur, een ander geloof. Dit nieuwe palet heeft geleid tot onvoorspelbaarheid en geweld. De Nederlandse vrijmoedigheid van bezorgde heren als Pim Fortuyn en Theo van Gogh heeft hen het leven gekost.

De nieuwe werkelijkheid is een feit maar geen ideaal. Ze leidt tot de marginalisering van veel autochtone Nederlanders, die goede burgers zijn geweest maar nu moeten toezien hoe hun gerechtvaardigde verlangens (veiligheid, een huis, bestaanszekerheid) worden genegeerd en hoe de laatste restjes cohesie worden ondermijnd door een aanhoudende toestroom van asielzoekers. Lokale autonomie wordt hardhandig onderdrukt door een minister van Asiel die de instroom maar niet onder controle krijgt en geen grip heeft op het geweld in Ter Apel.

Die nieuwe werkelijkheid van het moderne Nederland wordt goed gepraat door dagdromers die inclusieve waarden propageren. Ieder beroep op het eigene, onvervreemdbare en ononderhandelbare wordt daarbij verdacht gemaakt. Je bent al gauw nationalistisch, rechts, radicaal-rechts of extreemrechts als je het eigene benoemt.

En toch moeten we dat blijven doen, want er is een vorm van trots, van patriottisme die gepast en geboden is. Trots op een geschiedenis, een cultuur, een taal, een landschap, een vorm van samenleven waarmee je bent opgegroeid, die je je eigen hebt gemaakt en die je wilt doorgeven. Trots op wat Nederlanders in de loop der eeuwen in deze lage landen bij de zee hebben opgebouwd, trots op het respect voor de menselijke waardigheid die grenzen aan de macht van de overheid heeft gesteld, trots op de scheiding die we tussen kerk en staat hebben aangebracht, trots op de arrangementen die we hebben bedacht om het leven in een pluriforme samenleving te ordenen, trots op dichters en schrijvers die we hebben gelezen en die ons hebben ontroerd, trots op een cultuurlandschap waarin menselijke activiteit en natuur harmonieus samengingen.

Linkse nonchalance

Deze trots – en al die vormen van gepaste trots samen heet patriottisme, de liefde tot een vaderland – wordt getart door linkse nonchalance en karakterloosheid, in zijn ergste vorm belichaamd in ‘islamogauchisme’, het onzalige verbond tussen links en het nieuwe geloof van de islam in zijn meest rabiate, occidentalistische vorm: wat beide verenigt is een afkeer van de westerse beschaving die te ‘wit’, niet ‘woke’, te materialistisch en te individualistisch is.

In dat krachtenveld is er één totempaal waar alle Nederlanders (autochtoon en allochtoon) met elkaar omheen moeten gaan zitten. In de huidige chaos is er één cordon sanitaire dat we met elkaar moeten optrekken. En die onaantastbare en ononderhandelbare kern bestaat in een besliste bereidheid om de arrangementen die we met elkaar over de tijd in lange discussies hebben opgebouwd, onvoorwaardelijk te verdedigen.

Die arrangementen kun je benoemen als de spelregels die we met elkaar hebben afgesproken, onze constitutie. Vrijheid voor burgers staat daarbij centraal, sinds Thorbecke, sinds 1848: vrijheid van expressie, associatie en religie. Geen almachtige, activistische overheid, geen autocratie, geen tirannie van de meerderheid. Maar die vrijheid impliceert dat iedereen die die vrijheden voor zichzelf opeist, diezelfde vrijheden aan een ander niet misgunt.

Geen tolerantie voor intoleranten

Geen tolerantie dus voor de intoleranten, voor mensen die een heilig geschrift principieel boven onze constitutie stellen, of op welke manier dan ook de vrijheid die ze zelf genieten, zouden willen misbruiken om de macht te veroveren en diezelfde vrijheid vervolgens voor anderen af te schaffen.

Geen tolerantie voor mensen die niet bereid zijn om geschillen verbaal en vreedzaam op te lossen, maar naar geweld of intimidatie grijpen. Of om een actueel onderwerp te noemen, nu duizenden, in Nederland woonachtige vrouwen en meisjes in deze vakantieperiode het gevaar lopen om in hun land van herkomst (Soedan, Somalië) te worden besneden: de aanwezigheid in Nederland van mensen die met een volkomen gebrek aan respect voor de menselijke waardigheid deze handeling willen verrichten, betekent dat wij mensen hebben toegelaten die hier niet horen.

Nederlanderschap wordt dus niet bepaald door huidskleur of religie maar door het verinnerlijken en onderschrijven van verworven spelregels en fatsoenlijke omgangsvormen. Wie dat niet doet, en niet deelt in deze westerse, liberale cultuur waarop wij terecht trots zijn, hoort er niet bij en moet dat te verstaan krijgen – ook al heeft hij (inmiddels) een Nederlands paspoort. Een cultuur is exclusief wil zij blijven voortbestaan.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!