In de rechtsstaat Nederland wordt een potje gemaakt van de scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtssprekende macht
Artikel beluisteren
Nederlandse rechters roepen ach en wee als politici (en anderen) kritisch zijn over rechterlijke uitspraken, maar vinden het zelf heel gewoon om zich uit te spreken over wetten en overheidsbeleid. Hoe kan dat? En hoe zit het dan met de veelbesproken ‘rechtsstaat’?
Op school wordt ons geleerd dat we, in lijn met wat de Franse filosoof Charles de Montesquieu in 1748 schreef, drie gescheiden machten kennen: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht, met ieder zijn eigen bevoegdheden. Die voorbeeldige ‘trias politica’ van Montesquieu wordt te pas en te onpas aangehaald.
Veel minder bekend is dat – in ieder geval in Nederland – de machtenscheiding van Montesquieu eigenlijk helemaal niet bestaat en ook nooit heeft bestaan. De regering heet de uitvoerende macht te zijn, maar schrijft ook vrijwel alle wetten en regels. Het parlement, de volksvertegenwoordiging, is maar een klein beetje wetgever. En de rechterlijke macht doet in de praktijk volop mee aan de wetgevende macht.
Greenpeace namens Bonaire
Op 28 januari 2026 oordeelde de rechtbank Den Haag dat de Nederlandse staat binnen 18 maanden bindende doelen in nationale wetgeving moet opnemen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Na Urgenda is het nu Greenpeace dat met succes beleid afdwingt bij de rechter. Het vonnis roept vragen op over de machtenscheiding in Nederland. Heeft een échte machtenscheiding in Nederland wel ooit bestaan?
Eerst even kort over deze zaak: Greenpeace vertegenwoordigde de bevolking van Bonaire in een proces tegen de staat. Het eiland is volgens de stichting in groot gevaar door klimaatverandering, en de staat zou onvoldoende doen om het eiland hiertegen beschermen. Greenpeace voerde – net zoals Urgenda dat eerder deed – aan dat de staat in strijd handelt met het recht op leven en het recht op een privéleven (artikelen 2 en 8 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens – EVRM). En omdat de staat in het Europese deel van Nederland eerder klimaatmaatregelen trof dan op Bonaire, is volgens Greenpeace sprake van discriminatie. Artikel 14 van het EVRM en het Twaalfde Protocol zouden daarom ook geschonden zijn.
De rechter stelde Greenpeace voor een groot deel in het gelijk. De staat zou ‘onvoldoende invulling hebben gegeven aan de op hem rustende zorgplicht om tijdig passende adaptatiemaatregelen te nemen om de kwetsbaarheid voor klimaatverandering van Bonaire en haar inwoners te verminderen’. Ook oordeelde de rechtbank Den Haag dat het later treffen van mitigatie- en adaptatiemaatregelen voor de inwoners van Bonaire inderdaad in strijd is met het discriminatieverbod. De rechter legde de staat de plicht op om binnen 18 maanden bindende tussentijdse doelen op te nemen in nationale regelgeving om de CO2-uitstoot terug te dringen. Ook moet er in 2030 een uitgewerkt plan worden ingevoerd om Bonaire ‘weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering’.
Vervaagt de scheiding tussen rechterlijke en wetgevende macht?
Het is niet voor het eerst dat de rechter zowel de wetgevende als de uitvoerende macht door middel van creatieve interpretaties van (internationale) (mensen)rechten passeert of ergens toe dwingt. Bekende voorbeelden zijn: de Urgenda-Klimaatzaak, de zaak tegen de staat inzake het vrouwenstandpunt van de SGP, de zaak betreffende de ISIS-kinderen en de stikstof-affaire. Voortdurend wordt er gediscussieerd of de rechter zijn boekje te buiten gaat en of de scheiding tussen de rechterlijke en wetgevende macht vervaagt. Maar heeft die machtenscheiding wel ooit bestaan?
Koning vermengt de trias-machten
Neem bijvoorbeeld de positie van de koning. In artikel 42 lid 1 van onze Grondwet is bepaald dat de koning en de ministers samen de regering vormen. Als onderdeel van de regering is de koning wekelijks in gesprek met de minister-president, voert hij overleg met andere bewindslieden, ondertekent hij alle wetten en Koninklijke Besluiten (artikel 47 Grondwet), bekrachtigt hij internationale verdragen, benoemt en ontslaat hij ministers en staatssecretarissen en spreekt hij de Troonrede uit.
