50 jaar geleden in de Tweede Kamer: Lof en een minuut stilte voor de dode Mao, de grootste slachter aller tijden
Artikel beluisteren
Nederland staat wereldwijd bekend om z’n molens, klompen, tulpen en coffeeshops. Onze debatcultuur daarentegen is weinig vermaard. Hoe kan het ook anders?
Zelfs in de Tweede Kamer – waar debatteren core business is – komen veel sprekers slechts moeizaam uit hun woorden. Een heel verschil met bijvoorbeeld het Britse Lagerhuis, maar ook met de Duitse Bondsdag en de Franse Assemblée. Maar weinig Nederlandse fractievoorzitters zouden het daar langer dan een week uithouden.
Proletarische omwenteling
Toch wil dat niet zeggen dat in ons parlement nooit opzienbarende dingen zijn gebeurd. Op 12 november 1918 werd in de Tweede Kamer zelfs de revolutie uitgeroepen. Het ‘historische moment’ was gekomen, meende Pieter Jelles Troelstra, dat zijn sociaaldemocraten – destijds goed voor tweeëntwintig van de honderd Tweede Kamerzetels – aanspraak konden maken op ‘de overneming van de macht in de staat’.
Tegenover zijn partij kon de regering op leger en politie niet vertrouwen, hield Troelstra de negen aanwezige ministers voor. ‘Uw burgerlijke stelsel, mijne heren, is langzamerhand vermolmd en verrot. (-) Het zal u moeilijk vallen, wanneer gij geweld wilt gebruiken, iets anders uit te lokken dan een geweld dat sterker is dan het uwe.’
De aangekondigde proletarische omwenteling bleef, zoals bekend, uit. Wel hielden sociaaldemocraten nog heel lang een staatsgevaarlijk en onbetrouwbaar imago.
Op 1 maart 1939 gebeurde in de Tweede Kamer opnieuw iets spectaculairs: een heuse knokpartij.
Het begon toen NSB’er Meinoud Rost van Tonningen door een Kamerlid van de katholieke RKSP werd uitgemaakt voor ‘landverrader’.
‘Bleek van drift verliet de NSB’er het spreekgestoelte om verhaal te halen bij de rooms-katholieke fractie,’ zo schreven politicoloog Peter Bootsma en historicus Carla Hoetink in 2006 in een reconstructie.
‘Verschillende Kamerleden sloten zich om Rost heen, waarop NSB’er Woudenberg zijn fractiegenoot te hulp schoot. Hij wierp zijn volle gewicht op de haag van afgevaardigden rond Rost, duwde SDAP-fractievoorzitter Albarda aan de kant, drong zich naar voren en greep de RKSP’er Van der Putt in de kraag, die Rost in een houdgreep hield. In dit tumult liep de Kamerbewaarder een vuistslag op die vermoedelijk bedoeld was voor Rost. Een van de bodes sprong bovenop een tafel en van daaruit op de rug van Woudenberg. Met steun van een aantal omstanders slaagde hij erin Woudenberg in bedwang te houden, waarna Rost de zaal kon worden uitgeleid.’
Bestseller met gruweldaden
Vijftig jaar geleden, in 1976, gebeurde er wederom iets geks in ons parlement.
Op 9 september van dat jaar blies de communistische Chinese tiran Mao Tse-toeng zijn laatste adem uit. Vooral dankzij het gevangenisepos Prisoner of Mao (1973) van de Chinees-Franse journalist Jean Pasqualini en de boeken van de Belgische sinoloog Simon Leys, auteur van onder meer Les habits neufs du président Mao (1971) en Ombres chinoises (1974), hoefde niemand in het Westen nog aan zijn monsterlijkheid te twijfelen.
In Nederland had de befaamde essayist Rudy Kousbroek aandacht gevraagd voor het werk van Leys. Ombres chinoises, met veel details over de ravages die Mao had aangericht, verscheen in vertaling als Chinese schimmen, werd een bestseller en kreeg bijval van toonaangevende intellectuelen als Renate Rubinstein en Bart Tromp. Dankzij Leys, zo schreef Karel van het Reve in 1975 in de Haagse Post, was hij scherper de frappante overeenkomsten gaan zien tussen Mao en de genocidale regimes van Jozef Stalin en Adolf Hitler.
‘Groot leider en staatsman’
Het weerhield de Tweede Kamer er niet van om Mao op 9 september 1976 officieel te herdenken. De grootste Mao-fan in hun midden was zonder twijfel Bas de Gaay Fortman, aanvoerder van de PPR, een voorloper van GroenLinks. De gereformeerde ministerszoon had in de zomer van 1973 een bezoek gebracht aan China.
‘Overal,’ jubelde hij bij thuiskomst, ‘valt op de belangeloosheid waarmee de mensen werken en hun gerichtheid op de maatschappij als geheel’. Eigenlijk was China ‘een groot moreel herbewapend land waarin de absolute eerlijkheid, reinheid, onzelfzuchtigheid en liefde regeren’. In een poging zijn woorden kracht bij te zetten, verscheen De Gaay Fortman op partijbijeenkomsten en op het Binnenhof in zijn in China aangeschafte ‘Maopak’, de smakeloze outfit die in de Volksrepubliek dienst deed als communistisch uniform.
PvdA-minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel opende de Mao-herdenking in de Tweede Kamer met een korte toespraak. ‘In Mao Tse-toeng heeft de Chinese natie een groot leider en staatsman verloren,’ hield hij de volksvertegenwoordiging voor. ‘Het China, dat hem zijn leven lang voor ogen heeft gestaan, is een onafhankelijk China, ontworsteld aan buitenlandse voogdij en innerlijke verdeeldheid, steunend op eigen kracht in een permanent proces van revolutionaire verandering.’ Na Van der Stoels woorden nam de Tweede Kamer een minuut stilte voor Mao in acht.

De herdenking van Mao Tse-toeng in de Tweede Kamer, op 9 september 1976. Op de voorgrond PvdA-minister Max van der Stoel van Buitenlandse Zaken. Foto: Delpher.
‘Een groot leider en staatsman’ was Mao uiteraard niet. Tussen de 70 en 100 miljoen Chinese mannen, vrouwen en kinderen werden onder zijn communistische terreurbewind de dood in gejaagd. Alleen al de ‘Grote Sprong Voorwaarts’ eiste tussen 1958 en 1962 zo’n 45 miljoen slachtoffers. Dat was Mao’s krankzinnige poging om van agrarisch China binnen een paar jaar tijd een industriële supermacht te maken die alle kapitalistische landen zou verpletteren.
De campagne ging niet alleen gepaard met extreme terreuracties tegen de plattelandsbevolking – het gebeurde dat jongens door hun eigen vader levend moesten worden begraven – maar ook met kannibalisme. Baby’s werden door boerenfamilies geruild, zodat ouders niet hun eigen kinderen hoefden te eten.
Te bizar voor woorden
‘Mao’s doel,’ schreven Jung Chang en Jon Halliday in Mao. The Unknown Story (2005), ‘was de 550 miljoen boeren van China te dehumaniseren en in het menselijke equivalent van trekdieren te veranderen. (-) Zelfs speelde Mao met het idee de namen van mensen af te schaffen en door nummers te vervangen.’
De Tweede Kamer was vijftig jaar geleden een minuut eerbiedig stil voor de grootste en gruwelijkste massamoordenaar uit de geschiedenis van de mensheid. Het was en is te bizar voor woorden.
Wynia’s Week verschijnt 156 keer per jaar en wordt volledig mogelijk gemaakt door de donateurs. Doet u mee? Doneren kan zo. Hartelijk dank!


