Er bestaat een direct verband tussen Thom de Graaf en de varkens op de Animal Farm van George Orwell

RoelofBouwman 7-7-26
D66-prominent Thom de Graaf, die vorige week aftrad als vicevoorzitter van de Raad van State. Beeld: YouTube.

Artikel beluisteren

Sinds het aantreden van het minderheidskabinet-Jetten kan Nederland prat gaan op maar liefst drie regeringspartijen met de D van ‘democraten’ (D66), ‘democratie’ (VVD) of ‘democratisch’ (CDA) in hun naam.

Een luxe situatie, zo op het eerste oog. Buitenlandse bezoekers die zich voor het eerst in ons landsbestuur verdiepen, zouden zomaar de indruk kunnen krijgen dat Nederland een modeldemocratie is, met burgers die zijn gespecialiseerd in het zelf kiezen van hun bestuurders.

Helaas is dat niet de werkelijkheid. In vergelijking met veel andere democratieën is Nederland juist een land waar burgers betrekkelijk weinig te vertellen hebben.

Burgemeesters zonder kiezersmandaat

Neem de gemeenten. De belangrijkste bestuurder daar is de burgemeester: hij is voorzitter van zowel de gemeenteraad als van het college van B en W en heeft belangrijke eigen bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid. Toch hebben burgemeesters in Nederland – anders dan in vrijwel alle andere beschaafde landen – geen kiezersmandaat.

Ook is gaandeweg de merkwaardige situatie ontstaan dat negen op de tien burgemeesters – hoewel dat nergens verplicht wordt gesteld – lid zijn van een politieke partij. Terwijl van de ‘gewone’ Nederlanders slechts 3,3 procent een lidmaatschapskaart op zak heeft.

Minstens zo curieus: van de 342 burgemeesters staat er niet één bekend als aanhanger van de PVV, JA21, FvD, BBB, DENK, Partij voor de Dieren, 50PLUS of Volt. Terwijl die partijen bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen samen bijna 37 procent van de stemmen kregen.

Op provinciaal niveau is de commissaris van de koning (CdK) de belangrijkste figuur. Ook hij wordt benoemd en niet rechtstreeks door de bevolking gekozen. Er is één partijloze CdK, de andere elf zijn lid van de VVD, PRO, CDA, ChristenUnie en SP. Dat zijn partijen waar 57 procent van de Nederlanders niet (meer) op stemt.

Dan het democratische gehalte van het landsbestuur. Voor de twee kamers van onze volksvertegenwoordiging geldt dat de eerste getrapt wordt gekozen, door de leden van de Provinciale Staten. Ook de minister-president – nota bene de belangrijkste bestuurder van het land – heeft geen eigen kiezersmandaat. Meestal is het de aanvoerder van de partij die bij Tweede Kamerverkiezingen de grootste is geworden.

Zodoende hadden we vroeger nog weleens premiers – Willem Drees, Dries van Agt, Ruud Lubbers – die meer dan dertig procent van de stemmen hadden gekregen. Dat is allang niet meer het geval. De partij van onze huidige premier kwam bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen niet verder dan welgeteld 16,9 procent.

Ook op de politieke kleur van het kabinet dat door de premier wordt voorgezeten heeft de kiezer geen rechtstreekse invloed. Meestal betreft het een regering die veel lijkt op de vorige. Zo is het sinds de invoering van het algemeen kiesrecht nog nooit voorgekomen dat er na verkiezingen een kabinet kwam waarin geen partij zat die daar niet ook vóór de verkiezingen al in zat.

Actieve ontmoediging

Nog een zonderlinge trek van ons bestel: onze politieke partijen hebben in verkiezingstijd de gewoonte kandidaten die lager op de lijst staan actief te ontmoedigen zelf campagne te voeren. Maar zodra lager geplaatste kandidaten in de Kamer komen en moeite blijken te hebben met de fractiediscipline, klinkt bijna automatisch het verwijt dat ze hun zetel niet ‘verdiend’ zouden hebben omdat zij ‘op de slippen van de lijsttrekker’ zijn verkozen.

Wat lager geplaatste Kamerleden al helemáál niet moeten proberen is zich afsplitsen van hun fractie. Dan maken ze zich namelijk schuldig aan ‘zetelroof’ en krijgen ze straf: minder spreektijd en minder budget.

‘Men heeft tussen het kiezersvolk en zijn vertegenwoordigers de partijen geschoven,’ constateerde Hans Gruijters zestig jaar geleden. Als founding father van D66 bepleitte hij daarom herinvoering van het in 1917 afgeschafte districtenstelsel, met anders dan voorheen niet één, maar twee of drie afgevaardigden per district. Met zo’n stelsel konden we, zo meende Gruijters, verlost raken van volksvertegenwoordigers die functioneerden als ‘zetbazen van de partijen’. ‘De verhouding kiezer-gekozene dient zwaarder te wegen dan de verhouding kiezer-partij en de relatie gekozene-partij,’ vermeldde het eerste Politiek Program van D66.

Behalve herinvoering van het districtenstelsel had de partij van Gruijters nog meer goede ideeën om ons land democratischer te maken: rechtstreeks gekozen burgemeesters, premiersverkiezingen, bindende referenda. Zoals bekend zijn al die ideeën inmiddels door D66 begraven.

Was het daar maar bij gebleven. Maar in D66-kringen klinken steeds vaker geluiden om de kleine beetjes democratische vooruitgang die sinds de jaren zestig zijn geboekt, ook nog eens terug te draaien.

Neem de gewoonte om na een kabinetsval automatisch vervroegde Tweede Kamerverkiezingen uit te schrijven.

D66-prominent Thom de Graaf, tot vorige week vicevoorzitter van de Raad van State, stelde onlangs voor om dat gebruik te heroverwegen: er kan na een kabinetscrisis toch ook direct opnieuw worden geformeerd? Terwijl de omstandigheid dat er in 1965, na de val van het kabinet-Marijnen, geen nieuwe verkiezingen kwamen, maar een nieuw kabinet en een nieuwe premier (Jo Cals), voor de oprichters van D66 nu juist de druppel was die de emmer deed overlopen. Nederland was kennelijk zo ‘democratisch’ dat er zonder tussenkomst van de kiezers van regering gewisseld kon worden. Dat nooit meer!

Zomerse boekentip

Verraad: dat is de meest passende typering voor de antidemocratische draai van de voormalige vernieuwers van D66. Wie er literair verantwoorde beelden bij zoekt, is waarschijnlijk het best af met de klassieke slotzin van George Orwells Animal Farm (1945), waarin de dieren de macht op een boerderij overnemen, maar hun leiders – de varkens – gaandeweg sprekend op de voormalige meesters gaan lijken:

‘De schepselen die buiten stonden keken van varken naar mens en van mens naar varken en van varken naar mens; maar het was reeds onmogelijk geworden te zeggen wie een mens en wie een varken was.’

Voilà, een mooie zomerse boekentip voor Thom de Graaf.

Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo.Hartelijk dank!