Tegelijkertijd is de koning voorzitter van de Raad van State (artikel 74 Grondwet), dat een adviesorgaan is van de regering en de Kamer én een rechtsprekende tak heeft. Dat is een toch zeer unieke personele concentratie: staatshoofd, uitvoerende macht én voorzitter van zowel een adviesorgaan (van de wetgevende en uitvoerende macht) als een rechtsprekend college. Het is in ieder geval een vermenging van machten die Montesquieu, grondlegger van de trias politica, wilde voorkomen.
Regeren via AMvB’s, ministeriële regelingen en nooddecreten
In Nederland bestaat er wettelijk gezien geen strikte scheiding tussen de wetgevende en uitvoerende macht op het gebied van wetgeving. Wetten worden door de Staten-Generaal en de regering gezamenlijk vastgesteld (artikel 81 Grondwet). De regering is in ons land medewetgever. Op zichzelf ondermijnt dat al het idee van een zuivere machtenscheiding. Opvallender is dat de uitvoerende macht er een handje van heeft om bij het vaststellen van belangrijke regels het parlement volledig te omzeilen. Daarvoor worden Algemene Maatregelen van Bestuur (AmvB’s), ministeriële regelingen of noodverordeningen gebruikt.
Het kabinet-Rutte II en verantwoordelijk minister Edith Schippers (VVD) wilden in 2014 hervormingen doorvoeren in het zorgsysteem, waaronder de afschaffing van de vrije artsenkeuze. Toen de Eerste Kamer het wetsvoorstel daartoe op 16 december 2014 wegstemde, presenteerde het kabinet binnen enkele dagen een alternatief: dezelfde afschaffing alsnog doorvoeren via een AMvB, op basis van artikel 126 Zorgverzekeringswet. Staatsrechtgeleerden, politici en senatoren reageerden woedend – SGP-voorman Van der Staaij sprak van ‘een schoffering van de Senaat’, ChristenUnie-senator Kuiper van ‘moedwillig vandalisme jegens het parlement’ – waarna het kabinet alsnog van de AMvB-route afzag.
Omgevingswet zet wetgevende macht langs de zijlijn
De Omgevingswet is een bundeling van allerlei AMvB’s en ministeriële regelingen – besluiten die in principe slechts bedoeld zijn om kleine, technische aanpassingen aan bestaande wetgeving te kunnen doen. Zo wijst bijvoorbeeld het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) – een AMvB onder de Omgevingswet – aan welke ‘milieubelastende activiteiten’ vergunningplichtig zijn, en onder welke voorwaarden een boer mag uitbreiden of moet inkrimpen. Maar ook de inmiddels afgeschafte nationale windturbinenormen (de uniforme normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid van windturbines) waren vastgesteld via een AMvB en ministeriële regeling. De Raad van State kraakte de Omgevingswet al af toen het nog een wetsvoorstel was, omdat het ‘onvoldoende recht [doet] aan de medewetgevende rol van het parlement’.
Coronawetten buiten wetgevende macht om
Van maart tot december 2020 werden alle coronamaatregelen ingevoerd via noodverordeningen van de voorzitters van de veiligheidsregio’s. Vanaf 1 december 2020 ging de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) in. Hoewel de Twm zelf een formele wet was en instemming had in beide Kamers, bepaalde de wet zelf eigenlijk niets. De wet gaf de bevoegdheid aan de minister van Volksgezondheid om via ministeriële regelingen – en dus zonder parlementaire behandeling – allerlei maatregelen op te leggen. Denk aan de mondkapjesplicht, de 1,5-meterregel en het groepsvormingsverbod. Ook de landelijke avondklok van januari 2021 was een ministeriële regeling gebaseerd op een landelijke noodwet (de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag), en werd niet voorgelegd aan de Kamers.
Van trias politica is in Nederland geen sprake
Rechters die klimaatbeleid dicteren, een koning die zowel regeringslid is als voorzitter van de regeringsadviseur en een uitvoerende macht die wetten maakt buiten het parlement om. Hoewel Nederland op papier een machtenscheiding heeft, is daar in de praktijk weinig van te merken. Noem het gerust bij de naam: van de trias politica zoals die eens bedacht is door Montesquieu is in Nederland geen sprake.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!


